Documenten‎ > ‎Oorlog in Asse‎ > ‎

Ontploffing 1918


De Ontploffing te Asse op 12.11.1918
door Luc Ebrard
(uit tijdschrift Ascania 1968-4)

De Eerste Wereldoorlog 1914-1918 was in Asse, ondanks schaarste aan eten en andere vervelende zaken, redelijk kalm verlopen. De wapenstilstand was reeds op 11 november 1918 te 11 uur afgekondigd, toen op de avond van 12 november een verschrikkelijke ramp gebeurde in het station. Wij geven hierna het eigentijdse verslag uit de Gazet van Assche van zondag 17.11.1918 (34e jg., nr 7, blz. 2) :
 
Een ontzettende nacht voor Assche !
Terwijl elkendeen zich reeds verheugde in den stralenden vrede, en wij alle gevaar goed en wel achter den rug waanden, werd de gemeente Assche onverwacht, plotseling, door eene verschrikkelijke ramp geteisterd.
 
Dinsdag avond, om 8 1/2 ure, toen menigeen reeds te bed was, weerklonk plots een slag, zoo ijselijk-geweldig, alsof eene aardbeving het geheele dorp dreigde te verzwelgen. De huizen sidderden op hunne grondvesten, stofwolken drongen overal binnen, glasruiten vlogen rinkelend de straat op, deuren vlogen open en werden uit de voegen gerukt, daken werden opgelicht en de muren rilden als door eene geheimzinnige macht bewogen. Terzelfdertijd verhief zich, in de richting der statie, een akelige, schrikwekkende vuurgloed ten hemel, net alsof plotseling een reusachtige brand was uitgebroken.
 
In de grootste verwarring snelde iedereen naar buiten, zocht zijn heil in de vlucht of verschool zich in de kelders, in doodelijke angst afwachtende wat er volgen zou.
 
Middelerwijl had zich het onheilspellende nieuws verspreid, dat een 8tal wagons met munitie beladen, welke zich in de statie van Assche bevonden, in brand waren geraakt en allen moesten ontploffen.
 
En inderdaad, vreeslijk en naar weergalmend in den nacht, dood en vernieling rondzaaiend, volgde de eene ontploffing op de andere - en dat monsterachtig hellebedrijf duurde zoo tot onder den morgend.
 
Heel de gemeente heeft door de ontploffing geleden. 't Zijn evenwel de Statiestraat en de Molenstraat, die omtrent geheel de draagkracht der ramp te verduren hebben gehad. O! die aanblik, die bedroevende aanblik! Talrijke huizen zijn zoo deerlijk gehavend, dat ze invallens gereed staan. Daken en balken liggen ingedrukt, muren verwrongen, ramen en deuren uitgeslingerd, huisraad verbrijzeld en alles 't onderste boven gekeerd. Oordeelt over de toestand der bewoners aldaar, toen die ontzettende slag de huizen boven hun hoofd deed wankelen of gedeeltelijk instorten, en velen onder glas, meubelen en neerploffende balken, muren en daken werden bedolven. En onder wat angst- en noodgeschrei velen in nachtgewaad, er ijlings op de vlucht werd geslagen. - Talrijke personen werden ernstig gekwetst, veelal door weggeslingerde glasscherven. Doch wat erger is, twee vrouwen hebben er het leven bij ingeschoten, gedood, verzekert men ons, door glasscherven.
 
En hoe pijnlijk het reeds weze, toch mag het verwondering baren, gezien de onverwachte en geweldige verwoesting, dat er niet meer slachtoffers gevallen zijn.
 
Zware stukken ijzer, echte moordenaarsbrokken, voortkomende van de vernielde wagons, obussen en andere springtuigen, werden bovendien met vervaarlijke kracht in alle richtingen weggeslingerd.
 
't Is om in tranen uit te bersten, als men de omgeving onzer statie aanschouwt : 't is alsof zij uren lang al de ijselijkheden van een bombardement heeft doorgestaan.
 
En wanneer zal al die schade, die ontzagelijk hoog moet oploopen, kunnen hersteld worden, nu er zoo een groot gebrek aan grondstoffen heerscht. En men bedenke hierbij, dat vele gezinnen ergens een onderkomen hebben moeten zoeken, doordien hunne woning zich in bouwvalligen toestand bevindt. O! 't is droevig!
 
