Documenten‎ > ‎Namen in Asse‎ > ‎

Burgemeesters van Asse


De burgemeesters van Asse (1795-1976)

door Jaak Ockeley
(uit Ascania tidschrift 1966-3 en 1967-1)


De val van het "Ancien Régime" op 14 juli 1789 met de inname van de Bastille in Parijs, luidde een tijdperk van grondige hervorming in. In de nacht van 4 op 5 augustus 1789 besloten de geestelijken en de edelen te verzaken aan hun rechten en privileges en meteen ook van vertegenwoordigd te zijn in het stadsbestuur door een meier, amman, schout, baljuw of dros-saart, hoe men deze afgevaardigde ook noemen wil. Voortaan stond aan het hoofd van de gemeente een door het volk aangewezen en door het hoofd van de centrale regering benoemde vertegenwoordiger. De titel van deze gemeentelijke magistraat was onder het Frans Bewind maire, maar werd in 1814 definitief gewijzigd in die van burgemeester.
 
De inhoud van het woord "burgemeester" heeft reeds een hele ontwikkeling doorgemaakt. Reeds van in het begin der middeleeuwen is er sprake van een "communie-meester" die moest instaan voor de verdediging van de stad. Als dusdanig was hij de aanvoerder van de gemeentelijke milities. Opvallend is, dat het bijna steeds de "voorscepene" is, d.i. de eerste, gewoonlijk de oudste schepen, die hiervoor instond. Door de tijd heen werden beide woorden synoniem voor een en dezelfde person.
 
Vanaf de tweede helft van de 16de eeuw breekt de naam burgemeester voorgoed door, en is het steeds de eerste schepen die de titel van burgemeester draagt, dit in tegenstelling met zijn zes andere kollega's die titel van schepen bleven behouden. Heden is het de titel van de hoogste gemeentelijke gezagdrager en vertegenwoordigt hij als dusdanig het centraal rijksbestuur in de gemeente. Van rechtswege is hij voorzitter van de gemeenteraad en van het college van burgemeester en schepenen. Tevens is hij het hoofd van de gemeentelijke politie. Hij wordt benoemd door het hoofd van de uitvoerende macht, d.i. de Koning, voor een ambtsperiode van zes jaar, moet zijn woonplaats in de gemeente hebben en tenminste 25 jaar oud zijn.
 
Toen generaal Dumouriez op 6 november 1792 te Jemappes het Oostenrijkse leger versloeg, poogde hij de denkbeelden van de Franse Revolutie bij ons ingang te doen vinden. Hij werd echter gestuit te Neerwinden op 18 maart 1793. De revolutionaire ideeën kenden echter een definitieve doorbraak toen generaal Jourdan door zijn overwinning te Fleurus op 26 juni 1794 de Oostenrijkse bezetters het land uitjoeg. Op 4 vendenriaire an IV (1 oktober 1795) werd België bij Frankrijk officieel ingelijfd, iets waar keizer Frans II van Oostenrijk bij het verdrag van Campo Formio op 17 oktober 1797 mee instemde. België werd volledig op dezelfde leest geschoeid als de Franse republiek en de denkbeelden "Liberté, Egalité, Fraternité" met of zonder toestemming als de onze opgedrongen. Ons land werd verdeeld in departementen, deze in arrondissementen, deze in kantons en deze op hun beurt in gemeenten.  Volgens de grondwet van het jaar II van de Franse Republiek werden de gemeenten bestuurd van uit de kantonhoofdplaats door een commissaris van het uitvoerende bewind. Later bij de grondwetsherziening van het jaar VIII werd voor iedere gemeente afzonderlijk een maire or burgemeester benoemd en zo is het gebleven tot op onze dagen.
 
