Documenten‎ > ‎Ascania in de pers‎ > ‎

Persoverzicht 2002




Felix Meurisse schreef rijke geschiedenis van verdwenen Asses kasteel
Kasteel van Waarbeek herleeft in boekvorm
 
In de Ascania-bibliotheek verscheen zopas Het Kasteel van Waarbeek, een lijvig boek (816 bladzijden!) van Felix Meurisse over het in 1988 definitief gesloopte kasteel. Het kasteel van Van Innis, zoals het in de volksmond wordt genoemd, was niet zozeer belangrijk voor zijn architectuur, wel om de rijke geschiedenis van zijn vele bewoners.
 
door Rudy DE SAEDELEIR
 
Het rijk geïllustreerde boek vertelt het verhaal van alle eigenaars van het domein van Waarbeek sinds 1438. Een waanzinnig titanenwerk, want het kasteeldomein kende in de loop van de eeuwen nogal wat verschillende eigenaars. Van al die families, meestal van de oude Brusselse adel, werd ook uitvoerig de genealogie opgenomen, wie welke verbouwingen verrichtte, cijnsrechten, akten, etc.
,,Mijn fascinatie voor de geschiedenis van het kasteel dateert al van eind van de jaren zestig toen ik (als geboren Aalstenaar) via mijn vrouw en schoonouders, die wel van Waarbeek zijn, de oude verhalen hoorde'', zegt Meurisse. ,,De verkommerde en verlaten ruïne stond er toen nog gedeeltelijk, maar het kasteel was sinds 1952 verlaten en nadien grotendeels afgebroken. Het heeft in die jaren nog voor vanalles gediend: een champignonkwekerij, een stort van Caterpillar. Een schroothandelaar uit Zele had het als eerste opgekocht voor de materialen. Hij liet ook alle bomen rooien. Het was eigenlijk een zielig einde van wat ooit een prachtig domein was.''
Het boek onthult dat er in het domein doorheen de geschiedenis niet één, maar twee kastelen hebben gestaan. Al werd niet altijd van een kasteel gesproken. Die term vond immers pas echt ingang tijdens de Belle Epoque. Het middeleeuws waterkasteel, dat op een ander perceel dan het tweede stond, was meer een zogenaamd speelhof, een buitenverblijf van rijke Brusselaars. Een plaatselijk landbouwer bewerkte de akkers. Meurisse vermoedt dat de funderingen van die eerste vesting zelfs nog moeten te vinden zijn.
De memoires van de laatste bewoners
,,De volledige zoektocht naar alle mogelijke aanknopingspunten en archieven heeft ruim tien jaar geduurd. Het was de bedoeling dat het boek al in augustus verscheen, maar toen alles zo goed als klaar was botste ik op twee memoires uit het dagelijkse leven op het kasteel tussen 1900 en 1950, geschreven door telgen van de familie Van Innis. Die heb ik nog integraal vertaald uit het Frans en achteraan opgenomen, waardoor het tweehonderd bladzijden dikker is geworden dan eerst gepland. De ontmoetingen met die mensen hadden voor mij toch wel een speciale betekenis. Er ontstaat een zekere band, zeker als je je al zolang hebt ingeleefd in hun geschiedenis.''
De laatste restanten van het kasteel werden gesloopt op 13 april 1988. In de jaren negentig werd op deze plaats het privé-rusthuis Levensdroom gebouwd.
Het boek Het Kasteel van Waarbeek kost 39 euro, levering inbegrepen, te bestellen door overschrijving op 083-3200534-22 van Felix Meurisse, Lindendries 67, 1730 Asse. Het is ook te koop in de Standaard Boekhandel in Asse.
 
Kasteel van rokkenjagers, zwartzusters en burgemeesters
 
Vooral de persoonlijke getuigenis van Albert Xavier Van Innis (thans 82) over het droeve einde van het kasteel, na het overlijden in 1949 van de laatste patriarch (en ex-burgemeester) Henri Van Innis, is in het boek een bijwijlen beklijvend en erg waardevol document. Die (verbitterde) Henri was de kleinzoon van ridder de Viron, de legendarische burgemeester van Asse van 1835 tot 1895 (!), en de man die zonder twijfel de meest florissante aflevering in de geschiedenis van het kasteel schreef.
,,Vele tientallen mensen uit de buurt hebben in die tijd ook op het kasteel gediend als meid of knecht. Vooral oudere Waarbekenaren hebben daar nog levendige herinneringen aan via hun ouders. Geen wonder dat zeker in die buurt bijna iedereen van huis tot huis intekende voor het boek'', zegt de auteur.
Een opmerkelijk hoofdstuk is ook de periode dat pastoor Luckx op het domein verbleef. Een ander markant verhaal is dat van de familie De Pape, vooral dan de liefdesaffaires (inclusief de originele liefdesbrieven) van Jacobus Carolus.  (RDS)
 
Het Nieuwsblad - 13-12-2002
 

 
Van landelijk dorp tot residentiële gemeente
"Twee eeuwen Relegem" te boek gesteld
 
RELEGEM - "Twee eeuwen Relegem" is de titel van het boek van Marcel de Doncker, Marcel Carmeliet en Kamiel Van Camp. De inwoners van deze Assese deelgemeente werden vroeger wel eens spottend "groenvinken" genoemd, verwijzend naar de familie "groendoktoors" Verbelen. Het boek brengt een overzicht van het reilen en zeilen in Relegem, dat van landelijk dorp vrij snel evolueerde tot woongebied nabij Brussel.
 
