Documenten‎ > ‎Ascania in de pers‎ > ‎

Persoverzicht 2001




,,GESCHIEDENIS IS EEN PASSIE''
 
JAAK OCKELEY (58) is de enige in België met die achternaam. Door steeds opnieuw verkeerd spellen en uitspreken werd de meer voorkomende naam 'Van Accoleyen' door de jaren heen vervormd tot Ockeley. Hoe zou een gedreven historicus niet weten waar zijn eigen naam vandaan komt?
 
door Karin DE VOS
 
Ockeley werd zes jaar geleden door Eigen Schoon & De Brabander voorgedragen om de 88-jarige Jan Verbesselt op te volgen als voorzitter. ,,Wij hebben op dat moment een aantal veranderingen doorgevoerd in onze aanpak. De groepsgeest is weer aangewakkerd en de auteurs lezen nu ook zelf de proefdrukken van hun artikels na. Na enkele jaren slabakken, gaat het weer goed met onze vereniging.''
Ockeley is historicus, maar in het zevenkoppige bestuur zitten, naast twee andere historici, ook een bankbediende, een onderwijzer en een doctor in de economie. Ieder van hen heeft een specialiteit, die van Ockeley is kerkgeschiedenis. ,,De onderwerpen van de artikels zijn dikwijls aan het toeval te wijten. Zo was ik in de abdij van Affligem om iets op te zoeken over oude kaarten, toen ik op een vondst van schilderijen in de abdij van Grimbergen stootte. Ook daar heb ik dan een artikel aan gewijd.''
De laatste tien jaar hebben niet minder dan 73 auteurs gepubliceerd in Eigen Schoon & De Brabander. ,,Ik spreek regelmatig mensen aan die veel weten over een bepaald onderwerp en vraag hen om er iets over te schrijven. Ook als ze geen lid zijn van onze vereniging.''
 
Passie
De jonge generatie is moeilijk te motiveren voor de vereniging. ,,Twintigers hebben weinig interesse en tijd omdat ze bezig zijn met werken en een gezin stichten. De meeste van onze leden, auteurs en bestuursleden zijn veertig en ouder. Pastoor Davids van Tervuren schreef zelfs nog toen hij de 100 gepasseerd was.''
De passie voor geschiedenis is er altijd geweest bij Jaak Ockeley. Het is een beroep, maar meer nog een hobby. ,,Ik wil altijd allerlei zaken opzoeken en ontdekken en dat meedelen aan anderen.'' Zonder een gepassioneerde vereniging als Eigen Schoon & De Brabander zou veel van de Brabantse geschiedenis opgaan in de nevelen van de tijd en voorgoed verloren gaan voor de volgende generaties.
Meer informatie over Eigen Schoon & De Brabander en de lessenreeksen in de KUB bij Jaak Ockeley, Kapellestraat 36, 1730 Asse, 02-452.53.73, jaak.ockeley@skynet.be.
 
Het Nieuwsblad - 06-12-2001
 

 
Britse oud-strijder bezoekt na 61 jaar plaats waar hij gewond werd
TERUG NAAR HET ASSES FRONT
 
GEORGE Sargent bracht een bezoek aan Asse. Voor de 81-jarige Britse oud-strijder was het zijn allereerste bezoek aan de plaats waar hij op 18 mei 1940 gewond raakte tijdens de Duitse inval in ons land. Die ene dag in Asse zou zijn leven grondig veranderen.
 
door Rudy DE SAEDELEIR
 
Het was Assenaar Jef Vermeiren, die zich in de heemkring Ascania al jarenlang toelegt op een reconstructie van de Assese oorlogsjaren, die de Bristolnaar op het spoor kwam. Sargent was de dispatch-rider, de boodschapper op de motor, van een van de drie Britse squadrons van de Hussars, de laatste militairen die terugplooiden voor de oprukkende Duitsers. Zijn squadron, dat de zone van Bollebeek tot Walfergem verdedigde, raakte ter hoogte van het Lindenpark in Asse ingesloten.
De Duitsers waren Asse langs Merchtem binnengevallen, terwijl de Engelsen de Duitse troepen verwachtten via de 'grote baan' met Brussel. Bij de zware gevechten in en om Asse verloren de Engelsen 42 tanks en 24 open rupswagens. Negen Britten lieten het leven, acht waren makkers van Sargent. Zij vormden de eerste graven van het huidige Assese kerkhof.
 