1. Mathias Gruber (1795-1804)
 
Hij werd rond 1752 geboren en studeerde rechten. Ten tijde van Karel van Lorreinen, gouverneur-generaal der Zuidelijke Nederlanden, was hij raadspensionaris te Brussel. Hij was een verwoed partijganger van de verlichte ideeën en stond aanstonds aan de zijde van de Franse "bevrijders" toen zij België veroverden. In 1795 werd hij benoemd tot "commissaire du directoire exécutif" van het kanton Asse. Hier vond hij 'n schare van trouwe aanhangers in de notarissen Philippe van Itterbeke, agent municipal en later president de la municipalité du canton d'Assche, Etienne Francois Gilles, adjoint-municipal, en Egide Guillaume Crick, agent municipal en later adjoint-maire, ook in Pierre van Mulders en Pierre Fieremans. Toen Napoleon door de grondwet van het jaar VIII aan iedere gemeente een afzonderlijk gemeentebestuur hechtte, werd Mathias Gruber "maire de la commune d'Assche". In deze functie bleef hij tot de 3ième nivose an 12, wanneer hij uit Asse werd teruggeroepen, vermoedelijk om een hogere functie te bekleden in het rijksbestuur.
(Zie ook over hem een nota van J. Spanhove in Ascania, 1965, nr 3, blz. 29.)
 
2. Gilles Guillaume Crick (1804-1813)
 
Werd geboren te Asse op 10 december 1769 als zoon van notaris Frans Martinus Crick en Barbara Philippina Verbrug-ghen. Volgde zijn vader op als notaris te Asse in 1797. Was net als zijn voorganger, partijgenoot van de nieuwe gedachten-stroming en als dusdanig in de Brabantse Omwenteling sympa-tisant van advokaat Jan Frans Vonck. Reeds vanaf het jaar 6 wordt hij als agent municipal opgegeven. In 1799 (an 8) noteren wij hem als adjoint-maire en ondertekent hij in die functie de registers van de Burgerlijke Stand te Asse. Toen maire Gruber in 1804 werd teruggeroepen, volgde Crick hem op. Hij bleef maire te Asse tot 1813, toen werd hij gemeenteraadslid, wat hij bleef tot aan zijn dood op 27 november 1833. In 1795 huwde hij te Asse Marie Elisabeth Velleman, dochter van Jan Frans Velleman die onder het Frans Bewind "juge de paix et officier de police judiciaire du canton d'Assche" was.
 
3. Engelbert de Pauw (1813-1827)
 
Burgemeester de Pauw werd geboren te Zellik op 22 april 1770 als zoon van Frans Jozef en van Elisabeth Verheyden. Zijn ouders kochten op l augustus 1791 van jonkers Jan Baptist Antonius en Ludovicus Josephus Robijns, een prachtige herenwoonst op de markt te Asse. Dit huis is heden bewoond door notaris Louis Stas. Hier openden zij een zeepziederij. Burgemeester de Pauw zou later deze industrie voortzetten. Rond september 1827 trok hij zich terug uit de politiek en stierf te Asse op 9 april 1853 als jonggezel.
 
4. Franciscus Benedictus de Bolster (1827-1830)
 
Hij werd geboren te Geraardsbergen op 20 februari 1775 als zoon van Filip Jozef de Bolster en van Maria Anna Luyckx. Na zijn huwelijk met Catharina Philippina Nerinckx vestigde hij zich omstreeks 1804 te Asse als huidevetter. In 1813 benoemde het rijksbestuur hem tot schepen. Rond 27 september 1827 stelde koning Willem I der Nederlanden hem aan tot burgemeester van Asse. Dit bleef hij tot 1830. Burgemeester de Bolster stierf te Asse op 27 april 1852. Zijn schoonzoon Jozef Emmanuel de Lantsheere volgde hem in zijn politieke loopbaan op.
 
5. Franciscus Hendrik Engelbert Stevens (1830-1835)
 
Werd geboren te Brussel op 29 september 1797 als zoon van Benedictus Jacobus Albertus Stevens en van Maria Catharina Pauwels. Op 28 mei 1827 huwde hij te Asse Jeanne Pe-tronilla de Bisschop, uit de afspanning "Den Ossenkop" en weduwe van schepen Jacobus Carolus de Deken. In 1830 werd hij burgemeester te Asse en bleef dit tot 1835 toen hij ontslag gaf en uit Asse verhuisde.
 
