Documenten‎ > ‎Ascania in de pers‎ > ‎

Persoverzicht 2006




Aankoop en renovatie herenhuis Van der Borght kost 1 miljoen euro
Kasteeltje wordt hotel
 
ASSE - Het statige herenhuis op de hoek van de Stationstraat en het Reniersbos in Asse, in de volksmond beter bekend als het 'Kasteeltje Van der Borght', wordt verbouwd tot hotel. Het herenhuis dateert van 1887 en is een bekend dorpsgezicht in Asse. De huidige eigenaar, de naamloze vennootschap Geertjan uit Beersel, kocht het gebouw vorig jaar en investeerde 1 miljoen euro om van het pand een hotel te maken. Het kasteeltje heet voortaan 'Centrumhotel' en opent begin december de deuren.
 
WIM DE SMET
 
De nv Geertjan beheert nu al een hotel langs de Steenweg op Ukkel in Beersel. Het bedrijf wou daar graag uitbreiden, maar verkreeg geen vergunning. "We wilden een verdieping bijbouwen zodat we een mooier zicht kregen op de Zennevallei", vertellen bestuurders Jan Crockaert (61) en Geert Pletinckx (43). "Omdat we geen toestemming kregen, zijn we op zoek gegaan om elders een nieuw hotelletje te openen. Ons oog viel op dit knappe herenhuis in Asse. We zitten hier in de nabijheid van enkele industriezones en mikken vooral op zakenmensen."
 
Om van de statige woning een hotel te maken, werden het voorbije jaar al enkele ingrijpende  renovatiewerken plaats. "Veel muren hebben we niet moeten verwijderen ", vervolgt Geert Pletinckx. "De woning beschikte al over veertien kamers en die kunnen we gewoon behouden. We hebben wel alle kamers moeten uitrusten met het nodige comfort, zoals een douche en een toilet. Ook de houten parketvloer hebben we, omwille van de brandveiligheid, moeten uitbreken. We hebben ook een extra nooduitgang moeten maken. Zowel vooraan als achteraan het gebouw kunnen onze gasten hun auto kwijt op een ruime parking. We kiezen voor de formule 'hotel met ontbijt', zonder uitgebreide restaurantkaart. Wie dat echt wil, kan natuurlijk altijd een kleinigheid komen eten."
 
DRIE STERREN
Het duo investeerde 1 miljoen euro in het nieuwe hotel. Het Centrumhotel is, na La Chaumière in Kobbegem en het hoevehotel Boven Vrijlegem in Mollem, het derde hotel op het grondgebied van Asse. "En als alles volgens plan verloopt, kunnen we begin december plechtig onze deuren openen", vervolgt Pletinckx.
"Met het comfort dat onze gasten krijgen aangeboden, zou ons hotel drie sterren moeten verdienen."
 
Optrekje van rijke hopboer
 
Het 'Kasteeltje Van der Borght' werd in 1887 gebouwd door Benedict Van der Borght, een rijke hopboer. Het herenhuis is gebouwd in diverse stijlen, maar met neo-renaissance-elementen. De architect was Assenaar Aimé Van den Eynde. "Nadien is het huis meermaals verbouwd", weet Flor De Smedt van de heemkring Ascania. "In de jaren '50 werd het herenhuis zelfs opgesplitst in twee woongelegenheden. En in 1982 werd het gebouw nog uitgebreid voor commerciële activiteiten. Toch heeft het kasteeltje altijd zijn charme weten te bewaren. Ook het interieur bleef intact." (WDS)
 
Het Laatste Nieuws - 31 oktober 2006
 

 
Heemkring Ascania heeft nieuw onderkomen in Vemoflex
 
Asse - De heemkundige kring Ascania uit Asse heeft een nieuw onderkomen. De muffe lokaaltjes in de bibliotheek op de Steenweg werden ingeruild voor een comfortabele kantoorruimte in het Vemoflex-gebouw in de industriezone van Mollem. "De verhuis komt geen moment te vroeg", zegt voorzitter Flor De Smedt.
 
Ascania is de oudste nog werkende heemkring van de provincie. Sinds 1953 houdt de kring zich onverdroten bezig met het opzoeken en analyseren van de plaatselijke geschiedenis. De drie lokaaltjes in de oude bibliotheek barstten stilaan uit hun voegen. "Toen we te horen kregen dat er een nieuwe bibliotheek zou gebouwd worden, wisten dat er ook voor ons een nieuw onderkomen zou worden gezocht", vertelt Flor De Smedt. "We konden uiteindelijk hier in het Vemoflex-gebouw terecht. We zitten hier veel ruimer dan in de oude bibliotheek. Alleen zal het gemeentebestuur nog eens een nieuwe naam moeten zoeken voor dit gebouw. Vemoflex is de naam van het bedrijf dat hier vroeger zat. Maar het Vemoflex-gebouw, dat klinkt toch niet mooi."
 
nog archieven
Ascania krijgt in het bedrijfspand straks het gezelschap van de technische dienst (die onder meer de grote loods in gebruik nemen) en de archieven van de gemeente. De heemkring is bijna klaar met het verhuizen van alle documentatiemappen en oude geschriften. "De nieuwe ruimte is voldoende groot om onze papieren en boeken onder te brengen", vervolgt Flor. "Alleen voor onze oude, vaak historische, voorwerpen moeten we nog een nieuw onderkomen zoeken. Het 19de eeuwse interieur van een wijnwinkeltje of een robuuste boerenkar kunnen we hier moeilijk stallen."
 
