Documenten‎ > ‎Ascania in de pers‎ > ‎

Persoverzicht 2013


Oudste heemkring viert 60ste verjaardag

Asse - De heemkundige kring Ascania viert dit jaar haar zestigste verjaardag en is meteen de oudste nog bestaande heemkring in onze regio. Een bezoek aan de archieven van de vereniging is als een wandeling door het verleden. Duizenden vergeten gebruiksvoorwerpen, kranten, meubelstukken, foto's, tekeningen, werktuigen, bidprentjes, kledingstukken en parochieregisters zijn de stille getuigen van een dorpsleven dat niet meer bestaat.

Wim De Smet

Ascania werd op 4 februari 1953 opgericht aan de toog van café Malpertuus, op de Markt. "Enkele jonge mannen staken de koppen bij elkaar om een heemkundige vereniging op te starten", vertelt Flor De Smedt, oud-voorzitter van Ascania. "Tijdens de Tweede Wereldoorlog startte Gerard Van Wijnendaele al een heemkundige studiekring op, maar toen hij in de politiek stapte, stierf die studiekring een stille dood. De nieuwe heemkring had weinig materiaal, maar de leden hadden veel goede moed. Ascania organiseerde in 1954 al een tentoonstelling met oude foto's. Bestuurslid Gaston Durnez, een journalist, was een geboren verteller die tijdens voordrachten uren aan een stuk kon spreken en het publiek kon boeien."

Hebbedingetjes

Ascania startte in 1958 met een tijdschrift. Vandaag, 56 jaar later, verschijnt dat tijdschrift nog altijd vier keer per jaar, goed voor 7.200 bladzijden lokale geschiedenis. De heemkring wist de voorbije zestig jaar ook een gigantisch arsenaal aan historische hebbedingetjes te verzamelen: kranten, huisgerei, kledij, schoolspullen, een oud dokterskabinet, drukpersen, een herberg, een schrijnwerkerij, landbouwwerktuigen, of het atelier van een blokkenmaker. Werkelijk alles wat ooit nog maar iets van betekenis had in een mensenleven, kreeg een plekje in het Ascania-archief. "We hebben alle exemplaren van de weekkrant De Asschenaar, van 1877 tot 1996", zegt huidig voorzitter Jaak Ockeley. "Ook de Gazet van Assche, die tussen 1884 en 1930 verscheen, is in ons bezit. In onze archieven kan je alle parochiebladen en krantenknipsels over Asse en omliggende gemeenten terugvinden. We hebben meer dan 2.000 historische boeken, 42.000 bidprentjes en 22.000 rouwbrieven."

Ook aan ronkende namen heeft het archief geen gebrek. Een kreitschpot, een haargetouw, de sloresteker, een vinkmade of een ouillebak worden vandaag in geen enkel huishouden nog gebruikt. "Een kreitschpot werd gebruikt om lucifers aan te steken en de sloresteker diende om een slore, een klein raapje, uit de grond te halen. Een vinkmade is dan weer een klein olielampje en een ouillebak werd gebruikt om steenkool in te stoppen. Honderd jaar geleden vond je die spullen terug in iedere woning. Vandaag weet de helft van de mensen niet meer waar die dingen ooit voor dienden."

Oorlogsdagboek

De heemkring is ook trots op het oorlogsdagboek van Richard Dieudonné, de uitgever van de Gazet van Assche. "De meeste dagboeken van de Eerste Wereldoorlog vertellen het frontverhaal aan de IJzer, maar de schrijfsels van Richard Dieudonné beschrijven haarscherp het dorpsleven tijdens de oorlogsjaren. Hij begint elke dag met een weerberichtje en vertelt hoe de soldaten door de straten van Asse trokken. Zelfs de prijzen van koper of brood staan in het dagboek opgetekend. Dieudonné was ook een belezen man, die verschillende kranten las. Hij was zeer Vlaamsgezind, maar ook koningsgezind."

Ascania krijgt jaarlijks honderden bezoekers over de vloer. "Veel mensen maken gebruik van onze archieven om hun familiestamboom samen te stellen. Maar we hebben evengoed bezoekers die zich graag nog eens wentelen in nostalgie."

De zestigste verjaardag van de heemkring wordt officieel gevierd op vrijdag 12 april in CC Oud Gasthuis. Gedeputeerde Tom Dehaene zal dan een bronzen medaille van verdienste komen overhandigen.

Het Laatste Nieuws - 30 maart 2013


Erfgoed komt in permanente expo

Asse - Asse krijgt een gemeentelijk comité voor erfgoed.