6. Franciscus Xavier Alexander, ridder de Viron (1835-1895)
 
Ridder de Viron werd geboren te Brussel op 30 juli 1807 als zoon van Jan Carolus Viron en van Maria Theresia van Win-ghem. Toen hij op 27 september 1833 te Asse met Marie Angelique van Innis huwde, was hij bediende bij het provinciale gouvernement van Brabant. In 1835 werd hij met 72 op 92 stemmen verkozen tot burgemeester van Asse en zou het onafgebroken blijven tot 1895. Ter gelegenheid van zijn 50-jarig jubileum werd hem een bronzen borstbeeld aangeboden dat zich heden in de raadszaal van het gemeentehuis bevindt. Ook een straat te Asse draagt zijn naam. Ridder de Viron stierf te Asse op 27 februari 1895 en werd in de politiek opgevolgd door zijn schoonzoon Emiel van Innis.
 
7. Leon Eugène Isidore de Coster (1895-1921)
 
Werd geboren te Merchtem op l maart 1854 als zoon van Eugeen Edward Hendrik de Coster en van Hortensia Maria Frederika van Innis. Hij was een neef van ridder de Viron. Sinds 1878 was hij gemeenteraadslid te Asse, in 1884 werd hij schepen in vervanging van Jozef Emmanuel de Lantsheere. In oktober 1894 werd hij verkozen tot burgemeester te Asse en bleef het tot april 1921. Toen werd hij opnieuw gemeenteraadslid tot hij op 18 februari 1927 ontslag gaf ten voordele van dokter Jules Gautot. In 1902-10 en 1912-1925 was hij volksvertegenwoordiger. Hij stierf te Asse op 10 februari 1928.
 
8. Henri Marie Paul Raymond Joseph van Innis (1921-1932)
 
Burgemeester van Innis werd geboren te Asse op l februari 1872 als zoon van Emiel Jan Marie van Innis, oud-vrederechter en van Felicie Marie Henriette Ghislaine de Viron, de dochter van ridder de Viron. Hij volgde zijn vader op in de politiek als gemeenteraadslid in 1903, In 1916 werd hij schepen en op 24 april 1921 werd hij met 721 stemmen verkozen tot burgemeester van Asse en bleef dit tot 1932. Toen werd hij terug gemeenteraadslid. Hij trok zich uit de politiek terug in 1946 na van 1944 tot 1946 plaatsvervangend schepen te zijn geweest. Hij stierf te Asse op 21 juli 1949.
 
9. Jozef Jan Filip De Doncker (1933-1942)
 
Jozef de Doncker werd geboren te Asse op 29 januari 1882 als zoon van Pieter Egied de Doncker en Maria Rosalia Schaumans. Te Leuven studeerde hij voor dokter in de geneeskunde. Op 10 oktober 1926 werd hij als kandidaat van lijst l verkozen tot gemeenteraadslid met 715 stemmen. In 1932 werd hij burgemeester toen zijn partij, de Christen-Democraten, een meer-derheidscoalitie vormde met de Katholieke Gilde. In 1938 kwam hij met een afzonderlijke lijst op onder de naam van "Gemeentebelangen". Hij werd in zijn ambt bevestigd na de verkiezingen waarin zijn partij de volstrekte meerderheid behaalde. Ingevolge een "Verordnung" - uitgevaardigd in 1941 tijdens de duitse bezetting - en waarbij openbare mandatarissen op de leeftijd van 60 jaar dienden vervangen, werd Dr de Don-cker die op 29 januari 1942 zestig werd, gedwongen af te treden. Dr de Doncker stierf te Asse op 23 december 1943.
 
