Documenten‎ > ‎Ascania varia‎ > ‎

Romeinse wegen in Asse


Romeinse wegen in en rond Asse
 
door P. Dr. L. Lauwers, C.I.C.M.
(uit Ascania-tijdschrift 1974-3)
 
 
Dit artikel heeft hoegenaamd geen wetenschappelijke pretenties. Het wil slechts de eenvoudige en schamele bijdrage zijn van een amateur, die zijn ervaringen en bevindingen voorlegt met de hoop aan de mensen van wetenschap een dienst te kunnen bewijzen. Deze dienst zal hierin bestaan dat men bij wijze van hypothese enige beschrijvingen geeft van mogelijke Romeinse wegen in en rond Asse. Sommige van deze werkhypothesen zijn geen hypothesen meer in de zin van veronderstellingen met een elementaire maar onvoldoende bewijsgrond. In enkele gevallen immers zijn de bewijzen zo sterk en afdoende dat ze morele zekerheid geven. Andere hypothesen daarentegen zijn inderdaad veronderstellingen en gissingen maar waarvoor men toch enige rationele argumenten kan aanvoeren, waardoor men uitstijgt boven en buiten het gebied van de loutere fantasie of verbeelding.
 
De beschrijvingen die hier gegeven worden zijn "fieldwork", gaan terug op directe observatie, "sur Ie terrain". Deze observaties werden dan getoetst aan de gegevens van oude en nieuwe kaarten - meer speciaal van stafkaarten - waarna men bepaalde punten heeft onderzocht op toponymisch, geografisch en historisch gebied. Natuurlijk zijn deze werkmethodes zeer primitief, of, laten we misschien beter zeggen, elementair. Want ze vertegenwoordigen noodzakelijke, nl. voorbereidende fazen in het wetenschappelijk onderzoek. Een verdere en beslissende stap zou dan zijn: bodemonderzoek en opgravingen, maar daarvoor ontbreken de middelen aan de gewone man.
 
Nog een laatste opmerking alvorens een aanvang te nemen met de beschrijving van de Romeinse wegen in de omgeving van Asse. Om niet steeds weer dezelfde afgezaagde formules te herhalen, worden deze beschrijvingen op een elliptische manier weergegeven. In plaats van te zeggen dat de Romeinse weg uitkomt op een punt waar nu een kerk, een kasteel of een station staat, gebruiken we meestal de korte formule: de Romeinse weg komt uit aan de kerk, loopt langs het kasteel, enz... We hopen daarmee aan de lezers geen aanstoot te geven.
 
I. DE WEG VILVOORDE - ASSE
 
We beginnen met de weg die van Vilvoorde naar Asse loopt, omdat deze weg niet in vraag wordt gesteld, en ook omdat de zekere gegevens die we hier hebben, aanduidingen kunnen geven voor de studie van de andere wegen. De Romeinse weg die uit Vilvoorde-centrum, aan de tegenwoordige brug over het Kanaal van Willebroek, naar Koningslo vertrekt, heet nu nog de Romeinse Steenweg (la chaussée romaine). De weg blijft die naam dragen tot in Wemmei, waar hij dan Schapenstraat heet tot in Zellik, waar hij uitkomt op de steenweg van Brussel naar Aalst - Gent. Van dit punt af is hij geïdentificeerd met de Gentse Steenweg tot in Asse.
 
We laten hier in het midden vanwaar die weg Vilvoorde -Asse eigenlijk komt: van uit Elewijt in het Noorden, of van uit Leuven in het Oosten. Dit probleem is een probleem op zichzelf en doet niets af aan het feit dat deze Romeinse weg, hetzij hij nu komt uit het Noorden of uit het Oosten, een verbindingsweg was, langs Vilvoorde en Asse, met het Westen en meer bepaald met Kortrijk - Kassei - Boulogne. Vermits over dit gegeven niet gediscussieerd wordt, kunnen we hieruit zekere consequenties afleiden.
 