De twee verenigingen in Asse die met erfgoed bezig zijn, de heemkring Ascania en de archeologische vereniging Agi- las, gaan in op de uitnodiging van het gemeentebestuur om mee te werken aan een permanente tentoonstelling rond erfgoed. Een gemeentelijk comité bestaat uit vrijwilligers, maar komt in aanmerking voor speciale steunmaatregelen om projecten te realiseren. Ook de Hopduvelfeesten en Zellik Aktief (Zellikse Feesten) worden op die manier financieel gepatroneerd door het gemeentebestuur.

'Het leek me elementair dat een gemeentelijk comité voor erfgoed minstens de medewerking moest krijgen van Ascania en Agilas, maar het comité staat uiteraard ook open voor iedereen die zich wil inzetten voor een gemeentelijke erfgoedwerking', aldus schepen van Cultuur Geert Heyvaert (CD&V). (rds)

Het Nieuwsblad - 30 maart 2013


Heemkring Ascania droomt van museum

Asse - De heemkring Ascania uit Asse wordt op 12 april gehuldigd voor haar zestigjarig bestaan. De oudste heemkring van Vlaams-Brabant bouwde het grootste heemkundige archief uit van West-Brabant. 'Tijd voor een echt museum', zegt voorzitter Jaak Ockeleij.

Rudy De Saedeleir

Doctor-historicus Jaak Ockeleij (69) volgde in 2009 Flor De Smedt op als voorzitter van de Assese heemkring. Hij is na Karel de Bauw (1953-1987) en De Smedt (1987-2009) pas de derde voorzitter in zestig jaar. De belangrijkste activiteiten van Ascania zijn de wekelijkse opening op donderdagavond van het ruime eigen archief in het gemeentelijke arsenaal in de bedrijvenzone Mollem en de publicatie van het driemaandelijkse tijdschrift, intussen al toe aan zijn 56ste jaargang. Maar de sporen van de hand- en spandiensten van Ascania zijn in de regio alomtegenwoordig.

Bronnen

'We krijgen wekelijks tien tot twintig mensen over de vloer die bronnen komen raadplegen. Daar zijn tegenwoordig meer en meer studenten bij. Op zich opmerkelijk, want de universiteiten kijken al jaren neer op ons. Plaatselijke geschiedenis zit in de verdomhoek en het wordt steeds erger. De universiteiten publiceren liever over een indianenstam die niemand kent en dan nog liefst in het Engels', moet Ockeleij toch even van het hart.

Een tiental vrijwilligers verzorgt het grote archief, dat tienduizenden documenten, boeken, tijdschriften en massa's heemkundige voorwerpen omvat. 'Wekelijks komt er wel nieuw gerief bij. Recent kregen we het volledige archief van de veldritorganisator De Snassers (Krokegem), het materiaal uit de sacristie van de kapel van het klooster van Walfergem die wordt afgebroken en de kapel van het oude rusthuis Hingeheem.'

Museum

'We kunnen een prachtig museum uitbouwen met wat we nu al zestig jaar verzamelen. Nu ligt dat vaak opgestapeld en kan het publiek daar nauwelijks van genieten. Dat roepen we al jaren, maar het gemeentebestuur lijkt zich daar nu eindelijk ook van bewust', aldus Ockeleij.

Een tweede zorg is het voortbestaan van het tijdschrift, intussen al goed voor meer dan zevenduizend bladzijden heemkundige artikelen. Ockeleij zelf en pater Spanhove, overleden in 2009, waren altijd al de veelschrijvers. 'We hebben een actieve kern medewerkers, maar er zijn momenteel te weinig schrijvers bij. Naar de toekomst toe wordt dat een zorg.'

Zelf droomt Jaak er nog van om zijn eigen halve eeuw archiefkennis in een dik boek met de 'definitieve' geschiedenis van Asse te kunnen gieten. Desiré De Grave schreef die geschiedenis al eens in 1900, op basis van de toen gekende bronnen.

'Thans verdiep ik me in de 'stad' Asse van de 13de en 14de eeuw. We weten daar nog niet veel van. De oudste vermelding dateert van 1272, maar Asse was wellicht al in 1248 een stad, vier jaar voor Merchtem.'

'Jammer genoeg werd het hertogelijk charter in 1356 verbrand tijdens de Brabantse Successieoorlog.'

Het Nieuwsblad - 5 april 2013


Feesten: 'Terug naar Manke Fiel'

Asse - Zondag 21 april staat helemaal in het teken van de herdenking van Manke Fiel. Er zijn activiteiten op verschillende plaatsen gepland.

Het programma voor de Erfgoeddag rond Manke Fiel in Asse op zondag 21 april start om 10.30 uur met de boekvoorstelling in de bib.