Ludo VAN DER CAMMEN
 
Marcel de Doncker, Marcel Carmeliet en Kamiel Van Camp begonnen aan het werk in 1996 toen in De Zandloper in Wemmel de eerste Davidsfondstentoonstelling "Wemmel-Relegem-Hamme op weg naar de 21ste eeuw" werd opgezet. Later volgden er nog andere exposities. Het zijn deze tentoonstellingen die de aanzet vormden voor "Twee eeuwen Relegem", maar er kwam intussen nog heel wat bijkomend opzoekingswerk aan te pas.
Over het Ancien Regime - tot 1800 - was er al heel wat gepubliceerd. Over deze periode geeft het boek dan ook maar een synthetisch beeld. "Twee eeuwen Relegem" handelt vooral over de laatste twee eeuwen.
Tijdens hun monnikenwerk stootten de auteurs op boeiende, maar bijna vergeten publicaties zoals een reeks artikels van pastoor Evrard die van 1919 tot 1949 dorpsherder was in Relegem. Uniek is ook de ontdekking van de volkstelling van het jaar 4 - republikeinse aanduiding voor het jaar 1796 - dat heel wat gegevens opleverde over Relegem.
De inhoud van het boek omvat enkele belangrijke facetten van het dorpsleven: de parochiegeschiedenis, de kerk, het onderwijs, het gemeentebestuur, het verenigingsleven, de toponiemen en natuurlijk ook de legerkazerne. De Doncker, Carmeliet en Van Camp schetsen de evolutie van een uitgesproken landelijk dorp Relegem tot een residentieel dorp in de schaduw van de hoofdstad waarin nog maar plaats is voor enkele landbouwbedrijven.
Relegem was ook het dorp van de Groenvinken, een naam die verwijst naar de familie Verbelen die twee eeuwen geleden als een familie van "groendoktoors" bekend stond.
In het boek wordt ook aandacht geschonken aan bijnamen en verdwenen beroepen zoals de "champetter", de veldwachter van toen.
Een apart hoofdstuk wijden de auteurs aan de 75-jarige geschiedenis van de voormalige legerkazerne Serge Eckstein die voor veruit het grootste deel op Relegem is gelegen, een kleiner deel behoort tot Zellik. Acheraan in het boek vindt men een register met zevenhonderd namen terug.
 
Praktisch
Het boek "Twee eeuwen Relegem" werd uitgegeven op formaat 16 op 22 centimeter met harde kaft. Het telt 220 bladzijden en tientallen unieke foto's waarvan vijftien in kleur.
Het boek kost 20 euro, eventueel te verhogen met 3,5 euro verzendingskosten. Te bestellen door storting op rekeningnummer 001-0050205-35 van MDD met vermelding "boek".Voor inlichtingen: 02-460.77.17.
Marcel de Doncker (op de voorgrond) schreef met de hulp van Kamiel Van Camp en Marcel Carmeliet het boek "Twee eeuwen Relegem". Foto Lermyte
 
Het Laatste Nieuws - 07-12-2002
 

 
Twee eeuwen Relegem te boek
 
In een bomvolle refter van de gemeenteschool van Relegem werd het boek Twee Eeuwen Relegem voorgesteld. Marcel De Doncker, bijgestaan door Marcel Carmeliet en Kamiel Van Camp, gaat in het naslagwerk dieper in op het dorpse leven in de periode na de Franse Revolutie, een periode waarover tot nog toe niets bestond. Het is een aangenaam leesboek geworden vol markante dorpsverhalen en -figuren.
Het boek is een uitvloeisel van de driedelige tentoonstellingsreeks over de 20ste eeuw die het Davidsfonds Wemmel-Relegem-Hamme de voorbije jaren organiseerde en die erg veel foto's en archiefmateriaal losweekte bij de gewone Relegemnaar.
Het is dan ook niet zo'n wonder dat Marcel De Doncker, boegbeeld van het Vlaamse culturele leven in Wemmel maar een geboren Relegemnaar, samen met zijn trouwe Davidsfonds-kompanen de cirkel vervolmaakten met een geïllustreerd boek.
,,De moeilijkste opgave was het reconstrueren van de 19de eeuwse geschiedenis'', zeggen de auteurs. ,,Gelukkig publiceerde pastoor Evrard eind jaren veertig heel veel over het oude Relegem in De Galm, later ook pater Spanhove en pater Snacken.''
 
Legerkazerne
Een apart hoofdstuk behandelt de 75-jarige geschiedenis van de voormalige legerkazerne Serge Eckstein, die voor het grootste deel op Relegemse grond ligt. Het boek vat ook kort de ontstaansgeschiedenis van het dorp samen en bevat een tiental lijsten met toponiemen, cafés en personen.
En er wordt natuurlijk uitgelegd hoe de Relegemnaars aan hun spotnaam de groenvinken kwamen. Een naamregister achteraan maakt het opzoeken bovendien erg makkelijk.
Twee Eeuwen Relegem is 160 bladzijden dik, met harde cover, en kost 20 euro. Het is te bestellen bij Marcel De Doncker, Charlottelaan 10, 1780 Wemmel; Kamiel Van Camp, Uilenspiegelpark 34, Relegem en Marcel Carmeliet, Oude Jetseweg 15, Relegem. (RDS)
 
Het Nieuwsblad - 16-11-2002
 

 
Kerken in de kijker in Asse en Affligem
 
De heemkring Belledaal uit Affligem bezoekt zondagnamiddag van 14 tot 17 uur de kerken van Essene, Teralfene en Hekelgem. Er zijn doorlopend rondleidingen met gids, die de bezoeker met andere ogen moeten doen kijken naar de symbolische elementen in gebouwen, interieur en decoratie.
De culturele raad en heemkring Ascania stellen samen de Sint Stefanuskerk in Mollem open van 14 tot 18 uur. Deze mooie classicistische kerk werd in 1754 opgetrokken in rode baksteen met zandstenen omlijsting. De gidsbeurten zullen ook veel aandacht hebben voor de symboliek in het 17de-eeuwse orgel van Mechelaar Jan Bremser. Wenceslas Mertens geeft om 15.30 uur een uiteenzetting over deze orgelbouwer. (RDS)
 
