Documenten‎ > ‎Familie de Cotereau‎ > ‎

Familie de Coterau


Tussen 1979 en 1982 verscheen in het tijdschrift Ascania een reeks bijdragen over de familie de Coterau, de adellijke familie die meer dan 200 jaar de heerlijkheid van Asse in haar bezit had. Deze bijdragen worden hier gebundeld. We wijzen er de lezer op dat deze artikels een groeiproces vormden en dat sommige informatie in de vroegste artikels naderhand werd bijgesteld.
 
• 1 • Joris SPANHOVE & Paul DE BRUYN - Rond de Cotereau's - 1979 - 61-62, 62-64, 65-66, 69
• 2 • Jaak OCKELEY - De familie de Cotereau - 1979 - 93-107
• 3 • Paul DE BRUYN - Jan VI de Cotereau - 1979 - 108-109
• 4 • Joris SPANHOVE & Flor De Smedt - Erard de Cotereau-Maria van Renesse / Marie d'Argenteau / Provende - 1979 - 110-118
• 5 • Joris SPANHOVE - Rond de Cotereau (3) - 1980 - 26-29
• 6 • Paul DE BRUYN - Rond de Cotereau's (4) / Het stadhuis van Brussel - 1981 - 48-52
• 7 • Joris SPANHOVE - Feiten en anekdoten over de Cotereau's - 1982 - 41-48


• 2 • De familie de Cotereau

In een vorig nummer van Ascania (1) leverde dhr. Paul De Bruyn een bijdrage over de markiezenfamilie de Cotereau die haast drie eeuwen vetbonden zijn met de geschiedenis van het Land van Asse. De auteur ontdekte in het kasteel van graaf d'Aspremont-Lynden te Barveaux-en-Condroz twee portretten die hij in het geciteerde artikel poogt te identificeren. Naar zijn oordeel zou een eerste portret datgene van Hendrik de Cotereau, heer van Westmalle (±1633) zijn, het tweede dat van Jan de Cotereau (±1560), wiens grote arduinen met marmer ingelegde grafsteen zich in het hoogkoor der dekanale St.-Martinuskerk te Asse bevindt. Hierop valt zeker het een en ander aan te merken.
 
Het is misschien nuttig datgene wat we van de familie de Cotereau weten eens samen te vatten.
Daarvoor zijn we voornamelijk aangewezen op oudere werken.
 

• BUTKENS, C., Trophées tant sacrés que profanes de la duché de Brabant. La Haye, 1724.
• DE LA MARCHE, Olivier, Mémoires.
• DE VADDERE, J.B., Traite de l'origine des ducs et duché de Brabant. Bruxelles, 1672.
• NOBILAIRE, Nobilaire des Pays-Bas et du comté de Bourgogne convenant les Villes, Terres et Seigneuries, éigées en titre de principauté... Louvain, 1760.
• VAN GESTEL, C., Historia Sacra et Profana Archiepiscopatus Mechliniensis, 1725.
• WAUTERS, A., Histoire des Environs de Bruxelles... Bruxelles, 1855.
 
GENEALOGIE
 
I
 
"Messire Jehan de Cottreau aussij Chevalier, et Dame Agnes de Dammartin, sa femme, issue des Comtes de Dammartin au Royaume de France", zegt de adelbrief van 22 augustus 1663 waarbij de heerlijkheid Asse tot markiezaat werd verheven.
Zij waren ouders van:
 
II
 
Jehan Cotereau, heer van Puiseulx en Tournalles uit hoofde van zijn vrouw, geneesheer, raads- en kamerheer van hertog Filips de Goede van Boergondië, door deze geadeld in 1435, ontving vergoedingen voor zijn diensten (A.R.A. Rekeningen van de hertogelijke hofhouding) 1430, 1440, 1444 en 1459. Hij huwde met Marie Bayart, alias Bazart of Beyart, erfvrouwe van Puiseux en Tournelles, dochter van Meester Toussaint Bazart en N. de Besançon. Zij zijn ouders van:
1. Robert, volgt onder III.
2. Philipotte die huwde met ridder Jean de Boulenger, heer van Augny.
3. Marie, de vrouw van ridder Jan de Grootte, kanselier van Brabant.
 
