Documenten‎ > ‎Ascania in de pers‎ > ‎

Persoverzicht 2010

Twee eeuwen dorpsgeschiedenis door het oog van den Bleu

Asse - Van de bekende Assenaar Frans Goossens (76), in de volksmond den Bleu, verschijnt op 7 januari het langverwachte boek 'Gedenk dat gij van As' zijt'.

Rudy De Saedeleir

Er zijn weinig Assenaren die het nog heel dorpse Asse van de vorige eeuw van zo nabij hebben beleefd en er ook nog sappig 'op z'n Asses' kunnen over vertellen als Frans 'Bleuken' Goossens. Al 62jaar is hij spelend lid van de koninklijke harmonie Sint-Cecilia, de oudste muziekvereniging van Asse, waarover hij in 1986 een boek uitbracht bij het toen 175-jarig bestaan. Hij stond ook mee aan de wieg van de toneelkring Vrij en Blij en zijn belevenissen met De Lustige Sloebers, een andere toenmalige fanfare, werden destijds al in een ander boekje gegoten.

In 'Gedenk dat gij van As' zijt' fietst Goossens in zijn aparte schrijfstijl - een geschreven Asses - door de volkse geschiedenis van het dorp Asse en zijn inwoners in de laatste twee eeuwen. Naast een onvermijdelijk hoofdstuk over de muziekmaatschappijen - 'Geen drank, geen klank' - passeren ook de vele herbergen en kermissen, de gehuchten Asbeek en Terlinden, de torenboeren van Daë (Terheide) en de Assese verering voor Sinte Metten, Petrus Ascanus, Sinte-Loë, Sint-Hubertus en Kruisborre de revue. Ook onvergetelijke dorpsfiguren en stamineefilosofen als Rieke Flek, Luppen Kassoël, Louië Wannes, Bert en Sjat, Pèttemot, Bont de sjampetter en Jokke va Jointes komen uitgebreid aan bod.

'Ik breng in het boek voor het eerst ook het volledige verhaal van de vijf cinema's die Asse ooit telde', zegt de auteur. 'Bij ons in Asse sprongen de zaaluitbaters op die vette kluif die cinema heette 'gelék 'n duvel op zijn moeier': 'tGroot Hotel, Den Gouden Leeuw, de Roën, Wiske Paaiek en de Caritas, die later als cinema Elisabeth het langst is blijven bestaan.'

'Ik lach mij een kriek als ik de optocht van al die oude Assese figuren zie voorbijtrekken, van wie ik er nog vele heb gekend', zegt auteur en oud-journalist Gaston Durnez, die samen met Lode Pletinckx en Alfons Vastersavendts, gastspreker is op de voorstelling op donderdag 7januari om 19.30uur in de kapel van het Oud Gasthuis aan het Gemeenteplein. Iedereen is welkom op deze boekvoorstelling. Frans Goossens leest er voor uit zijn werk, het Ensemble Fugato zorgt voor de muzikale omlijsting.

Het boek telt 192bladzijden en kost 10euro. Het boek is vanaf 8januari ook te koop in de Standaard Boekhandel, in café Partituurken (Gemeenteplein), bij de heemkring Ascania en de bij de auteur zelf, Arsenaalstraat1 bus1, tel. 02-452.88.33. Op 9januari signeert Frans Goossens van 14 tot 18uur bij de Standaard Boekhandel.

Het Nieuwsblad - 2 januari 2010


Frans Goossens stelt nieuw boek voor

Asse - Assenaar Frans Goossens stelt donderdag 7 januari zijn nieuwe boek 'Gedenk dat gij van As zijt' voor. Het boek beschrijft de volkse geschiedenis van Asse, met zijn herbergen, kermissen, caféfilosofen, muziekmaatschappijen en onvergetelijke dorpsfiguren. De voorstelling heeft plaats om 19.30 uur in de kapel van het Oud Gasthuis aan het Gemeenteplein, met gastsprekers Gaston Durnez, Lode Pletinckx en Alfons Vastersavendts. Vanaf 8 januari is het boek ook te verkrijgen in de Standaard Boekhandel, in café Partituurken of bij de heemkundige kring Ascania. (WDS)

Het Laatste Nieuws - 6 januari 2010


Nieuwe verkaveling in Leest of in Congo?