Van 10 tot 18 uur is er in de kapel van het Oud Gasthuis een tentoonstelling over Manke Fiel. Blikvanger is de maquette die Dilbekenaar Herman De Vriendt (76) maakte van het museum - op de foto is de maquette nog niet volledig klaar.

Voor De Vriendt, die al veel maquettes van historische Pajotse volkspanden bouwde, was het geen eenvoudige opdracht, want hij kon enkel afgaan op oude foto's.

De bewegwijzerde wandeling 'Terug naar Manke Fiel' van 5,5 km kan van 10 tot 18 uur worden gewandeld (laatste vertrek om 16 uur, binnenkoer Oud Gasthuis).

Ook de film wordt onderweg vertoond op drie locaties.

Wie de film in één ruk wil zien, kan de vertoningen in de cultuurzaal bijwonen (12.30 uur, 14 uur, 15.30 uur en 17 uur).

In het voormalige vredegerecht, naast het Oud Gasthuis is er eveneens van 10 tot 18 uur de tentoonstelling '60 jaar erfgoedzorg in beeld' door de 60-jarige heemkring Ascania. (rds)

Het Nieuwsblad - 13 april 2013


Buitenrestauratie kerk Kobbegem klaar

Kobbegem - Architect Luk Willems en archeologe Kristine Magerman stellen op 28 april de resultaten voor van de buitenrestauratie en het archeologisch onderzoek van de kerk van Kobbegem.

Rudy De Saedeleir

Na de moeilijke, jarenlange aanloop bleek ook de uitvoering van de buitenrestauratie van de Sint-Goriks- en Maria-Magdalenakerk een klus met hindernissen. De eindprijs liep op tot 657.000 euro, ruim 150.000 euro boven de oorspronkelijke gunning. Pas tijdens de werkzaamheden kwam aan het licht dat het koordak en de torenspits doorrot waren en die kosten waren niet voorzien.

De binnen- en buitenrestauratie van de kerk werden tien jaar geleden van elkaar gescheiden omdat er maar geen eensgezindheid kwam over de binnenrestauratie, terwijl de buitenrestauratie almaar dringender werd. De uitgevoerde werkzaamheden omvatten onder meer een volledige gevelreiniging, dakherstellingen, de restauratie van de glas-in-loodramen, de plaatsing van een nieuwe torenhaan en een reeks omgevingswerken. De kerk kreeg ook een ecologisch vriendelijke buitenverlichting.

Over de binnenrestauratie is er nog steeds geen beslissing, maar architect Luk Willems toont wel enkele voorbeelden hoe het zou kunnen.

Bij het uitgraven van de sleuven voor de nieuwe nutsleidingen in het kerkhof werden elf skeletten blootgelegd. 'Het gaat om bijzettingen die dateren tussen 1765 en 1912, maar de kans is zeer reëel dat er zich nog oudere graven in de diepere bodemlagen bevinden', zegt Kristine Magerman, die de opgravingen opvolgde voor de archeologische kring Agilas.

Dat de kerk van Kobbegem aan twee heiligen is opgedragen komt omdat er oorspronkelijk twee concurrerende parochies waren, met de Sint-Gorikskerk ten zuiden van de Maalbeek - waar zich nu nog het Torenhof bevindt - en de Maria-Magdalenakerk ten noorden van de Maalbeek. Het historisch perspectief hoe deze kerken zich tot elkaar verhielden kwam pas de laatste tientallen jaren geleidelijk aan het licht via historisch en archeologisch onderzoek.

Tijdens de presentatie worden voor het eerst ook de resultaten bekendgemaakt van de opgravingen die archeoloog Stephan Van Bellingen tussen 2003 en 2005 deed aan het Torenhof in Kobbegem, waar zich tot de zestiende eeuw het oorspronkelijke Sint-Gorikskerkje bevond.

'Er werden paalsporen gevonden van het houten kerkje van elf op vier meter uit de negende eeuw. Voorts werden, naast Merovingische resten, ook heel wat Romeinse sporen gevonden, die verwijzen naar een Romeinse villa die wellicht afhing van de vicus van Asse', zegt Magerman.

Voor de presentatie van 28 april om 15 uur is vooraf inschrijven verplicht. Dat kan tot 20 april via luk_willems@skynet.be of kristine.magerman@telenet.be, 0474-29.95.67.

Het Nieuwsblad - 17 april 2013


Heemkring redt toneelarchief uit puin

Asse - De heemkundige kring Ascania heeft op het nippertje de waardevolle archieven van de vergane toneelkring 'Uyt Houe Trouwe' weten te redden. Het archiefmateriaal lag opgeslagen in het huis van dokter Andre Lievens zaliger, dat vorige week met de grond gelijk gemaakt werd. "Het scheelde geen haar of de bulldozer had ook het archief mee op de container gegooid", zegt Daniel Horlait van Ascania.

