Documenten‎ > ‎Oorlog in Asse‎ > ‎

Twee maanden oorlog


Twee maanden oorlog
Wat er in Asse van augustus tot eind september 1914 voorviel
door Jaak Ockeley
(uit tijdschrift Ascania 1993-4)

Over de gebeurtenissen te Asse bij het begin van de Eerste Wereldoorlog bezitten we, voor zover ons bekend, drie handschriften. Het omvangrijkste in het zgh. Dagboek (in 20 deeltjes en meer dan 2000 blz.) van drukker Richard Dieudonné dat in 1967 bij testament door diens kleinzoon Jan van Beveren aan Heemkring Ascania werd geschonken. Een tweede dagboek is dit van Julie Van Beneden, waardin in de Wijndruif te Asse-Krokegem, 67 bladzijden lang, bewaard bij haar zoon René Mattens; het derde is amper 9 bladzijden lang en werd bijgehouden door pastoor-deken Frans Leyten en wordt bewaard op de pastorie te Asse.
 
Tijdens de tentoonstelling te Asse in de kapel van het Zwartzustershuis naar aanleiding van 75-jaar einde van de Eerste Wereldoorlog onder leiding van Flor De Smedt van 11 tot 15 november gehouden, zagen we een Nederlandstalige vragenlijst uitgaande van kardinaal Mercier waarin hij de pastoors van het aartsbisdom vroeg hem tegen pasen 1919 een uitvoerig verslag te laten geworden over de oorglogsgebeurtenissen. In het aartsbisschoppelijk archief bleef hierop het Franstalige antwoord van pastoor-deken Frans Leyten bewaard; op de pastorie te Asse bewaart men het klad van dit verslag. Het leek ons interessant de visie van de pastoor op het oorlogsgebeuren van augustus tot september 1914 hier weer te geven. Aanvullende gegevens of correcties werden geput uit het dagboek van Richard Dieudonné of van Julie Van Beneden.
 
Op 4 augustus 1914 vielen de Duitsers België binnen bij Gemmenich, veroverden de twaalf Luikse forten en brandden o. a. Leuven plat. Niet opgewassen tegen het leger van von Kluck trok het Belgisch leger zich op 20 augustus terug op de fortenlinie bij Antwerpen. Diezelfde dag nog togen de Duitse troepen Brussel binnen. Naast 312 soldaten - 30 ervan zouden sneuvelen - hadden zich 12 vrijwilligers - "fort peu" zegt deken Leyten - uit Asse gemeld om het vaderland te verdedigen. Een van hen, Etienne de Coster, zoon van de burgemeester, zou achteraf worden neergeschoten door een schildwacht toen hij poogde te vluchten naar Nederland. Een andere, Paul Van Molle, student aan het Klein-Seminarie te Mechelen, werd eveneens aan de Hollandse grens, gevangen genomen en naar Duitsland gevoerd. Hier beloofde men hem de vrijheid zo hij zich liet inschrijven in de vernederlandste universiteit te Gent, wat hij weigerde. De paters van Walfergem stuurden als vrijwillig-aalmoezenier de paters Paul Jans, August de Groeve, Jan Coudron en Jozef Festraets en als brancardiers: Hilaire Vermeeren en Leonard De Roover. E. H. Eugeen de Coster, zoon van de burgemeester, nam ook in 1914 dienst als aalmoezenier, evenals twee broeders van Oostakker : Br. Nicolas en Br. Chrysanthus beiden als vrijwilliger-brancardier.
 
De 21 augustus 1914 om 7.30 u. 's morgens waren de eerste Uhlanen te Asse. In de voormiddag stortte er nabij het Verbrand Hof een Duits verkenningsvliegtuig neer.
 
Zaterdagnorgen 22 augustus - van 7 tot 11 uur zegt Dieudonné - trokken hier de Duitse troepen (voetvolk, ruiterij, kanonnen, wagens...) langs de grote steenweg voorbij richting Dendermonde en Aalst. Dieudonné schrijft dat vele Assenaren op straat nieuwsgierig stonden te kijken. Anderen sloten beangstigd de "slagvensters" (de blaffeturen), rapporteert de pastoor.
 