III
 
Robert Cotereau of Cottreau, † 1490 en begraven bij de Karthuizers te Scheut. Olivier de la Marche zegt van hem "Et avint, que le fils de son médecin, nommé Robert Cotereau, monté sur un fort cheval, voyant son maistre en ce danger, se vint fousrer au milieu de ce debat, l'espée au poing; dont le Francois, quitenoit Ie comte (de Charolais) moult-de-près, s' éloigna de ceste place, et fut le comte garenti pour cette fois. Et prestement le comte fit chevalier le dict messire Robert Cotereau, et le pourveut de l'office d'estre lieutenant des fiefs en Brabant, qui est un bel estat et profitable".
In de slag van Montléry 16.7.1465 redde Robert het leven van Karel de Stoute in een treffen tussen de troepen van "la ligue du Bien public" en deze van de Franse koning Lodewijk XI. Bij verhef van 9.7.1466 verwierf hij de heerlijkheid Relegem. Robert huwde twee maal. Zijn vrouwen heetten Marie de Licques, die stierf z.n. (zij wordt aangegeven als zijn tweede vrouw, maar vermits gezegd wordt dat Robert in 1490 stierf en dat zijn eerste vrouw in 1494 stierf is dit onmogelijk, of anders zit er bij de oudere genealogen een vergissing in één van de overlijdensdata). De andere vrouw heette Margriete Herdinckx. Ze was een zus van abt Goswien Herdincx van Affligem. Margriet stierf te Relegem in 1494. Zij was dochter van ridder Jan, heer van Staye en Herdersem en van Isabelle van Berchem. Ouders van:
1. Adolf, kloosterling te Scheut.
2. Jan, die volgt onder IV.
3. Karel, heer van Herdersem, kanunnik-tresorier van het O.-L.-Vrouw-kapittel te Antwerpen-
4. Léonard, die volgt onder IV-bis.
5. Jeanne, die in 1491 met Hendrik van Schoonhoven, heer van Wauray huwde.
6. Marie, de vrouw van Jan Utenlimminghen, baron van Wange, † z.n- fs Jacob en Joanna van Erpe.
7. Philippe, heer van Herdersem na zijn broer Karel, zegelbewaarder van Brabant; hij huwde met Anne of Catherina van Houthem, dochter van Jan en Elisabeth Boote, geheten van Uttenhoven; waarvan:
a. Philips, gehuwd met Joanna van Jauche, dochter van Adriaan, heer van Sassignies. Tot zijn afstamming behoort: Steven Cotereau, deken van de St.-Jorisgilde en schepen van de stad Aalst, heer van Herdersem, in 1600 lid van de Algemene Statenvergadering te Brussel. Gehuwd met Marie de Puis; ouders van: Philipps (de) Cotereau, ° Aalst 15.2,1593, studeerde drie jaar latijn bij Adriaan van Meerbeeck te Aalst, verbleef twee jaar bij de pauselijke nuntius Bentivo-glio, werd soldaat en vocht in de Nederlanden, in Duitsland en als vaandrig in Italië, trad op 19.12.1619 te Mechelen in bij de Jesuïeten en werd priester gewijd op 23.12.1623. In de Sociëteit was hij leger- en vlootaalmoezenier. Hij verpleegde gedurende acht jaar in verschillende steden de pestlijders en stierf te Antwerpen op 3.7.1667. (cfr. J. DE BROUWER, De Jesuïten te Aalst. Stichting en opheffing 1620-1773. Aalst, 1979, P. 119).
 
IV
 
Jan de Cotereau, erfstandaarddrager van het hertogdom Brabant, geboren te Puiseux in 1460, stierf na 24.1.1506 en voor 20.6.1506. "Ce Jean nasquit en France, au chateau de son père, Qui de ses grands exploits eut fortune prospère, Espousa l'héritière du riche pays d'Assche, Et par retraitte il fut le premier baron de Jasce " las men op zijn grafschrift. Zijn huwelijkscontract te Diest verleden op 15.1.1484, met Margriete van Widoie, werd medeondertekend door de abten van Affligem, zijn oom, en deze van Averbode. Keizer Maximiliaan stelde hem aan tot grootbaljuw van Dendermonde; op 21 januari 1505 werd hij amman van Brussel. 27 juli 1501 verhief hij in naam van zijn vrouw de heerlijkheid tot Asse, maar op 24.1.1506 verkocht hij deze mits 24.000 gulden aan de abdij Affligem. Zijn vrouw was Margriet van Widoie-Elderen, erfvrouwe van Widooi, St.-Lambrechts-Herk, Asse, Gete, Steenpoel, enz., dochter van Willem van Widooie en Joanna van Gete, erfvrouwe van Asse. Zij zijn ouders van:
1. Michel, heer van Relegem op 20.6.1506, † z.n.
2. Willem, heer van Relegem na Michel, † z.n.
3. Jan, die volgt onder V.
4. Joanna, huwde eerst met Jan, heer van Elderen, baron van Vogelsanck en nadien met Claude d'Argenteau, heer van Hevin.
5. Margriet, de vrouw van Louis de Beaufort, heer van Celles.
6. Marie, die trouwde met Arnold van Berlo, heer van Schessier.
 
