Documenten‎ > ‎Familie de Cotereau‎ > ‎

Rond de Cotereau's 1


Tussen 1979 en 1982 verscheen in het tijdschrift Ascania een reeks bijdragen over de familie de Coterau, de adellijke familie die meer dan 200 jaar de heerlijkheid van Asse in haar bezit had. Deze bijdragen worden hier gebundeld. We wijzen er de lezer op dat deze artikels een groeiproces vormden en dat sommige informatie in de vroegste artikels naderhand werd bijgesteld.
 
• 1 • Joris SPANHOVE & Paul DE BRUYN - Rond de Cotereau's - 1979 - 61-62, 62-64, 65-66, 69
• 2 • Jaak OCKELEY - De familie de Cotereau - 1979 - 93-107
• 3 • Paul DE BRUYN - Jan VI de Cotereau - 1979 - 108-109
• 4 • Joris SPANHOVE & Flor De Smedt - Erard de Cotereau-Maria van Renesse / Marie d'Argenteau / Provende - 1979 - 110-118
• 5 • Joris SPANHOVE - Rond de Cotereau (3) - 1980 - 26-29
• 6 • Paul DE BRUYN - Rond de Cotereau's (4) / Het stadhuis van Brussel - 1981 - 48-52
• 7 • Joris SPANHOVE - Feiten en anekdoten over de Cotereau's - 1982 - 41-48

• 1 •  Rond de Cotereau's
 
In de kliniek van Asse berust een schilderij uit het vroegere gasthuis voorstellend de Heilige Familie op wandel. Op de achtergrond van dit schilderij prijkt een kasteel. De gasthuiszusters waren overtuigd, dat dit kasteel hun vroeger gasthuis van Hulst voorstelde. Het schilderij zou uit Hulst naar Asse zijn meegenomen. Dit kasteel heeft echter geenszins de vorm van een gasthuis. De traditie bij de zusters leek ons dan ook onwaarschijnlijk.
 
En toeval bracht ons tot de identificatie van dit kasteel. De heer Paul De Bruyn uit 's Gravenwezel verkreeg een schilderij, die een telg van de familie De Cotereau voorstelde. We weten dat deze adellijke familie meer dan 200 jaar de heerlijkheid van Asse in haar bezit had. Dit schilderij spoorde de heer De Bruyn aan om verdere opzoekingen te doen over de familie De Cotereau. Zo kwam hij in aanraking met "Ascania" naar aanleiding van een artikel in dit tijdschrift verschenen over een grafsteen van Erard De Cotereau gelegen in de kerk van Pulle (Ascania 1978 blz. 99).
 
Bij zijn opzoekingen kwam hij ook terecht in Westmalle, waar nog een vroeger kasteel van de familie De Cotereau staat. Dit kasteel is nu in bezit van de familie Van Der Straten Waillet. Hier verwees men hem ook naar het kasteel van Barvaux en Condroz, waar nog portretten van de Cotereau's te zien waren. Daar ontdekte hij twee portretten van de familie de Cotereau. Een eerste portret van Hendrik de Cotereau, echtgenoot van Katarina van Halmale en vader van Maria de Cotereau, Vrouwe van Asse, die in 1647 het gasthuis restaureerde en er huisvesting gaf aan de verdreven zusters van Hulst. Een tweede portret stelt Jan IV De Cotereau voor, Heer van Asse, die begraven ligt in het hoogkoor van de kerk van Asse.


Het kasteel van Westmalle (foto)
 
 
 

We publiceren hierbij de tekst waarin Paul De Bruyn deze portretten beschrijft en situeert. Op het schilderij van Hendrik De Cotereau prijkt een kasteel op de achtergrond. Het is duidelijk het kasteel van Westmalle toebehorend vroeger aan de Cotereau's. Welnu, ditzelfde kasteel vindt men op het schilderij van de kliniek van Asse. De H. Familie wandelt in een brok natuur met op de achtergrond een kasteel. Het is nu duidelijk dat dit het kasteel is van Westmalle. Zo is het waarschijnlijk, dat de gasthuiszusters dit schilderij in hun bezit kregen niet langs Hulst maar langs de familie de Cotereau, die hen in Asse ontving.
 