De eerste gevolgtrekking is wel dat, in strijd met de gangbare voorstellingen, de Romeinse wegen niet altijd lijnrecht zijn. Het is waar dat ze nooit scherpe hoeken of krommingen maken, maar ze maken wel brede bochten of bogen. In principe zal de Romeinse weg inderdaad zo lijnrecht mogelijk zijn, maar indien de kam of landrug, waarop deze wegen gewoonlijk gelegen zijn, lichte zwenkingen maken of een zachte boog vormen, zal ook de weg dit "tracé" volgen.
 
Een tweede gevolgtrekking sluit aan bij de eerste. Indien de Romeinse weg, als hij lijnrecht zou blijven, scherpe hellingen moet afdalen of opklimmen, zullen de Romeinse ingenieurs niet terugschrikken voor een omweg, als ze maar op de hoogte kunnen blijven.
 
Een derde consequentie bestaat hierin dat de hedendaagse weg, die de algemene richting volgt van een vroegere Romeinse weg, in de loop der eeuwen, wel 100 m. en meer kan verlegd zijn ten opzichte van de Romeinse weg. Gedurende vele honderden jaren heeft men eerst de weg beroofd van de stenen van de bovenlaag, en daarna voortdurend grond ingepalmd op en over de Romeinse weg. In bepaalde gevallen echter is die " verschuiving " onmogelijk geweest, omdat de weg liep op een landrug of bergkam, die maar een paar tientallen meters breed was. We zullen zien dat dit meer dan eens het geval is geweest in Asse.
 
II. DE WEG ASSE - OUDENAARDE - KORTRIJK
 
Men moet deze weg aanzien als de voortzetting in Westelijke richting van de weg Vilvoorde - Asse. In het licht van hetgeen we hierboven gezegd hebben over de karakteristieken van de Romeinse wegen zou men kunnen menen dat het voor de hand ligt deze Romeinse weg te zoeken op de landrug, die van uit Asse verder naar het Westen gaat over Asse ter Heide, Hekelgem, Erembodegem, enz. naar Aalst.
 
Ook zijn er archeologen en historici die beweren dat de verbindingsweg tussen Asse en Kortrijk langs Hofstade liep. Vermits én Asse én Hofstade een Romeinse nederzetting bezaten is het zeer waarschijnlijk dat ze door een weg verbonden waren. Er zou dan ook geen bezwaar zijn de grote weg van Asse naar Kortrijk over Hofstade te doen lopen, indien er geen andere oplossing was: een kortere, meer rechtstreekse weg. Welnu, er is een kortere weg. Men ziet dan ook niet goed in dat de Romeinse wegenbouwers zich bij de lange omweg langs Hofstade zouden hebben neergelegd en niet de kortere weg hebben verkozen.
 
Deze kortere weg volgt niet de huidige weg die, van uit Asse langs Putberg, recht naar het Westen gaat. Hij loopt integendeel ten Noorden van de Putbergstraat. Hij droeg de veelzeggende naam: de Hoge Weg, en vroeger heette hij: Heerweg. Men make dan een vergelijking tussen de hellingen van de Putbergstraat, die bijna zo steil zijn als van een put - vandaar de naam - waardoor de moderne weg verplicht is allerlei bochten en krommingen te maken, en anderzijds de hellingen van Hoge Weg, die rustig en zacht naar beneden glijden... De conclusie dringt zich op: Hoge Weg was de Romeinse weg.
 
Op de hoogvlakte van Terheide (40m.) komt de moderne weg op een punt waar hij doodloopt. Maar er is een vertakking naar het N.O. (Asse ter Heide) en naar het Z.W. (de kom van het dorp Essene). Het is evident dat er voor de Romeinse weg geen reden was om naar het Noorden of naar het Zuiden af te wijken. Hij bleef dus op de hoogte doorlopen naar het Westen. Nu liggen daar graanvelden. Gaande midden door deze graanvelden ging de Romeinse weg langs zachte glooiingen tot in de buurt van de kerk van Essene. Het hoogteverschil op de weg aldaar ligt tussen 40 en 45 m.
 