V
 
Jan de Cotereau, erfstandaarddrager van het hertogdom Brabant, schepene te Brussel in 1533 en burgemeester aldaar in 1534, groot-baljuw van het Land van Dendermonde, luitenant (= voorzitter) van het Leenhof van Brabant in 1558, heer van Wideux, Herk, Puiseux, Tournelles, tot Asse (na een proces voor het Leenhof van Brabant tegen de abdij Affligem 19.2.1551 verhef van 18 september 1551), en van Asse na de pandgeving door Filips II voor 7244 ponden op 6.4.1559 (verhef van 7.8. 1560), heer van Relegem bij patentbrief van Keizer Karel, 10.4.1529 (verhef 3.5.1522 en 20.9.1529). Hij kocht daar ook de hoge, middele en lagere jurisdictie op 31.10.1559 (verhef 7.8.1561). Jan werd geboren omstreeks 1493 en stierf op 17 september 1561. Men begroef hem te Asse in het hoogkoor onder een zerksteen met volgende inscriptie:
Generosus eques Joannes Cotereau, Baro Jauceanus, Dominus de Asscha et in Asscha, de Wydeu, de Releghem, et curiae foedorum Brabantiae locum tenens aequi amantissimus, divini cultus et reipublicae studiosissimus, relicta nobili Catharina de Brandenbourgh uxore altera amantissima cum tribus filiis et una filia, annos natus sexaginta et septem, defunctus est anno Domini 1561 mensis Septembris 17, Requiescat in pace. Restauratum per Dnam Catharinam Cotereau Marchionissam de et in Asscha viduam Dni Francisci Philippi Taye Marchionis de Wemmei anno Domini 1766, (1).
 
Jan de Cotereau huwde een eerste maal bij contract van 16 juni 1528 met Marie d'Argenteau, vrouwe van Staye. Zij was dochter van Jan d'Argenteau, heer van Ochain, Vignée, Avenne, hoofdschout van Mehagne, grootbaljuw van Condroz en burgemeester van Luik in 1491 en van diens eerste vrouw Marie de Roxhelée de Perilleux. Zij was sinds l januari 1519 weduwe van Jan de Berlaymont, heer van Gesves en Hautepenne, grootbaljuw van Haspengouw. Volgens manuscript 17035 in de Kon. biblioteek: Toparchae Ascani liet Jan voor zijn overleden echtgenote een mausoleum oprichten dat bij het bombardement van de kerk door markies de Boufflers in januari 1684 werd beschadigd. Cornelius van Gestel in zijn Historiae archiepiscopatus Mechliniensis, dl. II, p. 151, noteerde er het grafschrift van: Suae amantissimae Conjugi Mariae d'Argenteau, Clari Equitis Joannis d'Argenteau, Dochen et Winnen Domini filiae, Clarus Eques Joannes Coutereau Baro Jaceanus de Widou et in Asca Dominus poni jussit. Obiit 12 Octobris anno 1555. (2).
 
Markiezin Marie de Cotereau liet in 1639 door beeldhouwer Theodoor Janssen uit Brussel dit grafmonument aanpassen. Deze moest "daerinne brengende dry figueren van avendersteen der hooghde van dry voeten ende een halff...". Deze drie figuren betroffen Jan met zijn twee vrouwen.
 
Begin 1556 hertrouwde Jan de Cotereau met Catherina de Brandenbourg, geheten Boulan, dochter van Theodoor de Brandenbourg en van Catherina van Liedekerke. Zij was voordien hofdame van Maria van Hongarije en kanunnikes te Andenne geweest. In zijn huwelijkscontract bepaalde Jan de Cotereau dat het vruchtgebruik van de heerlijkheid Relegem aan zijn vrouw kwam (verhef 2.5.1556). Catherina de Brandenbourg was 59 jaar weduwe toen zij stierf op 12 januari 1621. Op haar grafmonument las men: Cy repose noble et genereuse Dame Catharine Maronne de Brandenbourg, Dame de Gentinnes et de Steynockersele, vesve de feu messire Jean de Coutereau, Chevalier, Baron de Jauche, Seigneur d'Assche, Wydou, Stayne. En son vivant Lieutenant des fiefs de sa Majesté Catholique en Brabant, ayant vescu en sa viduité LIX ans, trespassa le XII de janvier MDCXXI, agée de LXXXV ans. Priez Dieu pour son ame.
Een glasraam in het hoogkoor van de Sint-Martinuskerk in Asse herinnert aan de devotie van Jan de Cotereau en Catherina de Brandenbourg voor het H. Sacrament. Catharina liet het plaatsen, wellicht op aandringen van landdeken Calenus, pastoor te Asse van 1609 tot 1621.
 
Na het overlijden van haar man kocht Catherina de Brandenbourg op 4 december 1577 van prins Charles de Lannoy Steenokkerzeel (verhef 10.12.1577) en het kasteel te Ham (verhef 23.12.1585). Hummelgem werd in 1605 verkocht aan markies d'Havré.
Uit het huwelijk Jan de Cotereau - Catherine de Brandenbourg stammen:
1. Jan de Cotereau, geb. ca 1557, stierf in 1616 zonder afstammelingen uit zijn huwelijk met Agnes van Halmale, dochter van Jan, heer van Brialmont en van Louise van der Meeren. Deze laatste was een dochter van Wouter van der Meeren, ridder, heer van Zaventem en Sterrebeek en van diens eerste vrouwe Katharina van Nassau. Jan werd heer van en tot Asse bij verhef van 16 februari 1562. De aartshertogen Albert en Isabella losten echter het pand van het hertogelijk leen van Asse op 4 november 1611. Van dan af tot zijn dood in 1616 bleef Jan alleen
nog heer tot Asse.
2. Willem, die volgt onder VI.
3. Philips.
4. Valerie die huwde met Filips de Locquenghien, heer van Pamele-Oudenaarde, heer van Vlaanderen.
 