De heemkring hoopt dat de mensen sneller hun weg vinden naar het nieuwe lokaal. "Wie een familiestamboom wil opzoeken of rustig wil graven in de plaatselijke geschiedenis, is bij ons welkom. In ruil hopen we dat veel inwoners hun authentieke spulletjes of gereedschap niet bij het groot vuil gooien, maar aan ons geven. Wij willen ons erfgoed immers mooi bewaren." (WDS)
 
Het Laatste Nieuws - 28 oktober 2006
 

 
Heemarchief verhuist
Nieuwe thuis voor rijkste heemarchief van West-Brabant
 
ASSE - Ascania, de oudste heemkring van Vlaams-Brabant, neemt deze week zijn ruime lokalen in de nieuwe werkhal van de technische dienst van Asse in gebruik. Het rijkste heemkundige archief van West-Brabant is eindelijk weg uit de stoffige en uitpuilende achterkamertjes van de bibliotheek aan de Steenweg.
 
Rudy De Saedeleir
 
Liefhebbers van heemkunde en genealogie in Asse en West-Brabant hoeven op de wekelijkse openingsavond van het Ascania-archief morgen, donderdag, niet meer af te zakken naar de lokalen achter de gemeentelijke bibliotheek aan de Steenweg. Iedereen kan voortaan wekelijks terecht in de 400 m² grote ruimte die Ascania van de gemeente ter beschikking kreeg. Die bevindt zich in het nieuwe gebouw van de technische dienst aan de Assesteenweg in Mollem, vlak naast de campus van opleidingscentrum Syntra.
 
Het gaat om de voormalige industrieloods van Vemoflex, die bijna twee jaar geleden voor 2 miljoen euro werd aangekocht door de gemeente. Vemoflex zelf is nu een eindje verderop gehuisvest. Ascania krijgt in het 5.300 m² grote gebouw het linkse deel van de bureelruimte op de bovenverdieping. De rest van de ruimte wordt ingericht als gemeentelijk archief, ook een probleem dat in Asse al vijftien jaar om een oplossing smeekte.
 
Ascania-voorzitter Flor De Smedt, deze week in grijze werkjas voor de grote verhuizing, verbergt niet dat hij een gelukkig man is. ,,We wachtten al jaren op een aangepaste ruimte maar ik had nooit durven dromen dat ons uiteindelijk deze prachtige ruimte in de schoot zou vallen'', vertelt hij.
 
Vlot bereikbaar
,,We zitten nu wel iets buiten het centrum van Asse maar in Asse-centrum zelf hadden we als heemkring nooit over een dergelijke grote ruimte kunnen beschikken. Bovendien is het gebouw vlot bereikbaar en is er ruime parkeergelegenheid voor de bezoekers.'' De koninklijke heemkring Ascania is met zijn 53 jaar de oudste in zijn soort in onze provincie. De kring mocht al die tijd rekenen op de steun van een grote garde culturele en intellectuele figuren, wat resulteerde in een buitengewoon waardevol archief, vrijwel enig in West-Brabant.
 
Unieke collectie
Het omvat ruim 2.000 boeken over familiekunde, plaatselijke geschiedenis, en archeologie, een indrukwekkende collectie plaatselijke publicaties en tijdschriften uit pakweg de laatste 150 jaar én een massa foto- en documentatiemateriaal uit het Asses verenigingsleven, parochieregisters en doodsprentjes.
,,Met de verhuizing zelf zijn we met tien, vijftien mensen de hele week zoet'', aldus De Smedt. ,,Ook het klasseren vergt zeker nog weken werk. Het genealogische archief brengen we onmiddellijk in orde, omdat daar veruit de meeste bezoekers voor komen. Ook onze leeszaal is al klaar.
 
Verder wachten we nog of we van de gemeente de oude rekken krijgen van het archief en de bibliotheek. Ook die verhuist binnen een kleine twee maand.''
 
Het Nieuwsblad - 11 oktober 2006
 

 
Hop verdween, hopduvel blijft bestaan
50 JAAR HOPDUVELFEESTEN 15.000 bezoekers verwacht
 
ASSE - De Hopduvel leeft. En wie dat niet gelooft, moet dit weekend maar eens naar Asse komen. Vijftig jaar Hopduvelfeesten, dat betekent drie dagen feest. De apotheose van die driedaagse heeft plaats op zondag. Dan trekken meer dan duizend figuranten door de straten van het centrum voor de Gouden Hoppestoet. Maar de jubileumeditie van de Hopduvelfeesten is meer dan de stoet alleen. Asse verwacht dit weekend ruim 15.000 bezoekers voor het traditionele eerbetoon aan de hop, de teelt die tot de jaren '70 deze streek een heel apart gezicht gaf en honderden plaatselijke boeren een inkomen bezorgde.
 
Tekst: Wim De Smet
 
"Brabant, dierbaar Bruegelland, waar de hoppe wordt geplant en 't gezonde blonde bier zorgt voor leute en plezier." Rene De Rop (74) kan het wijsje uit het openluchtspel van 1956 nog uit het hoofd. Vijftig jaar later blikt Rene terug op de symboliek van de Hopduvel. Hij en decorbouwer Julien Van Cappellen, die de eerste Hopduvel ooit tekende, speelden vijftig jaar geleden al een prominente rol in de Hopduvelfeesten.
 
