Documenten‎ > ‎Familie de Cotereau‎ > ‎

Jan VI de Cotereau


Tussen 1979 en 1982 verscheen in het tijdschrift Ascania een reeks bijdragen over de familie de Coterau, de adellijke familie die meer dan 200 jaar de heerlijkheid van Asse in haar bezit had. Deze bijdragen worden hier gebundeld. We wijzen er de lezer op dat deze artikels een groeiproces vormden en dat sommige informatie in de vroegste artikels naderhand werd bijgesteld.
 
• 1 • Joris SPANHOVE & Paul DE BRUYN - Rond de Cotereau's - 1979 - 61-62, 62-64, 65-66, 69
• 2 • Jaak OCKELEY - De familie de Cotereau - 1979 - 93-107
• 3 • Paul DE BRUYN - Jan VI de Cotereau - 1979 - 108-109
• 4 • Joris SPANHOVE & Flor De Smedt - Erard de Cotereau-Maria van Renesse / Marie d'Argenteau / Provende - 1979 - 110-118
• 5 • Joris SPANHOVE - Rond de Cotereau (3) - 1980 - 26-29
• 6 • Paul DE BRUYN - Rond de Cotereau's (4) / Het stadhuis van Brussel - 1981 - 48-52
• 7 • Joris SPANHOVE - Feiten en anekdoten over de Cotereau's - 1982 - 41-48

• 3 •  Jan VI de Cotereau

Hij was zoon van de eerste markies van Asse: Willem II de Cotereau x Catharina de Cotereau (tak van Westmalle). Opeenvolgend droegen de zonen van Willem II, de titel van markies: Hendrik Frans, Willem III en tenslotte Jan VI de Cotereau, gehuwd met Jeanne Charlotte de Nesselrode. Deze markies droeg slechts enkele maanden de titel.
 
De heer Paul De Bruyn uit 's Gravenwezel kon van een Gents antiquair bijgaand portret kopen. Hij beschrijft het hieronder.
 
Olieverf op doek, afmetingen 83 cm x 66 cm, van een ongekende meester, ongedateerd, voorstellend de buste van een struise, fiere edelman in vol ornaat; gepruikt en geharnast met in de linker bovenhoek het familiewapen getopt door een markieskroon en voorafgegaan door een verklarende tekst in een perkamenten cartouche.
 
Het betreft hier zonder de minste twijfel een portret van Jean VI de Cotereau († 1725) vierde markies van Asse.
 
Een zeer merkwaardige combinatie vormt alleszins de typische Lodewijk XIV pruik met op dat ogenblik zeer zeker in onbruik zijnde borstkuras. Betreft het hier een romantische vorm van heimwee naar het verleden, of wijst dit detail ons wellicht op een mindere vorm van verfijning bij de Brabantse adel?
 
Dank zij een gelukkig toeval kan dit doek zeer precies gedateerd worden. Bij het overlijden van zijn broer Guillaume III op 15.12.1711 erft Jean VI alle titels; Markies van Asse, Baron van Jauche en standaarddrager van Brabant. Deze erfenis wordt hem echter betwist door de enige dochter van zijn broer, en inderdaad op 31.12.1712 verliest hij deze titels, en dit ten voordele van bovenvermelde dochter Marie-Anne Antoinette de Cotereau, echtgenote van Charles de Berlaymont de la Chapelle et du Saint Empire. (zie: Cour feodale de Brabant. Registre aux aveux, dénombrements et reliëfs. Registre 51 Fol 151).
 
Het is zonder meer duidelijk dat vermits de verklarende tekst bij het portret deze titels nog steeds vermeldt als zijnde in het bezit van Jean VI, dit doek moet geschilderd zijn in de loop van het jaar 1712.
 
Paul De Bruyn.
Comments