Van af Essene loopt de Romeinse weg weer verder rechtdoor naar het Westen. Maar de huidige weg heeft het "tracé" van de Romeinse weg niet helemaal gevolgd. Op sommige plaatsen ligt de nieuwe weg meer dan 100m. verwijderd van de oude, d.w.z. de Romeinse. De Romeinse weg kruist dan de tegenwoordige autosnelweg Brussel~Oostende en komt in Teralfene uit aan de Groene Weg, die nu nog in de oude as ligt: van het Oosten naar het Westen. De Groene Weg mondt uit in de Steenbergstraat, die van Noord tot Zuid loopt. Wellicht was de Steenberg (20m.) de plaats waar een Romeinse villa gelegen was. Ligging zeer geschikt: op de zuidelijke helling van een heuvel...
 
Nadat de Romeinse weg dus de autosnelweg Brussel-Oostende gekruist heeft, kruist hij ook de spoorlijn van de sneldienst Brussel-Gent-Oostende. Er is maar één plaats waar die weg kan gelopen hebben en dat is de landrug die Essene met Denderleeuw verbindt, ten Westen van Steenstraat, dat - tussen haakjes gezegd - niets te maken heeft met deze weg, maar betrekking heeft op de weg Asse - Bavaï.
 
Zo komt dan de Romeinse weg aan het Station van Denderleeuw (Leeuwbrug), en gaat over het spoor. Aan de overkant van het station kijkt men op tegen een vrij hoge berm, die niets anders is dan de voortzetting van de landrug. Dan gaat het in rechte lijn naar Kerksken. Van op de hoogte van Kerksken heeft men een prachtig zicht op de valleien ten Noorden en ten Zuiden van de landrug waarop de Romeinse weg ligt. Men ziet heel duidelijk een landrug in het Noorden, waar de tegenwoordige weg Asse-Aalst loopt, langs Asse ter Heide, en een in het Zuiden, die loopt van Denderhoutem naar het zuiden van Heldergem (Hoogkouter) en verder naar Woubregtegem (ten Zuiden hiervan: een hoogte van 70m.) en zo naar Zottegem.
 
De Romeinse weg, die dus de middelste landrug volgt, komt opeenvolgens door Aaigem, Herzele, Leeuwergem, Velzeke (Fulsacum). Het moge volstaan het "tracé" van de Romeinse weg Asse-Kortrijk-Boulogne in bijzonderheden te hebben aangeduid van Asse tot Velzeke. Want het andere deel van de weg, nl. van Velzeke naar Kortrijk, levert geen problemen op en wordt, voor wat de voornaamste steunpunten betreft, praktisch door iedereen aangenomen: Velzeke - Munkzwalm - Kaster - Ename - Beveren - Anzegem - Steenbrugge - Stacegem - Kortrijk.
 
III. DE WEG BAVAI - MONS - ENGHIEN - ASSE
 
Er is een eenstemmig akkoord over deze weg van Bavai tot Koudertaveerne. De tegenwoordige weg maakt daar een vrij scherpe zwenking naar het Oosten om dan verder in nagenoeg rechte lijn verder te gaan tot aan de kerk van Asse. De voorstanders van de "klassieke" opvatting van de rechtlijnigheid van de Romeinse wegen houden vol dat die zwenking naar rechts van recente datum is. Volgens hen ging de oude Romeinse weg pijlrecht naar het Noorden en kwam uit midden in de Romeinse vicus van Asse (Kalkoven).
 
Het enige antwoord, dat men aan deze " klassieke " opvatting kan en moet geven, is aan de voorstanders ervan te vragen dat zij, te voet, de afstand zouden afleggen, in rechte lijn, van Koudertaveerne naar Kalkoven. Men moet daarvoor het dal van de "Broekebeek" doortrekken. Maar men zou beter spreken van een ravijn dan van een dal. De hellingen zijn zo scherp dat het onmogelijk is ze in looppas af te dalen of op te klimmen. En dan zouden karren en wagens, een hele legertros, die weg gevolgd hebben: een helling als een muur die uitkomt in een moeras (broek)! Het is de reinste onzin.
 