Asse Op de gemeenteraad van Asse zorgde de naamgeving van een nieuwe straat voor een geanimeerd debat.

Dit keer ging het over de nieuwe verkaveling van de firma Bostoen in de doodlopende zijstraat van de Marlier. Voorgesteld wordt om de nieuwe verkaveling (25 percelen) in de toekomst de naam Leest te geven. Het toponiem 'Leest' heeft volgens historicus Jaak Ockeley van de heemkring Ascania dezelfde betekenis als het bestaande Leest, de deelgemeente van Mechelen. Het woord is afgeleid van 'lees', wat voetspoor of wagenspoor betekent.

Raadslid Miel Saerens (N-VA) vond het godgeklaagd om de namen altijd in 'dezelfde eerste paar honderd jaar van de geschiedenis' te gaan zoeken. 'Er is nog meer gebeurd na de Romeinen dat aandacht verdient', stelde hij. 'Waarom doen we niet eens iets rond Zjeun Van den Broeck?', opperde raadslid Johan De Rop (Samen). 'Deze Assese culturele duizendpoot (1910-1997) staat dit jaar centraal op de Hopduvelfeesten en woonde vele jaren in die buurt.' Jef Verhavert, geboren en getogen in de Marlier, hoorde het in Keulen donderen. 'Leest heb ik als naam in onze wijk nog nooit gehoord. Het gebied van die verkaveling wordt door de mensen al van oudsher de Congo genoemd, maar vraag me niet waarom', aldus Verhavert. Het voorstel Leest werd goedgekeurd met één tegenstem van Saerens. (rds)

Het Nieuwsblad - 25 maart 2010


Pivo-site wordt wandelpark

Relegem - De herinrichting van de Pivo-site in Relegem start op 12 april en kost 3,9 miljoen euro. De gewezen luchtmachtkazerne krijgt een harmonische parkstructuur met wandelwegen.

Rudy De Saedeleir

De herinrichting van de vroegere kazerne van 22 hectare moet het orgelpunt worden van de geleidelijke omvorming van de militaire site tot een open en aantrekkelijke campus. Het Provinciaal Instituut voor Vorming en Opleiding (Pivo) geeft er opleidingen aan politie, brandweer, ambulanciers en ambtenaren, jaarlijks goed voor 330.000 lesuren. Tal van oude gebouwen en loodsen werden de voorbije tien jaar al grondig gerenoveerd.

Harmonieus en ecologisch

'Nu is het tijd voor een harmonieuze en ecologische inrichting en aanplanting van de rest van de campus', zegt gedeputeerde Jean-Pol Olbrechts (CD&V). 'We trekken daarbij resoluut de kaart van de biodiversiteit, geïntegreerd in een functionele, groene omgeving met trage wegen, gescheiden riolering en het gebruik van duurzame materialen.'

In het plan wordt de huidige centrale toegang vanaf de Relegemsestraat omgevormd tot een straatplein met bomen. Fietsers krijgen een aparte toegang en stalling ter hoogte van de Schapenbaan. Het parkeren wordt gecentraliseerd op een publieke parking (150 plaatsen) en een ondergrondse parkeerruimte onder twee loodsen nabij het hoofdgebouw. Samen worden 318 parkeerplaatsen gerealiseerd.

Er komt ook heel wat streekeigen groen, vooral langs de noordelijke kant. Die zone wordt grotendeels vrij toegankelijk. Zo komen er onder meer een bijentuin, een vlindertuin, een moerastuin, poelen en vogelbosjes, elk met hun eigen kleine biotopen. Door het domein komen bosstroken en wandelwegen, waar nodig aangevuld met knuppelpaden.

'Er komen twee permanente wandelroutes: een ecologische route en een historische militaire route', zegt Jos De Boeck, directeur van het Pivo. Ook het militaire verleden krijgt dus aandacht bij de herinrichting. De site wordt in september 2011 alvast de blikvanger van de Open Monumentendag, in samenwerking met de heemkring Ascania.