"De Hopduvelfeesen vallen dit jaar op precies dezelfde dagen als vijftig jaar geleden", weet Rene De Rop. "Begin september, als de hop geplukt is, vieren we hier feest. De geestelijke vader van de Hopduvelgedachte is Eugeen Van den Broeck. Hij had indertijd al enkele stoeten in mekaar gestoken voor de huldiging van de gasthuiszusters. Voor het opstarten van de Hopduvelfeesten vroeg hij de hulp van zijn vriend en dichter Bert Peleman. De twee waren hevige flaminganten, maar ze slaagden er meteen in om enkele invloedrijke figuren bij de organisatie te betrekken."
 
fusee
In 1956 bestonden de Hopduvelfeesten niet alleen uit een stoet. Er werd op het marktplein ook een openluchtspel georganiseerd dat voor die tijd ronduit indrukwekkend was. Rene De Rop speelde de rol van opper-hopknecht. "Vanop het politiecommissariaat werd een 'fusee' losgelaten die boven de hoofden van de mensen met een luide knal ontplofte. Plots stond de hopduvel daar. Ik kan me nog herinneren dat ik niet echt op mijn gemak was (lacht)."
 
Het omvangrijke decor voor de voorstelling werd gebouwd door Julien Van Cappellen en omvatte aan de ene kant een hopveld, aan de andere kant een taverne. "Mijn nonkel was schrijnwerker en mijn vader had een zaak als schilder", vertelt Julien. "Ik groeide op tussen beide stielen en was de geknipte man om een decor te bouwen. Over dat decor was iedereen zo tevreden dat Cyriel Van Gent, een bekend acteur van toen, me binnenloodste bij de BRT. Tot 1970 heb ik daar als freelance-decorontwerper gewerkt, nadien hebben ze mij chef van de decorafdeling gemaakt."
 
De Hopduvelfeesten zijn de voorbije vijftig jaar geëvolueerd. "Het niveau is enorm gestegen", weet Julien. "Het thema is nog altijd hetzelfde, maar de uitvoering is veel mooier. De hopboeren zijn er dan wel niet meer, maar de inwoners voelen zich betrokken bij het historische verhaal van de hop."
"De goeie oude tijd waar men altijd over praat, wel die vindt men in Asse terug tijdens de Hopduvelfeesten", vervolgt Rene. "Wij zijn geen volk van uitbundige feestvierders, geen carnavalisten. Alleen de Hopduvel is hier populair."
 
Levende duivel oefent zijn kunstjes
 
Eli De Raedemaecker (54) is ter gelegenheid van de 50 jaar Hopduvelfeesten opnieuw de levende hopduvel met dienst. Eli trekt mee op de wagen van Krokegem die 'De Duvel van '56' in herinnering brengt. Woensdagavond trokken de Krokegemnaren met de levende hopduvel al een eerste keer door de straten van Asse. Kwestie van de kunstjes voor zondag al eens te oefenen.
 
Bewoners Koutertaveerne maken kopie van Kruisborrekapel
 
De inwoners van het gehucht Koutertaveerne hebben er twee maand aan gewerkt, maar hun wagen met een kopie van de Kruisborrekapel is klaar. "De kopie is half zo groot als de echte kapel, maar we hebben alles tot in de details nagemaakt", vertelt Bart Boulpaep. "In de jaren '70 trok een replica van de Kruisborrekapel al mee op in de stoet. Ter gelegenheid van het jubileum vonden we dat we die stunt nog eens moesten overdoen."
"Aan onze kapel is ook een legende verbonden", vervolgt Bart. "Volgens dat verhaal stopte een oud vrouwtje ooit een hostie in de holte van de boom, hier aan de kapel. Daarop schoot de oude, verrotte boom plots in groei en bloei. Zelfs in de winter bleef de els groen. Het volk kwam kijken naar de boom en vertrappelde het omliggende land. De boer die het land bewerkte, was daarom zo boos dat hij de boom omhakte. De spaanders vielen kruisgewijs neer en er kleefde bloed aan. Daarop knielde de boer neer."
De Kruisborrekapel was tijdens de hopperiode het belangrijkste bedevaartsoord voor de boeren van Asse. De hoptelers kwamen hier gewijd water halen dat nadien, samen met tabaksap, over de velden werd gegoten. Het mengsel zou garant staan voor een goede oogst. Naast de Kruisborrekapel was ook de kapel Sint-Rochus in Nievel (Meldert) een populair bedevaartsoord.
 
Gouden Hoppestoet vertrekt aan Boekfos
 
De Gouden Hoppestoet vertrekt zondag om 15 uur aan de Boekfos. Vanaf dan gaat het via de Weversstraat, de Steenweg, de Nieuwstraat, het Muurveld, de Bloklaan en de Kerkstraat naar het Kerkplein waar rond 16.30 uur de apotheose plaats heeft. Het hele centrum van Asse is afgesloten voor alle verkeer.
 
Gratis shuttledienst
 
Wie zondagmiddag naar de Hopduvelfeesten trekt, kan met een gratis shuttledienst naar het centrum. Wie vanuit Brussel komt, kan de auto achterlaten op de parking van de Delhaize in Walfergem. Wie vanuit Aalst of Dendermonde komt, kan de wagen kwijt op de parking van de Colruyt in de Nerviërsstraat. Van 14 tot 15 uur zondagmiddag rijdt een busje elke vijf minuten naar het centrum. Na de stoet rijdt de shuttledienst uit tot 20.30 uur. Wie geen gebruik maakt van de shuttle, kan de auto zondagnamiddag parkeren op de speelplaatsen van het Ascanusinstituut en het Atheneum in de Nieuwstraat. De schooldirecties hebben hun toestemming gegeven om de schoolpoorten open te zetten.
 
