Documenten‎ > ‎Religie in Asse‎ > ‎

Zwartzusters


Petra De Vriendt: De gemeenschap der Zwartzusters te Asse (1822-1971)
licentiaatstesis voorgelegd aan de K.U.L. 1988

door Joris Spanhove
(uit Ascania-tijdschrift 1989-3)


In de loop van de laatste jaren behaalden drie Assenaren aan de Katholieke Universiteit van Leuven een licentiaattitel met een thesis over godsdienstig en kerkelijk Asse. Jaak Ockeley: Het gasthuis en de gasthuiszusters in Asse (1982), Jean-Pierre De Pauw: Het H. Kruis van Asse (1983) en nu Petra De Vriendt: De gemeenschap der Zwartzusters te Asse (1988).

De thesissen van J. Ockeley en P. De Vriendt hebben in onderzoek en bouw van hun werk heel wat gemeen. J. Ockeley beperkte zijn studiewerk hoofdzakelijk tot aan de Franse overheersing. Petra De Vriendt schrijft haar geschiedenis over een gans ander tijdperk na de Franse revolutie. Ze doet dit aan de hand van het rijk archief van de Zwartzusters en van het aartsbisdom Mechelen.

Dit is haar voornaamste bron. Vanuit een ruime reeks boeken en artikelen schept ze voor de concrete geschiedenis van de Zwartzusters een kader van politieke gebeurtenissen, juridische gegevens en plaatselijke toestanden, die ontstaan en ontwikkeling van de congregatie belicht. Hier weerom merken we, hoe het dertigjarig tijdschrift "Ascania" een mijn is voor allen, die zich bezig houden met de geschiedenis van Asse.

Zo schetst Petra De Vriendt de terugslag van een Oostenrijkse, Franse en Hollandse wetgeving op kloosterstichtingen en instellingen. De wel vrijere maar toch nog beperkende maatregelen onder het Hollands bewind maken duidelijk hoe de Zwartzusters tussen 1818-1822 konden ontstaan en de problemen die een dergelijke stichting meebrachten. Zo begrijpen we de verwikkelingen, die de stichter P.T. Luckx kende toen hij in 1818 zijn "Spinhuis" in het kasteel van Walfergem opende, het overbracht naar het "Magaziin" in de Weverstraat, waar het uitgroeide tot congregatie, het verder uitbouwde in het kasteel van Waarbeek om het ten slotte defin
itief over te brengen in wat men in Asse noemt het "weeshuis". Een punt blijft voor ons bij die ontwikkeling onduidelijk: waarom heeft de stichter die zijn werk begon met de hulp van de Gasthuiszusters, die daarvoor de eerste overste, Zr. Norberta, afstonden, een nieuwe congregatie opgericht? Kon hij, dat werk niet aan de gasthuiszusters, waarvan hij pastoor was, toevertrouwen? Ligt de reden in het feit, dat de gasthuiszusters alleen binnenhuis aan verpleging deden en de Zwartzusters zich oriënteerden naar ziekenverzorging buitenhuis?


Terecht plaatst Petra De Vriendt de nieuwe stichting in het kader van het katholiek réveil... na de bedroevende jaren van de Franse overheersing. De kerk krijgt terug armslag. Een van de verschijnselen ervan is de vermenigvuldiging van de kloosterstichtingen. Alle ietwat grotere parochies, ook in de streek van Asse, roepen kloosterlingen binnen voor onderwijs, bejaardenzorg, ziekenverpleging, kinderopvang, Alleen al de oud-onderpastoor van Asse, Petrus Jozef Triest, stichtte in het begin van de 19e eeuw vier kloostercongregaties. Het gasthuis van Asse ligt aan de basis van de stichting van het gasthuis van Merchtem (1845) het godshuis van Opwijk (1847) het gasthuis van Bornem (1857) en is niet vreemd aan het ontstaan van de Zwartzusters in Asse.

