Documenten‎ > ‎Scholen in Asse‎ > ‎

Broederschool Terheide


De   Broederschool van Terheide

door Jan Heymans
(uit Ascania-tijdschrift 1959-1)

Uit de kronieken, die ons nog resten over de broedersschool, kunnen we opmaken dat E.H. De Waele reeds van zijn benoeming tot pastoor af, tot de gedachte gekomen was een jongensschool in te richten op onze Heide. Op voorwaarde echter dat Broeders-Onderwijzers de opvoedingstaak op zich zouden nemen. Deze vraag werd dan ook verscheidene malen aan de Algemene Overste overgemaakt. In 1908 werd dat verzoek tenslotte ingewilligd. Doch meteen rezen dan ook de problemen: De pastoor had de zorg voor geld, school en woning van de Broeders. Doch de gekende welwillendheid en vrijgevigheid van de Heidenaren zouden weldra een sterke steun en hulp betekenen.

Het stuk grond, door Pastoor De Waele uitgekozen om de broedersschool op te richten, was buitengewoon goed gelegen, op een boogscheut van de kerk en in 't midden van de parochie. Het was een onregelmatig vierkant, een weide met bomen en struikgewas omzoomd. Langsheen de Kapellestraat stonden zware canadabomen, en de andere zijde was beplant met olmen en beuken. De oppervlakte bedroeg ongeveer 60 are, en het stuk was eigendom van de heer Van Innis, bewoner van het kasteel "Waerborre" te Waarbeek. Deze familie heeft zich steeds mild getoond door giften aan kerk, katholieke scholen, en de armen der gemeente. Ook deze maal bleef ze haar traditie trouw, en Pastoor De Waele kon zonder de minste vergadering over het terrein beschikken. Jan Mergan (Droge Jan voor de mensen van Terheide) huurde het goed en na het maaien van de toemaat, kon met de voorbereidingswerken een aanvang genomen worden.

Adolf Blommaert en kinderen, tezamen met zijn schoonbroeder Van Malderen, maakten de eerste steenoven volgens de oude manier. De klei tot mortel maken, daarmee de vormen vullen. De jongens liepen aan en af, namen de gevulde vormen van de vormtafel, en kipten de stenen eruit op den dèn, vanwaar ze na voldoende gedroogd te zijn, op gammen werden gezet. Men betaalde hun 3,50 frank de duizend. Later werden de stenen met de pers gemaakt. Het werk schoot vlugger op,  doch de kwaliteit was minder goed. In de klei waren zavellagen en bij 't droog persen was de vermenging gelukkig. De prijs per duizend was 3 frank. Het grondwerk voor het bouwen werd zonder verpozing door de mensen van Terheide gedaan. Emiel Plas en jongen met Louis De Meyer, metselden het hele geval. 3 frank voor de metsers, 2 frank voor de dienders, was het loon van een volle dag werk. Raymond Raes nam de schrijnwerkerij voor zijn rekening, geholpen door zijn jongen. Een firma van Schoonaarde legde de daken in de toenmaals veel gebruikte cementpannen. De kwelm heeft bij  't bouwen van het woonhuis der broeders  flink zijn parten gespeeld. De grondvesten, daags te voren opgetrokken, waren  's anderendaags 's morgens verdwenen.  Zware beuken planken op  de kwelmlaag hebben uiteindelijk de oplossing gebracht.

Pastoor De Waele had het voor die tijd ruim gezien, het huis is nog steeds zonder verandering in gebruik. Het schoolgebouw was verdeeld in drie klassen, elke klas telde een grote en een kleine kant. De oude kerkramen lieten zon, licht en lucht in overvloedige mate binnen. Heel het gebouw kon door het wegnemen der houten stutten tot een zaal omgevormd worden. Bij winderig weer kraakten en piepten ze erg, terwijl de openklappende ramen door felle slagen die muziek begeleidden, maar dit mocht niet worden gezegd tegen die van Terheide of men kwam minstens bij de dokter terecht!

De Terheidenaren waren fier op hun school, en op hun pastoor, die ze hun had geschonken. Van elk huis had minstens iemand als vrijwilliger aan de bouw geholpen, en geleidelijk ook had ieder zijn penning gestort.

Maar helaas, de kas was ledig, of liever, was gevuld met onbetaalde rekeningen en schuldbekentenissen. Er werd besloten een "Vlaamse Kermis" te organizeren. Een lemen gebouwtje, een tweetal jaren tevoren door het kerkfabriek aangekocht en gelegen tegen de pastorij, werd omgedoopt in een "Hotel de Kleem" en in elke plaats was iets wonders te zien of te horen. Reis rond de wereld, de wondervogel, waarzegger, Congolese school, op de achterplaats Congolees dorp in volle activiteit... Ingang overal 5 centen. Op de koer der Zustersschool: al wat lekker was en aan gematigde prijs. In de nieuw gebouwde broe-dersschool: alle soorten spelen en doorlopend toneel. 5 centen voor elk spel. En daarenboven: wie nevens de smalle planken trapte, kreeg gratis een modderbad. Pastoor De Waele, die enkele jaren onderpastoor geweest was te Asse, had het gedaan gekregen dat een groot aantal mensen uit het centrum naar Terheide kwam en er zich gewillig liet pluimen. Noch vóór noch na die tijd zijn er zoveel heren en dames uit de Steenweg op Terheide te zien geweest. Tweemaal zijn de beschotten in de school weggenomen geweest: voor een cinemavoorstelling en voor de opvoering van Jeanne d'Arc door een groep meisjes uit Liedekerke. De toeloop was telkens overrompelend, doch de geldelijke opbrengst woog niet op tegen het slameur van het ledigmaken der klassen. Met de liquiidatie van de plaatselijke veebond tussen de twee oorlogen in, zijn met de gelden die nog in kas waren, de laatste rekeningen betaald, volgens zeggen van advocaat De Baerdemaeker.