Handdoek
,,Ik was bij een Duits salvo van mijn motor geblazen, maar tot mijn verbazing had ik geen schrammetje'', herinnert de oud-strijder zich. ,,Majoor Frith (die begraven ligt in Asse, nvdr.) beval mee te rijden met een tank, maar die werd even later ook beschoten. Ik bloedde hevig aan een voet en had splinters in mijn been en mijn lichaam. Op zoek naar beschutting zag ik in een huizenrij een deur op een kier. Ik weet niet meer hoe ik me tot daar heb gesleept, maar ik herinner me dat ik de deur openduwde met de handen en een verschrikt bejaard paar zag.''
,,Omdat ze geen Engels verstonden, gebaarde ik voor een handdoek om het bloeden te stoppen en een drankje, wat ze mij gaven. Ik verloor meermaals het bewustzijn. Mijn volgende herinnering is een jonge Duitse luitenant, die met een pistool voor de deur stond. Hij wou weten of er nog andere Engelsen verborgen zaten, wat niet zo was. Twee van zijn maten hebben mij dan buitengedragen en op het grasperk gelegd. Ze sneden mijn broek af en gaven mij een inspuiting. Toen ik opnieuw wakker werd, lag ik in een Duits veldhospitaal. Daarna hebben ze mij overgebracht naar het plaatselijk ziekenhuis (wellicht het huidige oud-gasthuis, nvdr.).''
George Sargent verbleef er slechts enkele dagen. De Duitsers brachten hem over naar een kamp met houten barakken in Tienen, waar hij slechts moeizaam herstelde. Toen dat kamp plots dagenlang onbewaakt bleef, was hij niet in staat om te ontsnappen. Een gemiste kans, want wat volgde was een verblijf van 3,5 jaar op water en brood in zes Duitse krijgsgevangenkampen, eerst in de buurt van Maastricht, nadien in Polen. Pas eind 1943 werd hij met een honderdtal Engelsen via Zweden geruild voor Duitse krijgsgevangenen.
Sargent bezocht Asse met enkele heemkundigen, voor het eerst sinds de oorlog. Hij deed onder meer de oude route aan waarop de Engelsen destijds terugplooiden. Die ging van Brussegem over Kobbegem en Walfergem. Het einddoel, het verzamelpunt aan de Dender in Teralfene, bereikte hij toen niet. Deze keer wel. ,,Ik wist niet dat dit eigenlijk een heel prachtige streek is. Ik ben blij dat ik deze trip gedaan heb'', besluit hij.
 
Het Nieuwsblad - 16-10-2001
 

 
Unieke De Bauw blijvend in Sint-Martinuskerk
 
ASSE - De bekende Assese kunstschilder Karel de Bauw schonk zijn meesterwerk Hoofdingang met interieur Sint-Martinuskerk van Asse aan het kerkbestuur. De voorzitter van de parochieraad, Willy Delvaux, is de kleinzoon van de kasteelheer die boerenzoon Karel zijn eerste verfkestoestopte.
Geen enkele schilder borstelde ooit een indrukwekkender plastisch archief van Asse en het Pajottenland bij elkaar als Karel de Bauw. In zijn zestigjarige loopbaan -- hij borg zijn penselen definitief op in 1990 -- schilderde hij 2.600 schilderijen, die over de hele wereld verspreid raakten. Zijn meest gegeerde werken zijn boerentaferelen.
 
