Documenten‎ > ‎Ascania varia‎ > ‎

Kunst uit het Gasthuis


Schilderijen en etsen uit het Gasthuis
 
door Jaak Ockeley
(uit Ascania-tijdschrift 1997-4)


In 1997 publiceerde Jaak Ockeley in het Ascania-tijschrift een artikel over 350 jaar Gasthuiszusters te Asse. In de rand verschenen een reeks nota's over schilderijen en etsen die zich destijds in het Gasthuis bevonden. Die bundelen we hier. U kan de foto's aanklikken.

Gezicht op de stad Hulst 
 

De Antwerpse gasthuiszusters verlieten de stad Hulst nadat prins Frederik Hendrik van Oranje deze, na een tweemaanden durend beleg, had ingenomen op 5 november 1645. De zusters werden niet buitengezet, maar moesten wel instemmen met secularisatie. Hun werd voorgesteld te trouwen met "eenen moeyen ruyter" wat ze hebben afgewezen. Bovenstaand schilderij werd "Geschilderd door de Hulsterse kunstschilder Cornelis de Vos, 1628. De torens van rechts naar links op het schilderij zijn : het stadhuis, de basiliek, Ter Duinen, het Landshuis. Het grote gebouw met een klein torentje, voor Ter Duinen, dus links op het schilderij, was het hospitaal in de Gentsestraat, het gebouw dus waar de zuster van Asse in gewoond hebben van 1603 tot 1645", aldus in J. SPANHOVE, De gasthuiszusters van Hulst-Asse te Sint-Niklaas in 1646-1647, Asse, 1966, p. 4.


Portret van moeder Marie Franchoys
 
Dit portret van een overste der gasthuiszusters dateert uit de 17de eeuw. De identiteit is onzeker. Volgens A. WAUTERS in zijn Histoire des Environs... gaat het om zuster Elisabeth van de Putte, overste te Hulst, te Sint-Niklaas en te Asse van 1637 tot 1679. Pater J. Spanhove meent dat het zuster Marie Franchoys is, die overste was te Hulst van 1603 tot 1637. "Dit schilderij berust in het gasthuis van Asse en meet 27 cm op 38 cm. Het werd op nieuw raam gezet en herdoekt op 3 juli 1939 door Oswald Gossez, Presidentstraat 75, Elsene. Het schilderij is niet gesigneerd. Vermoedelijk werd het circa 1603 bij de aanstelling van moeder Maria Franchoys als eerste overste van het gasthuis van Hulst gemaakt. Het doek is nu in goede staat. In de Sint-Camilluskliniek te Antwerpen bevindt zich ongeveer hetzelfde portret, zelfde grootte en ook zonder handtekening. De loshangende witte kopdoek of opslag en de zwarte koorrok was toen verplicht in de kerk. De handen zijn in biddende houding met uitgestrekte vingers. Tussen de duimen hangt een gebedssnoer. De kunstwaarde is die van een amateursschïlderij. Wie bezit het origineel. Asse of Antwerpen?", aldus in J. SPANHOVE, De gasthuiszusters van Hulst-Asse te Sint-Niklaas in 1646-1647, Asse, 1666, p. 7.



Portret van Bernardus Petri († 1643) 
 
Bernardus Peeters was een cisterciënsermonnik uit de Sint-Salvatorabdij te Antwerpen, die van 1631 tot zijn overlijden in 1643 rector was vna de Antwerpse gasthuiszusters in het hospitaal te Hulst. "Dit schilderij berust in (de refter van) het gasthuis van Asse... Het schilderij op doek meet 71 cm hoogte en 52 cm breedte. Op de linkerbovenhoek in goudgele kleur is een Onze Lieve Vrouw met kind geschilderd van ca 12 cm hoogte. Het kindje legt de linkerhand op een wereldbol en strekt de rechterhand zegenend uit. De Lieve Vrouw draagt een kroon. Op de rechterbovenhoek staat vermeld : aetatis suae XXXV, 1638. Alleszins een zeer knap werk. Het beste dat het gasthuis bezit. De pastoor wordt voorgesteld als Bernardijn. Hij draagt een potsje of "culot". Zijn gelaat, driekwartzicht, zeer mooi geschilderd, vertoont voornaamheid. De rechterhand is met opengespreide vingers tegen de borst gedrukt. De haast gepunte vingertoppen wijzen op de e'egante Van Dijckstijl. De linkerhand houdt het brevier. De brede mouwen in dikke bleek-grijze wollen stof, zijn meesterlijk in zwierige plooien uitgebeeld. Het geheel vertoont een evenwichtig voornaam portret en is buiten twijfel van een groot Vlaams schilder, waarschijnlijk uit de Antwerpse school", aldus J. DE SWAEN, "Het gasthuis van Hulst", in De Asschenaar, 1965, nrs. 38-52.
  