KOMST DER BROEDERS

De broeders kwamen hier aan op 9 oktober 1909. Ze vonden een huis zonder vloeren of deuren. Zij werden gastvrij opgenomen door hun confraters in Asse en kwamen dagelijks naar de Hei om er klas te geven in lokalen die slechts half af waren.

In de winter van 1909 lag er meer slijk dan vloerstenen in de klassen. Er werd echter duchtig doorgewerkt en op 19 oktober 1909 konden de broeders hun huis betrekken. Zij leden echter veel kou en hadden wat meubelen van Pastoor De Waele in leen gekregen. Voortdurend kwam deze hen aanmoedigen en helpen waar het kon. Het eerste jaar hielden de broeders school voor 125 leerlingen in twee klassen. Stelselmatig werd de woning nu beter ingericht en in 1920 werd de eerste H. Mis gedaan in de kapel.

Sedert 1909 wijden de broeders hun beste krachten aldus aan de opvoeding van de jeugd en hun rol in het parochiale leven van de Hei is zeker van blijvende invloed.

De eerste broeders, die op Terheide aankwamen, en daarna hun opvolgers, hebben het hart der Terheidenaren snel gewonnen Broeder Primus, Broeder Willebald en later Broeder Helio-door, om er enkele te noemen, gaven niet alleen les in de klas, ze gingen tot de werkende boeren op het veld en op de hoeve, ze verklaarden hun de wet van het minimum, en leerden hun nieuwe meststoffen gebruiken en testen. Allerlei bemestingsproeven werden, tot lering van allen, bij de leergierigste boeren aangelegd. Broeder Omer (broeder kok) was een levend receptenboek van alle soorten kwalen, van fijt tot zweetvoeten toe. Voor een varken dat "van wemmel in zijn poten" had, voor een kalfrund dat niet wou sloeberen, of ne "meuten" die opliep, was men bij hem aan het goed adres.

Van na 't verhuizen van koster De Troy naar Okegem (3 november 1923) hebben de broeders ook Meneer Pastoor uit de nood geholpen in de sacristie en het oksaal, en ze doen het nog steeds. Wanneer onze kerkzangers het niet halen tegen het Sint-Rom-boutskoor van Mechelen, dan is het zeker niet de schuld van de broeders. Het waren ook de eerste broeders die van wal staken met een boekerij. Enkele werken van Jules Verne, Conscience, en boeken over grondkennis, plantenkunde en veeteelt, vulden het kastje. Het was vóór de oorlog 14-18, van toelage van gemeente of staat was natuurlijk geen sprake, men betaalde 5 cent per boek voor 14 dagen. Nu zijn meer dan 4.000 boeken aanwezig en de uitlening bedraagt in de winter tot 300 frank per week en in de zomer van 130 tot 200 f rank. De tijd dat boeken dienden om koffiepotten op te zetten, de vloer mee aan te vegen of om op te eten, is bij ons volmaakt verleden tijd geworden. Wij hebben een  goed lezerspubliek,  genieten toelagen als elke andere ordentelijke boekerij, en breiden nog steeds uit.

Vóór de oorlog 14-18 stichtten de broeders een avondschool voor ouderen, die tamelijk goed gevolgd werd. Jongens van 11 zaten er tussen mannen van 40 jaar. Rekenen en Franse taal werden aangeleerd. Na de oorlog was de belangstelling fel verminderd en hield men er mee op.

Ten jare 1928: oprichting van oudleerlingenbond. Ereleden betaalden 10 frank bijdrage. De jongeren gaven in de grootste klas, viermaal in 't jaar, om de beurt een toneelopvoering of een ontwikkelingsavond met voordracht over actuele onderwerpen, over groten uit ons volk en daarbij declamatie. Vrouwen waren niet toegelaten, doch de mannen vulden het lokaal zo dicht met hun aanwezigheid en tabaksrook, dat het wonder was dat de muren de druk uithielden.
Op de tree van de onderwijzer ging 't spel door. Omlijsting en decor: pannelatten en enkele rollen goedkoop behangpapier.Voor gordijn het dekzeil van een wagen, die op een ijzerdraad schoof. Maar nergens zijn spelers zo spontaan en hartelijk toegejuicht als daar. In 1932 nam dat gezellig gedoe een einde.

Vóór 'n drietal jaren werd de school grondig veranderd en gemoderniseerd. Het plafond, dat dreigde in te storten, is door beton vervangen. Het aantal klassen is op vier gebracht en de houten beschotten door stevige muren vervangen. De ijzeren kerkramen hebben de plaats geruimd voor goed sluitende houten ramen. Het algemeen uitzicht, zo binnen als buiten, is er fel op vooruitgegaan. Vermeldenswaard is ook het feit dat op 1 december 1940 de vierde graad is ingericht. Vroeger moesten de jongens na hun 12de jaar driemaal het zesde leerjaar overdoen. Tegenwoordig wordt klas gegeven door een broeder en drie wereldlijke onderwijzers.

Terheide heeft aan de Broeders veel te danken. Hun onderwijs heeft de grondslag gelegd voor de geestelijke en stoffelijke opbloei der parochie. Ze zijn zo vergroeid met het gehucht, dat Terheide iets biezonders zou missen bij hun verdwijnen.

Jan Heymans
Comments