Documenten‎ > ‎De Oude Doos‎ > ‎

Kerkdiefstallen


Kerkdiefstallen

door Joris Spanhove
(uit Ascania-tijdschrift 1979-4)


Rond de jaren 1770-1780 werd Brabant geteisterd door herhaalde kerkdiefstallen. Constant Theys signaleert er meer dan 120 (1). Alle dorpen rond Asse werden er het slachtoffer van. Asse zelf werd in die periode tweemaal bestolen.

Peeter De Keyser, winkelier en 14 jaar koster in Asse, getuigde met Peeter Van Assche, onderkoster, op 5 oktober 1778 hierover:

In de nacht van 2 op 3 februari 1770 bevonden ze, dat het venster boven de deur van de sacristie aan de linkerkant van het hoogkoor gebroken was, dat het geld uit de schalen van de armmeesters was verdwenen, dat het kleed van Onze Lieve Vrouw was ontdaan van zijn gouden " frinnie ", dat de grote kanten van de antependia van de altaren van de H. Geest en van Sint Sebastianus, die aan weerszijden van de grote beuk stonden, waren afgescheurd, dat twee dwalen van het altaar van het H. Kruis en van O-L.-Vrouw waren meegenomen, dat gordijnen van blauw linwaad op het einde van de beuk van Onze Lieve Vrouw uit een schapraai waren gestolen.

Adriaan Van Es, die op een kwartier verder naar Aalst toe woonde kwam wat klaarheid brengen in de methodes van de dief. Zijn ladder van 12 sporten, die achter zijn woning hing was verdwenen. Men vond ze terug bij de kerk.

Deze talrijke diefstallen wekten onrust en achterdocht. Op 11 augustus 1778 liep de dief in de val. Rond middernacht ontdekten enkele mensen, dat er in de kerk van Merchtem onraad was. Volk en wet onderzochten de kerk. Men ontdekte de dief. Het was een vreemdeling, Anton Meinhardt uit Borckel in Westfalen. Hij had wat overal gewoond en gedoold. Die man, 65 jaar oud, bekende een hele serie diefstallen. Hij werd veroordeeld tot de strop en op 8 januari 1779 werd het vonnis aan de galg met de koorde op de Hallepoort te Brussel uitgevoerd.

(1) Constant THEYS: Kerkdiefstallen in Brabant in de 18de eeuw (Eigen Schoon - De Brabander 1951, blz. 165-233).

Joris Spanhove