En zeggen, dat er bandieten gevonden werden die van die vreeselijke ramp gebruik maakten, om in de geteisterde huizen te sluipen en er te rooven en te stelen!
 
Wij gelooven niet, dat er in geheel Assche één huis is, waar geen vensterruiten zijn gebroken, 's Anderendaags waren de straatstenen letterlijk met glasscherven overdekt. - Zelfs tot in de omliggende dorpen werden tal van ruiten stuk geslagen.
 
O! die ontzettende, die angstwekkende Dinsdagnacht zal niet gauw door onze bevolking vergeten worden.
 
Tot zover de Gazet van Assche in zijn - voor die tijd - goed verslag.
 
Wij zullen hierna trachten, aan de hand van allerlei persoonlijke herinneringen van mensen die de ontploffing hebben meegemaakt, meer te vertellen over de voorgeschiedenis van de ontploffing, wat de mensen toen meegemaakt hebben, de gevolgen en de schade, de slachtoffers van die triestige ramp.
 
1. VOORGESCHIEDENIS.
 
"Enkele dagen te voren dan kwamen er daar dan - het leger van de Duitsers was in opstand, newaar - daar waren er met een rood striksken op, de Republikeinen en de Spartakussen hè. En ze brachten daar heel kudden koeien mee, dat was bij Stevens, het fabriek, en daar stonden 'k weet niet hoeveel koeien. En wij hadden daar al een koei of twee gekocht, den Bal - die dood is - en onze Zwetten, en Juul die'n deed die dood. Maar in ene keer : poef, in die schuur, dat licht gaat daar uit. Hier waren dan nog Duitsers, hè, dat waren er hier van de kanonniers. ('t Zijn die die 't doen ontploffen hebben!) 'ne Feldwebel riep daar : "Licht aus! Licht aus!". Poef, en dat licht was in ene keer uit. Dat was op Vain dat ze smeten en ze hadden gezegd dat de kroonprins daar zat. Op 't goed van Vain, waar dat nu de Clippele woont, hè. Bon. Daar was een bom gevallen maar wij wisten toen nog niet wat een bom feitelijk was...
 
Ik heb nog Duitsers zien vechten. Ik zie nog ene, een klein manneken van de Duitsen, 'ne jonge kadee, en die kreeg hier zijn "boenken" hé, die had iets geroepen. Dat was hier neffens, bij de Geul'n in de poort.
 
Dit heb ik niet gezien, maar het is juist geweest. Bij de Vis. waar dat nu het park van de gemeente komt, daar zaten officieren op, generaals denk ik. Het was in die tijd nog met de koets en de paarden, hè. En daar hebben Duitse soldaten officieren uit hun koets gesleurd, als ze aan De Kantien kwamen, hun dekoraties afgetrokken en gezeid : "Loos, 't is hier gedaan met "aail'n!".
 
Aan Denis Borré daar waren ze ook aan 't vechten. Dat waren de rode, met een rood striksken op, gelijk wij nu zeggen socialisten, maar dat was bij hun: republikeinen, die tegen 't keizerrijk opkwamen. Dat was de strijd van de Spartakussen of de republikeinen tegenover de keizersgezinden.
 
En daar achter was dat spel dan, maar dat hebben de Duitsers zelf gedaan!"
 
Dit weten we nu al. Het waren opstandige Duitsers, de z.g. Spartakussen (2) die de munitietrein, van een 8-tal wagons, in brand hebben gestoken. Wellicht waren ze toen dronken, want in het fabriek van Stevens, waar een Duitse opslagplaats was, lag er een hele hoop flessen wijn die ook door de Duitsers aan sommige Assenaars verkocht werden. Dat weet Gust De Beul ook te vertellen.
 
Maar wat beleefden toen de mensen van Asse ?
 
2. DE ONTPLOFFING
 
"Ik stond boven aan de venster, toen het plotseling zo klaar werd. Ik roep: "Zie. nu 'ne keer moeder, hoe klaar dat het wordt!". En met dezelfden vliegt die venster open, dienen top op mijnen neus en al ons ruiten uit.
 