Het regenwater wordt maximaal opgevangen in regenputten, open grachten, bufferbekkens en waterpoelen en zal worden hergebruikt voor het sanitair en als bluswater voor de brandweeropleiding. In totaal wordt het water van 10.000 vierkante meter dak afgekoppeld naar reservoirs.

De plaatsen met activiteiten met risico's krijgen een afzonderlijke, hoge afsluiting en er komt ook openbare verlichting. De werkzaamheden starten op 12 april en duren een jaar.

Het Nieuwsblad - 26 maart 2010


Info over militair domein Relegem gezocht

Asse - Het gemeentebestuur, Heemkring Ascania en de provincie Vlaams-Brabant zijn op zoek naar inwoners die veel weten over het militair domein van Relegem en vooral over de oude luchtmachtkazerne Serge Eckstein.

Ken jij straffe verhalen over het leven in en om de kazerne? Of heb je er misschien zelf nog je dienstplicht vervuld? Heb je nog foto's of ander materiaal liggen over de kazerne?

De verhalen en het beeldmateriaal zullen gebruikt worden voor een publicatie in de reeks 'Accenten uit de geschiedenis van Vlaams-Brabant' en voor een documentaire die je kan bekijken op Open Monumentendag 2011. Zo blijft dit unieke stukje erfgoed bewaard voor het nageslacht.

Bel voor 30 april 2010 naar de dienst Cultuur op 02/454.19.12 of mail naar cultuurdienst@asse.be. Meer info op www.asse.be en www.vlaamsbrabant.be/cultuur. (KVDP)

Het Laatste Nieuws - 29 april 2010


'De geur van hop hangt weer echt in Asse'

Asse - Acht jaar nadat het idee werd gelanceerd, is in Waarbeek een gloednieuwe hoppelochting aangelegd. Asse knoopt zo weer iets meer aan met zijn rijke hopverleden.

Rudy De Saedeleir

Het draadveld met vijfhonderd hoppeplantjes werd zondag feestelijk 'geopend' op een familiedag met een druk bijgewoonde wandelzoektocht waarin de hop op verschillende manieren werd verwerkt. De plek in het rurale landschap is niet zomaar gekozen. De bekende familie van hoptelers Van Mileghem werkte er tot de jaren '80 tussen de hop.

De drijfveer achter de stuurgroep voor dit project is Assenaar Joris Vanderveken. 'Mijn grootvader was een hoppeboer', zegt hij. 'Zelf zit ik in het Hopduvelcomité sinds 2000. Op dat moment draaiden de Hopduvelfeesten vooral rond muziek. Ik stelde voor om ook de hoppeplant opnieuw wat meer bij het gebeuren te betrekken.'

'Dat is geleidelijk gebeurd met enkele kleine hoppelochtings in tuinen, zoals bij Sabine Appelmans. We wisten van het bestaan van dit oude veld in Waarbeek, maar we moesten het volledig renoveren. Daar zijn dan een reeks ideeën uit gegroeid, die door de cultuurdienst en de Brabantse Kouters zijn uitgewerkt. Er is ook een kunstwerk in verwerkt, waardoor het veld met financiële steun van de provincie en Europa is erkend als een landschapselement.'

Minder spuiten

'We kozen als plant voor een nugget-soort. Die is beter bestand tegen ziekten, zodat we minder moeten spuiten', vervolgt Vanderveken. 'We willen deze lochting zo ecologisch mogelijk aanpakken. We hadden daarvoor contact met een hoppeboer in Poperinge, de enige in ons land die het ecologisch telen echt in de vingers heeft. De meeste hoppeboeren zijn gewend van veel te spuiten, precies omdat de plant zo ziektegevoelig is. De ervaring moet leren of het ons lukt, misschien zullen we toch soms eens moeten spuiten.'

Oogst als decoratie

'Om de Assenaren zich verbonden te laten voelen met dit veld, gaan we hier ook activiteiten houden, zoals een boogschieting met onze buren van Concorde en een wandeling langs hoppesites in de zomer. In de herfst gaan we in de aanloop naar de Hopduvelfeesten de ranken oogsten met de oude hoppeboeren van Tenberg. De oogst zal dienen als decoratie in het centrum, zodat de geur van hop weer echt in Asse hangt. In de winter gaan we met de heemkring Ascania oude hoppeverhalen ophalen.'

