Documenten‎ > ‎Namen in Asse‎ > ‎

Oude heemnamen in Asse


Oude heemnamen in Groot-Asse
 
door Dr. Frans Claes S J.
(uit Ascania-tijdschrift 1994-3)
 
Groot-Asse telt opvallend veel plaatsnamen met heem, die beschouwd worden als vormingen uit de tijd van de Frankische landname. Het grote aantal ervan wordt verklaard doordat de gemeente op de beste leemgrond van Brabant gelegen is en de Franken zich bij hun komst het eerst op de vruchtbaarste gronden gevestigd hebben (Verbesselt V 1966: p. 232-233; J. Lindemans 1940: p. 14). In deze bijdrage geef ik eerst een overzicht van de namen met heem in Groot-Asse en ga daarna in het kort na wat we eruit kunnen opmaken over de oude ermee aangeduide nederzettingingen.
 
1. De plaatsnamen met heem
 
1.1 In Asse zelf
 
In Asse worden vijf ingaheemnamen vermeld, die op één lijn liggen, nl. op de heuvelrug die gaat van het noorden naar het oosten van het dorp. Deze ligging zou erop wijzen dat de Franken zich daar op al eerder, in de Romeinse periode, bewerkte akkerlanden hebben gevestigd (Verbesselt V 1966: p. 14-15).
 
De namen met ingaheem bevatten als eerste element een persoonsnaam, gevolgd door inga (hetzelfde achtervoegsel als in Vlaming, leerling en volgeling), de lieden of volgelingen van, en heem, woonplaats. Ze duiden dus woonplaatsen aan van leiders, aanvoerders van een groep mensen, die met hen meetrokken. De plaatsnaam Volkegem komt omstreeks 1300 voor in de herkomst-naam Johannes van Volkeghem (J. Lindemans 1937: p. 198). In 1445 is de naam Volkegemmervelt opgetekend en in 1526 pas de enkelvoudige naam Volkegem. Het oude Hof van Volkegem. waarnaar deze namen verwijzen, zou al voor 1200 verdwenen zijn (J. Lindemans 1952: p. 199). Volkegem is gevormd uit Folkinggaheim, d.i. de persoonsnaam Folko + inga + heem.
 
De naam van het gehucht Krokegem komt in 1227 voor in de herkomstnaam van Leonius van Crokenghem en in 1445 in de "curtis de" (d.i. het Hof van) Crokegem. Deze naam is gevormd uit Hrokingaheim, d.i. de persoonsnaam Hroko + inga + heem (J. Lindemans 1952: p. 147).
In 1260 was er een Balduinus de (= van) Husenghem (J. Lindemans 1934: p. 380) en in 1269 een Henricus de Husenghem, van wie de namen teruggaan op het Hof te Husegem, bekend vanaf het begin van de 14de eeuw. Het was een alleenstaande hoeve tussen Asse en Walfergem. De naam Husegem, later Huizegem, is gevormd uit Husingaheim, d.i. de persoonsnaam Huso + inga + heem (J. Lindemans 1952: p. 366).
 
Van de plaatsnaam Hunenghem, die al in 1192 zou voorkomen is in 1267 de herkomstnaam afgeleid van Egidius de (van) Hunenghem. Deze naam, later Huinegem, slaat op een vroegere alleenstaande hoeve tussen Asse en het gehucht Waarbeek. Hunenghem is gevormd uit Huningaheim, d.i. de persoonsnaam Huno + inga + heem (J. Lindemans 1952,: p. 129-130 en 1938: p. 291).
 
De naam van het gehucht Walfergem komt in 1236 voor in de her-komstnaam Gozuinus de (= van) Walferghem of Walfreghem in 1236. Als gehuchtnaam is Walfergem bekend sinds de 16de eeuw. Deze naam komt voort van Walfrithingaheim, d.i. de persoonsnaam Walfrid + inga + heem (J. Lindemans 1952: p. 204-205).
 
Huggelghem, de naam van een akker in Asse in 1381, komt vermoedelijk van een oud hof of villa in Merchtem, bij de grens met Mollem, oorspronkelijk Hucklenghem of Uggelghem, nu Ukkelgem genoemd (J. Lindemans 1934: p. 379-380). Een andere migratienaam is Wijnegem, in 1536 den Weyneghem bosch, in 1697 den Weijneghem, in 1356 eigendom van ene Jan van Wineghem (J. Lindemans 1952: p. 207).
 