Lijkdeur
Weinig mensen wisten dat de veelzijdige maar academisch ongeschoolde De Bauw in zijn persoonlijke collectie een schilderij bewaarde dat hij in 1943 had gemaakt. ,,Ik las in een tekst over het kunstenaarsschap aller tijden dat kunstkenners beweerden dat 36 jaar dé gunstigste leeftijd is voor een kunstenaar'', vertelt de 92-jarige De Bauw. ,,Rembrandts' De Nachtwacht, geschilderd op zijn 36ste, is daar een voorbeeld van. Voor mij was dat een persoonlijke uitdaging: toen dit doek af was, was ik 34 en op een leeftijd gekomen dat ik het aandurfde een kerkinterieur te schilderen.''
De Bauw plaatste in ,,die langste en klaarste dagen van juni'' drie weken lang zijn schildersezel vlakbij de lijkdeur, in het midden van de koorgang. ,,Achteraan werd het licht door de hoge glasramen lichtjes getemperd door het hangende Jesuskruis. Om de prachtige uitstraling van dit interieur op doek te kunnen vastleggen, moesten de kleuren nauwkeurig worden aangewend'', getuigt de oude schilder.
Vandaag is zijn schilderij een waardevolle getuige van een interieur dat in 1975 door vandalenstreken onherstelbare schade opliep. Het doek werd nooit te koop aangeboden noch vertoond op de zeldzame retrospectieven van de kunstschilder. ,,Waar is dit werk beter op zijn plaats dan in de kerk van Asse?'', aldus De Bauw, die in het bijzijn van tweehonderd vrienden afstand deed van zijn meesterwerk.
Het doek krijgt een plaats in het kruiskoor van de Sint-Martinuskerk. ,,Het kan makkelijk 500 jaar mee'', verzekert De Bauw, die drommels goed wist welke verfkes hij moest gebruiken. (RDS)
 
Het Nieuwsblad - 09-10-2001
 

 
Kerkfabriek Sint-Martinus dankt Karel de Bauw
 
ASSE - In de Assese Sint-Martinuskerk wordt zondag 7 oktober om 14.30 uur tijdens een officiële 'bedanking' de Assese kunstschilder Karel de Bauw geëerd door de leden van de kerkfabriek en de vzw Vrienden van de Sint-Martinuskerk Asse. De intussen 92-jarige de Bauw besloot onlangs om zijn unieke schilderij Hoofdingang met interieur Sint-Martinuskerk van Asse aan de kerkfabriek te schenken, zodat het voor altijd in de Assese kerk kan blijven.
,,Ik neem graag afscheid om reden van beste bestemming'', schreef de Bauw in zijn brief aan de Sint-Martinusparochie. Het schilderij stamt uit de ,,langste en klaarste dagen van juni 1943''. Het meet 100 bij 80 centimeter en geeft aan de kerk de allure van een kleine kathedraal. Gastsprekers op de bedanking zijn René De Rop en Lode Pletinckx. Het saxofoon-ensemble van de academie August De Boeck Asse, onder leiding van Lieve De Rop, zal de bedanking muzikaal opluisteren. Iedereen is welkom. (RDS)
 
Het Nieuwsblad - 06-10-2001
 

 
,,Gasthof groter dan voorgespiegeld''
 
ASSE/BEKKERZEEL - Volgens buurtbewoner Eddy Van den Broeck werd Bekkerzeel misleid over de werkelijke grootte van het landelijke gasthof dat zou worden opgetrokken naast het Sint-Godarduskerkje. De landschapsarchitect bracht aan de hand van de ingediende plannen en een opmeting ter plaatse de juiste verhoudingen in kaart.
,,Bekkerzeel heeft recht op de waarheid'', vindt Van den Broeck, die de voorbije weken 74 handtekeningen (op 40 bezwaarschriften) verzamelde, maar ook snel ondervond dat sommigen niet mee wilden in het verzet . ,,Over hun beweegredenen wil ik mij niet uitspreken, noch is het mijn bedoeling in deze zaak een duel aan te gaan. Als het gemeentebestuur dit goedkeurt zal ik me daarbij neerleggen, maar dan zal het achteraf ook de consequenties moeten dragen.''
,,Ik kom enkel op voor de vrijwaring van Bekkerzeel als gehucht. Men vraagt zaken die te groots ingeschat zijn. Indien het echt om een onschuldig hotelletje in functie van bijvoorbeeld hoevetoerisme zou gaan, dan had je mij niet gehoord. Dan zouden hier bezoekers komen die zich voor de streek interesseren. Maar deze inplanting, als aanhangsel van salons Waerboom vrijwel enkel gericht op zakenlui of feestvierders, zal van geen enkel nut zijn voor de plaatselijke bevolking en integendeel een voortdurende bron van hinder vormen.''
 
