Documenten‎ > ‎Namen in Asse‎ > ‎

Burgemeester de Viron


door Jaak Ockeley
(uit Ascania-tijdschrift 1983-3)
 
 
Op 27 september 1833 huwde te Asse Maria Angelica van Innis, enige dochter van dokter Karel van Innis en van Maria Elisabeth de Pauw met Franciscus Xaverius Viron, een bediende bij het provinciaal gouvernement van Brabant. Deze Viron was een Brusselaar; hij werd in de hoofdstad geboren op 30 juli 1807 als achtste kind van Jan Carolus Viron en van Maria Theresia van Winghen. Dit gezin woonde tot in de lente van 1862 in de Steenweg in het ouderlijk huis van de familie van Innis. Dat jaar, in de maand mei, verhuisde de familie de Viron naar het kasteel te Waarbeek.
 
Met 72 op 92 stemmen verkozen, werd Frans Xaveer Alexander Viron op 17 februari 1835 benoemd tot burgemeester van Asse in opvolging van Frans Hendrik Engelbert Stevens de Bisschop die was uitgeweken. Viron zou onafgebroken tot 27 februari 1895 burgemeester van Asse blijven.
 
Op de gemeenteraadszitting van 21 januari 1885 werd ter gelegenheid van zijn gouden jubileum als burgemeester een "démonstration de joie publique" gepland. Van het feestcomité zouden, naast alle leden van de gemeenteraad, deel uitmaken: notaris Victor Crick, geneesheer Romain de Lants-heere, huidevetter Benoit van de Putte, de brouwers Pieter Fieremans en Felix Goossens, handelaar Christiaan de Smedt, pastoor-deken Pierre Danis en de grondeigenaar Hubert Delvaux. Deze viering had plaats op maandag 6 juli 1885.
 
Op 29 oktober 1887 noteerde gemeentesecretaris Frans Verbrugghen dat de Viron zijn ontslag als burgemeester had aangeboden. Wat hiervan de oorzaak was bleef ons onbekend of moeten we denken aan strubbelingen met de Harmonie Sint-Cecilia en de schuttersmaatschappij Concorde. Blijkbaar heeft de Viron dit ontslag achteraf weer ingetrokken want de volgende gemeenteraadszitting wordt door hem weer voorgezeten. De gemeenteraadszitting van 23 september 1893 was de laatste die door de toen al 86-jarige de Viron werd geleid. Hij zou nochtans burgemeester blijven tot zijn dood op 27 februari 1895.
 
Op de gemeenteraadszitting van 7 februari 1895 stelde schepen Leon de Coster voor een jubelfeest te organiseren ter gelegenheid van het diamanten burgemeesterjubileum van ridder de Viron. De gevierde stierf echter 27 februari 1895 in zijn kasteel te Waarbeek. De volgende dag besloot de gemeenteraad, in spoedzitting bij elkaar geroepen, aan de familie een rouwbetuiging te sturen. Bovendien zou men op de begrafenis, die zou plaatshebben op maandag 4 maart te 11 uur, het lijk vergezellen van aan het gasthuis tot aan de kerk. Daar zouden bijzondere plaatsen in het hoogkoor voor de raadsleden worden voorbehouden. De dienstdoende burgemeester Leo de Coster en raadslid Felix Goossens zouden de slippen van het baarkleed vasthouden. De lijkrede werd uitgesproken door Leo de Coster. Verder werden verzocht aanwezig te zijn: hoofdonderwijzer Jules van den Eynde van de gemeenteschool in de Neerstraat en hoofdonderwijzer Desiré de Grave van de gemeenteschool te Asbeek elk vergezeld van hun hulponderwijzers en tien leerlingen. Ook de bestuursleden van het Kerkfabriek, het burgerlijk godshuis en het bureel van weldadigheid, werden gevraagd de dienst bij te wonen. De bewoners van de huizen, waar de stoet zou voorbij trekken, werden verzocht de vlag halfstok te hangen; het gemeentebestuur zou er de lantaarns doen branden en de lampen met "krip behangen".
 