Authentiek cafeetje in Oud Gasthuis
 
De heemkundige kring Ascania richt tijdens de Hopduvelfeesten een ruimte van het Oud Gasthuis in als authentiek cafeetje uit de jaren '50. Toen werd op café geen Jupiler of Maes gedronken, maar kon men het stellen met gerstenat dat in Asse werd gebrouwen. Die plaatselijke biertjes genoten vaak ronkende namen: KOB, geuze De Vits, Hert-Ale, Hey-Va of, godbetert, As-best.
De heemkring haalde bierbakken, bierviltjes, reclameborden en andere attributen uit de oude doos om het cafeetje de kleur van weleer te geven. Ook de andere ruimten in het Oud Gasthuis kan je terecht voor meer informatie en een tentoonstelling over de geschiedenis van de hop.
 
Het programma
 
Vrijdag
De viering van 50 jaar Hopduvelfeesten gaat vanavond om 21 uur van start met een spektakel op het Gemeenteplein. Nadien zijn er optredens van Hormonia (21.30 uur), Toots Thielemans (23 uur) en Les Truttes (1 uur). De toegang bedraagt 7 euro.
 
Zaterdag
Op zaterdag zijn er van 10 tot 17 uur geleide bezoeken aan de watertoren. Om 14 uur start op de Hopmarkt de kinderrommelmarkt en op de Steenweg de braderie. Om 18.30 uur is er op de Hopmarkt een optreden van de Studio 100-Band. Later op de avond volgen concerten van Leaf (20.15 uur), Leki (21.30 uur) en 't Hof Van Commerce (23 uur). De avond wordt afgesloten met de Trippelfuif.
 
Zondag
Zondag is de topdag. Voor de Open Monumentendag kunnen de bezoekers terecht in de brouwerij Mort Subite in Kobbegem, de Sint-Goriks- en Magdalenakerk van Kobbegem en in het cafeetje ten tijden van de eerste Hopduvelfeesten.
De Gouden Hoppestoet start om 15 uur. Na de stoet is er de hopbellenworp op de Markt, gevolgd door optredens van Urban Trad (Hopmarkt), de familie Kuijken (Sint-Martinuskerk) en Killer Queen (Hopmarkt). Het slotspektakel 'Hopduvel in Harmony' begint om 21 uur op het Gemeenteplein. Een optreden van Plane Vanilla om 22 uur sluit de Hopduvelfeesten af.
 
Het Laatste Nieuws - 8 september 2006
 

 
VIJFTIG JAAR FEEST
 
Met bijna veertig activiteiten en een budget van 200.000 euro staan de Hopduvelfeesten van Asse op 8, 9 en 10 september voor hun grootste uitdaging. Het jubileumprogramma rond 50 jaar Hopduvelfeesten moet de bekroning worden van de culturele en historische band van de gemeente met de mythische hopduvel. Een band die een geschiedenis kende van vallen en opstaan, maar wat wil je als je een kwelduivel bemint. Anno 2006 is de Hopduvel in Asse echter geliefder dan ooit en ook in het omliggende worden begrip en gemeente steeds vaker in één adem genoemd.
 
Teksten: Rudy DE SAEDELEIR
 
Hopmuseum in de maak
 
In Asse en Dilbeek is het nog niet echt doorgedrongen dat in de Vlaamse Monumentenstrijd ook een project zit dat een belangrijk stuk hopverleden wil beschermen. Een van de dertig projecten dat meedingt naar restauratiesubsidies wil de hopcultuur in de streek rond het West-Vlaamse Poperinge én in Asse gedeeltelijk in ere herstellen. Het hopmagazijn van het Hof Ter Brugghen, op de grens van Asse en Sint-Ulriks-Kapelle (Dilbeek), is het enige gebouw dat nog authentieke hoppersen heeft. De nieuwe eigenaar van de hoeve, Assenaar Luc Lerno, is bereid mee te werken aan een hopmuseum.
 
Op het Hof Ter Brugghen woonden en werkten drie generaties van de familie Van Droogenbroeck. De bekendste is Louis Van Droogenbroeck die in de regio een vernieuwende en invloedrijke visie had op de hopteelt. Hij was in de streek de eerste hopboer die in 1908 een hoplochting op draad bouwde. Vele kleine boeren uit de streek kwam ook bij hem om er hun hop te drogen, te persen en te verhandelen.
Na Louis kwamen de kinderen Emiel, Willem en Constant. De derde generatie waren de neven Paul en Tuur Van Droogenbroeck, beiden nog in leven. Paul, die altijd in de hoeve woonde, verkocht de boerderij in mei aan Luc Lerno. Zelf was Paul in 1994 al gestopt met hop telen, zijn neef Tuur deed nog verder tot hij in 2003 om gezondheidsredenen moest afhaken.
 
In occasie
In het magazijn bevinden zich twee hoppersen. De oudste is een mechanische pers van rond 1895, die met mankracht moest worden bediend. De tweede pers is een hydraulische die Tuur in de jaren '60 in occasie kocht. Ze is over drie verdiepingen gebouwd. ,,De hydraulische pers is nu drie jaar buiten gebruik maar ik denk wel dat ze het nog doet. Ook de brander kan nog werken'', zegt Paul Van Droogenbroeck (72). Hij leidde ons nog eens rond in deze in 1906 gebouwde ast, het gebouw waar de hop achtereenvolgens werd gedroogd en geperst.
,,Het drogen gebeurde op 50 tot 60 graden en in drie stappen. Drogen van één lading hop duurde ongeveer tien uur, daarna moest ze nog eens acht uur zwavelen of ontsmetten. Daarna ging de hop in de pers. Twaalf keer stampen, leverde een volle zak op van 150 kilogram. Per dag kon je zo vier zakken produceren, samen 600 kilogram. Daarvoor was drie ton natte hop nodig.''
 