Bij ons waren twee Duitsers gelogeerd en die sprongen in onze kelder alle twee - en dat waren "pertang" oorlogsmannen - maar dat waren twee slachters, al oude mannen. En die zeiden tegen ons: "Keiler in, Keiler in!". Ja, wij allemaal de kelder in met dei twee Duitsers.
 
En daarachter zijn wij naar buiten gelopen, al ons kinderen en het was d'een bom achter d'ander die overvloog en ontplofte. Dan zijn wij bij mijn meter gelopen en dat mens buitengesleurd en mee lopen gegaan naar Krokegem. Dat spel heeft zeker 'nen halven nacht geduurd".
 
"Boenk. Allee kom, wij lopen naar de Kalkoven, bij ons waren kelders - bij mijn ouders. Daar zaten er al een stuk of drie van de Kalkoven en Gust Cognac, den halven broer van mijn moeder, die zat daar ook binnen met Polle en Louis, het was nog een klein manneke, en een vluchtelinge uit Menen, die woonde bij ons".
 
"Mijn zuster lag door het dakvenster en ze riep: "Zie 'ne keer, wat schoon vuurwerk". Dat waren precies allemaal fusees die opgingen. Klèt! was dat in eene keer, dat was 'ne slag, hé!! Ziet'na met hun vuurwerk! "zei ik. Mijn moeder stond op de koer tussen twee stallekens te zien en die werd ook tegen de grond geslagen. Zij was licht gewond aan hare vinger.
 
Wij waren allemaal boven, gelukkig was de trapdeur open, want alle pannen waren van 't dak gevlogen en zo konden we naar beneden. Wij zijn dan (vanuit de Molenstraat) bij Net van 'n Ast gelopen en daar een paar blokken gezocht en zo weg gevlucht tot bij Louis Verbeken. Vitesken met al zijn kinderen was daar ook bij en Net met al haar kinderen. Dan zijn de mans weergegaan om 4 uur ('s morgens) om eens te gaan zien. Deuren, vensters en ramen waren allemaal in. Die mans hebben dan wat vuur gemaakt en planken voor de vensters geklopt en wij daar dan allemaal wat bijeen gezeten om ons wat te verwarmen".
 
De familie Meuleman, de vader was agent van de Crédit Anversois, op de Statiestraat (zie foto) waren gevlucht naar Walfergem toen de ontploffing bezig was. Bij 't terugkomen - de ontploffing duurde verschillende uren - was hun huis érg beschadigd. Er waren onontplofte obussen tot in de kelder gevallen.
 
Mijn peter, Zjang van Ransbeeck, die was in de Statiestraat toen de ontploffing bezig was. Hij was uit beschutting tegen de huizen gaan liggen en hij zag hoe een gloeiend wiel van een spoorwagen door de lucht vloog.
 
De Duitser die de trein in brand gestoken heeft is langs de Molenstraat, zoveel als hij vliegen kon, gevlucht per moto.
 
Maar er was dan nog die kwestie van de wagons met stikgasobussen. Dit wordt door verschillende getuigen bevestigd.
 
3. STIKGAS
 
Tussen de wagons van de munitietrein waren er wagons met obussen gevuld met stikgas. Deze wagons werden door bepaalde Duitsers ontkoppeld en weggeduwd.
 
"Alleman liep weg en ze zeiden : "Oei, daar steekt gaz in die wagons! Maar daar zijn Duitsers gekomen, dat is eerlijk de waarheid geweest, en die hebben afgehaakt en die hebben die wagons weggeduwd en die zijn den Noeë ingereden".
 
"Met mijn moeder heur moeder hebben wij tot in Krokegem gezeten omdat ze zeiden: "Daar gaat gaz kommen, daar gaat gaz kommen!". Hadden ze die wagens niet kunnen afhaken, dan was heel As' weg geweest.
 
De ontploffing was nu voorbij, nu kon de schade opgenomen worden.
 
4. DE SLACHTOFFERS
 
Er waren twee mensen omgekomen bij deze ramp. Het waren, ten eerste: Antonia Van Houtven, zonder beroep, geboren te Asse op 6.9,1874, echtgenote van Pieter Schaukens, dochter van wijlen Pieter Jan en Joanna Martina De Pauw. Ze was overleden te Asse op 12.11.1918 te 9 uur namiddag "ten haren huize". Op het ogenblik van de feiten was ze gehuisvest: 6e wijk (centrum), Neerstraat 202. Ze was moeder van zeven kinderen waarvan er nog vijf in leven waren op dat ogenblik. De aangifte van het overlijden geschiedde door Pieter Schaukens, echtgenoot, 42 jaar, werkman, en door Emiel Van Lierde, 38 jaar, politiecommissaris. Er leven nog kleinkinderen van haar te Asse o.a. in de Weversstraat.
 