Grif toegegeven dat deze zgn. weg in lijnrechte verlenging van de Romeinse weg Enghien - Koudertaveerne een oude weg is geweest, nl. een vóór-romeinse (= Platijnstraat). Vermits men nu over 't algemeen aanneemt dat de Borgstad geen Romeins kamp was, maar een prehistorische of Gallische versterkte nederzetting, is het duidelijk dat men ook wegen moet aanvaarden die daar naartoe leidden of van daar uitgingen. Nu is het zo dat - zoals Pierre Fustier aangetoond heeft - het juist eigen is aan de vóór-Romeinse, nl. de Gallische of voorhistorische wegen, scherpe hellingen te volgen, als die een kortere verbinding tot stand brachten.
 
De redenen hiervan zijn evident. De Keltische wegen waren voetpaden, wel geschikt voor lastdieren, maar niet voor wagens. Indien dan deze wegen voetpaden waren, moet men zich niet verwonderen dat ze geen omwegen maakten, maar steeds de kortste weg kozen, hoe abrupt die ook moge geweest zijn. Dit fenomeen kan men nu nog, overal ter wereld, in de berglanden constateren. Cfr. P. Fustier, La Route, Paris, A. en J. Picard, 1968, p. 55.
 
IV. DE WEG ASSE-RUMST
 
Op de voortreffelijke kaarten van de Romeinse wegen, die door Prof. J. Mertens werden uitgegeven, wordt een Romeinse hoofdweg aangegeven van Asse naar het Noorden zonder verdere aanduidingen. Men neemt nu algemeen aan dat deze weg een hoofdweg was, die Bavai, bijna in rechte lijn, met Utrecht verbond, langs Asse om. Maar niemand schijnt het aangedurfd te hebben deze weg in detail uit te stippelen. Nochtans lijkt het "tracé" heel duidelijk. Het dringt zich op en een tweede of derde mogelijkheid schijnen werkelijk kansloos te zijn. Men zou op het eerste gezicht geneigd zijn deze weg te gaan zoeken rond de huidige weg naar Merchtem, die recht tegenover de kerk aan de overkant van de steenweg Brussel-Aals begint, en eerst de naam draagt van Prieelstraat en later Merchtemse weg wordt.
 
Maar een eerste en algemene opwerping hiertegen is dat Merchtem niet in de axis ligt van Asse naar Rumst. Zeker 3 km. te veel naar het Westen. Ten tweede zijn er in Asse zelf maar 3 mogelijkheden, omdat aan de N.O. kant van de gemeente een dal ligt dat men kan vergelijken met een ravijn. Het dal draait rond het dorp aan de Noordkant en is als een natuurlijke vestingsgracht aan deze kant van de gemeente. De rand van het dal, aan de kant van Asse, wordt gevolgd door de Mollestraat en de Prieelstraat, die dus werkelijk de "vesten" vormen rond Asse aan de Noordkant.
 
Eerste mogelijkheid: een beetje verder dan de plaats waar de Mollestraat in de Prieelstraat uitkomt, vertrekt uit de Prieelstraat de Mollemsebaan, die uitkomt in de Kouterstraat in Mollem. De Mollemsebaan blijft tot in Mollem op de hoogvlakte (alleen de plaats waar deze hoogte door de huidige spoorweg Asse-Merchtem doorsneden wordt is geen hoogvlakte meer, maar een smalle landrug). Deze hoogvlakte loopt voort - zoals we verder zullen zien - bijna tot in Londerzeel. In principe zou daar een uitstekende Romeinse weg hebben kunnen liggen, maar deze weg zou dan een ruime boog hebben beschreven.
 
Tweede mogelijkheid: nog verder in de Prieelstraat vertrekt dan de tegenwoordige Merchtemsebaan die bij Vrijlegem naar links zwenkt in de richting van Merchtem (naar rechts is een vertakking naar de kom van het dorp Mollem). Deze weg maakt nog een bredere boog, want hij ligt op een andere hoogte dan de Mollemsebaan, waarvan hij gescheiden is door een tamelijk diep dal. Zoals reeds gezegd, zouden de Romeinse ingenieurs, indien er geen andere uitkomst was, deze boog rond het dal hebben gemaakt. Maar er is een andere mogelijkheid en dat is de goede oplossing.
 