,,Van vijf kilo natte hop rest altijd maar één kilo droge hop. Die was dan wel volledig geconditioneerd voor de brouwerij'', zo vertelt Paul Van Droogenbroeck nog. De twee asten werden in 1970 aangepast en voorzien van een brander. In 1978 ging het hopmagazijn bijna in de vlammen op toen die brander oververhit raakte en ontplofte.
 
Als Paul mocht kiezen naar welke tijd hij zou willen terugreizen, dan koos hij meteen voor de gouden jaren tussen 1945 en 1960. ,,Toen werd de hop nog volledig met de hand geplukt. Soms werkten we zelfs met 120 plukkers tegelijk. We moesten de mensen gaan opladen in Walfergem en Bekkerzeel om aan voldoende volk te geraken. Het was een enorm plezante tijd. Het was hard werken maar de mensen konden toen nog tegen een stoot.''
De plukmachine kwam er pas vanaf 1960. Twee jaar later brak de crisis uit in de hopsector, door de enorme overproductie die was ontstaan door de automatisering.
 
De nieuwe eigenaar kocht de hoeve met de bedoeling er een manege van te maken. Toch is hij bereid om het linkse gedeelte, waar de persen staan, in samenwerking met het Hopduvelcomité van Asse in te richten als hopmuseum. ,,Niet om elke dag open te stellen maar wel enkele keren per jaar of occasioneel op afspraak toegankelijk te maken'', klinkt het.
 
,,Echt concreet zijn die plannen nog lang niet maar ik vind het wel belangrijk dat deze installaties niet zomaar verloren gaan'', zegt Lerno. Het hopmuseum bevindt zich dan wel op grondgebied Sint-Ulriks-Kapelle (Dilbeek). Mogelijk worden ook de gemeentebesturen van Dilbeek en Asse bij de zaak betrokken.
 
Nieuwe hopperoute
De rechtse hangar van de hoeve wil Lerno afbreken om er paardenstallingen en een kantine voor de manege te bouwen. Een deel van het hopmagazijn wil hij gebruiken als stapelruimte. In de omgeving is er ook een nieuwe hoproute in de maak. De vorige grote hoproute verdween een tiental jaar geleden in stilte.
 
In de Monumentenstrijd kan iedereen nog tot en met 17 september stemmen voor de hopcultuur, onder meer per sms: STEM 30 naar 3470 (0,50 cent per bericht) of via de website www.monumentenstrijd.be.
 
Wie is de Hopduvel?
 
De Hopduvel is in het Land van Asse en Aalst al meer dan honderd jaar het symbool voor de stormwinden die tussen midden augustus en midden september lelijk tekeer gingen en tot de jaren '70 veel schade toebrachten aan de talrijke hoplochtingen. Zeker toen de hop nog op staken werd gekweekt, begaven die het bij een storm vaak onder het zware gewicht van de overrijpe hopperanken. Ook toen later de draden hoplochtingen overal ingang vonden kon de hopduvel zich nog flink laten voelen. Als één steunpaal het begaf, vielen de andere meestal als dominosteentjes mee naar beneden. De Hopduvel, als uitvinding van de hopboeren, werd pas vanaf 1956 ook een gezicht gegeven door de geestelijke vader van de Hopduvelfeesten, Eugeen 'Zjeun' Van den Broeck. Sinds de moderne Hopduvelfeesten, tweejaarlijks vanaf 1996, is het Zjeuns zoon Wilfried die zich met een vrijwel identieke overgave ontfermt over dit abstracte culturele erfgoed van Asse. Hij is trouwens ook de kunstenaar van het smeedijzeren hopduvelbeeld op de Markt van Asse. Het gerucht gaat dat dit beeld de komende dagen een speciale outfit krijgt aangemeten. (RDS)
 
Levende duvel ontmoet duivel-doet-al
 
Aan de Hopduvelfeesten waren doorheen een halve eeuw uiteraard tientallen Assese culturele en volkse figuren verbonden. René De Rop en Eli De Raedemaeker zijn er twee van. Elk hebben ze hun verhaal, de eerste omdat hij tot dusver alle hopstoeten meemaakte, de tweede omdat hij wellicht de meest memorabele levende Hopduvel is.
René De Rop en Eli De Raedemaeker zijn in Asse alom bekend als rasechte Gildemannen, sterkhouders van de plaatselijke harmonie De Gilde. René was al zijn hele leven al een culturele duivel-doet-al. Ook de hop speelde daar een rol in want met het boek Hop Hop Hoera uit 1988 leverde hij de tot dusver meest volledige historische bijdrage over de Assese hopgeschiedenis.
 
Hopduvelstoeten waren er in 1956, 1960, 1965, 1975 en 1979 en dan weer tweejaarlijks sinds 1998. ,,In de stoeten ging ik meestal mee met onze harmonie, De Gilde, uitgezonderd tijdens de eerste stoet toen ik meespeelde met de Breughelfanfare. Die werd destijds ook nog opgericht door Zjeun Van den Broeck, uitvinder van de Assese Hopduvelfeesten'', vertelt René. ,,In 1956 speelde ik ook mee in het boeren-openluchtspel De Hopduvel en de nar, waarin ik de rol van eerste hopknecht vertolkte. We hebben het stuk twee keer gebracht en telkens zag de Markt van Asse zwart van het volk.''
 