Bomen
,,De riolering is nu al tot op de draad versleten en bij elke vrachtwagen die hier (de Schutstraat, nvdr.) passeert, rammelen de glazen in de kast. Het zou niet echt getuigen van goed bestuur als de gemeente zo'n project om economische en financiële redenen simpelweg toestaat, zonder daarbij de infrastructuur van het dorp aan te passen.''
,,Er zijn mensen op het verkeerde been gezet'', zegt hij over de bewoners die hun handtekening plaatsten onder een petitie voor het gasthof. ,,Een grondplan met de juiste perspectieven toont aan dat het gebouw drie maal zo groot wordt als de kerk en vier maal zo groot als de pastorij. Het vermeende uitzicht op de kerk komt er niet. Zelfs de bomen aan de rand van het kerkdomein zullen in werkelijkheid moeten gerooid worden, omdat ze te dicht tegen het gebouw zullen staan.''
Ook de heemkundige kring Ascania diende op de valreep een bezwaar in tegen de plannen voor het gasthof naast het historische en gerestaureerde kerkje. Een standpunt van het gemeentebestuur wordt pas in de komende weken verwacht. (RDS)
 
Het Nieuwsblad - 26-05-2001
 

 
Restauratie Sint-Martinuskerk op goede weg
 
ASSE - De volgende restauratiefase van de beschermde Sint-Martinuskerk in Asse wordt op de sporen gezet. De gemeenteraad keurde de plannen zopas goed. Na de noordergevel wordt nu werk gemaakt van het hoogkoor en van de Heilige Kruiskapel. Daarmee wordt opnieuw een belangrijke stap gezet in een restauratiedossier dat zeker nog tien jaar in beslag neemt en 140 miljoen kost.
 
Rudy DE SAEDELEIR
 
Pastoor Eugene Costermans (intussen op rust) zette ruim tien jaar geleden zijn schouders onder een project om de hooggotische centrumkerk te redden van een stil verval. Cultuurhistorisch minnend Asse omarmde de plannen met enthousiasme, maar zoals dat vaak gaat in dergelijke omvangrijke dossiers maalt de administratieve molen traag. Het getuigt dan ook van een grote vastberadenheid dat de restauratie intussen al een heel eind gevorderd is en mooi op koers blijft.
,,De noordgevel en de toren, zeg maar de kant van de Nieuwstraat, hebben opnieuw hun oude glans gekregen en samen met het gerestaureerde rozenkransraam mag het resultaat worden gezien'', vindt Willy Delvaux, die zich als voorzitter van de vzw Vrienden Sint-Martinuskerk Asse ontfermt over de administratieve opvolging van de restauratie. ,,De restauratiefase waarvoor nu het startschot is gegeven, betreft het tweede deel van het koor en de kruiskapel, samen goed voor 38,7 miljoen frank. Omdat de Sint-Martinuskerk een beschermd monument is, draagt het Vlaams Gewest tachtig procent van de kosten. De overige twintig procent wordt door de gemeente gedragen. Als het subsidiedossier zijn gewone weg volgt, starten de werken in het najaar van 2002. Tegen de zomer van 2004 zouden ze moeten klaar zijn.''
Delvaux hoopt dat Asse al begin volgend jaar de administratieve start zal kunnen geven voor de restauratie van het portaal, het zuidtransept en de zuidgevel, een werkje dat nog eens goed is voor 40 miljoen frank.
Het resultaat van die klus zou dan tegen de zomer van 2006 te bewonderen zijn. Als laatste is de westgevel aan de beurt. Hier bedraagt het prijskaartje ongeveer 4 miljoen frank en is de streefdatum eind 2006.
Restauratie glasramen met steun van Assese bevolking
Naast de gevelwerken vormen de ramen van de Sint-Martinuskerk nog eens zes aparte restauratiedossiers. Het Rozenkransraam in de noordgevel is schitterend hersteld. Nu wordt werk gemaakt van het dossier van de zeven glasramen van de noordelijke zijbeuk en drie van de zeven ramen van het koor (zie ook foto). Die zijn al een tijdje weggenomen voor de beschrijving, een job die bijna even minutieus dient te gebeuren als de restauratie zelf. De ramen van de noordelijke zijbeuk worden al tegen de zomer van 2002 terug verwacht, de andere tegen de lente van 2003.
De overige vier ramen van het koor, de twee van de kruiskapel en de zeven van de zuidelijke zijbeuk, zijn pas tussen 2003 en 2007 aan de beurt. Voor de medefinanciering van de restauratie van de ramen bundelden vijftien bekende Assenaren enkele jaren geleden hun krachten in de vzw Vrienden Sint-Martinuskerk Asse. De vereniging, die tien procent van deze restauratiekosten draagt, wil daarmee namens de Assese bevolking een steunend gebaar stellen. Het project kreeg de steun van de Koning Boudewijnstichting, waardoor giften vanaf duizend frank fiscaal aftrekbaar zijn. In 2000 werd op die manier voor 110.000 frank giften ingezameld. Ook de opbrengst van het jaarlijks kerstconcert van de harmonie De Gilde gaat integraal naar dat fonds.
*Rekening 000-0000004-04 (Koning Boudewijnstichting) met vermelding J18399 - Asse - Sint-Martinuskerk.
 