Asse riep in de 19e eeuw de zusters van Gijzegem en de broeders van Oostakker binnen en de missionarissen van het H. Hart vestigden zich in 1908 in Asse. Hekelgem kreeg in 1852 een eigen zustercongregatie van Sint-Vincentius. De nieuwe Belgische staat van 1830 begunstigde die opbloei van actieve caritatieve kloosterinstellingen. Zo sterk wordt de invloed van de Kerk daardoor, dat de liberaal vrijzinnige politici zich in het nauw gedreven voelden en na 1847 een antiklerikale weg opgingen en zware strijd ontketenden rond onderwijs, kerkhoven, werken van liefdadigheid. De Zwartzusters kregen er de weerslag van. Dank zij burgemeester de Viron en hun raadgever Dr. Cooreman en de steun van tientallen grote weldoeners vonden de Zwartzusters hun weg tussen al die strubbelingen. Wie schrijft eens een artikel over Dr. Cooreman, in de volksmond Cooremanneken genoemd, een speciaal figuur in Asse?

Zeer klaar vinden we in de thesis met allerlei gedegen tabellen de groei en werking van de congregatie weergegeven. Ze bereikt een hoogtepunt rond de jaren 1920-30. Daarna is een daling duidelijk merkbaar, die uitmondt op een soort wegsterven. De reden van dit verval is de atmosfeer van de tijd: de secularisatie, waardoor God en Kerk marginaal worden in het leven van velen en zo de motivatie tot kloosterleven verloren doet gaan. Daarbij komt dat de leken geleidelijk het werk van de kloosterlingen overnamen.

Petra De Vriendt wijdde vele bladzijden aan het historisch midden waarin de Zwartzusters ontstonden en ontwikkelden. Ze vergat echter niet het kloosterleven van de zusters te behandelen. Ze doet dit vooral aan de hand van de statuten. We leren daarin het gebedsleven van de zusters kennen, de beleving van de 3 kloostergeloften..., het bestuur van de zusters met zijn oversten, die allen werden geportretteerd, de rol van de geestelijke bestuurders en de invloed van het bisdom op die diocesane congregatie. Een grote plaats wordt ingeruimd voor de twee hoofdactiviteiten van de zusters: de opvang van de weeskinderen en de ziekenzorg aan huis. Meer dan 450 kinderen vonden bij de zusters onderdak. De meeste kwamen binnen rond de 10 jaar en verlieten het instituut rond de 18 jaar. Dikwijls zorgden de zusters bij het heengaan van de kinderen voor een goede post. De ziekenzorg aan huis beslaat ook heel wat bladzijden. Specifiek voor de ziekenzorg is wel, dat het geen komen en gaan was bij zieken maar dat de zusters vaak maanden lang bij de zieken inwoonden.

Dat legt uit, dat bepaalde families vaak uit dankbaarheid de zusters mild hielpen. De stichtingen van bijhuizen in Woluwe vinden daarin een gedeeltelijke uitleg.

In een bijlage verstrekt de schrijfster heel wat gegevens over de 141 zusters die bij de Zwartzusters intraden.
Wij mogen Petra De Vriendt dankbaar zijn voor haar degelijke en heldere thesis. Ze heeft een brok geschiedenis van Asse vastgelegd. Ik denk wel, dat ze bepaalde aspecten voor het tijdschrift Ascania verder kan uitwerken. Zo zou ze uitdrukkelijker en overzichtelijker de vier woonplaatsen van de zusters: Spinhuis, Magazijn, kasteel van Waarbeek en weeshuis kunnen behandelen en nader de stichting van Sint-Truiden in 1842, de oprichting van de bijhuizen van Sint-Pieters-Woluwe en Sint-Lambrechts-Woluwe en het plan tot een stichting in Luik kunnen doen kennen.

Deze thesis vereeuwigt een 180 jarig bestaan van onze verdienstelijke Zwartzusters.

Joris Spanhove, msc

Comments