Joris Spanhove msc.
 

Hendrik de Cotereau

Olieverf op paneel van onbekende meester, voorstellend een rijkelijk geklede edelman van 30 jaar oud. Deze edelman staat tegen een achtergrond die uit twee delen bestaat: rechts gedrapeerd rood fluweel, links in perspectief een kasteel, duidelijk bedoeld als eigendom van de betrokkene. Het schilderij werd recent gekuist en waarschijnlijk gerestaureerd. Het is in perfecte staat. De achterzijde van het paneel werd oorspronkelijk bewerkt, waarschijnlijk om het hout te beschermen. Deze beschermlaag schilfert lichtjes af. In het midden boven werd in rood krijt of vetkrijt de aanduiding HK aangebracht. De omlijsting is niet uit de tijd.
 
Dit werk bevindt zich tegen de schoorsteenmantel in het groot salon van het kasteel van Barvaux-en-Condroz, eigendom van graaf d'Aspremont Lynden. Deze familie was de mening toegedaan dat dit schilderij een voorstelling was van één van hun voorouders, vandaar de ereplaats. Het kasteel op de achtergrond zou dit van Rekkem, oud familiebezit moeten voorstellen. Eerder toevallig, bij een gelegenheidsbezoek, meende een lid van de familie van der Straten Waillet van Westmalle het ouderlijk kasteel te herkennen op bovenvermeld schilderij.
 
Interpretatie van de feiten:
Als vergelijkingspunt werd het werk van J. Le Roy "Groot Werreldlijk Tooneel des Hertogdoms Braband" gekozen. Dit werk uit 1630 geeft op bladzijde 64 van het derde boek een zeer duidelijke ets van het kasteel van Westmalle. Een zorgvuldige vergelijking sluit alle twijfel uit. Het betreft wel degelijk het kasteel van Westmalle, en niet dit van Rekkem. Deze vaststelling houdt echter tevens in dat de edelman in kwestie niet een d'Aspremont Lynden, maar wel een de Cotereau betreft (in het kasteel van Barvaux bevindt zich trouwens nog een ander schilderij van een de Cotereau). Een volgende vaststelling is dat het schilderij moet geschilderd zijn na 1561, datum van de eerste steenlegging van het kasteel van Westmalle door Erard de Cotereau († 1575).
 
Erard de Cotereau komt niet in aanmerking, daar hij reeds te oud was volgens de afbeelding. Vermits in zijn onmiddellijke omgeving dient gezocht te worden is het interessant iets meer over dit heerschap te weten. Erard de Cotereau was de enige zoon van Filips de Cotereau en Anna van der Moeien, erfgename van de heerlijkheid Westmalle. Erard diende zeer lang in het leger van Keizer Karel, en werd door deze vorst persoonlijk tot ridder geslagen. Er wordt van hem gezegd dat hij zijn meester volgde met diens kruistocht naar Tunis in 1535.
 
In 1556, na de machtsoverdracht van Keizer Karel, en na gemaakt fortuin, vestigde Erard zich definitief te Westmalle (zie zijn verhelderende "Notities"). Het daarop volgende jaar huwt hij Maria van Renesse en in het jaar 1561 start hij met de herbouw van het kasteel. Zijn oudste zoon Filips-Robert stierf vóór 1585, waarschijnlijk een 25-tal jaar oud, te jong om hier in aanmerking te kunnen komen. Nergens vermeld als erfgenaam.
 
Wij menen echter dat het schilderij duidelijk zijn tweede zoon, Hendrik de Cotereau voorstelt, gehuwd met Catharina van Halmale. Een eerste, zeer duidelijke aanduiding is zeker de gangbare mode van de jaren 1585-90, zeker met betrekking tot de kanten kraag. Een volgende vingerwijzing is de aanduiding op de achterzijde van het schilderij. H + K zou kunnen wijzen op Hendrik en Kotereau. Van de schrijfwijze van de familienaam zijn zeker een vijftal varianten (zie 1.).
 