Het Nieuwsblad - 06-09-2002
 

 
De dynamiek van de Assese Hopduvel
 
De Hoptocht moet zondagnamiddag een van de hoogtepunten worden van de hopduvelfeesten, die vanavond van start gaan in Asse-centrum. Met ruim dertig groepen en vijfhonderd mensen, het overgrote deel Assenaren, wordt het de grootste stoet van eigen makelij in vele jaren. Wilfried Van den Broeck (62) legt als stoetenbouwer een andere klemtoon dan wijlen zijn legendarische vader Eugene. ,,Maar het principe van de middeleeuwse stoeten blijft overeind: met praalwagens taferelen uitbeelden die de kijker iets bijbrengen.''
 
door Rudy DE SAEDELEIR
 
Kan je een tipje van de sluier lichten van de Hoptocht?
 
Wilfried Van den Broeck: ,,Het wordt een tweeledige stoet met in elk deel vijftien, zestien groepen. Het eerste deel gaat over de hop, minder over de duivel. Ook de boerenpaarden worden beklemtoond, want de hopboer, zoals wij hem kenden, was niets zonder zijn paard. Ook alle gastgroepen doen specifiek iets met hop. De Gilde van Mazenzele draagt de gereconstrueerde oude pakken die mijn vader destijds nog ontwierp. De vendeliers van Opwijk komen met de vlaggen met duvelkoppen, die hij indertijd maakte voor een (ontbonden) Merchtemse groep. Ook de vier seizoenen van de hop worden gebracht op vier statische wagens, waarbij we lino's van mijn vader vergroot afbeelden. Zelfs de Assese jumelagegemeente Ilsede (Duitsland) komt met een aangepaste muziekgroep.''
,,De tien duivels, gemaakt door Assese verenigingen en wijken, komen in het tweede deel. Daar speelt de eigen creativiteit en het wedstrijdelement van de groepen. Artistiek wordt dat ook voor mij grotendeels een verrassing. Van sommige groepen heb ik al wel wat gezien, maar die van Ter Heide schermen zich zorgvuldig af. Ik hoop voor het goede verloop enkel dat ze niet teveel lawaai tegen mekaar gaan maken.''
 
Wat zijn de grote verschillen met de stoeten van je vader?
 
,,Hij bedacht een concept rond de hop en beeldde dat uit, van de scheut tot het bier. Wij focussen ons niet meer op het bier, wel op de magie en de nostalgie naar de hopteelt en de duivel. Vader trok wel, zoals ook nu gebeurt, naar de wijken en de verenigingen, maar hij gaf ze specifieke opdrachten. Hij dirigeerde dat min of meer, of hij stuurde mij om wat te assisteren. Maar hij liet de groepen in hun karakteriële vrijheid. Die van Koudertaveerne stonden bijvoorbeeld bekend als koppigaards en doordrijvers, terwijl de Walfergemnaren veel serener waren. Dat merkte je goed aan hun wagens.''
,,De dynamiek was ook dat de mensen van toen gewoon zichzelf speelden en het bier rijkelijk lieten vloeien. Vandaag is het een meer celebrale stoet, met de dynamiek rond de hopduvel in het tweede deel. Financieel had mijn vader het een stuk gemakkelijker. Er waren toen nog zeker vijftien brouwerijtjes, die vlot mee sponsorden. Deze stoet draait vooral op vrijwilligerswerk, drankbonnetjes of een kleine kostenvergoeding. Gelukkig mochten we regelmatig een beroep doen op enkele gemeentelijke werklieden. Vader had destijds drie ateliers ter beschikking, voor de wagens, de attributen en de kostuums.''
 
Zijn alle rekwisieten van toen nog wel te vinden?
 
,,Je moet er tegenwoordig hard naar zoeken. Voor mijn vader was het gemakkelijk. Iedereen had toen blokken en klakken. Het gemeentebestuur zou daar een stimulerende rol in kunnen spelen. Zo bezit Ascania een echt monumentale oogstwagen, maar die staat te verkommeren in een schuur. Als Ascania daarvoor een budget kon krijgen, dan zou die door een echte ambachter kunnen gerestaureerd worden. Nu moeten we die wagen gaan huren.''
Hoptocht, zondag 8 september om 15 uur via Boekfos, Weverstraat, Steenweg, Nieuwstraat, Muurveld, Bloklaan, Sint-Martinusstraat, Markt, Kattestraat. Aansluitend om 16.30 uur hopbellenworp.
 
Het Nieuwsblad - 06-09-2002
 

 
De zes Grote Branden van Asse
 
,,In Asse heeft het ooit zoveel gebrand dat ze het Asse genoemd hebben'', onderwees de Assese meester Louis Van Droogenbroeck zestig jaar geleden aan hele generaties kinderen. Niets is minder waar natuurlijk, maar het illustreerde wel treffend dat Asse, door zijn strategische ligging buiten Brussel, in de geschiedenis in vrijwel elke oorlog, plundering of omwenteling meer dan zijn deel kreeg van het vuur.
 
door Rudy DE SAEDELEIR
 
Tijdens de Hopduvelfeesten die komend weekeinde plaatsvinden, wordt zaterdagvoormiddag in 't Smiske verteld over de Grote Branden van Asse. Het rijke verleden van de Assese brandweer is al vaker verteld en vertoond, een verdienste van brandweerman Daniël Horlait die er minstens een even grote passie voor geschiedenis op nahoudt. Horlait is dan ook de gast op het verteluurtje, geleid door Lode Pletinckx en René De Rop.
,,We beperken ons tot zes grote branden, waarvan vijf uit de laatste eeuw'', vertelt Horlait. ,,Over de branden van voor 1800 is weinig bekend, ook al moeten er enkele geweest zijn waarbij toen hele huizenrijen in de vlammen opgingen.''
,,Een van de eerste bekende rampen speelde zich in 1798 af in de Nieuwstraat, waar vijftien huisjes, toen nog met strooien daken, compleet afbrandden. Een brandweer bestond nog niet. Pas in 1826, onder het Hollands bewind, kwam er een wet die elke gemeente verplichtte middelen te voorzien voor blussing tegen branden. Een brandalarm werd eerst gegeven door het luiden van de kerkklokken, later gevolgd door klaroengeschal. In Asse verscheen de eerste sirene op het gemeentehuis pas in de Tweede Wereldoorlog.''
 
