Documenten‎ > ‎Muziek in Asse‎ > ‎

d'Harmonie


Boekbespreking
Frans Goossens: "De Koninklijke Harmonie Sint-Cecilia"

door Joris Spanhove
(uit Ascania-tijschrift 1984-3)

We brachten omtrent 35 jaar in Asse door aan het Ascanuscollege. We waren er leraar van Latijn en geschiedenis in de Retorika. De algemene geschiedenis trachtten we te doen uitmonden in de lokale geschiedenis van Asse. Jammer, dat we dan niet konden beschikken over het rijk gedocumenteerde boek van Frans Goossens over de koninklijke harmonie St.-Cecilia. Dit is niet alleen het verhaal van de geschiedenis van een muziekmaatschappij. Een grote brok volksleven van Asse speelt er zich in af. Men ervaart hierbij sterk, hoe landspolitiek en dorpspolitiek dicht bij elkaar liggen dat wolken boven Brussel neerslag hebben over Asse.

Als kloosterling zijt ge niet sterk verbonden met het volksleven. Ge bespeelt geen instrument, ge bezoekt geen café. Ge vangt er echter klanken van op en ge vindt er flarden van terug in de bladen. Overzichtelijk is dit alles niet. Nu, na lezing van dit boek, kan ik me beter een incidentje indenken dan vroeger. Rond de jaren dertig stapten we bij elke processie in Asse mee op met de studentenfanfare van onze apostolische school. Die groep toeterende jonge "paterkes" ondervond heel wat sympathie. We werden echter zo opgesteld, dat we de andere musicerende maatschappij (en) niet stoorden. Na de processie trokken we met een klinkende stapmars terug binnen de muren. Na zo een processie begonnen we in de Kattestraat met volle muziek te marcheren. "Dulcissimo" was wel de grootste eigenschap niet van onze Walfergemse studentengroep. De "liberale" harmonie, gaf juist op het gemeenteplein een uitvoering ten beste. Ons geschetter bracht de "blauwe" van de wijs. Er werd geroepen, gedreigd. We zaten zonder vooropgezet plan volop in de dorpspolitiek.

Voor die anekdote vinden we een verklaring in het boek van Frans Goossens. Het boek valt op door zijn objectieve, ja zelfs ironische toon. Met een tikje weemoed wordt verteld, hoe in 1979 ondervoorzitter Goossens er van droomde een brug te slaan naar de andere muzikale familie: twee onafhankelijke maatschappijen onder een en dezelfde dirigent, François De Ridder (blz. 175).

Wie de geschiedenis van Asse wetenschappelijk zal herschrijven, kan aan dit werk niet voorbijgaan. Het bevat een rijkdom aan allerlei gegevens. Het herschrijven van de geschiedenis van Asse is nodig. Desiré De Grave is achterhaald en het degelijk overzichtelijk boekje van Jaak Ockeley, Bij de Bron, is te beknopt.

We kunnen in dit boek duidelijk, de lijn van de geschiedenis van de harmonie volgen: de kinderziekten onder het Frans en Hollands bewind (1811-1830). Praktisch kwam het muziekkorps toen niet van de grond. Eerst in 1835 kwam het tot groei en bloei. De "Crickdynastie" speelde hierbij een toonaangevende rol. Dit muziekensemble beheerste tot 1886 het muzikale leven van Asse. Het luisterde allerlei feestelijkheden op, stapte mee op in de processies, begeleidde de bedevaart naar Kruisborre, bracht jaarlijks een serenade aan mijnheer de deken, begint het Ceciliafeest met een mis... Het boterde toen tussen kerk en fanfare.

De bitsige schoolstrijd na 1880 veroorzaakte in 1887 een scheuring. De eenheid was verbroken. Aanleiding tot de oprichting van de Sint-Martinusharmonie, in de volksmond de Suskes, de gilde, werd een niet kerkelijke begrafenis, niettegenstaande verzet, toch opgeluisterd door de Harmonie Sint-Cecilia. Later zal er zich in de schoot van de maatschappij Sint-Martinus een dergelijk schisma voordoen. Onder invloed van de impulsieve onderpastoor van Eyck zullen de democratische "Jefkes" zich afscheuren van de conservatieve "Suskes". De Harmonie Sint-Cecilia kwam echter die splitsing te boven. Voortaan echter stelden Sint-Cecilia en Sint-Martinus het niet te best met elkaar. De verhoudingen werden gepolariseerd. Men drijft bij ruzie elkaar gemakkelijk naar extremen. De liberale tint van sommige leden van Sint-Cecilia, de vrijzinnigheid van enkelen en langs de andere kant de achteruitstelling van de "blaue" fanfare door het gemeentebestuur en de voorkeur van de kerkelijke kringen voor de Suskes verstrakten de gespannen relaties.

De strijd rond het schoolvraagstuk en (ook rond de kerkhoven) in het land deed zich zo in Asse ook sterk voelen. De Sint-Cecilia harmonie liet de mis op het feest van haar patrones van kant, ze luisterde de processies niet meer op en mijnheer de deken kreeg zijn jaarlijkse serenade niet meer. Deze antiklerikale atmosfeer bracht tussen de leden van de harmonie zelf spanningen. De radicaleren, liberaal georiënteerd, richtten de "Vrije Muzikanten" op. De gematigde vleugel vormde een nieuwe maatschappij, in de volksmond "Peper en Zout". De Assenaren hebben er het handje van weg om tekenende bijnamen te vinden. Er volgden hieruit onverkwikkelijke processen over eigendomsrechten. Neen, la musique n'adoucit pas toujours les moeurs.
 
De grote wereldoorlog van 1914 beëindigde die kleine oorlog van Asse. De eenheid werd hersteld maar nu geraakte de fanfare volledig in het liberale vaarwater tot zelfs in haar titel. Ze heette voortaan "de liberale harmonie". Sint-Cecilia bleef echter haar patrones. Onder impuls van voorzitter notaris De Smet werd de maatschappij in 1946 opnieuw gedepolitiseerd en ze kreeg de waardige en klinkende naam van "Koninklijke Harmonie Sint-Cecilia". Met ups en downs heeft deze maatschappij kleur en klank gegeven tot op heden aan het feestelijke en muzikale leven van Asse. Daar landspolitiek en dorpspolitiek zo sterk met elkaar verweven zijn, heeft de auteur terecht een hoofdstuk gewijd aan de dorpspolitiek van Asse.

Deze te summiere samenvatting van de historische inhoud van dit werk mag ons niet laten voorbijgaan aan de vele andere interessante gegevens van dit boek. Gebruiken, gewoonten, feestvieringen, uitstappen, uitvoeringen uitvoerig beschreven doen ons de atmosfeer van leven en bewegen in Asse aanvoelen. De honderden namen van voorzitters, dirigenten, spelers zijn onmisbaar voor wie aan familiegeschiedenis doet. Ons trof nog een detail bij het doorwerken van deze geschiedenis. Zo de trend van de verfransing van vóór de eerste wereldoorlog in Asse doorgang had gevonden, dan was de gemeente nu misschien een faciliteitengemeente geworden. Opvallend hierbij is een Franssprekende hogere stand, stamlokalen met de ronkende uithangborden van: Grandhotel, Au lion d'or, Au coin perdu. De Vlaamse reflex heeft dit gevaar gekeerd.

Men leest dit boek niet alleen met spanning uit. Men kijkt het ook nieuwsgierig in. De waardevolle illustraties vertellen soms meer dan teksten. We denken, dat Frans Goossens nog menig los gegeven in de mouw heeft, dat in "Ascania" een plaatsje kan vinden.

Joris Spanhove
Comments