,,Het is ook toen dat we voor het eerst de hopduvelliedjes van de Mollemse koster-organist Victor Van Frachen zongen. Twee van die liedjes brengen we nu zondagavond tijdens het slotspektakel samen met de opvoering van De Hopduvelsuite door De Gilde.''
 
,,De hopduvel is bij de mensen blijven hangen, de nar niet. De hopduvel bestond ook echt. De hopboeren trokken naar de kapelletjes van Nivel of Kruisborre om Sint-Rochus te vragen hen te behoeden voor plagen. Van de bron aan de Kruisborrekapel brachten ze een emmer water mee, waar ze tabaksap indeden om er hun hopvelden mee te besproeien, in het geloof dat ze daarmee beveiligd waren. Toen de pesticiden later ingang vonden, waren er hopboeren die daarmee alleen 's nachts durfden spuiten, zonder dat iemand het zag. Ze hadden schrik voor heidens te worden aanzien.'' René zat ook vaak mee in de organisatie. Zo was hij in 1965 hoofd van de propaganda en in 1979 was hij ondervoorzitter van de feesten, onder Piet Verbiest.
 
Meest doortrapt
In 1975 komt Eli De Raedemaeker, thans 54, op de proppen als Hopduvel. In 1973 was hij immers tijdens de handelsbeurs op de Boekfos verkozen tot hopduvel. Zjeun Van den Broeck was op zoek naar de beste, slimste, dorstigste en meest doortrapte hopduvel. Eli, die de steun genoot van de studentenclub Moeder Hopland, werd de duidelijke winnaar van de zes kandidaten.
 
,,Er was onder meer een gemotoriseerde hopduvel en een muzikale hopduvel. Ik speelde de geheimzinnige hopduvel maar ik had natuurlijk al een bekende kop'', zo herinnert Eli zich nog. Hij opende de stoet zowel in '75 als in '79. Zondag, ter gelegenheid van 50 jaar Hopduvelfeesten wordt Eli opnieuw de levende duvel. ,,Ik zit mee op de wagen van Krokegem, die als thema De duvel van '56 heeft. Verder fungeer ik tijdens het openingsspektakel als opperhopduvel en tenslotte ben ik ook de man die zondagavond tijdens de Hopduvelsuite de Hopduvelrijmen van Peter De Rop zal voordragen'', aldus de, euh, enige echte hopduvel.
 
Muziek, tentoonstellingen en indrukwekkende stoet
 
Het openingsspektakel, vrijdag om 21 uur, wordt Iet Naaig, waaraan ruim 150 enthousiastelingen meewerken en waarin het hoppeverhaal wordt uitgebeeld. Kate Lannoo staat in voor de productie en Chirine Gerits voor de choreografie.
 
In de Hopduvelstoet, gebouwd door Wilfried Van den Broeck, gaan dit jaar meer dan duizend figuranten mee. 32 gehuchten, wijken en verenigingen van Asse zorgen voor fraai uitgedoste praalwagens die de rol van de hopduvel in het scheppingsverhaal en de vier seizoenen van de hop uitbeelden. De stoet start om 15 uur aan de Boekfos en wordt tegen 17 uur op de Markt verwacht.
 
Er wordt voor de Hopduvelstoet van zondag gezorgd voor extra parkeerruimte net buiten het centrum. Delhaize (Brusselsesteenweg) en Colruyt (Nerviërsstraat) stellen hun parkeerterreinen ter beschikking. De shuttledienst Deseo brengt iedereen gratis tot aan de stoet en terug. De heenritten vinden plaats van 14 tot 15 uur, de terugritten van 17.30 tot 20.30 uur.
 
Het slotspektakel, met de opvoering van de Hopduvelsuite door harmonie De Gilde en dansschool Dasa, het verbranden van de strooien duvels uit de stoet én het vuurwerk, vinden zondagavond plaats vanaf 21 uur en zijn net als het openingsspektakel en de stoet volledig gratis te bewonderen.
De Hopmarktwordt opnieuw het centrum van het gebeuren. Het Gemeenteplein is dit keer het decor voor zowel het openings- als het slotspektakel, respectievelijk vrijdag- en zondagavond.
 
Uiteraard ook veel muziek tijdens de Hopduvelfeesten. Topnamen op vrijdag zijn Hormonia, Toots Thielemans en Les Truttes, op zaterdag Leaf, Leki en 't Hof van Commerce, op zondag Zakdoek, Urban Trad, Killer Queen en Plane Vanilla.
 
Ook het Oud Gasthuis draagt als locatie drie dagen zijn steentje bij met tentoonstellingen over hop in al zijn aspecten en 50 jaar Hopduvel. Heemkring Ascania zorgde zelfs voor een authentiek cafeetje uit 1956. De expo's zijn open op vrijdag van 18 tot 21.30 uur, zaterdag van 14 tot 18 uur en zondag van 10 tot 12 uur en van 14 tot 18 uur. Toneelkring Vrij en Blij speelt zondag om 17.30 uur op de zolder van het Oud Gasthuis het stuk A.D.A.M. & Eva. Er zijn ook bezoeken mogelijk aan de watertoren, de Sint-Goriks- en Magdalenakerk van Kobbegem en de brouwerij Mort Subite in Kobbegem.
 