Granaat
,,Ook in beide wereldoorlogen kende Asse zeer spectaculaire branden. Op 12 november 1918, een dag na de ondertekening van de wapenstilstand, werd aan het station een Duitse trein met munitie in brand gestoken. Enkele wagons hebben ze nog naar beneden, richting de open Mollemse velden, kunnen duwen, maar de andere zijn aan het station in de lucht gevlogen. In de Molenstraat en de Stationstraat stond op geen enkel huis nog een dak. De granaat, die enkele maanden geleden aan 't Bronneken is opgegraven, is daarvan nog een overblijfsel''.
,,In WOII was er natuurlijk de gigantische Asphaltco-brand, op 3 september 1942, waarover ik onlangs trouwens nooit geziene en erg interessante foto's kon bemachtigen.''
De andere branden waarover Horlait zal vertellen, zijn die van de leerlooierij Kahn op de huidige parking Gildehof (1926), de stapelplaatsen van de Innovation in Zellik (1965), Astravorm in de Nerviërsstraat (1983) en het houtmagazijn van Bomaco (1986). Tegelijk vindt op de zolder van 't Smiske een tentoonstelling plaats van oud blusmateriaal. Die blijft het hele weekeinde toegankelijk.
Grote Branden van Asse, zaterdag 7 september van 10 tot 12 uur in 't Smiske, Gemeenteplein in Asse. De causerie wordt opgenomen voor 'Dialectofoon' op radio Mango Asse (FM 106.4), uitzending zondagochtend van 10 tot 11 uur. www.hopduvel.be.
 
Het Nieuwsblad - 04-09-2002
 

 
Oud-gasthuis klaar binnen het jaar
 
In Asse-centrum starten vandaag de langverwachte voltooiingswerken aan het gerestaureerde deel van het beschermde oud-gasthuis. De afwerking kost ongeveer anderhalf miljoen euro en duurt een jaar. Tot zolang wordt de toegang tot het oud-gasthuis afgesloten. Ook voor het speelplein aan de achterkant geldt vanaf heden een verboden toegang voor onbevoegden. Enkel de vrije kleuterschool mag het speelplein nog gebruiken, omdat die over een aparte toegang beschikt.
 
door Rudy DE SAEDELEIR
 
Het afwerkingsdossier, dat in handen is van de intercommunale Haviland, komt ruim zeven jaar na de ruwbouwerken. Pas vorig jaar kwam er stilaan schot in de voltooiingsplannen en vandaag is het eindelijk zover. Zowel in de vleugel langs de Huinegem als de kapel aan het Gemeenteplein wordt het gebouw gebruiksklaar gemaakt. De werken omvatten de bevloering, deuren en ramen, muurbehang, trappen, schilderwerken, centrale verwarming, sanitair en elektrische installatie.
,,De moeilijkheid in dit dossier was dat de bestaande historische structuren niet beantwoorden aan de nieuwe bestemming'', verklaart Paul De Clerck, projectcoördinator en diensthoofd van Haviland. ,,Vooral de draagkracht van de vloeren vormde een probleem. Tel daar de nieuwe wettelijke voorschriften bij op vlak van brandveiligheid en verplichte faciliteiten voor mindervaliden en je hebt een buitengewoon complex dossier.''
De werken zullen ten vroegste eind juni volgend jaar afgelopen zijn. In eerste instantie wordt een technisch lokaal gebouwd dat alle voorzieningen moet herbergen voor zowel de oude gebouwen als de toekomstige cultuurzaal met bibliotheek in de achtertuin. Ook de gescheiden rioleringen zijn eerst aan de orde, voor aan de echte binnenafwerking kan worden begonnen.
 
Uitschieters
,,Het goede nieuws is dat na voltooiing de mooie elementen van dit gebouw eindelijk ter beschikking zullen komen van het Asses gemeenschapsleven. Uitschieters zijn daarbij de prachtige gewelfde kelder, die een instuiffunctie had, en de zolder met een dakconstructie die in omvang en verhoudingen enig is in de omstreken. Het terugbrengen van van de verzakte dakstoelen op zijn oorspronkelijk peil was trouwens een uniek technisch hoogstandje. Ook de oude lier, waarmee destijds zware lasten naar de oorspronkelijke droogzolder werden gehesen zal opnieuw in ere worden hersteld'', zegt De Clerck.
 
