Documenten‎ > ‎Ascania varia‎ > ‎

Schuren van de Mollestraat


De schuren van de Mollestraat

door Eugeen Van den Broeck
(uit Ascania-tijdschrift 1973-4)


Wij zitten 's avonds dagelijks in de laatste "bak" van de tram Brussel-Asse... En wij luisteren naar de gesprekken rondom ons. Vóór mij had Jozef Van den Bossche van de Marlier het deze keer over de schuren in de Mollestraat te Asse. Hijzelf werd in het jaar 1916 in de Mollestraat geboren en als schoolknaap had hij al die schuren daar nog weten staan; hij had er in gespeeld en geravot en soms al eens een eitje uit een kiekerennest leeggezopen... Die gebouwen stonden nog levendig in zijn geheugen geprent: ik hoorde hem de ene schuur na de andere opsommen, de plaats waar ze gestaan hadden en ook de namen van eigenaars. En Jef kan vertellen. Hij moet een straffe memorie hebben.

Wijzelf noteerden alles zoveel mogelijk in onze kop, maar als niet te Asse geboren, geraakten wij door al die namen gauw de kluts kwijt en voelden wij ons verzeild in een echt wespennest. Bij het naar huis gaan, vroegen wij Jef of hij eens een schets wilde maken van de Mollestraat met al die schuren en zo. Jef deed dat. De dagen die volgden vroegen wij nog meer uitleg en hij beantwoordde die direkt. De omzittenden in de tram hadden blijkbaar veel belangstelling en veel plezier bij dit eigenaardig interview...

Uit dit gesprek en latere aanvullingen ontstond deze bijdrage...
Rechts van de Mollestraat

1. De grote schuur van FELIX GOOSSENS

Op de hoek van de Mollestraat en de Gemeenteplein waar nu de bank van Brussel is, stond de brouwerij-boerderij van de gebroeders Goossens. Eeuwen lang was daar de afspanning "De Valk" geweest.
Felix Goossens, meestal pachter Felix genoemd, gewezen voorzitter van de landbouwcommice, was geboren in 1846 en stierf te Asse in 1924. Zijn broeder, Louis, was geboren in 1848 en stierf in 1928. Deze brouwerij-boerderij besloeg niet alleen het gedeelte Bank van Brussel maar ook de gebouwen Wasserij Schelfhout en de winkel van Albert De Doncker. Het was één groot complex, bijna een burcht op zich zelf met onderkomen voor eigenaar en gezin, de talrijke meiden en knechten die op zo een bedrijf thuishoorden. De schuur van pachter Felix stond waar zich de garages bevinden van de gewezen melkerij Schelfhout, en diende vanzelfsprekend voor het opbergen van hooi en graanoogst. Een tweede schuurgebouw stond waar het woonhuis Schelfhout staat. De grote koer was een blijk waar het wasgoed werd gebleekt met ook nog een mestput onder de schaduw van een zeer grote kastanjelaar.

2. De grote schuur in de boomgaard van EBRARD

Deze schuur stond, totaal los van enig ander gebouw, in de diepte van de vroegere boomgaard van de familie Ebrard, op de plaats waar thans de eerste building oprijst, ongeveer tegenover de achterpoort van het Groot Hotel en die kleine huisjes daartegenaan waar vroeger Pie van de Mollestraat nog een staminee heeft gehad met een winkeltje waar hij "Hette keis" en "boestering" verkocht. In dat huisje heeft later nog "Lisken van de Mollestraat" gewoond, nl. de echtgenoten De Baerdemaeker met een gans gezin kinderen. Jef Van den Bossche herinnerde zich nog zeer goed deze schuur maar kon niet zeggen van wie ze was terwijl 't Blaken uit de Nieuwstraat ons mededeelde de openbare verkoping ervan te hebben meegemaakt. De schuur was met degelijk materiaal opgebouwd en de oude eiken balken hadden aantrok.

Het was een schuur met een poortboog in witte zandsteen. Ze werd na de afbraak in de vroege twintigerjaren (1920-22) in verkleinde vorm opgetrokken ergens tussen Ternat en Kapellen. Men noemde deze schuur ook de "erkerschuur", dit is een schuur waar speciale bergplaats voorzien is voor het graan. Naar het schijnt werd de feestwagen waar deken Andriessens mee ingehaald werd in deze schuur ineengestoken. De boomgaard van Ebrard behoorde vroeger tot het pachthof van Goossens en werd door de mensen van de Mollestraat dan ook Goossensboomgaard genoemd. Viktor Mons, de beenhouwer op de Gemeenteplein, heeft nog lange tijd koebeesten en vetvaarzen op die boomgaard gezet.

3. De grote schuur van JEFKE VERBRUGGHEN

Jozef De Smedt, in de volksmond Jefken den Baard of Jefken Verbrugghen, had zijn schuur niet onmiddellijk aan de Mollestraat maar een beetje meer achterin. De schuur diende nu niet voor het boerenbedrijf. Zij werd nog een tijdje verhuurd aan Vandnaat (Van den Houte) voor geuze en bier in te leggen. In die schuur werden ook tientallen decors gebouwd en beschilderd voor de toneelstukken van Uyt Houe Troue waar Jefken Verbrugghen regisseur van was. Wijlen kunstschilder Cyriel Bogaert heeft er ook nog de wagens in geschilderd en ineengetimmerd die in de 11 juli-stoeten reden. Deze schuur werd in 1956 afgebroken evenals de stallingen die er aan paalden.