Zolang de Duitsers nog niet te Asse waren, organiseerde de pastoor iedere avond een processie met het H. Kruis waaraan 1000 à 2000 mensen deelnamen; na de Duitse doortocht te Asse beperkte men zich tot een rozenkrans die eveneens overtalrijk werd bijgewoond. Dit duurde tot de Duitse troepen te Asse werden ingekwartierd. Slechts een 200 bleven te Asse logeren; ze lieten de bevolking met rust. Veiligheidshalve had deken Leyten het zilverwerk van de St. Martinuskerk opgeborgen in een brandkoffer in de "Société Générale". Hij weigerde ook de inventaris van de klokken te maken met als smoes dat hij geen toegang tot de toren kreeg.
 
Op 24 augustus "lopersmaandag" brak paniek uit. Vanuit Pamel, Liedekerke, Ternat, St.-Katherina-Lombeek, Essene, Teralfene, over Asbeek, Asse-Terheide en Asse-Dorp vluchtten de mensen naar Mollem om zich verder te verschuilen in Buggenhoutbos. Onder de "lopers" zag men de pastoor van Essene, de burgemeester en de 6 zusters van Vorselaar evenals pastoor De Wael van Asse-Terheide, koster De Troy en de 4 daar verblijvende zusters.
 
29 augustus werd E. H. Van der Borght, professor aan het St.-Pieterscollege te Leuven, die zich naar de kerk begaf om de mis op te dragen, door de Duitsers aangehouden; zijn broer E. H. Frans Van der Borght, professor aan het St.-Bonifaciusinstituut te Brussel, werd van zijn bed gehaald en samen met zijn broer en burgemeester Leon De Coster als gijzelaars naar Bollebeek gevoerd. Ook twee broeders van Oostakker, die terugkeerden van de mis, werden naar Brussegem gedreven van waar ze mochten naar huis keren. Bij het minste verzet zouden in het vervolg als gijzelaars worden opgepakt: burgemeester de Coster, vrederechter van Innis, notaris Ampe, onderpastoor de Lantsheere, deken Leyten en nog een aantal vooraanstaanden van Asse, in totaal 20 personen.
 
Maandag 31 augustus trokken tien a vijftien duizend Duitsers van het leger van generaal von Boehm Asse binnen, bleven er "vernachten" en keerden de volgende dag terug naar Brussel (Richard Dieudonné meende dat zij reeds om 4 u. in de namiddag terugkeerden). Deken Leyten bracht een bezoek aan generaal Boehm die beloofde Asse met rust te laten indien op zijn soldaten niet werd geschoten. 's Avonds om 7 uur werd de pastoor van Zellik in de kerk, toen hij zijn preek hield, door de Duitsers aangehouden en opgesloten tot 's anderendaags morgen. Om 8 uur 's avonds werd de kerk van Asse omsingeld door een vijftigtal soldaten. Deken Leyten, evenals diens neef E. H. Jozef Aertssens, directeur van het college te Vilvoorde, werd aangehouden en omringd door een 20-tal soldaten in de kerk geleid op verdenking er spionnen te hebben verstopt. Een luitenant en zes onderofficieren inspecteerden het gebouw en beweerden licht op de torengaanderij gezien te hebben; blijkbaar wisten ze niet dat het Duitse officieren waren die de toren hadden beklommen met de bedoeling er een observatiepost van te maken.
 
Vanaf begin augustus is er geen briefwisseling meer noch per post, noch per trein, noch per telegraaf. We zijn gans afgesloten, zelfs voor de levensmiddelen. Het wordt moeilijk nog vlees en het is onmogelijk nog vis te bekomen, geen koffie of kaas meer en zelden nog bloem om brood te bakken.
 