Lijdensweg is zeven eeuwen oud
 
Wie zich verdiept in de geschiedenis van het Asses oud-gasthuis zal het er mee eens zijn dat het sowieso een wonder mag heten dat het gebouw er vandaag nog staat. In het zevenhonderdjarig bestaan van de gasthuissite onderging het talrijke veranderingen en plunderingen. Het deed in de loop van de geschiedenis dienst als gasthuis (hospitaal), gendarmerie (tijdens de Franse Revolutie), passantenhuis en rusthuis.
Na de oprichting van de Heilig Hartkliniek en rusthuis in de Huinegemstraat werd het oud-gasthuis in 1970 verlaten en opgekocht door de gemeente. Toenmalig burgemeester Van Wijnendaele wilde de hele site slopen, maar enkele Assese beschermers van het historisch erfgoed slaagden er in het oud-gasthuis te laten beschermen als monument. Met de gebouwen ging het vanaf dan heel snel van kwaad naar erger.
In 1978 stortte het rechter deel van de vleugel langs het Gemeenteplein in, een jaartje later gevolgd door het linkerdeel van de kapel. Pas daarna nam het gemeentebestuur met mondjesmaat zijn verantwoordelijkheid voor het gebouw op, wat resulteerde in een zowel aanslepende als peperdure restauratie in vijf fasen. De vroegere Hansotte-vleugel (langs Gasthuisberg) werd in 1986 gesloopt, omdat daar niets meer aan te redden viel. Vandaag resten enkel nog de noordervleugel (Huinegemstraat), de kapel en de westvleugel. De kapel is het meest oorspronkelijke deel van het oud-gasthuis.
 
Welke bestemming?
 
Na de afwerking van het oud-gasthuis komen er in het centrum van Asse een pak mogelijkheden bij voor vergaderingen, tentoonstellingen en kleinschalige activiteiten voor maximum enkele tientallen personen. Hoe dat allemaal in de praktijk gaat worden ingevuld is tot op heden een open vraag. Verschillende verenigingen, de heemkring Ascania voorop, zijn al lang vragende partij.
Het aanslepen van dit dossier heeft dan ook veel te maken met het gebrek aan een duidelijke culturele visie. De voorbije jaren kreeg Haviland onder meer de vraag om te onderzoeken of het gebouw kon worden gebruikt door de politie of als bibliotheek. In de oude (niet-gerestaureerde) westvleugel had ook de cultuurdienst een onderkomen. Die werd, net als het nationaal kantoor van Adoptiedorpen Roemenië en een opslagruimte van de heemkring Ascania, de voorbije weken herschikt of ontruimd in functie van de werken. (RDS)
 
Het Nieuwsblad - 12-06-2002
 


Bekkerzeel wordt Bokrijk

 
BEKKERZEEL - Het Hof ter Zittert, de Sint-Godaruskerk en de pastorie aan de Schutstraat hebben een historische en artistieke waarde. Daarom wil het Vlaams Gewest die drie monumenten en de dorpskern van Bekkerzeel beschermen. Zowel de dorpskern als de drie historische panden werden opgenomen in de lijst "voor bescherming vatbare monumenten en stads- en dorpsgezichten". Niet helemaal naar de zin van het gemeentebestuur van Asse. Dat wil liever alleen de drie monumenten beschermd zien. Dat is meer dan genoeg om ook de omgeving ongeschonden te houden, aldus het schepencollege.
 
Ludo VAN DER CAMMEN
 
Vlaams Gewest wil drie monumenten en dorpskern beschermen
 
Sint-Godaruskerk
 
De kerk met inbegrip van de kerkhofmuur worden beschermd. In oorsprong is de Sint-Godaruskerk een hofkerkje dat in de elfde eeuw uitgroeide tot een zelfstandige parochie. Van de twaalfde eeuw tot het einde van het Ancien Régime was het een onafhankelijk gebouw van de benedictinessenabdij van Groot-Bijgaarden. De plattelandskerk uit 1764 vormt een opmerkelijk voorbeeld van een Louis XV-plattelandsarchitectuur. Bijzonder typerend voor deze in baksteen en zandhoudende kalksteen opgetrokken parochiekerk is de in natuursteen uitgewerkte schermgevel.
 
Pastorie
 
Het gebouw met inbegrip van de ommuring en hekkens worden beschermd. De pastorie dateert uit 1764 en is een mooi voorbeeld van een Louis XV-plattelandspastorie. Net zoals de parochiekerk, werd de pastorie vermoedelijk in opdracht van de abdij van Groot-Bijgaarden gebouwd. Het is een twee bouwlagen en vijf traveeën tellend dubbelhuis met schildak en voorzien van een tegen de noordgevel aangebouwd keukenwashuis. De pastorie schrijft geschiedenis omwille van het feit dat de historische ontmoeting van Vonck en Van der Meersch er plaats had op 30 augustus 1789. Deze ontmoeting vormde de aanzet tot het uitbreken van de Brabantse Omwenteling en verleent aan de pastorie van Bekkerzeel zonder meer een historische dimensie.
 
Hof ter Zittert
 
Het hof wordt beschermd met inbegrip van de toegangspoort, de bijgebouwen en het eiland met omgrachting en boogbrug. Het hof dateert mogelijk al uit de elfde eeuw. Het was een leen van het kasteel van Groot-Bijgaarden. Het huidige gebouw grijpt terug naar het derde kwart van de 18de eeuw toen het werd heropgebouwd. Het is een mooi voorbeeld van een neoclassicistisch kasteel in de vorm van een vijf traveeën breed en tweeënhalve bouwlaag hoog, witgeschilderd rechthoekig pand, met rechthoekige, beluikte vensters en decoratieve deuren in een hardstenen omlijsting.
 
De dorpskern
 
De dorpskern omvat de Crappestraat, de Kleistraat, de Notelaarstraat, de Sint-Godarusstraat en de Schutstraat. Een mooi voorbeeld van een typisch kasteeldorp, langsheen de oude baan naar Asse en gedomineerd door een homogene 18de eeuwse enclave. Die enclave wordt gevormd door de kasteelsite, de kerk met ommuurd kerkhof en de pastorie met ommuurde tuin. Langs deze baan werd in de loop van de 19de eeuw een overwegend éénlagige, parallel met de hoofdstraat, ingeplante, eenvoudige, landelijke bebouwing gerealiseerd. Blikvangers zijn het oud-gemeentehuis en de voormalige dorpsbrouwerij.
 