Wim De Smet

De statige woning van dokter Lievens in de Nieuwstraat, tegenover het koninklijk atheneum Vijverbeek, werd vorige week vakkundig gesloopt. Lievens was een bekend chirurg in het OLV-ziekenhuis maar was ook in het bezit van de archieven van de toneelvereniging.

Waardevol archief

"Huisarts Jos De Raedemaeker was jarenlang kind aan huis bij dokter Lievens en hij merkte op dat dozen met documenten buiten in de regen stonden, in afwachting van de afbraak", vertelt Daniel Horlait. "Ik ben samen met Gust en Herman Bogaert naar de woning getrokken en daar vonden we prachtig materiaal voor onze heemkring. Het ging om oude geschriften, toegangskaartjes, rekeningen en affiches die bijna honderd jaar oud waren. Voor onze heemkring is zo'n archief een waardevol aandenken."

Tussen alle oude documenten werden ook nog schrijfsels aangetroffen van Juul Bogaert, de vader van Gust en Herman. Hij was lange tijd hoofdonderwijzer van de gemeenteschool in de Mollestraat. "De dozen met oude documenten stonden al geruime tijd buiten in de regen waardoor enkele exemplaren volledig vernield raakten", vervolgt Daniel. "Ik heb de nog leesbare papieren en affiches in mijn garage te drogen gelegd. Ook het provinciebestuur heeft ons een handje geholpen. Zij beschikken over een speciaal toestel om het vocht uit oude documenten te onttrekken."

Toneelvereniging

De vele affiches en tickets zijn stille getuigen van het rijke verleden van de vereniging die zichzelf profileerde als Christen Vlaamsch Tooneel Uyt Houe Trouwe. "De toneelvereniging is gesticht in 1917, in volle oorlogstijd", weet Daniel Horlait.

"De mensen hadden toen echt nood aan een beetje plezier en vermaak. De oudste affiche die we konden recupereren dateert van 1918. Toen hadden alle verenigingen nog een politieke kleur. Zowel de katholieken als de liberalen hadden een eigen muziekmaatschappij en een eigen toneelvereniging. Op de voorpagina van het weekblad De Asschenaar stond zelfs de boventitel Katholiek Weekblad gedrukt. Na de oorlog is er ruzie ontstaan en stapte de uitgever van De Asschenaar over naar de andere partij (lacht). De toneelkring Uyt Houe Trouwe is eind jaren '60 opgedoekt."

Het archiefmateriaal van de vereniging wordt de komende weken verder opgesmukt en nadien bewaard in de archieven van Ascania. "Het is jammer dat veel nabestaanden na het overlijden van iemand vaak de hele inboedel in een container gooien", luidt het. "Wij roepen iedereen op, ook verenigingen, om oude spulletjes of documenten niet zomaar weg te gooien. Voor onze heemkring gaat het vaak om fantastisch materiaal dat anders voorgoed verloren gaat."

Het Laatste Nieuws - 19 juli 2013


Voetbalclub Asse-ter-Heide viert gouden jubileum

Asse - Voetbalclub Asse-ter-Heide viert komend weekend haar 50ste verjaardag. De club werd in 1963 gesticht door broeder Hillonius, een sportieve pater die ook lesgaf in de plaatselijke dorpsschool.

Broeder Hillonius stichtte in 1938 al een eerste voetbalclub onder de naam 'De Klauwaerts'. "Toen de broeder in 1947 overgeplaatst werd naar een andere parochie, stierf de voetbalploeg een stille dood", weet Jaak Ockeley van heemkring Ascania. "Maar Hillonius keerde in 1962 terug. Het eerste wat hij deed, was een nieuwe voetbalclub stichten: VC Asse-ter-Heide. Omdat de club niet in een katholieke competitie aantrad, ontstond er al snel ruzie tussen broeder Hillonius en de pastoor. Die laatste nam zelfs contact op met de broederorde in Oostakker om zijn beklag te doen over Hillonius. Een jaar later werd de sportieve broeder dan maar weer weggehaald uit Terheide. Hij verhuisde naar Merchtem, maar keerde iedere zondag terug naar Terheide om de prestaties van zijn voetbalploeg te volgen. Hillonius overleed in 1981."

In de beginjaren speelde de club uitsluitend met schoolgaande jeugd uit de buurt. In de vroege jaren 80 werd onder impuls van toenmalig voorzitter Andre De Saeger een mooie kantine gebouwd. "Zowel de jeugd, de dames als de veteranen moesten hun deel van de kosten betalen om te kunnen voetballen", zegt huidig voorzitter Dirk De Neve. "Onze damesploeg speelde zelfs nationaal voetbal en de veteranen speelden meermaals kampioen. In 1994 werd onze eerste ploeg kampioen zonder ook maar één wedstrijd te verliezen."

