Documenten‎ > ‎De Oude Doos‎ > ‎

Veroordeelde burgemeester


Een veroordeelde burgemeester (1888)

door Joris Spanhove
(uit Ascania-tijdschrift 1984-1)


Nationale politiek wordt gewoonlijk op lokaal vlak 'afgekookt. Wanneer het in Brussel regent, druppelt het in Asse. Een staaltje daarvan vonden we in het memorieboek van de Zwartzusters van Asse. De feiten dateren van 1888.

In 1878 behaalde de liberale partij een meerderheid van tien zetels. De gematigde regering van de katholiek Malou moest dan plaats ruimen voor het liberaal ministerie van Frère-Orban. Deze wilde door de wet Van Humbeeck haar programma in zake scholen doorduwen. Hieruit ontstond een zware botsing met het katholieke landsgedeelte, dat zijn scholen bedreigd zag. Naast de schoolkwestie ontstond er ook een kerkhofkwestie.

Vroeger behoorden de kerkhoven aan de parochie. Dit duurde in België tot 1876. Dan werd door een uitspraak van de rechtbank van Gent uitgemaakt, dat de kerkhoven eigendom waren van de gemeente. Het decreet van Prairial jaar XII bleef echter van kracht (juni 1804). Hierdoor mocht iedere godsdienst een kerkhof hebben voor eigen leden. Zo deelde men in de parochies de kerkhoven in een gewijd en ongewijd gedeelte in, een deel voor gelovigen, een ander deel voor ongelovigen. Door twee koninklijke besluiten van 10 oktober en 2 november 1878 en een ministerieel rondschrijven van 6 januari 1880 werden die indelingen op godsdienstige basis verboden.

Evenals de gasthuiszusters beschikten de Zwartzusters in de Weverstraat over een eigen kerkhof. In het memorieboek van die zusters lezen we, dat Petrus Jozef Van Hemel, pastoor van Opwijk en tevens sedert 1848 deken van het district Asse op 23 april 1852 dit kerkhof inwijdde. De eerste die op dit nieuwe kerkhof werd begraven is voorzeker Zuster Dorothea Herrnus uit Opwijk. In 1852 bouwden de Zwartzusters ook hun eerste kapel. Hierbij stippen ze aan: "Op 1 september 1852 is de eerste lijkdienst in de kapel doorgegaan van onze beminde zuster Dorothea Hermus". Zuster Suzanna Van Dam uit Hombeek werd er in 1866 en zuster Constantia Van Der Slag molen uit Asse in 1871 begraven.

Misschien is de dood van Zuster. Elisabeth Van Der Slagmolen het begin geweest van de moeilijkheden. Deze zuster geboortig uit Asse stierf op 20 mei 1888. Ze was een dochter van Judocus Van Der Slagmolen en Anna Maria Coomans. Op 21 mei 1888 werd door de heren Delvaux en Dekens aan de Zwartzusters betekend, dat het door de wet verboden was, verder op eigen kerkhof te begraven. Ze hebben hierover ook aan burgemeester De Viron "bescheid" willen geven. Hij was echter niet thuis, zegt het memorieboek. Een diplomatieke afwezigheid of een werkelijke, we weten het niet. Ook vinden we in het memorieboek niet, of zuster Elisabeth Van Der Slagmolen op eigen of gemeentelijk kerkhof begraven werd.

Wel had het liberaal ministerie van Frère-Orban in 1884 de plaats moeten ruimen voor het katholieke kabinet van August Beernaert. Bij de verkiezingen van 1884 behaalden de katholieken samen met de Brusselse onafhankelijken 86 zetels en de liberalen 52. Wet is echter wet. De kerkhofdecreten bleven bestaan. Over hun naleving bleef de liberale vleugel van Asse waken.

Op 3 oktober 1888 stierf de directeur van de Zwartzusters, E.H. Judocus Cnoops (1864-1888). Het weeshuis wenste zijn pastoor op eigen kerkhof te begraven. Nu horen we enkele namen vallen. François De Deken, Hubert Delvaux, Pierre Fieremans, Felix Goossens, François Verhasselt en Benoit Van De Putte "stelden er beletsel aan" zegt het memorieboek.

Zuster Elisabeth Van Buggenhout uit Mollem, overste van de Zwartzusters (1874-1896) voegt er schamper aan toe in een onorthodoxe spelling: "egte liberalen". Het bidprentje van pastoor Cnoops vermeldt dan ook: "de plechtige lijkdienst zal plaats hebben in de parochiale kerk van St. Martinus op zaterdag 6 oktober om 10 uur ".

Op 16 november 1888 overleed zuster Adelia De Smedt, in het klooster zuster Martina. Deze jonge zuster werd op 10 november 1867 te Ternat in het gezin Petrus Jan De Smedt-Joanna Catharina Van Cauwenbergh geboren. Ze trad in het klooster in oktober 1886 en legde daar haar geloften af op 5 juni 1888. Vijf maanden later op 16 november stierf ze. Ze was 21 jaar oud. Dit was een pijnlijk gebeuren voor familie en zusters. Ze wilden dan ook de zuster en de gedachtenis aan haar dichtbij bewaren. Ze gingen aankloppen bij burgemeester Frans Xaveer, Alexander De Viron. Hij was geen Assenaar maar een Brusselaar. Hij werd echter Assenaar langs zijn echtgenote Angelina Van Innis, met wie hij in 1823 huwde. Het jaar daarop werd hij in Asse met 72 stemmen op 92 tot Burgemeester gekozen. Hij zou het zestig jaar lang blijven tot aan zijn dood in 1895. Zijn naam leeft voort in de "De Vironstraat". De familie Van Innis waren weldoeners van het weeshuis. Toen de eerste kapel van de Zwartzusters in 1852 gebouwd werd en een klok in het torentje werd gehangen, werd die klok gewijd door deken Van Hemel. De klok werd toegewijd aan de H. Petrus Ascanus en meter bij die wijding was Mevr. De Viron, Angelina Van Innis. Herhaaldelijk vinden we geschenken van de familie Van Innis aan het weeshuis "omdat ze altijd beroep hadden mogen doen op de zusters".

De zusters vroegen aan de burgemeester zuster Martina gelijk eertijds op eigen kerkhof te mogen begraven. Burgemeester De Viron liet zich vertederen en gaf "permissie" om de zuster op eigen kerkhof te begraven. Dit werd een kluif voor de liberalen. Ze hadden de wet voor zich en hanteerden die om stokken in de wielen van burgemeester De Viron te steken. Mijnheer Delvaux kloeg de burgemeester bij het gerecht aan. Hij wou de burgemeester laten "condamneren ".

Op 1 maart 1889 kwam de substituut van de procureur een onderzoek instellen "in alle hoeken". Op 11 maart had het proces plaats. Burgemeester De Viron werd veroordeeld tot een boete van 26 frank. Moeder Elisabeth Van Buggenhout of zuster Celestine en haar assistente zuster Maria Baudewijns uit Meise of zuster Norberta kregen elk een boete van 5 frank. Dr. Emiel Cooremans, die sedert 1887 zijn ambt in Asse uitoefende en een vriend van de zusters was, ontsnapte aan een veroordeling. Hij kwam er "gratis" van af. Hij had de zusters met raad en daad bijgestaan: "onze goede dokter, die ons veel hulp heeft bewezen en goede raad gegeven". En ietwat bitter schrijft "ik Zr. Celestine, overste, de anderen lieten ons stillekens lopen ".

Joris Spanhove