Documenten‎ > ‎Namen in Asse‎ > ‎

De naam Bollebeek

door Joris Spanhove msc (uit tijdschrift Ascania 1992-4)

De oudste schrijfwijzen van Bollebeek vinden we in het toponymische woordenboek van Maurits Gijsseling: Bolenbeca 1106, Bollebeca 1110, Bolenbeke 1117, Bolenbeka 1130. Grote wijzigingen hebben zich dus in de naam niet voorgedaan. We wijzen er op, dat de naam Bollebeek ook terug te vinden is in het Luikse dorpje Bombaye, niet ver van de Duitssprekende grens. Oorspronkelijk droeg dit dorpje een Germaanse naam Bolbeek. Ook diep in Noord-Frankrijk treffen we een Bolbec aan, waar het Germaans overheerste tot de 8ste eeuw. Het is duidelijk, dat Bollebeek een gedeelte van zijn naam dankt aan de beek, die het doorkruist. Deze beek is jarenlang de scheidingslijn geweest tussen Bollebeek gedeelte van Brussegem en Bollebeek gedeelte van Mollem. Levend Brussegem en Mollem, dood Bollebeek, zei men in die parochie. 


Tientallen gemeenten in Brabant en ook gehuchten dragen een beek naam. Denk maar aan de dorpen Strombeek, Heembeek, Wambeek, Molenbeek en de wijken Bosbeek, Waarbeek, Asbeek. De oud Germaanse naam voor beek was baki. 

Beeknamen behoren vaak tot de oudste plaatsnamen van een streek. Nood aan water dwong onze vroegere bewoners zich te vestigen in de buurt van een bron of beek. Asse dankt zijn naam aan een bron en betekent «bij de bron». De vroegste bewoning van Bollebeek is dan ook te zoeken in de nabijheid van de beek. 

De Bollebeek draagt in haar loop meerdere namen. In Kobbegem spreekt men van de Maalbeek, in Mollem van de Molenbeek, verder van de Steenhuffelbeek en Eikevliet is daar de naam van de Bollebeek. Deze vliet stort zich in de Rupel. De naam Maalbeek in Kobbegem en Molenbeek in Mollem wijst er op, dat die beek ook een economische betekenis had wegens de watermolens, die er langs werden opgericht. Soms is de naamvorming van die beek duidelijk Maalbeek en Molenbeek spreken voor zichzelf. Bollebeek alsook Bellebeek, vroeger Alfenebeek genoemd plaatsen ons echter voor vraagtekens. We geven hier de verschillende interpretaties, die men voor de Bollebeek opstelde. 

1. De geliefde pastoor De Munter van Mollem zorgde voor een romantische uitleg. In Eigen Schoon 1912 schrijft hij : «Bollebeek dankt zijn naam aan de slagregens, die het water rimpelig en huppelend over de keien in haar bedding deden afrollen en aanBOLLEN. Zo geeft de beek taterend haar naam aan de geliefkoosde parochie Bolle beek». Dichterlijk is niet altijd historisch. 

2. De geschiedschrijver A. Wauters in zijn werk «Les Environs De Bruxelles» vertaalt Bollebeek als «ruiseau du taureau» dus Stierbeek. Hij steunt hierbij op het oud 
Germaans woord «bulna», dat stier betekent. In het oud Vlaams leeft die term nog voort in «bul», dat stier kan beduiden. In Haasdonk ligt een gehucht Bolzele, Maurits Gijsseling laat dit woord afleiden van «sala-zele» huis van «bulna» stier. Tegenwoordig beleeft men de strekking oude plaatsnamen te doen herleven in straatnamen. Ik denk niet, dat Bollebeek graag zijn naam zou veranderd zien in Stierbeek. 

3. Vaak krijgen beken hun naam naar het uitzicht van de natuur, waardoor ze vloeien. Denk aan Bosbeek, een beek die door struikgewas stroomt, denk aan Waarbeek, beek die door een «waarde» of weide van bermen voorzien vloeit, denk aan het Leuvense Vlierbeek, een beek omgroeid met vlieren. In het oud Vlaams kan «bolle» betekenen wilde haver, vlashaver. Men noemt dit onkruid in Asse «oot of aat». We hoorden dan ook ooit zeggen, dat de Bollebeek een beek zou zijn met aan haar oevers «Bolle of oot». Dit lijkt ons vergezocht. 

4. Een beek draagt soms de naam naar de natuur van de grond, waar tussen ze spoelt. Steenbeke, een gehucht van Pollare, dankt zijn naam aan zijn keiachtige bedding en Lembeek aan zijn leemachtige oevers. De Bollebeek vloeit lijk elke beek op lagere plaatsen. Daar kan ze haar water verder naar lagere gebieden stuwen. Wie de loop van de Bollebeek van Kobbegem naar Mollem volgt, staat vaak voor een moerassig gebied. In Kobbegem vloeit de Bollebeek door de Broekstraat. Broek betekent moeras. In het oud Vlaams betekent bolle ook niet stevig, zacht, turfachtig, moerassig. Zo zou Bollebeek moerasbeek kunnen betekenen. 

5. Een van de meest beslagen toponymisten van ons land is Maurits Gijsseling. Deze ziet in Bolle een persoonsnaam, «Bulo». Deze Frank zou zich in de nabijheid van de beek hebben gevestigd onder de Frankische volksverhuizing van 406 en daar een domein hebben veroverd. Bollebeek zou dan zijn naam danken aan «beek van Bulo». Deze uitleg lijkt ons de meest aanneembare Bollebeek dankt dan zijn naam aan de Frankische landname lijk de omliggende dorpen en gehuchten: Relegem, Brussegem, Vrijlegem, Bettegem, Walfergem... Oorspronkelijk luidde Relegem «Radilingaheim»: Heim=huis, inga=van, dus huis van Radilo. Walfergem luidde oorspronkelijk Walfrithingaheim: Heim=huis, inga=van, Huis van Walfrith. In Bollebeek zou huis vervangen zijn door beek. Aan die oevers richtte de Frank Bulo zijn woonst op. Zo had Bollebeek ook Bollegem kunnen genoemd worden. Deze theorie legt ook het ontstaan van het Groot Hof van Bollebeek met zijn groot domein uit. Gissen en vergissen is mogelijk. 

J. Spanhove