Vierde provinciale

Momenteel speelt Asse-ter-Heide in vierde provinciale, de laagste reeks van de Koninklijke Belgische Voetbalbond (KBVB). "We gaan dit seizoen voor een plaats in de top drie", luidt het ambitieus.

Om de 50ste verjaardag extra glans te geven, trakteert de voetbalclub alle supporters op een gratis Palm tijdens de eerste thuiswedstrijd tegen de buren uit Kobbegem. In het najaar wordt een verjaardagsquiz georganiseerd. Dit weekend zijn er de jaarlijkse grote mosselfeesten in de parochiezaal. Op vrijdag 9 augustus en zaterdag 10 augustus kan iedereen er terecht van 18 tot 22 uur en op zondag 11 augustus van 11.30 tot 15 uur. Meer info op www.kvct.be. (WDS)

Het Laatste Nieuws - 8 augustus 2013


Meter Line (100) trakteert buren op frietjes

Asse - De Kapellestraat in Asse-Terheide was vrijdag uitgebreid versierd voor de honderdste verjaardag van Adelina 'Line' Bruyninckx.

De familie liet voor de buren en vrienden een frituur aanrukken naar 't Kravaals Kaffee. In Terheide hebben ze dan ook iets speciaals met honderdjarigen. Line is sinds 1990 al de zesde eeuwelinge in een parochie van duizend zielen. De vorige, Aline Van Nieuwenborgh, overleed nog maar kortgeleden, enkele weken voor ze 102 zou worden.

Line is afkomstig van Doment, de kant van Meldert. Ze was de negende van tien kinderen, van wie er vijf jong zijn gestorven. Haar oudere zus Finne, die in Anderlecht woonde, werd in 2006 trouwens ook honderd. Meter Line, zoals het hele dorp haar aanspreekt, trouwde in 1942 met Eugeen Ockeleij, overleden in 1972, die een boerderij had in Terheide. Ze is de moeder van Jaak Ockeleij, oud-onderwijzer en alom gekend als historicus en voorzitter van de heemkring Ascania. Ze heeft twee kleindochters en vier achterkleinkinderen. Line woont nog zelfstandig in de tot kangoeroewoning omgebouwde ouderlijke hoeve van Jaak.

'De kerk speelde een belangrijke rol in haar leven', vertelt Jaak. 'Toen er nog alle dagen missen waren, ging ze dagelijks naar de mis. Ze heeft de kerk ook jarenlang gekuist, hielp bij dopen en was actief in de Broederschap van Sint-Hubertus. Ze heeft ook altijd haar kleren zelf genaaid, zelfs die van de kleinkinderen. Moeder stond bekend als eenstraatloper. Ze wist altijd alle nieuwtjes. Ook nu is dat nog altijd haar lang leven: gaan stappen en met de mensen praten. Jammer dat haar zicht en gehoor zwaar achteruit zijn gegaan, want geestelijk is ze nog honderd procent.'

Honderd jaar worden? 'Je wordt dat niet gewaar, hoor', zegt ze. 'Zolang ik me kan herzetten is het goed.' (rds)

Het Nieuwsblad - 17 augustus 2013


"Zijn passie betekende tegelijk zijn dood"

Leven en werk van kunstenaar André Bogaert gebundeld in boek

Zele - De Zeelse kunstenaar André Bogaert, die is overleden aan kanker, krijgt een eerbetoon met een tweede boek. Tony Moreels en Felix Meurisse brengen in november het werk uit. "We belichten zijn hele leven, van geboorte tot zijn strijd tegen kanker."

Bedrijfrevisor Tony Moreels (46) nam het initiatief om het boek te schrijven. "Ik ben een fervente loper", zegt hij. "De streek in Zele- Durmen is rustig en prachtig om te trainen. Om de hoek staat een borstbeeld van André Bogaert en ook op mijn trainingsroute kwam ik nog meer werken van die man tegen. Dat heeft mijn interesse gewekt."

Moreels ging op zoek naar iemand om hem te helpen met het schrijven van een boek over de Zeelse kunstenaar en kwam bij Felix Meurisse (65) uit. Die had bij de verkoop van zijn bedrijf Plastibac in Mollem al eens een beroep gedaan op Moreels. Bovendien heeft Meurisse al eens een boek geschreven en schrijft hij nog geregeld artikels voor de heemkundige kring Ascania in Asse.