1.2 In Kobbegem
 
De naam van het dorp Kobbegem komt in 1129 voor in de vorm Cobbengem, die gevormd is uit Cubbingaheim, d.i. de persoonsnaam Kubbo + inga + heem (Gysseling 1960: p. 566). In 1329 wordt in Kobbegem de naam Gamelghem vermeld een oude hoeve met een eigen kouter, in 1650 Gamelghemmer coutere (J. Lindemans 1934: p. 376). Deze naam is gevormd uit Gamilingaheim, d.i. de persoonsnaam Gamilo + inga + heem. Onder de oude goederen van de abdij van Affligem in Kobbegem noemt de laatste proost Beda Regaus in de 18de eeuw vier kouter-namen verbonden met een ingaheimnaam: de Amelghemcouter, de Udelghemcouter, de Redelghemcouter en de Hemelghemcouter. De namen Amelgem en Relegem horen waarschijnlijk bij respectievelijk de wijk Amelgem onder Meise en bij het dorp Relegem, als bezit van de familiestam van Amel en van Radel. De juiste ligging van de Udelghemcouter en de Hemelghemcouter is niet bekend (Verbesselt IV 1965: p. 305). Deze laatste twee namen wijzen vermoedelijk op eigen plaatselijke ingaheemnamen: Udilingaheim, met de persoonsnaam Udilo, een bijvorm van Odilo, en Haimilingaheim, met de persoonsnaam Haimilo.
 
1.3 In Mollem
 
De naam van het dorp Mollem komt in 1170-80 voor in de vorm Mulnehem, die samengesteld is uit het Oudnederlandse woord mulin, molen, en heem, woonplaats (Gysseling 1960: p. 703). Hij betekent dus: woonplaats bij de molen, in dit geval een watermolen. De naam van het gehucht Vrijlegem zou al in 965 vermeld worden in de vorm Frigelingehem (H. Claus) en in 1129 in de vorm Vrilenghem (J. Lindemans 1937: p. 198). Hij is gevormd van de persoonsnaam Frigilo + inga + heem.
 
Een verder niet bekende plaatsnaam Moseghem wordt in Mollem in 1295 vermeld (H. Claus). Deze naam is gevormd van de persoonsnaam Moso + inga + heem, op dezelfde wijze als de naam van de parochie Meuzegem onder Wolvertem, nu gemeente Meise. De naam van het gehucht Velm luidde in 1442 Vellem (Colruyt). Waarschijnlijk is hij gevormd van het Germaanse woord fel, vaal, en heem.
De naam Nerem, in 1295 Nederhem en Nederem (Verbesselt V 1966: p. 232), hoort echter niet in Mollem, maar in Brussegem thuis (J. Lindemans 1938: p. 286).
 
1.4 In Relegem
 
De naam van het dorp Relegem komt in 1132 voor in de vorm Radelegim. Deze naam is gevormd van de persoonsnaam Raedilo + inga + heem (Gysseling 1960: p. 832).
 
1.5 In Zellik
 
In Zellik was een oud Hof te Bettegem, dat al in de 10de eeuw eigendom was van de Sint-Baafsabdij van Gent (J. Lindemans 1934: p. 10; P. Lindemans 1938: p. 209-210). De naam ervan komt in 830 al voor in de vorm Bettingaheim. Deze naam is gevormd van de persoonsnaam Berhtilo + inga + heem (Gysseling 1960: p. 134). Een verder niet bekende naam in Zellik is Gundelghem, vermeld in 1295. Deze naam is gevormd van de persoonsnaam Gunthilo + inga + heem (J. Lindemans 1934: p. 377).
 
De naam Amelgem veldt (in 1722: Colruyt) hoort blijkbaar bij de wijk Amelgem onder Meise. Dit veld in Zellik paalde aan Kobbegem en Relegem (Verbesselt IV 1965: p. 260).
 
2. De nederzettingen met heemnamen
 
In totaal zijn er in Groot-Asse 16 namen met heem bekend: 5 in Asse, 4 in Kobbegem, 4 in Mollem, l in Relegem, 2 in Zellik en geen enkele in Bekkerzeel. Van deze namen zijn er 14 gevormd met een persoonsnaam en ingaheem, Mollem is gevormd met een substantief en heem en Velm waarschijnlijk met een adjectief en heem. Wat weten we over de ouderdom en de ontwikkeling van deze nederzettingen ?
 
2.1 Hoe oud zijn de plaatsen met een heemnaam?
 
Volgens M. Gysseling kunnen namen op heem samengesteld met een soortnaam of een adjectief zowel uit de 5de eeuw als van na de de kerstening in de 7de-8ste eeuw dateren (van dit laatste getuigen de namen Kerkem en Karkom). De zeer talrijke namen op heem met een persoonsnaam in de genitief meervoud (b.v. Addingahem) dateren volgens hem in hoofdzaak van omstreeks de 7de eeuw (Gysseling 1978: p. 12-13).
 