De 1ste september ging deken Leyten naar Bekkerzeel om er voor te gaan bij de begrafenis van pastoor Vanneygen. Langs de Poel te Walfergem kwam hij er zonder hinder aan. Omtrent 11.30 u., na de dienst, was gans Bekkerzeel bezet met Duitsers zodat de deken slechts met een vrijgeleidebrief van de majoor naar Asse kon terugkeren. Daar de bevelhebber verbod had opgelegd het centrum te verlaten verkreeg de deken na lang aandringen ook voor de onderpastoors en de koster voor 14 dagen een "sauf-conduit" zodat zij de laatste sacramenten kon gaan toedienen.
 
Op 3 september werden de kerktorens van Mazenzele, Mollem en Bollebeek "afgeschoten" door de Duitsers. Dieudonné preciseert dat er gaten in de bedakking van de kertorens werden gemaakt om er "kijkgaten" in te maken.
 
In de nacht van 3 op 4 september arriveerden opnieuw een 30.000 Duitse soldaten in Asse en omgeving. Julie Van Beneden zegt dat het "de plunderaars van Leuven" waren en Dieudonné schrijft dat de Assenaren die dag niet vlug zullen vergeten. De staf nam hier verblijf. Zij plaatsen de telefoon op de kerktoren. Luiden en kleppen werd voortaan verboden. In de Wijndruif logeerden een luitenant, twee onderofficieren en 15 soldaten en hun paarden.
 
Op zondag 6 september was er niet meer volk in de kerk dan op een afgestelde heiligdag. De inwoners van de buitengehuchten dierven hun huis niet meer verlaten uit vrees dat de Duitsers alle levensmiddelen, alle veldvruchten en nadien ook het vee zouden meevoeren. De Duitse katholieke aalmoezeniers droegen de mis op in de St.-Martinuskerk, de prostestantse pastor maakte gebruik van de kapel van het Zwartzusterhuis.
 
Gedurende de voorgaande dagen zijn vele priesters en bijna alle pastoors der dekenij als gijzelaar aangehouden en gedurende één of twee uur opgeleid om het volk schrik aan te jagen. Overal waar
iets tegen de Duitsers werd ondernomen, werd het dorp beschoten en de inwoners verjaagd.
Van de 5de tot de 8ste september lieten de Duitsers hun paarden in de velden van de gehuchten Krokegem, Asbeek, Koudertaverent en Terlinden alles afgrazen. De soldaten eisten ook in de huizen heel wat op. Sommige brave jongens betaalden met geld, anderen met brutaliteiten. Uit beneden Krokegem werden ouderlingen, mannen, vrouwen en kinderen uit hun huizen gehaald en bijeengebracht in een weide onder bewaking van Duitse soldaten en pas 's avonds weer gelost.
 
7 september trokken de Duitsers op naar Gent. Een deserteur ging 's avonds, revolver in de hand, aan verscheidene huizen bellen en eiste van de verschrikte bewoners geld, o.a. bij Meester Willem Vandevelde, Edmond De Rijck, Lommen Verhasselt, Jef Tistaert, Mie Ebrard, August Van Neck en Madame Verhasselt. Hij werd echter herkend, aangehouden en door het militair gerecht, dat zetelde op de zaal van de kantonnier, veroordeeld tot 12 jaar dwangarbeid, 10 jaar beroving van burgelijke rechten en degradatie. Ook andere soldaten liepen in de winkels om eetwaren, spek, worsten, kaas en eieren te kopen. Sommigen betaalden met bons "van geene waarde"; de meesten kregen echter niets tenzij ze met "gereed" geld betaalden. In de kastelen van Charles de Lantsheere op de Hoogpoort, Van Hoorde op de Morette en bij Cantoni (Belvédère) roofden zij de wijnkelder leeg en verkochten de flessen voor "eenen kleinen prijs". Op d' Hoogpoort hadden ze ook de meubels kort en klein geslagen.
 
De 10de september keerden de Duitsers terug en braken in het gemeentehuis alle bureaus open.
 