"De vraag van Tony was niet evident, maar het was wel een hele uitdaging", bekent Meurisse. "Ik kende André Bogaert namelijk niet. Toen we 2,5 jaar geleden bij zijn kinderen langsgingen, reageerden die toch met enige argwaan en eerder afwijzend op onze plannen. Ik ben dan maar zelf gaan grasduinen in de archieven van het Rijksarchief, het Museum voor Schone Kunsten en het Letterenhuis in Antwerpen. Ik ging wandelen in Durmen om voeling te krijgen met de leefwereld van Bogaert. Zo maakte ik kennis met mensen die hem goed hebben gekend, zoals Hubert Temmerman.

Na een paar maanden kwam ik met mijn bevindingen terug bij Bogaerts zoon Frederik."

Medewerking kinderen

Frederik, Susanne en Thomas Bogaert zagen in dat Moreels en Meurisse niet zomaar een toevallige bevlieging hadden. Frederik, zelf een kunst- en beroepsfotograaf, bood plots zijn volle medewerking aan voor het boek. "Ik kreeg inzage in belangrijke documenten zodat de opdracht plots een stuk makkelijker werd", vertelt Meurisse. De foto's van alle kunstwerken in het boek zijn van Bogaerts zoon, Frederik. En dat zijn er wat. "Behalve zijn leven hebben we zijn hele carrière in dit boek belicht", vertelt Meurisse. "Dat maakt dit boek ook uniek. Er was eerder al een boek uitgegeven over André Bogaert door Henri Van Daele, maar dat was vooral een gespreksboek. Uit dat boek nemen we een fragment op, maar wij gaan veel verder. Wij belichten zijn leven, vanaf zijn geboorte in 1920 tot zijn strijd tegen kanker, die hij uiteindelijk in 1986 verloor."

Gek op het Durmelandschap

Voor André Bogaert was de natuur uit zijn eigen omgeving een onuitputtelijke schat van inspiratie. Hij is gek op het Durmelandschap en dat is ook terug te vinden in zijn werken.

Bogaert was een gesloten, bedeesde dromer die zijn kunst als drug gebruikte. "De dingen rondom mij gadeslaan en gefascineerd kijken naar het schone dat er uitstraalt. En dan zet ik mij aan het schilderen. Dan davert hier alles van activiteit", zei hij ooit.

Op twintigjarige leeftijd start hij met het schilderen van landschappen.

Midden jaren vijftig verwijdert hij zich meer en meer van de schilderkunst en worden materialen belangrijker.

Aanvankelijk uit zich dat in dikkere lagen verf op het doek. In 1960 raakt hij volledig in de ban van de structurele kunst en laat hij het schilderen voor wat het is. Hij werpt zich op afgedankte materialen of functieloze voorwerpen. In de Zeelse spinnerij gaat hij op zoek naar oude weef- en schietspoelen. Die assembleert hij tot een nieuw geheel.

Hij verbrandt stukken buffelleder of piepschuim. Na de behandeling met vuur zit Bogaert manueel met zijn vingers zo'n compositie te assembleren.

Tussentijds maakt hij pentekeningen met Oost-Indische of Chinese inkt en rietpen over zijn waarnemingen in de natuur. Pas in 1976, na meer dan vijftien jaar experimenteren met allerlei materialen, keert André Bogaert terug naar zijn uitgangspunt, het schilderen van landschappen.

Bogaert schildert heel bizarre, sterk vergrote bomen die naar verhouding tweemaal zo groot zijn als normaal en die een soort gordijn in het landschap vormen.

Bogaert kreeg in 1982 kanker.

"Tijdens het verbranden van onder meer schuim en plastiek heeft Dré erg veel schadelijke stoffen ingeademd, waardoor hij later kanker kreeg", zegt Meurisse. "Zijn passie betekende zijn dood. En hij had zoveel angst voor de dood. Dat is te ver

"Tijdens het verbranden van schuim en plastiek heeft Dré erg veel schadelijke stoffen ingeademd, waardoor hij later kanker kreeg."

Gazet van Antwerpen - 19 oktober 2013


Oud klooster wordt hippe interieurzaak

Asse - Het oude bibliotheekgebouw langs de Steenweg in Asse heeft na zeven jaar leegstand een nieuwe bestemming. Het bekende pand biedt voortaan onderdak aan interieurzaak As44 van Koen De Backer en An Vermeiren. Zij restaureerden het gebouw met respect voor het rijke verleden en binnenkort wordt ook de authentieke binnenkoer in ere hersteld.

Wim De Smet

De bib langs de Steenweg sloot eind 2006 de deuren en sindsdien stond het gebouw leeg. Tijdens een openbare verkoop bracht interieurarchitect Koen De Backer van As44 een bod van 315.000 euro uit op het gebouw, dat ooit nog dienstdeed als klooster en meisjesschool. Het interieurbedrijf investeerde nog eens eenzelfde som om het gebouw grondig te restaureren en in te richten als verkoopruimte. Volgende week gaat de nieuwe zaak open.