De datering die J. Lindemans voor de ingaheemnamen voorstelt, het laatste kwartaal van de 4de eeuw (J. Lindemans 1952: p. 129-130, 147, 199, 204-205 en 366), lijkt inderdaad te vroeg. De Franken woonden sinds het midden van de 4de eeuw al wel in Noord-Brabant, maar in de 5de eeuw pas konden ze onze gewesten vrij in bezit nemen, na het vertrek van de Romeinen. Andere gegevens wijzen op het ontstaan van veel nieuwe nederzettingen in de 7de eeuw, waarvoor namen gevonden werden door ze naar een leider of aanvoerder te noemen.
 
De plaatsnaam Mollem, genoemd naar een watermolen, stelt nog een ander probleem: sinds wanneer zijn er in onze streken watermolens ? Deze vraag kan niet met volledige zekerheid beantwoord worden. Watermolens zijn in West- en Midden-Europa onder Romeinse invloed geleidelijk ingevoerd. In de Nederlanden dateren de oudste bekende vermeldingen ervan uit de 10de eeuw (J. Stroop: p. 4). Toch kunnen we niet uitsluiten dat ze al enige eeuwen eerder bij ons bekend waren en dat de naam Mollem dus ook uit de 7de-8ste eeuw, of zelfs van vroeger, zou dateren.
 
2.2 Ontwikkeling van de plaatsen met een heemnaam
 
Zoals boven al gezegd, werd met heem in de Frankische tijd de woonplaats aangeduid van een aanvoerder met een groep mensen. Die woonplaats bestond uit een Frankische villa of een grote hoeve met alles erbij of eraan wat zo'n groep mensen nodig had. Zo'n hoeve kon uitgroeien tot een dorp, tot een gehucht ofwel beperkt blijven tot een grote alleenstaande boerderij.
 
In Groot-Asse stellen we vast dat drie plaatsen met een heemnaam zijn uitgegroeid tot een dorp, dat een zelfstandige heerlijkheid of gemeente is geweest: Kobbegem, Mollem en Relegem. Vier plaatsen met een heemnaam zijn bekend als gehucht: Krokegem en Walfergem in Asse, Vrijlegem en Velm in Mollem. Vijf olaatsen zijn alleen bekend (geweest) als boerderijen: Volkegem, Huizegem en Huinegem in Asse, Gamelgem in Kobbegem en Bettegem in Zellik. Udelgem en Hemelgem zijn alleen overgeleverd als namen van akkerland in Kobbegem en over de namen Mozegem in Mollem en Gundelgem in Zellik hebben we geen verdere gegevens.
 
Deze resultaten bevestigen de stelling van J. Lindemans dat namen met heem oorspronkelijk sloegen op een "afgezonderd hof", met de uitgestrektheid van een grote landbouwonderneming. Later konden deze uitgroeien tot een dorp of een gehucht, ofwel alleen een spoor achterlaten in de vorm van een veldnaam, maar dit zijn de zeldzaamste gevallen (J. Lindemans 1940: p. 14-16).
 
Dr. Frans Claes S J.
 

BIBLIOGRAFIE

H. Claes, Brabantse toponymie volgens Lindemans. Meise, Merchtem, Mollem. Onuitgegeven verhandeling KU Leuven, 1969.
M. Colruyt, Bijdrage tot de toponymie van de Vlaamse bezittingen van de abdij van Affligem. Onuitgegeven verhandeling KU Leuven, 1961. 
M. Gysseling, Toponymisch Woordenboek van België, Nederland, Luxemburg, Noord-Frankrijk en West-Duitsland vóór 1226). Tongeren, 1960. 
M. Gysseling, "Inleiding tot de toponymie, vooral van Oost-Vlaanderen", in: Naamkunde 10 (1978), p. 1-24.
J. Lindemans, "De Frankische kolonisatie in Brabant. De oudste bewoonde plaatsen naar hun benaming", in: Eigen Schoon en De Brabander 17 (1934), p. 1-11, 87-94, 333-33 , 375-381; 20 (1937), p. 85-93, 197-200, 366-374; 21 (1938), p. 285-293.
J. Lindemans, Toponymische verschijnselen geografisch bewerkt. I. De heemnamen en ingeformaties. De kouternamen (Nomina geographica Flandrica, Studies V, 1). Brussel, 1940.
J. Lindemans, Toponymie van Asse. Brussel, 1952.
P. Lindemans, "Het domein der St.-Baafsabdij van Gent te Zellik", in Eigen Schoon en De Brabander 21 (1938), p. 209-238.
J. Stroop, Molenaarstermen en Molengeschiedenis. Amsterdam,  1977. 
J. Verbesselt, Het Parochiewezen in Brabant tot het einde van de 13de eeuw. IV. 1965; V, 1966. Pittem.