De zeer rijkelijke kledij wijst nog op het fortuin van Erard die bijzonder welgesteld en cosmopoliet moet geweest zijn. In dit verband kan verwezen worden naar het prachtige praalgraf dat hij voor zichzelf en zijn echtgenote heeft laten oprichten, of dat Hendrik voor zijn vader heeft bewerkstelligd. De latere Cotereau's van Westmalle voerden deze levensstijl niet (zie 2).
 
Deze argumentatie heeft ons tot het besluit gebracht dat de afgebeelde edelman Hendrik de Cotereau van Westmalle voorstelt. Het werk dient gesitueerd te worden rond de jaren 1590, na het afsterven van Erard en de oudste broer en na het in het bezit komen van alle goederen en titels.

Paul De Bruyn

Nota 1: De Cotereau's van Westmalle waren volledig vervlaamst. In dit verband kan verwezen worden naar de "Notitieboekjes" van de verschillende heren.
Nota 2: In dit verband kan verwezen worden naar de eerder eenvoudige grafsteen van Erard († 1662) te Pulle en de zeer kleine en eenvoudige grafsteen van Robert en Margot († 1659) in de kleine hall van het kasteel te Westmalle.
Nota 3: Er is ons geen enkele familierelatie de Cotereau - d'Aspremont-Lynden bekend. Het blijft dus een open vraag waarom deze twee de Cotereau-schilderijen in het bezit van laatstgenoemden zijn.

De grafsteen van Hendrik de Cotereau
 
Hendrik de Cotereau, van wie P. De Bruyn in voorgaand artikel het portret ontdekte op het kasteel van Barvaux-en-Condroz heeft zijn grafschrift in de kerk van Westmalle. Het bevindt zich in de rechter zijbeuk, tegen de rechter muur op een hoogte van ongeveer 3 meter.
 
Hendrik de Cotereau, zoon van Erard de Cotereau en Maria van Renesse, huwde met Katarina Van Halmale en bewoonde het kasteel van Westmalle, dat in 1561 door zijn vader Erard werd herbouwd. Uit dit gezin stamden 5 kinderen: Erard, de oudste, waarvan we de grafsteen in de kerk van Pulle beschreven (Ascania 1978 blz. 99), Robert, Philippine, Emerantia en MARIA. Deze laatste, Maria de Cotereau, huwde met een verre neef, Willem de Cotereau, heer van Asse. Na diens dood werd ze de Vrouwe van Asse, die in 1647 de gasthuiszusters, uit Hulst verjaagd, opving in het gasthuis van Asse. Haar grafsteen berust in de kapel van het oude gasthuis.
 
We geven hier de Latijnse tekst van het grafschrift in de kerk van Westmalle en vertalen hem. We leren er iets kennen over de vader en moeder van Maria de Cotereau.
 
Hic exspectant beatam spem et adventum gloriae magni Dei nobilis et generosus Dns. HENRICUS DE COTEREAU, Erardi f(ilius) Dominus in Westmal, Soersel, Velpen, Woenst-meerbeek, Eerstbruggen, Schellebelle, Wanzeel, etc. Obiit III decembris MDCXXXIII A° aetatis LXXIV et nob. ac gen. Dna CATHARINA DE HALMALE, quae post Aos XXXV cum marito concordissima transactos, obiit XXX septembris MDCXXII aetatis suae LXII, Cornella vero de Cotereau, F(ilia) aet. XII A° MDC.
 
Vertaling: Hier wachten af de gelukzalige Hoop en de glorievolle komst van de grote God, de edele en hooggeboren Heer Hendrik de Cotereau, zoon van Erard, heer van Westmalle, Zoersel, Velpen, Woenstmeerbeek, Eertbruggen, Schellebelle, Wanzele, enz. Hij stierf op 3 december 1633 in de ouderdom van 74 jaar, en ook de edele en hooggeboren Vrouwe, Katarina Van Halmale, die na 35 jaar eendrachtig met haar man te hebben doorgebracht, stierf op 30 september 1622, in de ouderdom van 62 jaar, en ook hun dochter Cornella de Cotereau, oud 12 jaar, gestorven in 1600.
 
Wij hopen langs Paul De Bruyn nog heelwat gegevens over de familie De Cotereau voor Ascania te verkrijgen.
 
Joris Spanhove msc.