"We hebben die restauratie uitgevoerd zonder muren uit te breken", zegt Koen De Backer (44). "De oude indeling, inclusief de kleine kamertjes, werd behouden. We gaan geen imposante toonzaal inrichten, maar onze interieurs wel in een huiselijke sfeer tonen. Zelfs het kolenkot en de bijkeuken werden ingericht als zithoek. Die karaktervolle uitstraling creëert een unieke sfeer."

Dat de nieuwe eigenaars het gebouw in oorspronkelijke staat wilden behouden, blijkt ook uit andere aanpassingswerken. "We plaatsten dubbel glas, maar de originele glas-in-loodramen blijven bewaard. Het gebouw is opgefrist en geïsoleerd. En we hebben uiteraard nieuwe verwarming en domotica geïnstalleerd. Ook de mooie binnenkoer gaan we opknappen en met nieuwe planten verfraaien. Die binnenkoer zal gebruikt worden om het buitenmeubilair tentoon te stellen. De rechtervleugel moesten we wel vernieuwen omdat het hier binnenregende." De vroegere leeskamer van de bib wordt dan weer ingericht als grote woonkamer met vleugelpiano. "Die ruimte kunnen we ook gebruiken voor mini-evenementjes", klinkt het.

Rijk verleden

Dat het bibliotheekgebouw een nieuwe bestemming heeft, is ook goed nieuws voor de heemkundige kring. Het gebouw is niet geklasseerd, maar heeft wel een rijk verleden. "We weten dat hier al in 1778 een pensionaat gevestigd was", zegt historicus Jaak Ockeley van heemkring Ascania. "In 1852 richtte pastoor Luytgaers in dit gebouw een college op. Op bevel van de liberale regering werd in 1882 een gemeentelijke meisjesschool geopend. Die school werd bestuurd door leken, wat zeer tegen de zin van het katholieke gemeentebestuur was. Uiteindelijk namen de zusters van Gijzegem de school over in 1885. Toen de nonnetjes vertrokken, heeft de gemeente het woonhuis van het klooster ingericht als bibliotheek. De huidige voorgevel van het gebouw dateert van de jaren 30. Dat is niet zo oud en daarom kunnen we het gebouw ook niet als monument beschouwen. Maar het staat wel vast dat het van groot belang geweest is voor de geschiedenis van Asse."

Het Laatste Nieuws - 23 November 2013


Zilverschat verstopt onder vloer hoeve

Asse - Een inwoner uit Asse heeft onder de stenen vloer van zijn oude boerderij een van de grootste zilveren muntschatten uit de achttiende eeuw in België ontdekt. De ontdekking dateert van tien jaar geleden, maar de eigenaar bewaarde de schat al die tijd in het grootste geheim. Het gaat om 611 zilveren Franse en Oostenrijkse munten, waarvan de jongste uit 1794 en de oudste uit 1712 dateert. Vandaag zou de schat tussen de 40.000 en 75.000 euro waard zijn.

Wim De Smet

De unieke schat werd ontdekt tijdens verbouwingswerken aan de boerderij in 2003. Bij de afbraak van een eeuwenoud woonhuis gaf de boerderij haar grootste geheim prijs. Onder de grond werd een muntdepot met 611 waardevolle Franse en Oostenrijkse zilvermunten ontdekt. De archeologische vereniging Agilas kon de munten gedurende twee jaar onderzoeken. "We hebben de munten eerst laten reinigen door een metaalconservator", zegt archeologe Kristine Magerman. "De oudste munt dateert uit 1712. Het onderzoek weest uit dat de schat tussen 1794 en 1800 aan de grond werd toevertrouwd."

Bouwbedrijf

De archeologen deden een beroep op de heemkundige kring Ascania om te weten te komen wie de oorspronkelijke eigenaar was van de schat. "In onze archieven hebben we gevonden dat Jan Leenmans de hoeve in 1785 heeft verkocht aan landbouwer Boudewijn Velge en zijn echtgenote Marie-Caroline t'Kint", zegt Jaak Ockeley van Ascania.

"Het echtpaar kreeg één zoon: Celestinus. Hij was eigenaar van het hof tot aan zijn dood in 1846. De schat zal dus van Boudewijn Velge en zijn echtgenote geweest zijn. Vermoedelijk hebben ze de munten onder de grond gestopt uit schrik voor de soldaten van Napoleon. Op het einde van de 18de eeuw was deze hoeve het derde grootste landbouwbedrijf van de regio. De hoeve was een pachthof van de Abdij Affligem. De monniken beschikten toen over 650 hectare landbouwgrond."