De bezwaren
 
ASSE - Het college van burgemeester en schepenen van Asse zegt helemaal niets te hebben tegen de bescherming van Hof ter Zittert, de Sint-Godaruskerk en de pastorie van Bekkerzeel. Maar het college voegt daar wel aan toe dat de bescherming van het hele dorpsgezicht te ver gaat. Er werden dan ook een aantal bezwaren geformuleerd.
"Het gevaar bestaat dat de uitgebreide bescherming een negatieve invloed gaat hebben op de dynamische sociaal-economische ontwikkeling van de kern van de deelgemeente Bekkerzeel. Binnen verantwoorde stedenbouwkundige perken, dienen de eigenaars over de rechtmatige mogelijkheden te kunnen beschikken om hun eigendommen te moderniseren en ook te valoriseren", aldus het college.
Het initiatief om de dorpskern van Bekkerzeel te beschermen, komt van de heemkring Ascania. En zou volgens kringen binnen het gemeentebestuur alles te maken hebben met de aanvraag tot bouw van een hotel, vlak naast de kerk. Het Assese schepencollege vond dat - mits een aantal voorwaarden - het hotel paste binnen de Bekkerzeelse dorpskern.
 
"Voor ons hoeft het niet"
 
BEKKERZEEL - Emery De Mulder is voorzitter van "Bekkerzeel Herleeft" en woont zelf in het dorpscentrum. "Veruit de meeste bewoners van het centrum zijn tegen de bescherming, net zoals het schepencollege", zegt de man. "Het minste wat je ook maar wil veranderen aan je woning, ben je verplicht aan te vragen bij de Dienst Monumenten en Landschappen. Dat wil zeggen: wachten op het akkoord. En als het 'njet' is, staan we daar mooi".
"De hele ingreep is er blijkbaar alleen maar gekomen om de bouw van een hotel te beletten", zegt Emery De Mulder. "Eerst vonden we dat hotel ook maar niets maar we hebben de initiatiefnemers gevraagd om bij het hotel een soort dorpscafé te bouwen. De plannen werden daartoe aangepast. Nu zijn heel wat mensen voorstander van het hotel mét dorpscafé. Dat zal zeker het sociaal contact bevorderen. Sinds enige tijd is hier geen café meer en dat wordt door heel wat bewoners als een gemis ervaren".
 
opgelegd
 
De Assese burgemeester Michel Vanhaeleweyck zegt dat hij in geen enkel geval voorstander is van de beschermingsbesluiten die van hogerhand opgelegd worden. "De gemeenten zijn daarvoor het best geschikt", aldus Vanhaeleweyck. "Ik ben voorstander van het beschermen van monumenten en landschappen door een gemeentelijke verordening. Wie beter dan de gemeenten kent de plaatselijke situatie? Nu plaatst de Dienst Monumenten en Landschappen ons voor van hogerhand geforceerde beschermingen. Daar vaart niemand wel bij. De mensen mogen niets meer veranderen aan hun eigendom. Of ze moeten eerst een aanvraag indienen bij Monumenten en Landschappen. Dat kost heel wat tijd en bovendien ook geld".

Het Laatste Nieuws - 14-05-2002
 

 
Asse niet blij met bescherming van Bekkerzeel
 
Het schepencollege van Asse heeft bezwaren bij de bescherming als dorpsgezicht van de dorpskern van Bekkerzeel. Volgens het college houdt de klassering van drie historische gebouwen voldoende garantie in voor het behoud van de omgeving.
Zopas werd in Asse het openbaar onderzoek afgesloten in verband met het besluit van Vlaams minister Van Grembergen dat de dorpskern van Bekkerzeel voorlopig beschermd als dorpsgezicht, omwille van zijn artistieke en historische waarde. In de omschreven zone bevinden zich het volledige Hof ter Zittert, de Sint-Godarduskerk, inclusief de kerkhofmuur, en de pastorij van Bekkerzeel, eveneens met de ommuring.
Het schepencollege stelt dat het wel positief staat tegenover de voorstellen om het Hof ter Zittert, de Sint-Godarduskerk en de Pastorij individueel te beschermen, maar dat de als dorpsgezicht voorgestelde oppervlakte te ruim is afgebakend. ,,Er moet worden vermeden dat een eventuele klassering een te grote negatieve impact zou hebben op de dynamische sociaal-economische ontwikkeling van de kern van de deelgemeente Bekkerzeel. Binnen verantwoorde stedenbouwkundige perken, dienen de eigenaars over de rechtmatige mogelijkheden te kunnen beschikken om hun eigendommen te gebruiken, te moderniseren en te valoriseren'', meent het college.
De aanvraag tot klassering is een initiatief van de heemkring Ascania en houdt duidelijk verband met de recente pogingen om naast de kerk een hotel op te trekken dat driemaal groter is dan het kerkje. Het gemeentebestuur stond positief tegenover deze plannen, maar Monumenten en Landschappen floot ze terug. (RDS)
 
Het Nieuwsblad - 30-04-2002
 

 
Asse viert 70 jaar René De Rop
Wals voor president
 
Cultureel Asse viert zaterdagavond een speciale verjaardag. René De Rop wordt (zondag eigenlijk) 70. Harmonie De Gilde houdt in het Gildehof een verrassingsfeestje in petto en viert tegelijk zijn 20 jaar voorzitterschap. In de wijde omgeving van Asse hoeft de veelzijdige René nauwelijks een voorstelling. Waardering, des te meer.
,,Of ik nog wensen heb? Toen mij bij mijn zestigste verjaardag werd gevraagd wat ik de volgende tien jaar nog zou wensen, had ik er drie. Gezond blijven om vol enthousiasme te kunnen blijven doen wat ik doe, de renovatie van onze Sint-Martinuskerk en een volwaardig cultureel centrum in Asse. Mijn eerste wens werd vervuld en ook de kerk begint er al prachtig uit te zien. Op mijn derde wens is het nog altijd wachten, al ontwaar ik toch een lichtpuntje.''
 
door Rudy DE SAEDELEIR
 
Een lichtpuntje. René De Rop wijst naar het schilderij dat de onlangs overleden Karel de Bauw ooit van zijn tante maakte. ,,Karel kon als geen ander dat puntje in die ogen zetten. Dat bracht die portretten echt tot leven.''
 
