Documenten‎ > ‎De Oude Doos‎ > ‎

Journalist Linguet in Asse


Frans journalist in Asse van 1778 tot 1780
Simon Nicolas Henri Linguet

door Joris Spanhove
(uit Ascania-tijdschrift 1965-4)


Bij het lezen van de bewogen loopbaan van journalist Linguet ontdekten we dat deze woelmaker enige jaren in Asse verbleef en ook hier wat opschudding verwekte.

Linguet werd in 1736 te Reims geboren. Zijn scherp woord en bittere pen zal hem rampspoedig worden. Men vindt hem in allerlei ambten terug en in alle landen van Europa zocht hij onderdak. Hij was secretaris van de hertog van Deux Ponts in Polen, Vleugeladjudant van prins de Beauvau, opperbevelhebber van het Franse leger in Portugal, advocaat te Parijs. Daar werd hij van de lijst van de balie geschrapt. Ten slotte zocht hij zijn heil in de journalistiek, maar verloor er zijn kop bij.

Wegens zijn scherpe aanvallen op allerlei Franse persoonlijkheden in zijn "Journal politique et littéraire" haalde hij zich heel wat vijanden op de hals. Hij moet uit Frankrijk vluchten. Men treft hem daarna aan in Zwitserland, in België, in de Noordelijke Nederlanden, in Engeland. Nergens vond hij blijvend onderdak. Men stond in al die landen met veel argwaan tegenover dit woelige heerschap.

In 1794 gelukte hij er nochtans in gekozen te worden als lid van de nationale vergadering in Frankrijk. Een revolutionair gerechtshof liet hem aanhouden en veroordeelde hem ter dood. Hij werd beschuldigd slipdrager te zijn van "de despoten van Wenen en Londen". Hij stierf in 1794 te Parijs op het schavot.

Ons interesseert in dit leven vooral zijn kortstondig verblijf in Asse. In september 1776 wilde hij zich in de Oostenrijkse Nederlanden vestigen. Hij trad in onderhandeling met graaf de Neny om hier zijn "Annales civiles, politiques et littéraires" uit te geven. Neny was hem niet ongenegen. In 1777 trachtte hij opnieuw voet te krijgen in de Zuidelijke Nederlanden, nadat hij uit Engeland was uitgewezen. Hij had dan juist in zijn "lettre au comte de Vergennes" een uiterst scherpe aanval gedaan tegen de Buitenlandse Minister van Frankrijk. Oostenrijk zocht zijn goede relaties met Frankrijk niet te schaden door zulk oproerig element binnen zijn rijksgrenzen te halen. Linguet kende echter de parabel van de aandringende gebuur die bleef aankloppen en na persoonlijke contacten met Starhemberg kreeg hij een stilzwijgend verlof om zich in onze streken te vestigen. Men heeft hem voorzeker aangeraden voorlopig van Brussel weg te blijven. Hij vond onderdak in de buurt van Brussel, in het rustige dorp Asse. Hij betrok hier een landhuis op het gehucht Waarbeek en liet daar in december 1778 zijn drukkerij onderbrengen.

Wij vermoeden, dat hier sprake is van het kasteel van Waarbeek. Pastoor Ringler vermeldt in zijn status animarum van 1778 dat dit kasteel eigendom was van een familie De Paepe, maar hij stipt geen bewoners van dit kasteel aan (1).

Linguet kwam in botsing met pastoor Ringler. Hij vervulde zijn godsdienstplichten niet. Hij ging niet naar de mis, hield zijn pasen niet en liet zijn personeel op zondag werken. Het bisdom werd hiervan op de hoogte gebracht. In het dekanaal verslag van 1779 lezen we over Asse, dat hier 2500 mensen hun Pasen hielden. Dus bijna alle bewoners die paasplichtig waren "buiten enkele afvalligen die door de pastoor bij de officiaal van Mechelen zijn overgedragen".

De aartsbisschop stelde zich met de Franse journalist in verbinding en spoorde hem aan alle schandaal te vermijden en zijn personeel op zondag niet te laten werken. De aartsbisschop sprak echter voor dovemansoren. Hij wendde zich dan rechtstreeks tot de Oostenrijkse gevolgmachtigde minister. Starhemberg wou kool en schaap sparen. De bisschop niet voor de borst stoten en Linguet geen kwaad bloed zetten. Mechelen kreeg de verzekering dat Linguet weldra uit Asse zou vertrekken en dat zijn slecht voorbeeld de brave buitenmensen van Asse niet meer zou ergeren. De Neny, die over dit geschil geraadpleegd werd, stelde een soort verweerschrift ten voordele van Linguet op. Dit verweerschrift lijkt ons een voorloper van de oplossing die nu door het concilie aan de kwestie van de godsdienstvrijheid wordt gegeven. Wij citeren daarom een grote brok uit dit verweerschrift, dat dateert van 6 juli 1779.

"Een mens, ook al behoort hij tot de katolieke kerk, is niet altijd in de gesteltenis om zijn verplichtingen te vervullen. Hem daartoe willen dwingen staat gelijk met van die mens een schijnheilige te maken. Altijd in de geschiedenis van het Christendom hebben verlichte geesten die waarheid erkend. De godsdienst overreedt de mens, maar dwingt hem niet. Dat is een van zijn wezenlijke kenmerken. Sint Athanasius getuigt dit, hij de grootste kerkvader die de kerk in haar beste dagen gekend heeft en die meer van de kerk hield dan Romeinen en Grieken van hun vaderland. Het zou daarom niet wijs zijn een mens te willen dwingen zijn paasplicht te vervullen. Men verzekert ons, dat er in het bisdom Mechelen meer dan één is, die zich in dergelijk geval bevindt. Waarom bovendien zoveel aandacht besteden aan een vreemdeling als Linguet die slechts tijdelijk in Asse vertoeft. Zijn pen kan ook nog heel wat diensten bewijzen aan zijn keizerlijke majesteit en de regering heeft haar redenen om hem te steunen."

De secretaris van staat en oorlog echter, H. Crumpipen, wees in zijn verslag er op, dat het tegen de bestaande wetten inging personeel op zondag te laten werken en dat men best zou doen Linguet naar de stad te laten verhuizen.

Linguet werd op de hoogte gebracht van de houding van het aartsbisdom. Men raadde hem aan geen nodeloze herrie te schoppen.

Door zijn publicaties was zijn aanzien ondertussen sterk gestegen. Op 17 februari 1780 kreeg hij officieel verlof om zijn drukkerij in Brussel te vestigen.

Daarmee was die bok uit de kudde van pastoor Ringler verdwenen.

J. Spanhove msc
 

(1)   Ringler: "status animarum 1778" p. 120 (archief Ascania).
(2)   Decanale verslagen 18e eeuw  (decanaatarchief Asse). Over Linguet kan men volgende werken lezen :
Cruppi: tin avocat journaliste au XVIIIe siècle, Linguet.
Ch. Piot: Linguet au Pays Bas Autrichïens (Buil. de l'Acad. Roy. de Belg.),
1878, 2 ser. T. XLVI p. 787).
Gardoz: Essai historique sur la vie et les ouvragcs de Linguet. Monin : Linguet, mémoires sur la Bastille