Portret van Marcos Gorten

 
Burgemeester Marcus Corten was de man die de Antwerpse gasthuiszusters naar Hulst haalde en ze achteraf vergezelde toen zij Hulst moesten verlaten na de inname van de stad door de Hollandse protestanten in 1645. "Dit schilderij berust in het gasthuis van Asse en meet 88 cm op 95 cm. Het is op doek geschilderd. Dit ruiterportret dateert van het einde van de 16de, begin van de 17de eeuw. Het is in zeer slechte staat en moet dringend gerestaureerd worden. Marcus Corten is met pruik en witte sjaal afgebeeld. De mantel in diep-kobalt-blauw. Het paard stijgert naar rechts maar doet houterig en kermismolenachtig aan. Ook het portret mist de soepelheid in lijn en kleur, die men wel vaststelt bij een portret als dit van de eerste pastoor Petri. De auteur is vermoedelijk te zoeken in de Hollandse school. De burgemeester hielp het gasthuis van Hulst stichten", aldus J. DE SWAEN, "Het gasthuis van Hulst", in De Assehenaar, 1965, nrs. 38-52.
 
 



Portret van aartsbisschop Jacobus Boonen 
 
Aartsbisschop Boonen liet, na zeer moeizame onderhandelingen, eind oktober 1647 toe dat de Antwerpse gasthuiszusters zich in het gasthuis te Asse kwamen vestigen. Die moeilijkheden sproten voort enerzijds uit een aantal materiële problemen: het oude gasthuisgebouw was niet echt geschikt voor een nonnetjesklooster en stond nog in de ruwbouw en anderzijds uit een juridisch knelpunt: de gasthuiszusters waren geestelijk afhankelijk van de bisschop van Gent. Eens deze problemen opgelost kon zuster Elisabeth van de Put met haar convent overkomen naar Asse. Het hier afgebeelde portret is een ets uit C. VAN GESTEL, Historia sacra et profana archiepiscopatus Mechliniensis, Den Haag, 1725, p. 56. Het gasthuis van Asse bezat ook een portret van aartsbisschop Jacobus Boonen. J. DE BORCHGRAVE D'ALTENA, in zijn 'Notes pour servir a l'Inventaire des Oevres d'Art du Brabant. Arrondissement de Bruxelles', in Annales de la société royale d'Archeologie de Bruxelles, 47, 1947, p. 14-15 zegt daarover : "L'Höpital comptait parmi ses protecteurs ecclésiastiques, l'archevêque de Malines Boonen, dont l'influence comme réformateur fut enorme en Brabant; a cöté de l'attachante figure de ce prélat...". We hebben dit portret nooit gezien, maar in 1947 bevond het zich nog stellig in het gasthuis te Asse.
 

Asse-dorp circa 1650

 
Potloodtekening, 57 cm bij 43 cm, is nu bezit van dhr. Thierry de Clippele die ze verwierf uit de erfenis van zijn grootvader Marcel de Clippele-Crick. We bemerken bovenaan links het wapen de Cotereau en rechts dat van de Grimbergen, heren tot Asse en middenin de tekst "Asca celebre municipium media inter Alostum et Bruxellam via situm, vulgo Asche" (Asse een gekend dorp halfweg Aalst en Brussel, geheten As). De kerk heeft nog haar hoge toren -die zal pas in 1684 worden afgeschoten - en een verkort H. Kruiskoor (dit werd pas in 1719 verlengd). Het eerste huis in de Kerkstraat links is de afspanning "In den Wijngaard", een pachthof dat ca. 1650 door barones Marie de Cotereau werd verkocht aan de familie Van den Wijngaerde, die het op hun beurt doorverkochten in 1696 aan pastoor Pascal Cole. Daarachter in de tuin van de pastorie de veelbeschreven 'berg van Asse', wellicht nog een restant van de hoogmiddeleeuwse motte. Uiterst rechts beneden het door Marie de Cotereau heropgerichte gasthuis waarvan de ingangspoort in een poortgebouw met twee verdiepingen is ondergebracht. Naast de steunberen van de (latere kapelingang) zien we de ingang van de toenmalige kapel. Er is ook nog geen sprake van de rechtsgelegen zgh. 'pastoorsvleugel'. 


Portret van barones Marie de Cotereau 
 
"In de eetzaal van de gasthuiszusters van Asse, waar nog talrijke meubelen, schilderijen en beelden, die ze uit Hulst naar Asse meebrachten, te zien zijn, hangt dit schilderij van Maria de Cotereau. Het olieverfschilderij (0,50 x 0,65 m) stelt een gezette dame voor op bustegrootte. Ze heeft zachte ogen, brede neus, fijne lippen, dubbele kin, een weelderige gestyleerde haardos (misschien pruik). Een origineel lint is in tipvorm over haar hoofd gelegd. Ze draagt een eenvoudig halssnoer rond de zedig geklede hals. Haar donkerblauwe kapeline is met een rode broche gesloten. Het donkere kleed verdoezelt de achtergrond van het schilderij. 

Er is geen handtekening te bespeuren. Een degelijke en vakkundige herstelling zou voorzeker een prachtig fris portret te voorschijn doen komen. Bovenaan links werd het wapenschild van Maria de Cotereau aangebracht", aldus het onderschrift in J. SPANHOVE, De grafstenen binnen de kerk van Asse. 2 eeuwen geschiedenis van Asse, Asse, 1964, p. 182.

Comments