VI
 
Willem de Cotereau, erfstandaarddrager van Brabant, werd heer tot Asse, Jauche en Widooie bij verhef van 20 oktober 1616. Hij kocht de heerlijkheid Kobbegem met het Torenhof en deed er verhef van op 20 juni 1600. Hij werd omstreeks 1560 geboren en stierf te Westmalle op het kasteel van zijn schoonouders op 2 oktober 1620. Zijn lichaam werd echter te Steenokkerzeel in een prachtig mausoleum midden van het hoogkoor bijgezet. De grafplaat werd door vier leeuwen gedragen. Later werd deze tombe verwijderd. De gebroken steen is nu opgericht in het portaal van de kerk. Men leest er volgende tekst op:
Cy reposent noble et généreux Seigneur Messire Guillaume de Coutereau, Baron de Jausse, Seigneur de Weyden, tot As-sche, Steynockerseel, Gentines, aagé de soixante ans et tres-passa a Westmal le 2 Octobre 1620 et Dame Marie de Coutereau, sa compagne, laquelle a vescu après son mary ... ans et trespassa ... inhumée a Assche. Priez pour leurs âmes Cy reposent aussi Henri, fils aisné et Robert, fils maisné, des dits Seigneurs et Dame, lesquels moururent jeunes enfants.
 
Het is duidelijk dat deze steen na het overlijden van Marie de Cotereau werd opgericht, anders was het onmogelijk geweest haar begraafplaats Asse te vermelden. Wij denken dat de vermeldingen heer van Steenokkerzeel en Gentinnes verkeerd zijn omdat deze heerlijkheden aan Catherina de Brandenbourg toebehoorden en deze ruim drie maanden na haar zoon stierf.
 
Het te Barvaux bewaarde portret waarop een oude heer met gouddraad bestikt zwart fluwelen pak en kanten kraag is wellicht van deze Willem de Cotereau. De titilatuur "Messire de Cotereau, Baron de Joine, Sr. de Widen, Assche etc." past bij deze heer en de kostumering is stellig deze uit de tijd van de aartshertogen Albert en Isabella.
 
Deze Willem de Cotereau huwde als vijftigjarige op 17 oktober 1610 (te Westmalle of te Antwerpen?) met de toen nauwelijks twintig jaar oude Marie de Cotereau. Deze werd wellicht geboren te Antwerpen in de St.-Jacobsparochie rond 1590 (dit is althans het geval met haar twee broers en een zusje die er gedoopt werden in 1595, 1597 en 1599). Zij stierf op 26 december 1661. In de kapel van het gasthuis te Asse voor het altaar ligt haar grafsteen:
 
D.O.M. Cy gist tres noble et tres genereuse Dame Madame Marie de Cotereau de Westmal veuve de fev Messire Guillaum de Cotereau Baron de Iauche Seigneur de la Franchise et Pays d'Assche et Restauratrice de la Maison et Eglise de geans la quelle deceda le XXVI de decembre l'an de grace MDCLXI Priez dieu pour son ame.
 
De titulatuur "Seigneur de la Franchise et pays d'Assche" is foutief. Guillaume de Cotereau, man van Marie de Cotereau, heeft nooit de hertogelijke heerlijkheid VAN Asse in zijn bezit gehad. Zijn weduwe Marie de Cotereau nam deze mits 49.100 gulden op 31 juli 1626 in pand (verhef van 10.12.1647). Op 9 april 1620 bedongen Willem en Marie de Cotereau in een testament dat hun lenen voortaan een fidei-commis zouden vormen, en in hun geheel moesten vererven bij recht van eerste geboorte op de mannelijke telgen. Daarin lezen we dat Willem: Jauche en Asse erfde van zijn broer Jan, Bourdonk en Ham onder Steenokkerzeel tot zijn eigen kavel behoorden, Kobbegem had aangekocht.
 
Marie de Cotereau, die een dochter was van Hendrik de Cotereau, heer van Westmalle en van Katharina van Halmale, overleefde haar man 41 jaar. Op 20 november 1647 trof zij samen met haar zoon en dochter, aartsbisschop Jacobus Boonen en de uit Hulst gevluchte gasthuiszusters een overeenkomst tot herstel van het oude passantenhuis te Asse. Zoals uit haar Franstalig handboek blijkt verkocht Marie de Cotereau daartoe gronden te Ceroux-Mousty. Ze gaf de verkoopsom 5.500 gulden, maar liet zich een kwitantie van 6.000 gulden schrijven, som die ze in de overeenkomst had beloofd.
Uit het huwelijk van Willem de Cotereau met Marie de Cotereau sproten:
1. Henri en
2. Robert, die beiden jong stierven en te Steenokkerzeel bij hun vader werden bijgezet.
3. Willem, die volgt onder VII.
4. Dorothée-Henriette, aanvankelijk kanunnikes te Nijvel, huwde later met Henri Ogier, graaf van Rivieren-Arschot baron van Herve.
 