De meerwaardezoeker wordt zondag 10 september getrakteerd op een uniek concert rond Twee generaties Kuijken in de Sint-Martinuskerk. Veronica Kuijken (viool, piano), Sigiswald Kuijken (viool), Sara Kuijken (altviool), Marleen Thiers (altviool), Wieland Kuijken (cello) en Marie Kuijken (zang) brengen vanaf 19.30 uur werken van Beethoven. Dit is een van de weinige betalende activiteiten: 15 euro in voorverkoop, 17 euro aan de kassa.
 
Alle info op www.hopduvel.be
 
Het Nieuwsbad - 7 september 2006
 

 
Minister beschermt klooster Zwartzusters
* Heemkundige kring enthousiast * Burgemeester heeft bedenkingen
 
Asse - Het klooster van de Zwartzusters tegenover het Gemeenteplein in Asse krijgt een voorlopige bescherming als monument. Dat heeft Vlaams minister van Ruimtelijke Ordening Dirk Van Mechelen (VLD) bekend gemaakt. Het klooster dateert van de vroege achttiende eeuw en was tot vorig jaar het onderkomen van de congregatie van de Zwartzusters. De heemkring Ascania juicht de beslissing van de minister toe. Burgemeester Vanhaeleweyck reageert voorlopig minder enthousiast.
 
Wim De Smet
 
Minister Van Mechelen keurde dinsdag de voorlopige bescherming goed van zes Vlaams-Brabantse monumenten, waaronder het statige Zwartzusterklooster en de achterliggende tuin. Het gebouw behoort toe aan het aartsbisdom Mechelen, maar was in de achttiende eeuw lange tijd eigendom van de invloedrijke familie Verspecht. Later kwam het pand in handen van Leopold Lecocq, de plaatselijke gemeenteontvanger. Hij verkocht het gebouw in 1837 voor 18.140 goudfranken aan de Zwartzusters.
 
weeskinderen
"Die Zwartzusters waren in 1822 al in Asse aangekomen", zegt Jaak Ockeley van de heemkring Ascania. "Zij kregen eerst onderdak in kasteel Delvaux, verhuisden nadien naar kasteel Waalborre en kregen in 1837 hun vaste stek in het centrum van Asse. De zusters hielden zich meer dan 150 jaar bezig met de opvang van weeskinderen."
 
oud gasthuis
De heemkring vindt de mogelijke bescherming een goed idee. "Het is een schitterend gebouw met een groot verleden", zegt Ockeley. "Het klooster werd destijds opgetrokken in witte zandsteen. Het is, samen met het huis Stas, de Sint-Martinuskerk en het oud gasthuis, een van de weinige gebouwen uit de achttiende eeuw die we nog hebben. Dat mogen we niet zomaar laten verloren gaan."
 
geen subsidies
Omdat het gebouw slechts 'voorlopig' beschermd werd, kan de eigenaar geen subsidies krijgen voor renovatiewerken. Die kunnen pas worden toegekend als het klooster definitief beschermd wordt. De gemeente kan wel beslissen om een officiële beschermingsprocedure op te starten. Op basis van die gegevens moet de minister dan uiteindelijk beslissen of het klooster het etiket 'beschermd monument' krijgt. "Maar daarover moeten we eerst grondig overleg plegen binnen het schepencollege", meldt burgemeester Michel Vanhaeleweyck (VLD). "Ik ben nooit een grote voorstander geweest van die beschermingsprocedures. Wij zijn zelf bewust van onze plicht om mooie en historische gebouwen te beschermen. Als het klooster geklasseerd wordt, verliezen wij onze bevoegdheden", aldus de burgemeester.
 
Sinds de laatste zwartzuster het klooster vorig jaar verliet, staan de gebouwen gedeeltelijk leeg. Een deel van het klooster wordt intussen gebruikt door het opvangtehuis 't Spiegeltje.
 
Het Laatste Nieuws - 10 augustus 2006
 

 
Ascania op uitstap naar Frans-Vlaanderen
 
ASSE - Heemkring Ascania maakt op 13 mei voor de tiende maal een dagreis. Dit keer is de bestemming Compiègne, Noyon en Kamerijk. Hoogtepunten worden een kunsthistorisch bezoek aan het kasteel in Compiègne , een bezoek aan de slechts een keer per jaar geopende bibliotheek van het kapittel nabij de kathedraal van Noyon en een gastronomisch diner in het Château de la Motte-Fénelon in Cambrai. De deelnameprijs bedraagt 59 euro (bus, eten en toegangsgelden inbegrepen, exclusief drank), te betalen door overschrijving op bankrekening 433-0114521-86 van Ascania, 1730 Asse.  Meer inlichtingen krijg je bij reisleider Jaak Ockeley op 02-452.53.73 of via de website www.ascania.be. (RDS)
 
Het Nieuwsblad - 26 april 2006
 

 
Dorp opnieuw in het verweer tegen komst van gasthof
 
BEKKERZEEL - Er zijn dertig bezwaarschriften ingediend tegen nieuwe plannen om naast de beschermde kerk van Bekkerzeel (Asse) een gasthof en twee woningen te bouwen. Vijf jaar nadat de omstreden eerste plannen het dorp in twee kampen verdeelden, lijkt de kleinste Assese deelgemeente zich op te maken voor een nieuwe procedureslag.
 