In het nieuwe hopveld werd ook een kunstwerk van Peter Schoutsen, een Nederlandse Assenaar, 'geplant', voorstellend de zes hoppeheiligen, in Asse destijds bekend van de hoppesantjes van Eugeen Van den Broeck. Op het betonnen wandelpad door het veld verneem je alles over de hopplant en de hopgeschiedenis van Asse.

'Jonge Assenaren gaan in de zomer opnieuw de geuren en de grootsheid van de toenmalige hoppevelden ervaren', zegt de kunstenaar. 'De sculpturen zullen ieder jaar overgroeien, zodat ze dan enkel nog te zien zijn als je door het veld heen loopt. Na de oogst worden ze weer zichtbaar. Zo wordt dit veld in alle seizoenen toch een fascinerende plek om naartoe te gaan.'

De gemeente sloot met Econet een overeenkomst voor het onderhoud. De werfleiders volgden alvast een speciale opleiding bij de nog actieve hopboeren in Hekelgem en Meldert.

Het Nieuwsblad - 4 mei 2010


Het verhaal van de hopboer en zijn dorp

Essene - Van huisarts Herman Steppe uit Essene verscheen zopas het boek 'Hopbloemlezing Essene'. 'Mijn boek vertelt de geschiedenis van ons dorp bekeken door de ogen van de hopboer.'

Rudy De Saedeleir

Het fraai gedocumenteerde boek van 128bladzijden brengt de geschiedenis in kaart van de gloriedagen van Essene als een van de belangrijkste hoppegemeenten binnen de toenmalige hoppestreek Asse-Aalst. Tussen 1830 en 1910 telde Essene doorlopend 40 tot 50hectare hoppelochtingen. Dat was vijf procent van de totale oppervlakte van het dorp. De Eerste Wereldoorlog deed die cultuur vrijwel teniet. Pas na de Tweede Wereldoorlog kwam er langzaam een heropleving.

Hopasten

In 1972 telde Essene opnieuw 18hectare hoppevelden, maar nadien ging het in de hele streek definitief bergaf met de hop. In 1986 telde Essene nog vier actieve hopboeren. De laatste, Jef De Pauw, stopte in 1996. Vandaag herinneren in Essene nog zes hopasten aan dat rijke hopverleden. Ter vergelijking: in Asse, de hopduvelgemeente, staat geen enkele hopast meer overeind. 'Bijna iedereen uit Essene werkte aan het boek mee', vertelt Herman Steppe (50). 'Ik dacht me eerst te beperken tot het verzamelen van documenten over de ongeveer 25hopboeren van Essene, maar ik kreeg uiteindelijk zoveel informatie dat ik er wel een boek in zag. Er

bestonden destijds ook maandbladen over de hop en ik raadpleegde de archieven van de heemkringen Ascania en Belledaal. Maar de meeste info kwam toch, vaak spontaan, van de Essenaren zelf. Het boek kan als concept ook een inspiratiebron zijn voor de andere gemeenten en dorpen met een hopverleden.'

'Ik stam zelf uit een gezin van hopboeren', vervolgt de auteur. 'Hop is voor mij een brok nostalgie. Ik hou van Essene en ik wilde mijn dorp eens in de belangstelling zetten. Ik doe het ook voor onze jeugd. Als we die hopgeschiedenis nu niet samenbrengen, zullen onze kinderen er later niets meer van weten.'

Het boek bevat ook een overzicht van het leven in Essene rond de hop, zoals de brouwerijen en herbergen, politiek en fanfares, de hophandelaars en hopfacteurs, tot en met een hopkaart van Essene met de ligging van de 25 boerderijen waar hop werd geteelt. 'Hopfacteurs waren de tussenpersonen van de hophandelaars. Zij keurden de hop en regelden samen met de hopboeren de prijzen. Mijn vader was een van hen. Maar de gekendste hopfacteurs waren Jan en Roger Neukermans en gemeenteontvanger Jan Nevens.'