Tien keer platgebrand
 
Historici situeren de bouw van de Sint-Martinuskerk in de tweede helft van de achtste eeuw. Het feit dat voor Sint-Martinus (patroonheilige van al wie wapens draagt) werd gekozen, duidt er op dat de kerk ontstaan is als borchtkerk, aanleunend dus aan een burcht van de gouwgraven van het feodale Land van Asse. Die oorspronkelijke en al lang vervallen borchtheuvel werd op het eind van de zeventiende eeuw afgevoerd om er de kerkwallen mee te dempen.
De kerkrechten werden al in 1098 aan de nog erg jonge abdij Affligem afgestaan. Met zijn vele steengroeven werd de abdij de bouwheer van de huidige kerk. De kerk bevat zowel elementen uit het laat-Romaanse tijdperk, de vroeg-gotiek als (in hoofdzaak) de Brabantse hooggotiek. Een opmerkelijk ,,aardigheidje'' aan de Sint-Martinuskerk is het zuidportaal dat eigenlijk ,,uit de haak'' staat, maar daardoor wel uitgeeft op de Markt.
In de loop der tijden nam de met wallen omgeven kerk de rol van de vervallen borcht over en dat is ze niet goed bekomen. Tussen 1333 en 1684 werd ze een tiental keer platgebrand. Soms door blikseminslagen maar meestal door oorlogen, de laatste keer door de legers van Lodewijk XIV. Gelukkig bleef onder de Franse bezetting en in de beide wereldoorlogen de kerk gespaard van oorlogsgeweld.
*Bron: gids voor de Sint-Martinuskerk door Jaak Ockeley (Ascania). (RDS)
 
Het Nieuwsblad - 09-05-2001
 

 
Einde van een historisch misbaksel in Asse
 
De gemeente Asse schrijft een wedstrijd uit voor een ontwerp van een nieuw logo. Voor het symbool - niet te verwarren met het wapenschild - werd een cash prijzenpot van twintigduizend frank goedgekeurd. Het logo zal in de toekomst alle papieren en publicaties van de gemeente sieren.
Asse gebruikt op zijn gemeentelijk drukwerk sinds de fusie van 1976 als logo het symbool van de (middeleeuwse) schepenbank van de vrijheid (of heerlijkheid) Asse. De afbeelding uit de dertiende eeuw, afkomstig van de oudste in Asse bekende zegel, verwijst naar de vroegere hallen die zich vermoedelijk bevonden in de buurt van het huidige Gemeenteplein, de toenmalige hallepoel. Echte bewijzen van het bestaan van dat soortement belfort - en dus vrijheidsteken - zijn nooit gevonden.
Omdat het symbool van vrijheid gelieerd werd aan een ,,opgedrongen'' fusie was de heemkundige kring Ascania destijds niet te spreken over het logo. Bovendien was die oorspronkelijke vrijheid beperkt tot (ongeveer) de kleine driehoek Weverstraat-Nieuwstraat-Muurveld. Klap op de vuurpijl in de historische blunders was echter het totaal foute kruisbeeld. In die tijd werd bij het Latijnse randschrift (in wijzerszin rond de zegel) een plusteken of een bloemetje gebruikt om begin en einde van de zin te kunnen onderscheiden. In Asse zag men het plusteken boven het belfort abusievelijk als een kruisbeeld bovenop het dak. Ondanks diverse publicaties werd de flater nooit rechtgezet. (RDS)
 