VII
 
Willem de Cotereau, erfstandaarddrager van Brabant, schildknaap van aartshertogin Isabella, edelman aan het hof van de kardinaal-infant, gouverneur-generaal der Spaanse Nederlanden, heer tot Asse, Relegem, Kobbegem, Steenokkerzeel, Jauche, Wideux bij verhef van 11 maart 1621, heer van Asse na dat koning Filips III op 25.2.1649 (verhef van 5.3.1650) dit leen, mits een opleg van 18.000 florijnen, definitief te gelde maakte. Koning Filips IV verhief de baronnie Asse op 22 augustus 1663 (verhef van 7.12.1663) tot markiezaat. Bij verhef van 12 mei 1662 verwierf Willem de Cotereau ook het hertogelijk domein te Zellik, Kobbegem en Bekkerzeel, maar het pand werd reeds in 1664 ingelost. Van 1662 tot 1664 vormden de gemeenten die nu deel uitmaken van de fusiegemeente Asse één heerlijkheid. Als gevolg van de oorlogen met Frankrijk moest Willem zijn goederen met 200.000 florijnen berenten. Om zijn schuldeisers te kunnen voldoen vroeg hij in 1683 de Raad van Brabant tot opheffing van het fidei-commis. Daarin vernemen we dat zijn fortuin 1.102.620 florijnen beliep waarin Asse er 388.232 vertegenwoordigde. Door deze maatregel kon de markies o.a. Steenokkerzeel te gelde maken. De processen tot totale liquidatie van de schulden sleepte echter tot in 1812 aan. Willem was ook luitenant van het Leenhof van Brabant.
 
Willem, die geboren werd omstreeks 1615, stierf in 1689 (te Westmalle?). In 1645 huwde hij met de dochter van zijn moederlijke oom. Bij die gelegenheid schonk markiezin Marie de Cotereau haar schoondochter "un beau carosse a six chevaux, un gros collier de perles et une boïte de diamants". De jonge bruid Catherine de Cotereau was pas zestien jaar oud; ze werd geboren te Antwerpen op 10 november 1629, Haar vader heette Robert, haar moeder Margriet van Wassenaer. Catherine stierf te Westmalle in 1692. Ouders van:
1. Henri Francois, markies van Asse en tot Asse bij verhef van 30 september 1690, hij stierf ongehuwd in 1710.
2. Erard, heer van Westmalle heerlijkheid die hij 2.10.1702 moest verkopen aan ridder Pierre Fariseau (verhef 12.8. 1702), de man van Catherine Robijns uit Hekelgem. Na langdurige processen verwierf Marie de Moitrey, weduwe Erard de Cotereau de heerlijkheid Westmalle opnieuw (verhef 11.6.1721), maar moest ze tenslotte toch weer aan de erven Fariseau verkopen. Geen afstammelingen.
3. Willem, die vogt onder VIII.
4. Jan, die volgt onder VIII-bis.
5. Marie Isabelle Thérèse, die eveneens zonder nakomelingen stierf als weduwe van Ferdinand de Vigneacourt, graaf van Lannoy, heer van Malevez, Haneffe, kapitein in het regiment d'Arville, stierf te Vilvoorde en werd op 30 september 1694 te Asse begraven.
 
VIII
 
Willem de Cotereau, erfstandaarddrager van Brabant, markies van Asse bij verhef van 23.9.1711, hij stierf echter 15 december 1711. Uit zijn huwelijk met Jeanne Charlotte de Nesselrode, vrouwe van de Orde "Croix Etoilée", dochter van Jan Willem de Nesselrode († 16.9.1713 en ook te Asse in de grafkelder van de familie de Cotereau bijgezet). Ouders van:
1. Maria Anna Antonia de Cotereau, markiezin bij verhef van 31.12.1712, † z.n. in 1729. Zij huwde met Charles de Berlaymont, baron de la Chapelle en van het H. Roomse Rijk.
 