"Net van Pië Scha = Schaukens, moeder van vijf/zes kinderen, ongeveer 50-60 jaar, werd door glasscherven in de borst gedood en is zo doodgebloeid".
 
De tweede dode was: Rosalia Willems, herbergierster, geboren te Mazenzele op 1.11.1861, weduwe van Pieter Verlinden, overleden te Mazenzele op 8.6.1914. Zij was overleden te Asse op 12.11.1918, te 9 uur namiddag "ten haren huize". Ze was gehuisvest in de Statiestraat 128. Ze was moeder van zeven kinderen. Haar zoon Lodewijk Verlinden, geboren te Mazenzele op 22.4.1893, overleed in 1917 te Duisburg, in Duitsland. De aangifte werd gedaan door Emiel De Smedt, 29 jaar, handelaar, en door Frans Van Achter, 34 jaar, bediende.
 
Emiel De Smedt (Miel van de Scheir) was de schoonzoon, getrouwd met Maria Ludovica Verlinden. Kleinkinderen van de overleden vrouw zijn dus: Maurice en Antonia (Nettie) De Smedt, wonend thans in de Vironstraat nr 22.
 
"Die vrouw van Verlinden, die zat met een kind op hare schoot, aan het kind mankeerde niets".
 
"En daar waren ook twee Duitsers dood en die vrouw van Mazel van die dat daar in Schippers woonde en Pië Scha zijn vrouw".
 
"De vrouw van den "Delhaize"-winkel, waar dat Marie van 't Voske nu woont (Statiestraat, zie foto) was blind geworden van het glas en de vuiligheid dat ze in haar ogen gekregen had. Dat mens is ook vroeg gestorven".
 
"Ik was maar acht jaar en wij zaten in ons keuken én mijn broer was aan 't eten. Mijn broer was ziekelijk, ziek geweest, hij was er vèr door en... d'ontploffing gebeurt en daar vliegt een ruit uit van de venster waar hij neffens zat. En hij heeft hem daar zo geweldig van verschrikt dat hij er terug ziek van geworden is en ik, en iedereen bij ons, denkt dat dat wel degelijk de oorzaak van zijn dood geweest is".
 
5. SCHADE, enz.
 
Er was natuurlijk heel wat materiële schade. Sommige van de hogervermelde getuigenissen vertellen er heel wat over. Bekijken wij ook de illustratie van dit artikel, het kan ons een gedacht geven van de verwoesting. Er waren echter nog andere triestige gevallen: diefstal ! Zie maar naar het verslag van de Gazet van Assche en de hieronder vermelde getuigenissen:
 
"Het huis waar dat Godfried Kurth gewoond heeft, dat was ook wreed gearrangeerd. En dat van Lowieken Bond dat was ook lelijk ". (Het huis van Louis De Bondt staat op onze foto).
 
Op vele plaatsen waren plafonds gescheurd of ingevallen en waren gevels gescheurd. Ruiten waren er uren ver kapot. De beplaastering van de schone gevel op de binnenkoer van het Gasthuis - langs de kant van het vredegerecht - is er toen afgevallen. Dit was natuurlijk minder ongelukkig! Zo kwam een mooie gevel bloot.
 
Toen de familie Meuleman terug in hun huis kwam, was alles wat waarde had, gestolen. Zegsman vertelt er bij dat in hun huis Duitsers en mensen van Wervik waren geherbergd.
 
Tot daar wat wij aan de lezers van Ascania kunnen vertellen over de fameuze ontploffing van 1918. Er kunnen natuurlijk nog vele details bijgevoegd worden. B.v. wat hebben die mensen voor oorlogsschade getrokken en andere zaken meer. Wij doen een oproep aan hen die dit lezen om ons andere feiten, belangrijke of mindere, te bezorgen.
 
Luc Ebrard
 

Voor bronnen en verwijzingen raadpleeg tijdschrift Ascania - 1968-4

Comments