4. De kleine schuur van NET KAROT

Evenals het kleine lage huisje, thans vervangen door de woning van Ch. De Leeuw-Vermeir, was de daar aanpalende schuur de eigendom van Net Karot. Net Karot was een eigenaardig vrouwmens die woonde in de Kerkstraat, naast de huidige Kredietbank, en er samen met haar man Pie Karot, een winkeltje uitbaatte waar ze groenten en snoepgoed verkocht. Ze trok ook met haar kraam al de omliggende kermissen en jaarmarkten af en had de naam zeer rijk te zijn. Men noemde haar ook "Nettuitdark" dit is: Net uit de Ark en duidde op haar afkomst; ze was namelijk een dochter uit de herberg "In de Ark (van Noë)". Kleine kinderen hadden schrik van Net want ze zag er uit als een toveres. De schoolgaande jeugd dierf haar wel plagen met bellekentrek. De schuur van Net Karot werd in de vijftiger jaren afgebroken en Jean De Haes (Taxi) bouwde er een woonst met grote garage. Cyriel Bogaert tekende een mooie aquarel van deze schuur met daarvoor het mooie huisje met de groene "blaffeturen"...

5. De kleine schuur van JEKKEN

Over en vlak tegen het Rodenbachstraatje stond de schuur van Jekken, eigendom van "Latter" (= De Lattre) die zijn boerderij had waar nu de Discount staat en alzeleven "Het Lammeken" was. Toen Latter geen boer meer was verhuurde hij zijn schuur in de Mollestraat aan Jekken. Deze laatste had zijn boerderij ook in de Steenweg daar waar wielrenner Petten Lely nog gewoond heeft, tegen de drukkerij Van Geertruyen, nu de kaas- en kippenwinkel Van Riet. Jekken heeft destijds nog een Hongaars kind aangenomen, Janus.

6. De grote schuur van de gebroeders COPPENS

Deze schuur stond op de huidige eigendom van ereveearts
Verhasselt. Louis Coppens woonde in de herberg "In de Lindenboom" onder de boomkens achter het Gemeentehuis. Deze schuur diende als opslagplaats van aannemersgereedschap. Als mijn inlichtingen juist zijn dan zou deze schuur in 1927 afgebrand zijn. Tussen deze schuur en het College (de Meisjesschool) in stond nog een klein huisje waar Rik De Baerdemaeker gehuwd met "Lisken" uit de Mollestraat samen met hun gezin nog in gewoond hebben (o.a. René, baas van het gekend café De Wachtzaal aan het Station). Daarna zijn ze verhuisd naar het begin van de straat, zie nr. 2.

7. De schuuropslagplaats van MAURITS VAN DE PUTTE

Meneer Maurits, die in de Steenweg woonde, had zijn maalderij aan de achterkant in de Mollestraat. Hij maalde elektrisch en hield er twee gasten op na. Daar hij veel meel rondvoerde had hij heel wat gerij dat hij dan kon opbergen in zijn schuur.

8. De schuur waar later SUS POT woonde

Jozef Van den Bossche kon mij niet zeggen wie de eigenaar geweest was. Nadat de schuur verdwenen was werd er een huis gebouwd door Zjang Moyson. Hier woonde Sus Pot (Frans Amerijckx).

9. De schuur naast de steenkapper

Voorbij de draai, langs de rechterkant, waar later pastoor op rust Van Eisen woonde met zijn meid in een huis gebouwd in 1941, stond met een gedeelte in de huidige lusttuin van Mevr. Muylaert, een grote schuur. Wie was er eigenaar van? Op de hoek van de Prieelstraat stond een boerderij waar Esselens woonde. Maakte deze schuur deel uit van deze boerderij? In alle geval stond er een haag die deze schuur afsloot van de boerderij van Esselens. Later woonde steenkapper Goossens in de gebouwen van deze boerderij en oefende daar zijn stiel uit.

10. De grote schuur van MIEL VAN CHIKKES

Vlak tegen de eigendom van Muylaert, daar waar zich nu ongeveer de toonzaal van Van Dooren bevindt, stonden enkele lage huizekens. In één van deze woonde Wanne Kalut, later Dolf Van Belle die van twee huizekens er één maakte. Maar een beetje meer achterin, maar toch tegen de baan, stond verderop het pachthof en de schuur van Miei van Chikkes, daar waar nu de opslagplaatsen van Juul Van Dooren zijn. Langs de baan: stalling, inrijpoort, woonhuis, stallingen en een schuur achterin. Toen het landbouwbedrijf werd opgeheven ging Miel van Chikkes in de Mollestraat wonen. De schuur werd afgebroken en van de rest werden een vijftal huisjes gemaakt die dan later werden aangekocht, na de tweede wereldoorlog, door Juul Van Dooren die ze liet slopen.

11. Café "In de Boerenschuur"

Als besluit nog dit: Op de hoek van de Mollestraat en de Marlier liet Rie van Rikskens in 1915 vijf huizen bouwen. Op de hoek de herberg "Bij Jules Priem", schoenmaker en herbergier, later uitgebaat door Beir Bondt, duivenlokaal bij "Den Dresseur". Het derde was bewoond door de Zwetten Van Ransbeeck. Een ander door Juul van Gestoofd, vader van Jozef Van den Bossche, onze verteller. Het merkwaardige is dat de Zwetten Van Ransbeeck later naar Laken verhuisde en er aan het station een café openhield met het opschrift "In de Boerenschuur". Hij moet voorzeker beïnvloed zijn geweest door al die schuren in de Mollestraat dat hij in Laken nog een Bierschuur bijfabriceerde, waar vele arbeiders uit Asse vóór en na hun werk hun dorst konden lessen,

Eugeen Van den Broeck
Comments