VIII-bis
 
Jan de Cotereau, na proces met zijn broer Willem, baron van Velpen, heer van Crabbels en Pulderbos in 1711, erfstandaarddrager van Brabant en markies van Asse bij verhef van 15.10.1712, maar verloor deze reeds in december 1712 na een geding voor de Raad van Brabant met Maria, de dochter van zijn vroeger overleden broer Willem. Luitenant van het leenhof van Brabant. Hij stierf op 23 augustus 1725, oud 59 jaar, te Brussel, in het Hotel d'Assche, het voormalige refugiehuis der abdij Affligem, maar door deze in 1551 verkocht aan Jan de Cotereau. Men begroef hem te Asse in de familiegrafkelder in het hoogkoor. Ook van deze markies bleef een portret bewaard. Jan huwde met Cornelia Joanna Theresia van Leefdaal, dochter van Philips en Florence van Vladeracken. Zij waren ouders van:
1. Catherina Louise de Cotereau, markiezin van het Land van Asse bij verhef van 4.7.1729. Bij testament verleden voor notaris Neuze te Nijvel op 23.1.1794 schonk zij al haar bezittingen aan haar kleinzoon graaf Maximiliaan Louis van der Noot. Zij huwde op 22 juni 1726 met Philippe Frangois Joseph Taye, zoon van Philippe Albert Taye, markies van Wemmei en van Marie d'Oignies de Courières. Uit dit tweede huwelijk stammen:
a. Charles Louis Taye, † 7.9.1757.
b. Henriette Taye, kanunnikes te Nijvel cit. 1754.
c. Marie Josèphe Taye, markiezin van Wemmei, die 1765 huwde met Jan Antoon Maria Jozef van der Noot, heer van Haeren. Hun kinderen kavelden de ouderlijke goederen voor notaris Pierre Neuwens te Brussel op 16.5.1793. Het waren o.a.:
c.-l. Maximiliaan Louis van der Noot d'Asse, † te Brussel 18.3.1847, zijn eigenhandig geschreven testament werd geopend voor notaris Mataigne op 27.3.1847. Maximiliaan huwde twee maal. Uit zijn huwelijk met Anne Josephine Claire Roose stamde: Josephine Albertine Charlotte, gravin van der Noot, vrouw van Gustave Ferdinand, graaf de Lannoy te Anvaing Henegouwen. Uit zijn tweede huwelijk (huwelijkscontract voor notaris Daniel Saccasin te Brussel 30.3.1812) behield hij:
- Theodore Charles Antoine, graaf van der Noot, markies van Asse.
- Auguste Charles Paul Ferdinand, graaf van der Noot d'Assche.
- Mathilde Angelique Appoline, gravin van der Noot d'Assche.
- Nathalie Albertine Theodore, gravin van der Noot d'Assche.
- Cecile Henriette, gravin van der Noot d'Assche.
 
JONGERE TAK
 
IV-bis
 
Leonord Cottereau, gezant van de hertog te Gelderland. Was in 1489 ingeschreven in de Germaanse Natie van de rechtsuniversiteit te Orleans, huwde met Marie Aurroen ook gezegd van Amerongen. Zij zijn ouders van:
1. Philips, volgt onder V.
2. Anne Cottreau, die huwde met Joos van Oyenbrugge, in 1511 ingeschreven als student in de rechtsfaculteit der universiteit te Orleans, op 20.12.1571 begraven in de O.-L.-Vrouw-over-de-Dijle-kerk te Mechelen, heer van Kobbegem bij verhef van 20.9.1561.
3. Dirk, die huwde met Adriana, dochter van ridder Jan van Themseke.
 
V
 
Philips Cottreau († 1549), heer van Ertbrugge, Wanzele, Schellebelle, Hansbeke, huwde begin 1523 met Anna van der Moeien, geboren 27 juni 1500 "'s morgens tusschen 2 en 3 ure", zij stierf 22 juli 1528. Zij was erfvrouwe van Westmalle, Zoersel, Pulderbos, Halle en Pulle en dochter van Peter van der Moeien, in 1516 door Keizer Karel tot ridder geslagen en van Hildegarde Andriessens. Philips hertrouwde met Marie van Lyere, dochter van Antoine van Lyere, burgemeester van Antwerpen en een derde maal met Anna de Pandt van Blaasveld.
Uit het eerste huwelijk stammen:
1. Erard, die volgt onder VI.
2. Anna Margriet x C. Skippers, heer van Eeke. Uit het tweede huwelijk:
3. Claira die met Frans van Royen, heer van Paddeschoot trouwde.
 
VI
 
Erard de Cotereau, heer van Westmalle, enz. bij verhef van 20.8.1530. Hij heeft een handboek nagelaten dat nu berust op het Algemeen Rijksarchief (familiearchief, bundel I, nr. 2), geb. december 1523 en overleden 27 november 1575. In 1556 vestigde hij zich te Westmalle, waar hij in 1561 met de herbouw van het kasteel begon. In 1557 huwde Erard de Cotereau met Maria van Renesse, een dochter van Gerrit van Renesse, baljuw van Woerden, en raadsheer van het hof van Utrecht, die om zijn protestantse overtuiging op bevel van Alva, te Utrecht op 25 augustus 1568 werd onthoofd, en van Geetrui van Haar. Opvallend is dat het huwelijkscontract tussen Erard de Cotereau en Maria van Renesse pas op 20 augustus 1568 voor schepenen van Westmalle werd verleden. Maria van Renesse stierf te Westmalle op 9 juli 1585. Zij werd bijgezet in het graf van haar man in een speciaal aangebouwde kapel bij de St.-Maartenskerk te Westmalle. De bijzonder sierlijke grafsteen waarop beide echtgenoten in liggende houding stonden afgebeeld werd echter onherstelbaar gebroken bij een vernieling van de kerk. Een deel van het randschrift werd echter in de huiskapel van het kasteel te Westmalle ingemetseld. Gelukkig bleef er ook een afbeelding van de graftombe bewaard met het volledige grafschrift:
 