Derde mogelijkheid: van uit de Markt vertrekt de moderne weg naar Mollem, die in Asse Huinegemstraat heet. Een pracht van een zacht glooiende helling, tot over de huidige viaduct van de spoorlijn Asse-Merchtem. Dan komt men op een bifurcatie, reeds gelegen op het grondgebied van Mollem. Naar het Oosten gaat de grote steenweg verder naar Bollebeek en Brussegem, en heet van daar af: Steenweg naar Asse. De andere weg (Waarbeekbaan) is veel smaller en komt in de kom van het dorp Mollem aan, onder de naam van "Doorenbaan". De huidige weg heeft vele bochten en maakt scherpe hoeken. Maar begin- en eindpunt liggen in de N.O. richting die de algemene as is van de Romeinse weg Asse-Rumst en de hellingen zijn buitengewoon rustig en zacht.
 
Hoogstens 200m. achter de kerk van Mollem begint het grondgebied van de gemeente Brussegem. Daarom draagt onze Romeinse weg daar de naam: Mollemstraat. Zo komt men op een hoogvlakte, waar men helemaal "in Romeinse stijl" een prachtig gezicht heeft over de omgeving: in het N.W. Merchtem, en in het Zuiden Asse. Deze hoogvlakte, die men wel zo moet noemen, omdat ze zich heel wat verder uitstrekt dan een smalle landrug, loopt voort tot bijna in Londerzeel. De Romeinse weg heeft natuurlijk deze hoogte gevolgd. Eerst tot in Bosbeek, waar de tegenwoordige weg Brussegem-Merchtem wordt gekruist, waarschijnlijk iets meer ten N.W. van de Olmestraat. Voorbij Bosbeek heeft men weer een heerlijk vergezicht op Merchtem dat nu vlak in het Westen ligt. Verderop dan kruist de Romeinse weg de tegenwoordige hoofdweg Merchtem-Wolvertem en loopt voort in N.O. richting. Hij laat Meusegem liggen en Rossem in het Westen.
 
Op dit punt versmalt de hoogvlakte en wordt een eerder smalle landrug. Op het kruispunt van de moderne wegen Wolvertem - Rossem en Meusegem - Impde ziet men heel goed hoe smal de landrug reeds geworden is. Want wanneer men kijkt, van af het kruispunt, in de richting van Rossem, ziet men juist de spits van de kerktoren boven de landrug uitsteken, net zoals een toren die achter de stadswallen oprijst, en waarvan men slechts de bovenste top kan zien. Het verder verloop van de weg dan doet niet meer ter zake. Zeggen we slechts dat de Romeinse weg ten Oosten van het centrum van het huidige dorp Londerzeel loopt, uitkomt in Berg, over Tisselt en Heindonk de Rupel bereikt, recht tegenover Rumst, waar de weg de rivier overstak en verder liep naar Kontich en Mortsel. steeds trouw aan een der fundamenteelste principes van de Romeinse wegenaanleg: zo lijnrecht mogelijk.
 
Het is wellicht interessant te noteren dat in 1972, bij het verwijderen van het zand uit het Grote Broek, ten Westen van Heindonk, waar het Rijk een waterskibaan wilde aanleggen, men tientallen "pontes longi" heeft gevonden, die de Romeinen gebruikten wanneer de weg door een moerassig gebied liep. Ook een massa witte stenen zo groot als "kinderkopje " zijn daar toen opgehaald geweest. Deze stenen werden door de Romeinen gebruikt om de onderste lagen van hè' wegendek te vormen: een tweede onomstootbaar bewijs dat er daar een Romeinse verbindingsweg heeft gelegen van de eerste klasse.
 
V. DE WEG ASSE - ANDERLECHT
 
Indien men van het bestaan van de vier bovenvermelde wegen. die werkelijk hoofdwegen waren, kan affirmeren dat het zulk een graad van waarschijnlijkheid bereikt, dat men kan spreken van morele zekerheid, dan is dit niet het geval met de andere mogelijke wegen rond Asse, in de Romeinse tijd. Er wordt melding gemaakt o.a. van een weg Asse - Hofstade - Gent. van een weg Asse - Aalst langs Asse ter Heide, van een weg Asse -Dendermonde, Asse-Bornem, Asse-Wolvertem, enz... De argumenten echter voor het bestaan van deze secundaire wegen (diverticula) blijken niet alle even ernstig en deugdelijk te zijn.
 