Papeters

Ook de spotnaam de 'papeters' houdt verband met de hopteelt. 'Tijdens de kleine kermis, begin juli, maakten de boeren een kom pap per staak waar de hopranken al tot in de top waren gegroeid', herinnert vader Ferdinand Steppe. 'Meestal was de hop in die periode nog niet echt volgroeid, want dat waren staken veertien meter hoog. Toch waren er meestal waren er toch wel enkele hogere staken bij. Dat betekende zoveel kommen pap tijdens de kermis, waardoor de Essenaren op de duur de bijnaam papeters kregen.'

Hoofdstuk

De laatste nog levende hoppeboeren die nog in Essene wonen zijn Anna Baeten, weduwe van Marcel Buys (Dokken), Frans en Gilberte Lanckman (Molenstraat), Jan en Maria Vebeeren (Brusselbaan) en Herman's ouders, Ferdinand en Emilienne Steppe (Assestraat).

Een niet onbelangrijk hoofdstuk in het boek gaat over het Nationaal Belgisch Hopinstituut. 'Dat bevond zich van 1946 tot 1954 in het Hof Lindhoudt, de huidige garage Peelman in de Bellestraat. Er werden nieuwe rassen en technieken uitgetest en studies uitgevoerd over bodem, meststoffen en parasieten. Op twee hectare proefvelden stonden 250rassen.'

'Voor het dorp was dat instituut een belangrijke stimulans bij de heropleving van de hopteelt', vervolgt Herman. 'Er werden jaarlijks 15.000geselecteerde hopstekken aan hopplanters geleverd. Er was ook een industriële ast waar de plaatselijke hopboeren hun hop konden laten drogen. Die ast is tot in de jaren '70 in gebruik gebleven. Het instituut verhuisde in 1954 naar Asse (Louwijn) omdat de snelweg Brussel-Oostende dwars door de proefvelden liep.'

Het boek is te bestellen door storting van 22 euro op rek. 421-9200261-88 of telefonisch op 053-67.45.44.

Het Nieuwsblad - 11 mei 2010


Archeologisch onderzoek hopmarkt kan baanbrekende vondsten opleveren

Onderzoek naar middeleeuwse wallen

Asse - In Asse wordt met spanning uitgekeken naar een nieuw archeologisch onderzoek, dat volgende week start op de Hopmarkt. Volgens de archeologen bestaat de kans dat er middeleeuwse wallen aangetroffen zullen worden. Uit archiefstukken blijkt immers dat Asse in vroegere tijden een versterkte nederzetting was.

Koen Vanderpoorten

Het archeologisch onderzoek gaat het nieuwbouwproject Hopmarkt vooraf en staat onder nauw toezicht van RWO Vlaanderen en de provincie. Vanaf volgende week woensdag worden op de Hopmarkt drie proefputten gegraven van 4 bij 4 meter voor een eerste onderzoek. Het onderzoek zou drie dagen in beslag nemen. Als de archeologen aanwijzingen vinden, dan wordt de opgraving mogelijk verdergezet. Na de bekende Romeinse vondsten die eerder al in de gemeente werden gedaan, denkt men nu ook een middeleeuwse bewoningskern bloot te kunnen leggen.

Voor het eerst zouden opgravingen sporen van de middeleeuwse geschiedenis van Asse aan het licht kunnen brengen. Bij de archeologische vereniging Agilas zijn de verwachtingen hoog gespannen. Maar het blijft afwachten wat de proeven opleveren. "Als er resten worden gevonden, dan wordt een rapport doorgegeven aan het agentschap Ruimte en Erfgoed van de Vlaamse overheid", zegt Kristine Magerman van Agilas. "Zij beslissen dan of het aangewezen is om het onderzoek verder te zetten."

14de eeuw

De middeleeuwse wallen zouden dateren uit de 14de eeuw, toen een hertog de plaats erkende als Vrijheid. Met die status konden de bewoners zich verdedigen tegen naburige leenheren. In de archieven zijn ook aanwijzingen gevonden van bekende gebouwen, zoals herberg Het Gulden Hoofd. Het pand paalde aan de Kattestraat, besloeg een groot deel van de huidige Hopmarkt en was versterkt met een muur.