Afkeer tegenover Fransen

Asse behoorde in die tijd tot de Zuidelijke Nederlanden die onder Oostenrijks bewind vielen. Toch zijn het grootste aantal gevonden munten van Franse makelij. "Op verschillende munten werden moedwillige beschadigingen aangetroffen die uit die tijd dateren", zegt Kristine Magerman. "Er zijn ingekerfde krassen te vinden ter hoogte van het hoofd, de halsstreek en de borst van de koning. Die kerfsporen tonen de afkeer van de bevolking aan tegenover het Franse gezag."

De waarde van de zilverschat is moeilijk te schatten. "Op het einde van de 18de eeuw vertegenwoordigde de schat een waarde van 1.616 gulden", weet schatbewaarder Steven Saerens van de archeologische vereniging Agilas. "Met dat geld kon je toen bijna 500 are grond kopen of kon je een arbeider gedurende 4.600 dagen tewerk stellen. Dat de man zijn kapitaal in de bodem verstopte, was trouwens niet zo verrassend in die tijd. Het was de beste garantie tegen brand of diefstal, vooral tijdens die turbulente jaren. Behalve in de grote steden, waren er toen ook weinig banken."

Dan rest alleen nog de vraag waarom boer Velghe die schat nooit heeft opgegraven of overgemaakt aan zijn zoon. "Daarover tasten we in het duister", zegt de archeologe. "Heeft hij de kans niet meer gehad om het geheim door te vertellen aan zijn zoon? We weten het niet."

De schat werd intussen veilig opgeborgen in een bankkluis maar Agilas en de heemkring bereikten met de eigenaar wel een akkoord om een deel van de munten tentoon te stellen. De tentoonstelling heeft plaats op 21, 22 en 23 december in het cultureel centrum Oud Gasthuis. De toegang is gratis.

Het Laatste Nieuws - 28 november 2013


Zeldzame zilverschat voorgesteld aan publiek

Asse - In Asse wordt volgende maand een 18de-eeuwse zilverschat getoond. De vinder, een landbouwer uit Asbeek, vond de schat al in 2003 maar hij hield ze angstvallig geheim. Met 611 munten is het in ons land de derde grootste vondst in zijn soort. Rudy De Saedeleir

Asse De archeologische kring Agilas uit Asse werd twee jaar geleden gecontacteerd door de landbouwer, die anoniem wil blijven, om de munten eens onder de loep te nemen. 'Hij vond ze in 2003 tijdens een verbouwing', zegt Kristine Magerman van Agilas. 'Het gaat vooral om Franse munten, plus wat munten uit de zuidelijke Nederlanden en Oostenrijk. De oudste munt is van 1712, het meest recente exemplaar komt uit 1794. Alles wijst erop dat de munten al rond 1794 in de grond werden gestoken, verdeeld over twee potten of bekers, en er dus ruim 200 jaar bleven zitten.' Het hof, destijds eigendom van de abdij Affligem, werd vanaf 1785 bewoond door boer Boudewijn Velge. Zijn zoon woonde er tot aan zijn dood in 1846, waarna het hof werd verkocht.

Wetenschappelijk belangrijk

Op zich zijn 18de-eeuwse munten geen zeldzaamheid. 'Wel kent de grootte en de samenstelling van de muntschat weinig of geen parallellen in België', zegt Magerman. 'Veel munten bevatten inkervingen, wegens de aversie tegen het Franse bewind, maar we ontdekten ook dertien nog niet gekende muntvarianten. Dat maakt deze schat ook wetenschappelijk belangrijk. We maakten er reproducties van, want de vinder van de schat blijft de rechtmatige eigenaar.' De gevonden munten waren geen dagelijks betaalgeld, zoals de toenmalige stuivers. 'Het zijn munten die enkel werden gebruikt voor grote betalingen.'

De huidige waarde is moeilijk te schatten. De verzekering houdt het op 61.000 euro, volgens Agilas ligt de marktwaarde tussen 40.000 en 75.000 euro. Het Penningkabinet van de Koninklijke Bibliotheek is wel geïnteresseerd in een aankoop.

Waarom boer Velge dit groot kapitaal verborg, blijft onduidelijk. 'De jaren voor de Franse Revolutie waren politiek zeer onstabiel. Het Franse papiergeld dat werd uitgegeven behield zijn waarde niet, het zilver wel. We kennen evenmin de persoonlijke motieven van de boer', klinkt het.

De collectie is gratis te bekijken op zondag 22 en maandag 23 december, telkens vanaf 10 uur, in het CC Asse, Huinegem 4 in Asse. Zondag 22 december om 15 uur geeft archeologe Kristine Magerman een lezing over de onderzoeksresultaten.

Het Nieuwsblad - 28 november 2013


Documenten

Comments