Donderdag 17 september is in de namiddag de "windmolen van Conteraan" te Krokegem omver getrokken, om de "vergezichten" weg te nemen. Ook de molens van Merchtem-Kouter, van Zellïk, Kobbegem en Groot-Bijgaarden werden neergehaald. Op vrijdag 18 september kwam de Duitse commandant graaf vor Balckreuth verklaren dat de generaal die te Wemmel (op het kasteel was ingekwartierd, bevel had gegeven al de torens van zijn "brigade-af te schieten. De commandant van Asse stuurde, op dringend verzoek van deken Leyten, een smeekschrift aan de generaal om hem te verzoeken de toren van Asse, die een gotisch monument is, te sparen. Hij wees er op dat de Assenaren zich deftig hadden gedragen, wat door het dankmanifest van von Boehm dd. 1 september wordt bevestigd. Om 2 uur in de namiddag (Dieudonné zegt 3 uur) kreeg de deken Leyten van generaal Briese de verzekering dat de kerk van Asse zou gespaard blijven. Alleen 's nachts zou er een wacht rondom de kerk worden opgesteld.
 
Deken Leyten rapporteert nog volgend "détail comique" aan kardinaal Mercier dat hij in zijn verslag van 1915 niet had genoteerd. Toen het bevel kwam om de kerktoren te dynamiteren, vroeg deken Leyten aan de bevelvoerende officier waarom dit bevel was gegeven. De officier antwoordde dat men vanop het kasteel te Wemmel waar generaal Briese resideerde een licht op een kerktoren had gezien. Deken Leyten meende dat het niets anders was dan het maanlicht. Daar te Wemmel niemand wist om welke kerktoren het ging had de generaal niet beter gevonden dan gewoon alle kerktorens te laten neerhalen. De torens van Mazenzele, Mollem, Bollebeek en Baardegem werden "gedynamiteerd". Toen de pastoor vroeg waarom geen onderzoek werd ingesteld, replikeerde de lutheraanse officier met een doodernstig gezicht dat de generaal volledig in overeenstemming met de bijbel handelde. Ook daar liet koning Herodes toen hij vernam dat Jezus, de koning van de Joden was geboren, zonder onderscheid alle kleine kinderen van Bethlehem en omgeving doden.
 
Diezelfde dag werden ook vier burgers uit Buggenhout, onder beschuldiging op de Duitsers te hebben geschoten, gevangen genomen, naar Asse geleid en vervolgens in een veld in de Rotten te Krokegem gefusilleerd. Het waren Camiel Moens 23 jaar oud, Leopold de Batselier 27 jaar oud, Pieter Jozef Meert 32 jaar oud en Pieter Jan Van Ransbeeck ook 23 jaar oud.
 
Zaterdagavond 19 september rond 5.30 u. in de namiddag werden alle aanwezigen uit de kerk gejaagd door drie Duitse patrouilles die niet wisten van het bevel van de commandant. 's Anderendaags mocht de mis wel doorgaan, maar moest de kerk om 3 u. in de namiddag opnieuw gesloten worden.
 
Van 21 tot 24 september was het hier één voorbijrijden van cyclisten met wagens. In de winkels, de magazijnen en bij de boeren namen zij veel in beslag. De eetwaren klimmen steeds maar meer in prijs; bloem, kaas, boter, vlees... is niet meer te bekomen. De pastoors van Brussegem en Ossel werden opnieuw opgepakt en werden twee dagen, samen met een aantal parochianen, opgesloten in hun kerk. Andere pastoors sloegen op de vlucht.
 
27 september arriveerden hier opnieuw Duitse soldaten die in de winkels alles weghaalden en bij de boeren paarden en koeien opeisten; soms "betaalden" ze met een bon. In het dorp is verder niets te zien dan enige fouragewagens en in 't geheel misschien 300 Duitse soldaten welke meestal bij de burgers zijn ingekwartierd, schrijft Dieudonné.
 
30 september kreeg deken Leyten inkwartiering van een luitenant en een "oberleutenant". Deze laatste bleef maar drie dagen, de luitenant vertrok pas op 10 oktober naar Antwerpen dat zich na 12 dagen bestorming had overgegeven.
 
Zo lag de weg door Vlaanderen naar "Vrankrijk" open.
 
Jaak OCKELEY
Comments