Op de begrafenis van Karel sloeg je stem even over. Van ontroering?
 
,,Het pakte mij, ja. We waren zeer goede vrienden. Ik ben hem in het ziekenhuis nog enkele malen gaan bezoeken, maar zowel hij als ik wisten dat het gedaan was. Je voelde al in oktober, bij die overhandiging van dat schilderij aan de Sint-Martinuskerk, dat hij zijn dood voelde naderen. Het was zijn afscheid aan zijn vrienden. Hij was daar echt heel blij om.''
 
En nu jij 70. Opnieuw een moment van weemoed?
 
,,Ik weet niet wat ze allemaal gaan doen. Slechts een ding hebben ze moeilijk kunnen verbergen. Onze dirigent Luc De Vleeschhouwer schreef voor mijn verjaardag een nieuw muziekstuk en dat moesten ze natuurlijk repeteren. Dus werd ik al een tijdje vriendelijk verzocht het pand te verlaten. De partituur heb ik al gekregen. The Waltz for the President heet het, omdat ik erg van walsen hou. 't Is een mooi stuk dat echt mijn karakter weergeeft: eerst nerveus en haastig, dan weer rustig. Ik kijk er echt naar uit om het te horen.''
 
Ben je snel ontroerd?
 
,,Mijn gemoed kan snel volschieten, ook bij een film. Maar ik ben een man van uitersten. Die afwisselende momenten van woordvloeden en rust is een typische eigenschap van de De Roppen. Ik stam zowel langs vaders- als moederszijde uit Gildefamilies. Die weemoed heb ik van Van Heymbeeck, de humor van Mestdag. De ernst is typisch De Rop en de geest, het filosofische, komt van De Boeck, mijn grootmoeder langs vaders kant.''
 
Hoe verklaar je je gevoel voor geschiedenis en taal?
 
,,Dat kwam grotendeels door mijn werk als drukker. Ik gooide niet gemakkelijk iets weg. Als ik een boek schreef dan stopte ik per hoofdstuk alles in een fardeke. Ik heb honderden doodsprentjes opgesteld. Daarin moet je met weinig woorden veel zeggen. Maar een roman zou ik niet kunnen schrijven. Zelf vind ik Hop hop hoera mijn beste boek. 't Was niet mijn best verkochte, want dat was de monografie over Manke Fiel. Dat was een echte topper.''
 
Ondanks je afkomst als gildeman zat er blijkbaar nooit een politicus in jou.
 
,,Ik heb ooit wel even in de CVP gezeten, maar de politiek lag me zo niet. Ik zat ook nog in Ascania, de toneelkring Uit Houe Trouwe en de Breughelfanfare. Dat heb ik allemaal moeten afbouwen omdat De Gilde mij steeds meer opeiste. Muziek bloeit altijd en overal met een goede voorzitter en een goede secretaris, maar ook met het enthousiasme van de leden. Die goede geest is nodig om het vol te houden. Gelukkig heb ik in al die jaren weinig moeten rondgaan met de lijmpot.''
 
't Is ook vaak een familiale aangelegenheid, hé
 
,,Ja, mijn drie broers speelden ook allemaal, maar ik ben nu nog de enige. Mijn vier kinderen spelen allemaal en ik heb al zes kleinkinderen bij de Gildejeugd. Wat wil je? Ze zaten langs twee kanten van huize uit in de muziek. Maar in De Gilde heb je ook nog de Fontaines, die zijn nu nog met acht. En De Leeuw, daar komen ze met negen uit dezelfde familie.''
 
Kun je je kinderen muzikaal nog kloppen?
 
,,Oei nee. Ons Lieve is beroepsmuzikante geworden. Ook onze Jan, die ik nochtans nooit heb gepusht, speelt veel beter hoorn, de cor, dan ik. In mijn tijd was dat een simpel begeleidingsinstrument. In die huidige partituren voor hoorn staan dingen waar ik moet afhaken. Maar dat is niet erg. Het toffe is dat ik de jongste jaren al wat meer Sinterklaas kan spelen. Ik moet niet meer overal bij zijn. Ik kom eens kijken en als het zonder mij gaat, des te beter.''
 
,,Onvolprezen duizendpoot''
 
,,René behoort tot de weinigen die bij het Asses sociaal-cultureel gebeuren zo intens betrokken zijn'', zegt zijn culturele zielsverwant Lode Pletinckx. ,,Niet alleen als een uitstekend kenner van ons cultureel erfgoed, maar vooral als actief deelnemer op het terrein. René is een van die duizendpoten die acteert en musiceert, die organiseert en publiceert, die drukt en uitgeeft.''
,,Ook op Dialectofoon drukte hij jarenlang zijn stempel door zijn onderhoudend en vlot optreden, zijn inventiviteit, zijn zin voor humor, rake opmerkingsgave en zijn warm hart voor alles wat des volks is. Een schoolvoorbeeld van de selfmade man van wie wij kunnen getuigen dat hij zijn hebben en zijn te danken heeft aan onvolprezen inzet en volgehouden inspanning en een man die zijn onbetwistbare talenten zo vaak met anderen heeft gedeeld.''
 