Nobili et generoso equiti Domino Erardo de Cotereau, domino in Westmal, Soersel, Velpen, Meerbeeck, Eertbruggen, Schellebelle, Wanzeel etc. et nobilis-simae conjugi Dominae Mariae de Renesse obyt: Ille aetatis anno LII Domini MDLXXV novembris XX VII, Haec XLVI salutis MDLXXXV July IX. R.I.P. (3).
 
Uit dit huwelijk stammen:
1. Henri, die volgt onder VII.
2. Erard Robert, geb. ca. 1560-65, f9.2.1585 en begraven te Pulderbos.
3. Jacobus, geb. 1563, † 1590 oud 27 jaar en begraven in de Ste-Goedelekerk te Brussel: heer van Velpen.
en wellicht ook:
4. Philips-Robert 1558, † 1585.
 
VII
 
Hendrik de Cotereau, heer van Eertbruggen, Westmalle, Zoersel ..., geb. ca. 1559, † te Westmalle 3.12.1633, begraven onder een zerksteen met:
Hic exspectant beatam spem et adventum gloriae magni Dei mobilis et generosus Dons. Henricus de Cotereau, Erardi f. Dominius in Westmal, Soersel, Velpen, Woenstmeerbeek, Eerstbruggen, Schellebelle, Wanzeel etc. Obiit III decembris MDCXXXHI A° aetatis LXXIV et nob. ac. gen. Dna Catharina de Halmale, quae post Aos XXXV cum marito concorsissima transaetos, obiit XXX septembris MDCXXII aetatis suae LXII, Cornelia vero de Cotereau F. aet. XII A" MDC. (4).
 
Hendrik huwde met Catharina van Halmale, geb, ca 1560 als dochter van Corneel van Halmale, drossaard van Diest en van Emerentia Pynsen van der Aa. Zij stierf te Westmalle 10 september 1622 en werd begraven bij haar man.
Ouders van:
1. Cornelia, geb. 1588, † 1600 en begraven bij haar ouders.
2. Maria, geb. 1590, † 26.12.1661, markiezin van Asse, vrouw van Guillaume de Cotereau, zie hierover VI. -oudste tak.
3. Philippine, geb. 1593, geestelijke dochter overleden op 29.3.1630 en begraven bij de kapucijnen te Leuven.
4. Erard, gedoopt in de St.-Jacobskerk te Antwerpen 26 januari 1595, † te Pulle op het kasteel Crabbels op 12 mei 1662 ongehuwd. Op zijn zerksteen lezen we:
Hinc in judicii die resurgat et intracte in pacem Domini Sui, nobilissimus dominus Erardt de Cotereau, dominus de Eertbrugghen, Crabbels, Pulderbos, Primogenitus nobi-lissimi et generosi DD. Henrici de Cotereau et Catharinae de Halmale DD. De Westmal et Soersel (5).
Hij liet het overgrote deel van zijn goederen bij testament na aan Catherina de Cotereau, dochter van zijn broer Robert.
5. Emerentia, geb. St.-Jacobskerk Antwerpen 26.2.1597, stierf te Leuven 27.5.1669 en bijgezet in de kapucijnen-kerk aldaar.
6. Robert de Cotereau, geb. Antwerpen en er gedoopt in de St.-Jacobskerk 22 juni 1599, † te Westmalle 3 augustus 1659, huwde 22 oktober 1628 met Margot de Wassenaere, geb. 13 december 1593 en overleden te Westmalle op 11 november 1660, oud 63 jaar. Zij was de dochter van de heer van Warmont. De steen met hun grafschrift werd later ingemetseld in de hall van het kasteel te Westmalle. Hierop lezen we: D.O.M. Nobilis ac generosvs dns. Robertus de Cotereau dns. de / Westmal, Zoersele, Woestmeerbeeck, et n. etc. D. / Margareta de Wasse-naer, conivges, ambo genere / Virtute praeclari hac vita defuncti meloirem exspectat, / Ille a° MDCLIX, III augusti aetatis LX, haec anno sequente / XI novemb. aetatis LXIII, Odilia vero utriusqve filia obiit / A° MDCLIII, I martü. Requiescant in pace. (6),
Ouders van:
1. Catherina de Cotereau, erfvrouwe van Westmalle enz. geboren te Antwerpen 10 november 1629, † 1692, huwde in 1645 met haar neef Guillaume de Cotereau, zie hierboven VII - oudste tak.
2. Odile Maria, geb. Antwerpen 24.3.1631, † id. 1.3.1653.
3. Dorothea Henrica, geb. Antwerpen 1634, † 6.2.1682, huwde (huwelijkscontract 24.12.1660) Arnold Adriaan, markies van en tot Hoensbroek, geb. 16.9.1631, erfmaarschalk van Gelderland, drost van Geldern, zoon van Adriaan, vrijheer en van AnaElisabeth von Loë tot Wissen, weduwnaar van Anna Catharina van Hoensbroek; hij huwde een derde maal met Catharina Cecilia von Bocholz.
 
