Documenten‎ > ‎Namen in Asse‎ > ‎

Pater Joris Spanhove


Eerwaarde Pater Joris Spanhove m.s.c.

door Joris Vlamynck m.s.c.
(uit Ascania-tijdschrift 1988-1)


Joris Spanhove werd geboren te Sleidinge in het Meetjesland op 19 februari 1913. Zijn vader Florent Spanhove (geb. Sleidinge) was er een guitig filosoferende kleermaker, zijn Westvlaamse moeder Maria Verstraete van Sijsele hield er als naaister een kleine ellegoedwinkel open en beredderde het huishouden waar na Joris nog 6 broertjes en 3 zusjes haar werk genoeg in handen gaven.
 
Na de gemeenteschool in het dorp Sleidinge, trok Joris in 1925 naar het Missieseminarie van Asse waar in die jaren niet minder dan 9 jongens van Sleidinge studeerden. Dat had te maken met de invloed van E. H. Leopold van Goethem, de latere pastoor van Lembeke bij Eeklo, die ijverde voor de Missionarissen van het H. Hart bij wie zijn broer Edward de eerste missiebisschop werd van de Kongo-missie der M.S.C. (Coquilhatstad, nu Mbandaka).
 
Zes jaar studeerde Joris in Asse. Zonder moeite doorliep hij zijn humaniora want hij was een begaafde leerling. In die jaren ontstond de levenslange vriendschap met Eugeen van den Broeck en Pater Joris Vlamynck M.S.C, die zijn idealisme deelden en samen hun rechtlijnige Vlaamsgezindheid in vele gesprekken uiteenzetten. Hij publiceerde zijn eerste pennenvruchten o.a. over idealisme, in het tijdschrift Lenteweelde van Averbode. Uit die tijd herinner ik me Joris als een flinke leerling, een begaafde met woord en pen, ietwat slordig en verstrooid, maar iemand die zijn man kon staan en naar wie de andere leerlingen opkeken als naar een voortrekker in de studentenwereld van toen. Zijn noviciaat dat hij begon in 1931 te Gerdingen-Bree, werd gevolgd door twee jaar filosofie waarin hij zijn wezentrekken en zijn idealen verdiepte. Hij onderbrak zijn theologische studiën door één jaar leraarschap aan het Missieseminarie van Asse waar hij in de poësis godsdienst en Latijn doceerde. In Heverlee-Leuven wa
ar hij in 1935 zijn eeuwige geloften aflegde, klom de scholastiektheoloog via de verschillende wijdingen naar het priesterschap dat hem werd toegediend te Leuven op 7 augustus 1938. In zijn geboortedorp Sleidinge hield hij zijn eremis op dezelfde dag als zijn confrater Karel Pattheeuw die samen met hem gewijd was, aan hoog- en zijaltaar.
 
Van 1939 tot 1963 was Pater Spanhove leraar te Asse aan het Missieseminarie waar hij met evenveel kunde als gezag in de Retorica godsdienst en Latijn onderwees. In de moeilijke oorlogsjaren 1940-1944 was hij een bedrijvig, durvende en geslepen smokkelaar die zijn gemeenschap diende met vele avond- en nachtelijke tochten die hij later o.a. in de Annalen van O. L. Vrouw van het H. Hart, het maandblad van zijn Congregatie, waaraan hij jarenlang een trouw medewerker was, beschreef. Hij verzamelde zijn schetsen in de graag gelezen bundel "Van paters en studenten" die een aangevulde heruitgave kenden onder de titel: " Studentenkoppen en Patersharten". In de Annalen zou hij ook maandelijks zijn rubriek verzorgen: Een goed woord, dat druk werd gelezen.
 
Er zijn geen dorpen in West-Brabant waar Pater Spanhove, intussen gewestproost van de B.J.B, geworden, voor de boerenmeisjes van die afdelingen en voor de Jonge Moeders het woord niet voerde als graag gehoorde conferencier. Gedurende enkele jaren schreef hij het jaarprogramma van de Jong-B.J.B. Voor de B.J.B.-meisjes schreef hij bijna maandelijks rake, eenvoudige verhalen in hun blad en bundelde die later in "Meisjesportretten".
 
In 1963 werd Pater Spanhove professor in de kerkgeschiedenis en in de moraal aan het Scholastikaat van zijn Congregatie te Heverlee-Leuven. Hij verhuisde in 1965 naar Bree als conferencier en retraitepredikant, werd er tot overste benoemd van het huis, bekleedde daarna dezelfde functie aan het Missieseminarie van Asse en werd in 1979 tot provinciaal overste gekozen van de Belgische Provincie van zijn Congregatie. In die hoedanigheid bezocht hij de missie in Zaïre en de werkkring in Brazilië. Het zou voor de lezer een dorre opsomming worden de verschillende benoemingen en verrichtingen van Pater Spanhove tussen 1970 en 1980 te vermelden. In alles bepaalden zijn goede wil en zijn beschikbaarheid zijn loopbaan. Tot elk goed werk bereid, dat was zijn devies dat hij met diepe verantwoordelijkheidszin trouw volgde zijn hele leven lang. Met een zeldzame doortastendheid die tegelijk oog had voor de zwakkere kanten van zijn medewerkers en voor hun mogelijkheden, zette hij zijn oorspronkelijk idealisme door en werd o.a. in die jaren de voortreffelijke biechtvader en conferencier van kloostergemeenschappen, de begeleider van jeugd en volwassenen in tal van retraites, recollecties en voordrachten. Een van de werkzaamheden die we hierbij speciaal willen onderlijnen was de inrichting van het retraitehuis te Gerdingen-Bree waar hij zijn beste krachten aan wijdde. Onder zijn provincialaat werd het vroegere noviciaat van Bree ingericht tot klooster van de gemeenschap.
 
Sedert november 1980 is Pater Spanhove officieel gepensioneerd met verblijfplaats in Asse. Daar maakt hij zich verdienstelijk
 
als pastoor van Kobbegem en vooral als medewerker aan Ascania dat in 1958 in Asse werd opgericht. Als leraar in de geschiedenis en als heemkundige werkte hij jarenlang met tal van artikelen mee aan het driemaandelijks tijdschrift van de vereniging. Graag neusde hij in oude documenten en archiefstukken waar hij de hand wist op te leggen. De neerslag van zijn opzoekingen legde hij neer in tal van gewaardeerde bijdragen aan Ascania, de Autotoerist, Ons Heem, Eigen Schoon en De Brabander enz. Hij publiceerde o.a. waardevolle bijdragen over E. H. Triest, deservant van Asse in 1792, over Asse en inzonderheid over de Gasthuiszusters aldaar, het "Heilig Kruisspel van Galmaarden" (95 blz.) dat in Asse werd opgevoerd in 1902 en dat herinnert aan de geschiedenis van de wonderbare kruisen van Asse.
 
De benoeming van Pater Spanhove tot Ridder in de Leopoldsorde in 1981 was een zwakke erkenning van de verdiensten van deze uitmuntende kloosterling die zijn vele talenten ongemeten in dienst stelde van de Congregatie waartoe hij behoorde en van de heemkundige kring Ascania waarvan hij terecht redactielid werd en aan welk blad Ascania hij tal van degelijke bijdragen leverde die het peil van dit waardevol tijdschrift te goede kwamen.
 
Joris Vlamynck m.s.c.