,,Klein maar vief''
 
,,Declameren was zijn roeping, dat herinner ik me nog al van toen we samen in de broederschool zaten'', getuigt Jozef Vanden Driessche, leeftijdsgenoot en eeuwige trouwe medewerker van De Rop in tal van plaatselijke besturen. ,,We zijn nog familie in het zevende knoopsgat. Hij wedijverde om de eerste van de klas te zijn. Klein maar vief. Als er een schoolfeest was, droeg hij voor. Daar was hij fameus sterk in.''
,,Als dertienjarige was hij zo fier als een gieter toen hij de cor mocht spelen bij De Gilde. En iedereen jaloers op hem. We zijn mekaar blijven zien in de verenigingen. Zijn initiatief en zijn ideeën hebben veel betekend voor De Gilde, maar ook voor het dialect en de oudheidkunde. Denk maar aan zijn Wettetoek-quizzen, samen met Frans Goossens. Vooral de jaren dat we samen het Gildehof kochten en uitbouwden waren erg vruchtbaar.
Het Nieuwsblad - 22-03-2002
 

 
Asse rouwt om kunstenaar Karel de Bauw
,,Schilder naar ons hart''
 
Cultureel en heemkundig Asse en het Pajottenland rouwen om Karel de Bauw (93). De Assese kunstschilder overleed vrijdagnamiddag in het AZ Heilig Hart. Hij was er opgenomen nadat hij daags na zijn 93ste verjaardag, op 8 januari, door een lichte beroerte was getroffen. De 2.600 schilderijen van de Bauw vormen zonder twijfel de meest indrukwekkende hymne aan het volkse Brabant van vorige eeuw.
 
door Rudy DE SAEDELEIR
 
Het was meer dan symbolisch, blijkt nu, toen Karel de Bauw begin oktober zijn grootste meesterwerk Hoofdingang met interieur Sint-Martinuskerk van Asse aan de kerkfabriek schonk. Net als Rembrandts' De Nachtwacht schilderde hij het op zijn 36ste, dé gunstigste leeftijd voor een kunstenaar, had hij gelezen. Tijdens de plechtigheid genoot de oude meester zichtbaar van de massale aanwezigheid van zijn vrienden.
De Walfergemse boerenzoon de Bauw zag nooit een academie, maar als kunstenaar was hij een natuurtalent. Als tiener maakte hij houtskooltekeningen, want verf kende hij niet. ,,Dat manneke moeten ze absoluut eens verfkes geven'', sprak kasteelheer Louis Delvaux en hij deed ze hem uiteindelijk zelf cadeau. Over zijn eerste schilderij in 1930, een portret van zijn grootvader die hem grootbracht, sprak de hele buurt als van een wereldwonder. ,,Ik heb daar nooit bij nagedacht. Het zat gewoon in mij en ik voelde onmiddellijk aan hoe dat moest'', zei hij daarover.
 
Boerenpaarden
Sterk beïnvloed door Rembrandt, wiens werken hij in Amsterdam bestudeerde, werd de Bauw snel een geliefd portretschilder van zijn tijdgenoten, van volkse figuren tot heren van stand, maar ook van landschappen, veldbloemen, interieurs en natuurlijk zijn populairste werken, zijn boerenpaarden. In de jaren vijftig stopte hij als boekhouder, om zich tot 1990 professioneel aan de schilderkunst te wijden. Immer bleef hij verknocht aan Asse en het Pajottenland.
Ook de wieg van de heemkundige kring Ascania, waarvan hij vanaf het begin voorzitter was, stond bij hem thuis. ,,De vriendschap stond hoog in zijn vaandel'', getuigt Flor De Smedt, huidig Ascania-voorzitter en ruim een halve eeuw huisvriend van de kunstenaar. ,,Naast een schilder naar ons hart was de Bauw een goed verteller en schrijver. Zijn Koppen van bij ons voor het tijdschrift Ascania waren telkens pareltjes. Een groot mens en vriend, een heemkundige en, het mag gezegd, een Vlaming in hart en ziel.''
De begrafenisplechtigheid vindt plaats in de Sint-Martinuskerk in Asse op zaterdag 9 februari om 11.30 uur.
 
Niet naar Amerika
 
Het scheelde niet veel of Karel de Bauw was ooit weggekaapt door Amerikanen. ,,President Geneen en vice-president Dunluv van de Amerikaanse firma ITT (de toenmalige elektronica- en telefoniereus, red.) waren in de jaren vijftig in de Chalet d'Assche verzeild'', vertelde de Bauw twee jaar geleden. ,,Daar hingen vijftien van mijn werken. Die steenrijke mannen wilden er onmiddellijk grof geld voor geven, maar daar wilde de patron niet van horen. Hier is het adres van die schilder, ga zelf naar hem toe, zei hij. Ze deden mij een heel serieus voorstel om mee te komen naar Amerika. Ik kreeg er een kleine ranch - 750 hectare - en zij gingen mijn schilderijen wereldwijd verspreiden. We maken U wereldberoemd, ik hoor het ze nog zeggen, in 't Engels dan.''
,,Ik heb het niet gedaan. Ik ben zelfs niet een keer in Amerika geweest, hoewel ik maar ja te zeggen had. Ze zijn nog vaak teruggekomen, ook om hen te laten portretteren. Rijk of niet, als ze een portret wilden, moesten ze maar naar hier komen.'' De grote ITT-baas overleed ruim tien jaar geleden, de vice-president bracht in 1996 een laatste bezoek aan de Bauw. ,,Karel, jongen, waarom zijt ge toen niet meegekomen? Wij hadden U echt wereldberoemd kunnen maken, zei hij. Ach ja, ik heb nu ook een fantastisch en gelukkig leven gehad.'' (RDS)
 
Het Nieuwsblad - 04-02-2002

Documenten

Comments