We zullen ons hier beperken tot de weg Asse - Anderlecht -Buizingen. Men heeft in Anderlecht een Romeinse villa opgegraven, niet zo ver van de tegenwoordige "Brug van Anderlecht" over het kanaal van Charleroi. Deze villa moest met een Romeinse weg in verbinding staan. Want daarvoor juist dienden de bijwegen of diverticula: "Ce sont ces voies secondaires, certainement tres nombreuses, qui servirent a maintenir, pendant de nombreux siècles, la prospérité des campagnes en reliant aux chemins publiés les domaines et les villas qui s'y élevèrent". (P. Fustier, op. cit., 1968, p. 69).
 
Buiten een Romeinse weg Asse - Buizingen ziet men niet goed in met welke weg deze villa zou kunnen verbonden worden. De Romeinse villa's ten Noorden van Brussel (Laken, Jette, Relegem, enz...) sloten normaal aan bij de heirweg Vilvoorde-Asse. Maar dat was niet mogelijk voor de villa van Anderlecht omwille van de moerassen van Brussel (Broek-sel). De Romeinse weg ten Oosten van Brussel: Waver - Duisburg - Nossegem - Elewijt ligt nog verder af en is nog moeilijker te bereiken.
 
Over de Romeinse wegen ten Zuiden van Anderlecht bestaat geen eensgezindheid. Indien men dan toch een Romeinse weg zou kunnen aannemen, nl. die Kester met Buizingen verbindt, dan kan deze toch niet de weg zijn waarop de villa van Anderlecht georiënteerd was. Want deze weg lag in een Oost-West richting en op een veel te grote afstand van Anderlecht. Eveneens omwille van de te grote afstand kon de villa niet gericht zijn op de heirweg Asse - Mons - Bavai.
 
Het lijdt geen twijfel dat in de prehistorische of protohistorische tijd er vele voetpaden van Asse uitgingen. Zou misschien een van deze paden door de Romeinen gebruikt zijn geweest om er een "steenweg" van te maken? A priori lijkt dit niet onmogelijk, vermits er voorbeelden met de vleet van die methode kunnen aangehaald worden. Maar a posteriori moet men al deze hypothesen verwerpen.
 
Een weg Asse - Walfergem - Bekkerzeel - Groot-Bijgaarden -Dilbeek - Anderlecht is uitgesloten. In grote lijnen is deze weg een reusachtige roetsjbaan met diepe valleien, steile hellingen, waarop zwaar vervoer totaal onmogelijk was. Mogelijke wegen langs Zellik (Schapenweg) en dan verder naar Dielegem of Koekelberg of zelfs Wemmel betekenen op de eerste plaats een brede bocht en dus een grotere omweg, maar ook scherpe hellingen om van uit het Noorden naar Anderlecht af te dalen.
 
Als er een Romeinse weg geweest is, lijkt het zeer waarschijnlijk dat hij van uit Asse de tegenwoordige Gentse Steenweg gevolgd heeft tot in St.-Agatha-Berchem, ongeveer tot aan het kruispunt met de Basilieklaan. Deze helling is buitengewoon rustig en zacht. Dit blijft ook zo wanneer de weg in Berchem de Gentse Steenweg verlaat om naar Scheut af te dalen. Dan volgt de weg de Bomstraat die ook op de 16e eeuwse kaarten als een lijnrechte straat wordt aangegeven, in tegenstelling met de middeleeuwse, maar in overeenkomst met de Romeinse wegen. Door de huidige Veeweidestraat zou die weg dan de tegenwoordige Bergense Steenweg vervoegen, om in Buizingen over de Zenne te gaan, en van daaruit zich te vertakken in verschillende richtingen: naar Nijvel, naar Gembloux, naar Waudrez, enz.
 
P. Dr. L. Lauwers, C.I.C.M.
(Scheut)
Comments