Wat de schilderij toegeschreven aan Hendrik de Cotereau (VII) betreft: de kostumering verwijst geenszins naar 1585-90 maar wel naar deze van het tweede kwart van de 17de eeuw, de tijd van Richelieu en de Drie Musketiers. Het portret kan dus moeilijk dat van Hendrik de Cotereau zijn die in 1633 stierf als 74 jaar oude man. Wie is het dan wel? Erard de Cotereau, de zoon van genoemde Hendrik, komt wel in aanmerking, maar aangezien op het schilderij ook het kasteel van Westmalle - wat duidelijk naar een bezit verwijst - voorkomt, kan het deze niet zijn. Erard was immers geen heer van Westmalle. Dan rest nog Robert de Cotereau, waarvan in het kasteel te Westmalle de grafsteen wordt bewaard. Wat zijn leeftijd betreft komt deze evengoed in aanmerking als zijn broer Erard, en bovendien was hij wellicht de bezitter van het kasteel te Westmalle.
 
Jaak Ockeley
 

VOETNOTEN:
 
(1) De edele heer Jan de Cotereau, baron van Jauche, heer van en tot Asse, van Widooie en Relegem en luitenant van het leenhof van Brabant, groot voorstander van het recht en groot ijveraar voor de eredienst en voor de staat, stierf op 17 september in het jaar Onzes Heren 1561. Hij liet de edelvrouwe Katarina van Brandenburg, zijne geliefde tweede vrouw achter met drie zonen en een dochter. Hij ruste in vrede. Deze zerksteen werd in het jaar Onzes Heren 1766 hersteld door de edelvrouwe Katarina de Cotereau markiezin van en tot Asse, weduwe van de heer Frans Filip Taye, markies van Wemmel.
 
(2) Jan de Cotereau, baron van Gete, heer van Widooie, heer tot Asse liet (dit gedenkteken) oprichten voor zijn welbeminde echtgenote Maria van Argenteau, dochter van de doorluchtige ridder Jan van Argenteau, heer van Dochen en Winnen. Zij stierf op 12 oktober 1555.
 
(3) Aan de edele en hooggeboren ridder, Heer Erard de Cotereau, heer van Westmalle, Zoersel, Velpen, Meerbeek, Eertbruggen, Schellebelle, Wanzeel, enz. en aan de edele echtgenote, Vrouwe Maria van Renesse. Hij stierf in de leeftijd van 52 jaar in het jaar Ons Heren 1575 op 27 november. Zij stierf in het 46ste jaar van haar leven in het jaar Ons Heil 1585 op 9 juli. Ze rusten in vrede.
 
(4) Hier wachten af de gelukzalige Hoop en de glorievolle komst van de grote God, de edele en hooggeboren Heer Hendrik de Cotereau, zoon van Erard, heer van Westmalle, Zoersel, Velpen, Westmeerbeek, Eertbruggen, Schellebelle, Wanzeel enz. Hij stierf op 3 december 1633 in de ouderdom van 74 jaar, en ook de edele en hoogeboren Vrouwe Katarina van Halmale, die na 35 jaar eendrachtig met haar man te hebben doorgebracht, stierf op 30 september 1622, in de ouderdom van 62 jaar, en ook hun dochter Cornelia de Cotereau, oud 12 jaar, gestorven in 1600.
 
(5) Van hier verrijze op de dag van het oordeel en trede binnen in de vrede van de Heer, de hoogedele Heer Erardt de Cotereau, heer van Eertbruggen, Crabbels en Pulderbos. Eerstgeborene van de hoogedele en hooggeboren heer Hendrik de Cotereau en Katarina van Halmale, heer van Westmalle en Zoersel. Daar hij het goud niet achternaliep en zijn hoop niet stelde op geld en schatten maar zijn leven gericht hield op de wil van de Heer, heeft hij goederen gevestigd op de Heer en is hij Zijn rust ingegaan op 12 mei 1662, in de ouderdom van 67 jaar. Hij ruste in vrede.
 
(6) De edele en hooggeboren heer Robert de Cotereau, heer van Westmalle, Zoersel, Westmeerbeek, enz. en de Vrouwe Margareta van Wassenaer, echtgenoten beiden van schitterende afkomst en deugd, verwachten, uit het leven verscheiden, een beter leven. Hij op 3 augustus 1659 in de leeftijd van 60 jaar. Zij op 11 november van het volgende jaar in de leeftijd van 63 jaar. Odilia echter, hun beider dochter, stierf op l maart 1653. Zij rusten in vrede.
Comments