De nieuwe plannen voor een gasthof rechts van de Sint-Godarduskerk, op de plaats waar nu een vervallen hoeve staat, doken de voorbije weken eerder in het geniep op. Alleen de aanpalende buren kregen, zoals in de wet is voorzien, een aangetekend schrijven. De bouwaanvraag zelf hangt verborgen achter een hek. Pas eind vorige week, net voor het verstrijken van de termijn voor het openbaar onderzoek, trokken enkele buren aan de alarmbel. De initiatiefnemer van het gasthof plus koppelwoning is opnieuw de nv Villas Fantasia, bekend van de Salons Waerboom, enkele honderden meters verder, op grondgebied Groot-Bijgaarden.
Vijf jaar geleden trok de firma al eens aan het kortste eind toen het in de Notelaarstraat een 22 kamers tellend gasthof wilde bouwen. Het Assese gemeentebestuur zag zich geconfronteerd met één petitie tegen en één voor maar was uiteindelijk de plannen toch genegen.
 
Kerkhofmuur
De vergunning kwam er niet omdat de plaatselijke heemkring Ascania net op tijd een klasseringdossier indiende voor het omliggende Hof ter Zittert, de Sint-Godarduskerk, de kerkhofmuur en de pastorie. Tegelijk werd in februari 2003 de hele dorpskern van Bekkerzeel beschermd. Een en ander betekent dat een nieuwe bouwaanvraag ook toestemming moet krijgen van de Vlaamse dienst Monumenten en Landschappen. In het nieuwe plan is sprake van 18 slaapkamers, waarvan 8 in de koppelwoning en 10 in het gasthof, en een garage voor 16 auto's.
 
,, De plannen houden geen rekening met het besluit tot bescherming van de dorpskern'', zeggen de dertig buren die bezwaar indienden tegen de plannen. ,,Ze stellen een modern dus storend complex voor met een plat dak op nokhoogte, om er zoveel mogelijk kamers te kunnen in onder brengen.'' (RDS)
 
Het Nieuwsblad - 17 februari 2006
 

 
,,Boek en boog in plaats van patiënten''
Dokter Laurent Leeman (70) hangt stethoscoop aan de haak
 
ASSE - Met een groot verrassingsfeest werd de Assese dokter Laurent Leeman (70) vrijdagavond gevierd door vrienden, collega's en patiënten. Na 45 jaar stopt hij met zijn doktersconsultaties. Niet één keer veranderde hij in al die tijd zijn spreekuren. ,,Ik kan me nu eindelijk met mijn hobby's bezighouden: boeken lezen en boogschieten'', zegt de huisarts.
 
Rudy DE SAEDELEIR
 
Laurent Leeman is een éminence grise in de Assese dokterswereld. De joviale boerenzoon, wiens familie in de 19de eeuw samen met de spoorweg in Asse aanspoelde, begon zijn praktijk in maart 1962 aan de Keesdal. Sinds december 1965, precies veertig jaar geleden, woont en werkt hij aan de Brusselsesteenweg in Walfergem.
,,Mijn spreekuren zijn al die tijd nooit veranderd'', vertelt hij. ,,Als ik nieuwe adreskaartjes bestelde dan wist de drukker vanzelf wat hij daar op moest zetten. Odilon Van Geertruyen, de eerste van de drie generaties van Assese drukkers, zit net niet in mijn lijstje van honderdjarigen die ik als patiënt had. Vier eeuwelingen had ik maar Odilon overleed zeventien dagen voor zijn eeuwfeest.''
 
Leeman kan encyclopedieën volschrijven over wat hij als dokter beleefde maar daar begint hij niet aan. ,,Al is de plaatselijke geschiedenis wel een hobby van mij. Ik schreef destijds enkele dingen voor de plaatselijke heemkring Ascania maar ik had de tijd niet om mij daar grondig in te verdiepen.'' De Walfergemse dokter maakte 45 jaar lang wel dag aan dag aantekeningen van de dialectwoorden en de specifieke Assese gezegden die hij hoorde tijdens zijn thuisbezoeken. ,,Een groot deel van die notities werd door Lode Pletinckx verwerkt in zijn Woordenboek van het Asses. Twee keer per jaar kwam hij een namiddag alles afschrijven.''
 
De huisarts deed zelf nog vierhonderd bevallingen maar de laatste is alweer ruim tien jaar geleden. ,,Er zijn meisjes die nu bij mij komen van wie ik hun grootmoeder nog heb helpen bevallen. Nu is bevallen kliniekwerk. Kinderen zie ik al lang niet meer. Of ik het nog zou kunnen? Dat denk ik wel.''
 
Vanaf 1 januari geniet Laurent Leeman van zijn pensioen, al mag hij nog een jaartje uitbollen. ,,Alleen nog op afspraak. Huisbezoeken doe ik niet meer en de wachtdienst deed ik al tien jaar niet meer. Als je zestig bent, moet je buiten bij alles wat een kepie heeft. Ik was aangenomen geneesheer voor de rijkswacht en het leger en vrijwilliger bij de brandweer. Dokter José Goossens riep me destijds aan zijn sterfbed en zei: ,,Groten, gij gaat dat doen.'' Ik was zijne groten maar hij was zelf twee koppen groter dan ik.''
 
,,Het is niet dat ik er genoeg van heb maar 't is wel genoeg geweest'', besluit dokter Leeman. ,,Ik beklaag mij niets. Als ik de kans kreeg, ik zou onmiddellijk herbeginnen. Van het zwarte gat heb ik geen schrik. Ik kan me nu eindelijk meer met mijn hobby's bezighouden: boek en boog. Mijn boeken in de winter, het boogschieten bij Concorde in de zomer.''
 
Het Nieuwsblad - 2 januari 2006

Documenten

Comments