Jean IV de Cotereau
 
Het betreft hier een schilderij olieverf op paneel, uitgewerkt in passe-partout vorm. Het is niet gesigneerd en stelt een oudere edelman voor, tussen de 50 en 60 jaar oud. Hij is sober, maar zeer rijkelijk gekleed. Het werk is zeer dringend aan een grondige restauratie toe (afpellende verf). Reeds voorheen werd op de achterzijde een houten raamwerk toegevoegd, waarschijnlijk om het kromtrekken van het paneel tegen te gaan of te verhinderen. Op één van de horizontale latten, in een soort blauwe inkt of verf, vinden we het opschrift "Messire de Cotereau Baron de Joine Sr de Widen Assche etc.", Dit schilderij bevindt zich in het klein salon van het kasteel van Barvaux-en-Condroz, eigendom van de graaf d'Aspremont-Lynden. Volgens de graaf werd het onlangs op één van de zolders van het kasteel gevonden.
 
Eén van de allereerste punten die opvallen bij het nauwkeurig bestuderen van dit schilderij is de eerder gebrekkige vermelding op de achterzijde, duidelijk het werk van iemand die niets afwist van de familie de Cotereau. De familienaam wordt verkeerd geschreven, en in de plaats van Jauche vermeldt men Joine. Wideux wordt Widen. Niettegenstaande deze fouten is dit opschrift wel degelijk bijzonder interessant.
Daar Widooie slechts in het bezit gekomen is van de familie de Cotereau sedert 1483, datum van het huwelijk van Jean III met Margareta van Widooie, kunnen wij alle vorige de Cotereau's uitsluiten voor identificatie met het personage dat hier afgebeeld is. Jean III zelf kunnen wij eveneens uitsluiten op grond van het feit dat hij slechts 46 jaar oud geworden is. Bovendien was de man in zeer moeilijke financiële toestanden. Naar het einde van zijn leven toe had hij de heerlijkheid Asse moeten verkopen. Jauche was evenmin in zijn bezit. Michel de Cotereau, zoon van Jean, komt evenmin in aanmerking. Hij was op het ogenblik van zijn overlijden slechts een 40-tal jaar oud. Op geen enkel ogenblik in zijn leven is hij in het bezit geweest van Asse, door zijn vader verkocht aan de abdij van Affligem.
 
Met praktische zekerheid kunnen wij het afgebeelde heerschap plaatsen als Jean IV de Cotereau (1494-1561) achtereenvolgens gehuwd met Marie d'Argenteau, huwelijk zonder kinderen, en met Catharina van Brandenburg. Hij was een zeer zorgvuldig beheerder van de familie-eigendommen, restaureerde het kasteel te Jauche in Renaissancestijl en wist het volle eigendomsrecht over Asse terug te kopen. Deze vitale man had eveneens de nodige ambitie. Reeds de kaap van de 60 voorbij, en in volle bloeiperiode van het regime van Keizer Karel werd hij rond het jaar 1558 burgemeester van de stad Brussel. Eveneens rond deze tijd werd hij aangesteld tot luitenant aan het leenhof van het hertogdom Brabant. In 1556 was hij in het huwelijk getreden met de 39 jaar jongere Catharina van Brandenburg bij wie hij 4 kinderen zou verwekken: Jean V, Valérie, Philippe en Guillaume.
 
Het is duidelijk dat wij het schilderij in deze bloeiperiode dienen te situeren. Persoonlijk zouden wij het willen plaatsen juist voor de periode dat hij burgemeester werd. Jean V, zoon van voorgaande kan onmogelijk aan bod komen, daar hij op het ogenblik van het bereiken van de 50-jarige leeftijd het vruchtgebruik van zijn eigendommen nog steeds niet had. Deze waren tot haar overlijden in 1616 in handen van zijn moeder Catharina van Brandenburg. De periode 1600-1610 klopt niet meer. Jean V was bovendien een bijzonder kleurloos figuur.
 
De relatie tussen d'Aspremont-Lynden en de Cotereau hebben wij tot op heden niet kunnen ontdekken. In dit verband verwijzen wij naar het portret van Hendrik de Cotereau, dat eveneens in het bezit is van deze familie.
 
Paul De Bruyn
Comments