10. Jan Van Hoof (1942-1944)
 
Werd geboren te Lier op 26 mei 1910 als zoon van Frans Van Hoof en Nathalia Francisca Rosalia Martin. In 1938 huwde hij te Asse met Louisa Doorns. Op voordracht van het toenmalig schepencollege werd hij op 12 mei 1942 door de Sekretaris-Generaal van Binnenlandse Zaken tot burgemeester aangesteld. Hij bleef dit tot bij de bevrijding in september 1944.
 
11. Leon Florent Rufin Goossens (1944-1946)
 
Burgemeester Goossens werd geboren te Asse op 20 april 1878 als zoon van Theofiel Goossens en van Maria Clementia De Rop. Hij studeerde te Leuven voor dokter in de geneeskunde. Zijn loopbaan in de politiek begon hij in 1921 als opvolger van zijn broeder Alfred Goossens. Toen werd hij verkozen tot gemeenteraadslid. Hij werd schepen benoemd en bleef dit tot in 1938 wanneer zijn partij de absolute meerderheid verloor. Door regentsbesluit werd hij tot burgemeester benoemd op 18 oktober 1944. Hij bleef dit tot augustus 1947. Dokter Goossens eindigde zijn politieke loopbaan als gemeenteraadslid in 1952 en stierf te Asse op 19 maart 1953.
 
12. Eugeen van der Haegen (1946-1947)
 
Burgemeester van der Haegen werd geboren te Aalst op 15 juli 1910 als zoon van advokaat Carolus Francis Odilon Maria van der Haegen en Helena Maria Josephina Moyersoen, de zuster van minister baron P. Moyersoen. In 1940 huwde hij een dochter van dokter Gautot te Asse en vestigde zich op het kasteel Putberg te Asse-Asbeek. Op 26 februari 1946 werd hij op de lijst Gemeentebelangen verkozen en in augustus 1947 benoemd tot burgemeester. Op 10 maart 1949 nam burgemeester van der Haegen echter ontslag en vestigde zich tijdelijk als industrieel-koloniaal in Congo. Hij overleed te Asse op 9 april 1965.
 
13. Gerard Franciscus Joseph Van Wijnendaele (1949-)
 
Werd geboren te Hillegem op 14 maart 1908 als zoon van Cyriel Van Wijnendaele en van Magdalena Van Melckebeke. Woonde lang te Herzele en liep aldaar lagere school. Deed middelbare studies in het St.-Augustinus-College te Edingen en behaalde in 1929 het diploma van wetenschappelijk regent aan de Sint-Thomasnormaalschool te Brussel. Was achtereenvolgens leraar in het St.-Martenscollege te Aalst, Vrije Technische school te Waver, Rijksmiddelbareschool te Menen en Oudenaarde en in het Atheneum van Koekelberg. Huwde in 1934 Julie Florida Meert en is sinds 1941 te Asse woonachtig. Werd in 1941 plaatselijk vertegenwoordiger van de V.T.B, en in 1944 hoofdredacteur van De Toerist. Stichtte op 26 december 1945 het ruim verspreide weekblad De Galm. Begon zijn politieke loopbaan in 1946. In januari 1947 werd hij tot schepen aangesteld. Toen burgemeester Van der Haegen in 1949 ontslag nam, werd hij in september van hetzelfde jaar tot diens opvolger benoemd. In 1952 en 1958 behaalde zijn lijst de volledige meerderheid en werd hij in zijn ambt bevestigd. In 1964 behaalde zijn lijst 6 zetels op de 13. Na overeenkomst met de lijst der Katholieke Gilde, werd hij opnieuw voorgedragen en benoemd tot burgemeester. Hij stelde zich herhaaldelijk kandidaat voor senator op de lijst van de CVP, arrondissement Brussel, doch werd ondanks zijn 13.329 voorkeurstemmen in 1958, nooit verkozen.
 
(nota: dit artikel dateert uit 1967, Gerard Van Wijnendaele bleef uiteindelijk burgemeester tot eind 1976, een periode die samenvalt met het einde van de 'kleine' gemeente Asse en het begin van de fusiegemeente Asse)