Als huldeblijk en ter nagedachtenis van het 60-jarig burgemeesterschap van ridder de Viron, besloot de gemeenteraad in haar zitting van 22 juni 1895 een borstbeeld van deze burgemeester te laten vervaardigen. Beeldhouwer Vanhavermaete uit Sint-Niklaas kreeg hiertoe de opdracht. Het beeld werd in brons gegoten door J. Petermann uit Brussel en kostte 1500 goudfranken (20bis). Verder besloten de raadsleden ook de Kerkstraat om te dopen in De Vironstraat. De inhuldiging van het borstbeeld werd uitgesteld tot 1896 omdat er in het najaar van 1895 belangrijke gemeenteraadsverkiezingen zouden gehouden worden.
 
In haar raadszitting van 31 juli 1896 besloot de gemeenteraad de inhuldigingsfeesten op zondag 6 september, d.i. veertien dagen voor september-kermis, te laten plaatsgrijpen. Daar de Harmonie Sint-Cecilia weigerde hieraan deel te nemen, besloot de raad maar de muziekmaatschappijen uit Mazenzele, Mollem-Bollebeek en andere dorpen uit te nodigen. De deelnemende groepen zouden die zondag te 14.30 uur aan het station verzamelen en vandaar, onder 't spelen van "pas-redoublé's".
 
langs de "Statiestraat, Gemeenteplein, Kattestraat, Merkt, de Vironstraat, Steenweg, Nieuwstraat, Kalkoven en Steenweg naar het gemeentehuis " trekken. Om dit feest aanlokkelijk te maken loofde het gemeentebestuur 345 F aan premies uit: één van 75 F. twee van 50 F, drie van 30 F en vier van 20 F. iedere deelnemende groep zou bovendien ook een vergulde gedenkpenning krijgen.
 
De dag zelf werd de wedstrijd opengespeeld door de harmonie de St.-Martinusgilde uit Asse. De overige maatschappijen speelden in volgorde bepaald door het lot. De familie de Viron-van Innis, de gemeenteraadsleden en de openbare ambtenaren woonden het schouwspel bij van op de pui van het gemeentehuis. Buiten de omheining verdrongen zich wel 4 tot 5.000 mensen.
 
Na een redevoering van burgemeester Leo de Coster, waarin hij het leven schetste van zijn voorganger en beeldhouwer Van Havermaet prees om zijn werk, werd, onder het spelen van de Brabaconne door de Sint-Martinusgilde uit Asse, het borstbeeld onthuld en werden de personaliteiten een receptie aangeboden. Tenslotte werden door de gemeenteraad de premiën uitgereikt. De fanfare Concordia uit Merchtem verwierf de eerste prijs ter waarde van 75 F; twee premies van elk 50 F werden uitgereikt aan de harmonie De Volherding uit Opwijk en aan de fanfare de Katholieke Gilde uit Hekelgem. De maatschappijen Sint-Lodewijkskring uit Brussel, de werkmanskring uit Sint-Jans-Molenbeek en de harmonie de Verbroedering uit Ternat kregen elk 30 F. Met een prijs van 20 F werden bedacht : de maatschappij Werkmanshuis Concordia uit Brussel, de zangmaatschappijen De Vereenighde Vrienden uit Mollem en de Eendracht uit Mazenzele en de fanfare Pro Deo et Patria uit Essene. De Sint-Jozefskring uit St.-Ulriks-Kapelle en de Xaverianen uit Asse droegen de rode lantaarn, toch kregen zij net als de andere groepen, een "verguld eremetaal". 's Avonds trokken deze muziekmaatschappijen, al spelend "de Vlaamsche Leeuw" en vergezeld "door eenen prachtigen Lichtstoet" naar het station.
 
Tot zondag 13 september zou het borstbeeld te bezichtigen zijn voor het publiek in de hall van het gemeentehuis, nadien werd het in de trouwzaal geplaatst waar het zich tot over een tiental jaar nog steeds bevond. Sindsdien bevindt "de Viron" zich op de zolder van het gemeentehuis, wachtend op eerherstel.
 
Jaak Ockeley
 
(voor de bronvermeldingen bij dit artikel verwijzen we naar het Ascania nummer 1983-3)