Documenten‎ > ‎Religie in Asse‎ > ‎

Weg oem van Kruisborre


De weg oem van Kruisborre

door Jan Vanderslagmolen
(uit Ascania-tijdschrift 1971-4)


Tussen de twee wereldoorlogen in, bestond er nog een grote devotie voor de kapel van Kruisborre.
Vooral in de meimaand werd Kruisborre druk bezocht.

Bij valavond waren het vooral de jonge mensen die de "weg oem" deden. Al zingend en biddend trokken zij van het ene kapelletje naar het andere.

Bij het krieken van de dag zag men vooral boeren en oudere mensen die de kapelletjes bezochten.
Die "weg oem" doen bestond hierin: eerst werd in de kapel van Kruisborre zelf drie weesgegroeten en drie vaderonzen gebeden. Dan ging men drie keer rond de kapel, zoals men ook bij de andere kapelletjes deed, terwijl men de paternoster bad. Gedurende deze "weg oem", die een half uur duurde, bad men drie paternosters.
Op de Kruisborreweg stonden vier kapelletjes.

Op de plaats waar het eerste mirakel van het H. Kruis plaats vond bouwde men in 1622 een kapel. Deze kapel kreeg de naam Kruisborre (Kruisborn) naar de bron die aan de kapel ontsprong. Later heeft men een put gebouwd om het bronwater in op te vangen en werd het water gewijd. Met dit wijwater maakten de mensen zich een kruisteken vóór zij aan de "weg oem" begonnen. Ook namen zij dikwijls water mee naar huis om stallen en schuur mee te besprenkelen wanneer een onweer losbrak.

In 1724 werd de kapel verwoest door een onweder en werd weer heropgebouwd. In 1797 werd de kapel gered van de Franse overheersing door een boer die de kapel kocht, ze gebruikte om zijn hoepstaken in te steken, en zo voorkwam dat ze afgebroken werd.

De kapel waarin de Lieve Vrouw der Zeven Weeën staat, is de kapel van Suske Mol (Familie De Mol).
In de tweede kapel staat Sint Jozef. Deze kapel was eigendom van Nele van Trienes (familie Van Nieuwenhuyzen).
In de derde kapel, van Baas (familie Baussens), staat Onze Lieve Vrouw van Lourdes.
De laatste kapel stond waar nu notaris De Smet woont. Dit was de kapel van Onze Lieve Vrouw van Neerwaver. Deze kapel is dan afgebroken en heropgebouwd aan de grote baan tussen het IJsebroekbos en het Maanschijnbos.

Deze kapel was eigendom van de kerkfabriek van Asse, maar was gebouwd op jaarschaal, dit wil zeggen dat de kapel toebehoorde aan de kerkfabriek en dat de grond eigendom bleef van de familie Van Hoorde.
Onze Lieve Vrouw van Neerwaver werd vooral aanroepen door de jonge meisjes om aan een goed lief te geraken en door de zwangere vrouwen voor een goede verlossing.

Ook over de kapel van Neerwaver ging een legende rond.

De naam "O. L. Vrouw van Neerwaver" zou op de volgende manier ontstaan zijn: honderden jaren geleden leefde er op een pachthof een oude herder. Deze trok dagelijks met zijn kudde schapen langs het bos op de Keierberg. Langs die weg hing er een Lieve Vrouw beeldje aan een boom. De herder was zo gehecht aan het beeldje dat, wanneer hij zijn dienst opgaf en naar Neerwaver ging wonen, hij het beeldje meenam. 's Anderendaags echter was het beeldje weg. Toen die herder nu eens weer naar Asse kwam, ging hij weer voorbij dat bos en zag daar het beeldje hangen. Weer nam de herder het beeldje mee naar Neerwaver Weer gebeurde echter hetzelfde. Het beeldje verdween en hing weer aan de boom te Asse. De herder vertelde dan wat hem was overkomen. Van heinde en verre kwamen de mensen toen toegestroomd om te bidden aan het beeld. De herder zelf kwam weer te Asse wonen daar hij niet gescheiden van het beeldje kon leven.

Waarschijnlijk heeft men dan een kapel gebouwd en het beeldje erin geplaatst. Ook de andere kapelletjes werden meestal gebouwd om een belofte te vervullen. Zo zijn de twee kapelletjes gebouwd omdat de beide families gespaard bleven van de cholera die rond 1860 woedde.

Naar mijn grootvader zegde, zou het kapelletje van Baas, dat er nu nog staat, reeds het tweede zijn dat op die plaats gebouwd werd. De uitleg hiervoor is de volgende:

Een vroegere Baussens (misschien wel 17de, 18de eeuw) werkte als steenpoeler in de "Jodenput". Op een dag scheen het dat zijn vrouw boven aan de put hem riep om haar te komen helpen bij een of ander werk. Hij dacht echter dat hij verkeerd gehoord had en werkte maar verder. Toen hoorde hij haar een tweede keer roepen en een derde keer. Uiteindelijk ging hij toch maar kijken maar zag helemaal zijn vrouw niet. Nauwelijks was hij echter boven, of de "Jodenput" stortte in. Uit dankbaarheid omdat hij nog leefde liet hij toen een kapelletje bouwen. Zeer waarschijnlijk is dit het allereerste kapelletje geweest. Op een stormdag viel een enorme beuk dwars over het kapelletje dat aldus helemaal vernield werd. Een afstammeling van deze Baussens heeft dan op diezelfde plaats een nieuw kapelletje gezet, dat er nu nog altijd staat.

Ieder jaar werd op dinsdag na Pasen, tweede kermisdag van Kaudertaverent, een mis opgedragen. Met Sint Pieter (29 juli) werd er eveneens een mis opgedragen.

Tussen de twee wereldoorlogen was het de gewoonte om 's zondags vóór septemberkermis in processie naar de Kruisborre kapel te gaan met het muziek voorop. Hieraan namen dan zoveel mensen deel, dat als de eersten al in de kapel stonden, de laatsten nog op Koudertaverent waren.

In de dertiger jaren was pastoor De Swerte in Asse onderpastoor. Hij heeft veel gedaan om de verering van de H. Kruisen weer te doen heropleven. Zo kwamen regelmatig bekende predikanten naar de kapel van Neerwaver om er te prediken, onder andere monseigneur Cruisbergs en Dom Albertus van Affligem.

Vroeger was er ook nog de schone gewoonte dat, wanneer er iemand van de omgeving stierf, de klok van Kruisborrekapel geluid werd. Elke dag, tot met de begrafenis, werd de klok geluid en kwamen de mensen bijeen aan de kapel om er te bidden.

De jongste kinderen van de scholen van Asse en omgeving gingen ook elk jaar op schoolreis naar de kapel van Kruisborre. Minstens één keer per week kwamen ook de jongens van Walfergem met de paters naar de Kruisborre kapel. Ze zongen dan van O.L.V. van Vlaanderen of baden de litanie van het H. Hart, zodat het over heel Terlinden te horen was.

De schoolmeester van Ternat, die een liberaal was, kwam ook met zijn schoolkinderen naar het Kruisborreken, maar die zongen van:

,,En een dikke pens en een stuk van 't verken
daar kan nen boer gemakkelijk mee werken
Boereleven en dat is plezant
Boereleven en dat is plezant.

Zo was er in die tijd altijd leven en begankenis in en rond het Kruisborreken en het schoonste van al waren die jonge mensen die uit volle borst zongen dat het ronkte en galmde in heel de omgeving.

Jan Vanderslagmolen
Comments