Archeoloog Walter Sevenants van Triharch blijft echter voorzichtig. "We wachten de resultaten van het vooronderzoek af", legt hij uit. "We gaan niet op zoek naar bepaalde resten. Wat we wel doen, is nagaan wat er zich precies bevindt en in welke staat. Pas dan kunnen we meer zeggen." Triharch, het bedrijf dat de opgravingen uitvoert, zal er ondertussen naar streven om het dagelijks leven zo weinig mogelijk te verstoren en de parking van de Hopmarkt zo veel mogelijk intact te houden. Welke implicaties het onderzoek kan hebben op het prestigieuze nieuwbouwproject Hopmarkt is nog niet duidelijk. ING hoopt na het milieu-effectenrapport van oktober de bouwvergunning te krijgen om in 2011 van start te kunnen gaan.

Het Laatste Nieuws - 12 Mei 2010


Pastorie heeft na 45 jaar weer pastoor

Kobbegem - Pater Jef Van de Velde (64) woont sinds deze week in de gerenoveerde pastorie van Kobbegem. Het is zowat 45 jaar geleden dat de pastorie in dit landelijke dorpje nog door een geestelijke bewoond werd.

Rudy De Saedeleir

'Proficiat, ge hebt uw dag goed gekozen', verrast pater Jef bij zijn verwelkoming in het statige gebouw dat dateert van 1792. 'Het is vandaag (gisteren, red.) de heilige Gorik, de patroonheilige van Kobbegem (lacht).' De pastorie van het dorp oogt weer fris, nadat ze tientallen jaren vrijwel onbewoonbaar was. Het gebouw werd al in 1944 zwaar beschadigd door een vliegende bom. Toch heeft pastoor Victor Van den Hoof er nog tot in de jaren zestig gewoond. De pastoor die hem hier opvolgde, André De Bruycker (Dom Marcus van Affligem), betrok een huurhuis. De volgende pastoors, de paters Joris Spanhove en Guido Eyerman, bleven in hun klooster in Walfergem wonen.

Congo

Ook Jef Van de Velde is verbonden aan het klooster van de Missionarissen van het Heilig Hart in Walfergem. Na jarenlang als missionaris in Congo te hebben gediend, schoolde hij zich enkele jaren geleden om tot pastoor en ziekenzorger. Vorig jaar volgde hij pater Guido op als pastoor van Walfergem en Kobbegem.Overigens krijgt Kobbegem niet één, maar twee inwonende pastoors. Eind deze maand krijgt Jef in de pastorie het gezelschap van pater Guido Eyerman (72). Pater Guido was ruim twintig jaar de parochieherder van Kobbegem en Walfergem tot hij vorig jaar door zijn aanslepende gezondheidsproblemen genoodzaakt was zijn ontslag te geven.

Levertransplantatie

Intussen herstelt Guido voorspoedig van zijn levertransplantatie. 'Hij doet zelfs af en toe al opnieuw de mis en lijkt duidelijk van plan zich nog nuttig te maken', verzekert pater Jef. 'Voor mij en pater Guido was dit de meest geschikte locatie om ons werk te kunnen voortzetten. Ik hoop van hieruit toch nog een jaar of tien als priester te kunnen dienen.'

De pastorie van Kobbegem werd twintig jaar geleden bekend als hoofdlocatie voor de film 'Het Sacrament' van Hugo Claus. Over het eigendomsrecht van de pastorie werd lang getwist tussen de gemeente en de kerkfabriek. 'Ik heb pater Spanhove nog geholpen bij dat onderzoek', herinnert Jaak Ockeley van de heemkring Ascania. 'Zonder het tot een proces te laten komen, heeft de gemeente dan erkend dat de kerkfabriek van Kobbegem de eigenaar was. Toen woonde een kunstschilder in de pastorij.'

Ontmoetingsruimte

De renovatie van de pastorij kostte zowat 300.000 euro en werd voor het grootste deel betaald door de kerkfabriek. De gemeente droeg de rest bij. 'De benedenverdieping zal worden gebruikt als ontmoetingsruimte voor het parochiale verenigingsleven, de parochiewerking en de kerkraad', vertelt pater Jef. 'Guido en ik betrekken het appartement boven. Een van de kokkinnen van het klooster in Walfergem komt hier 's middags koken voor ons. Zo redden we ons wel.'

Het Nieuwsblad - 13 augustus 2010


Documenten

Comments