Het Nieuwsblad - 05-04-2001
 

 
Jef Vermeiren reconstrueert Duitse inval in Asse in WOII
 
ASSE - Bij de heemkundige kring Ascania noemen ze hem ,,onze oorlogscorrespondent''. Een gesprekje met de 67-jarige Jef Vermeiren leert dat dat niets overdreven is. Momenteel stort hij zich op de reconstructie van de Duitse inval in Asse in de Tweede Wereldoorlog op 18 mei 1940. Die verliep zeker niet zonder slag of stoot. Jef onderhoudt bij zijn zoektocht zelfs contact met een 81-jarige Engelse oudstrijder die in Asse gewond raakte. Acht van diens makkers overleefden de strijd niet. Zij vormden de allereerste graven van het huidige Assese kerkhof.
 
Rudy DE SAEDELEIR
 
,,Ik ben grootgebracht tussen de soldaten'', probeert Jef Vermeiren de oorsprong van zijn passie te situeren. ,,Ik ben van januari 1934 en al van bij de mobilisatie in 1938 waren er in vrijwel ieder huis soldaten gelogeerd. Dat het nadien Duitse soldaten waren, daar stond je als kind niet bij stil. Dat waren gewoon speelkameraden.''
,,Het politieke aspect rond de oorlog heeft mij nooit beziggehouden. Ik had wel een nonkel die VNV'er was, maar mijn grootvader was dan weer een overtuigd Belgicist, een oudstrijder aan de Ijzer. Ik heb alleen aandacht voor de militaire aanpak van toen. De strategie, het materiaal, welke troepen zich waar bevonden. Professioneel was ik altijd actief in het vliegwezen, zodat ik toch over redelijk wat technische bagage beschik. Samen met mijn Merchtemse vrienden Louis Van Ransbeeck en Fons Biesemans probeer ik de Duitse inval in Asse te reconstrueren. Dat is een hele puzzel, maar ik heb er toch een vrij goed zicht op.''
 
Squadron
,,De spoorweg en de brug van Waarbeek waren de vitale punten bij de inval. Men verwachtte de Duitsers de ochtend van de achttiende via de grote baan vanuit Brussel, maar ze kwamen via Wolvertem en Merchtem. Het ging om de negentiende Duitse divisie. Op de spoorwegbrug schoten de Engelsen op de Duitsers die zich toen verschuilden in het domein rond het toenmalige kasteel van Van Innis in Waarbeek. Onder de Engelse troepen (waaronder Black Watch en de Gordon Highlanders) die een hele dag de Duitsers ophielden vielen geen slachtoffers. Uiteindelijk zijn de Duitsers doorgestoten via de Marlier, waarachter de vlakte toen nog open was.''
,,De terugtrekking van de Engelsen naar Denderleeuw verliep niet echt geordend. De Engelsen stonden om te beginnen onder Frans bevel en de bevelen werden soms herroepen. Eer die dan het terrein bereikten moest men de strategie alweer herzien. De slachtoffers zijn vooral gevallen onder de drie squadrons van de huzaren (Hussars), dat waren de laatsten die terugplooiden. George Sargent (zie hiernaast) was een van hen. Hij was van het A-squadron, dat de zone van Bollebeek tot Walfergem verdedigde. In en om Asse verloren de Engelsen bij de inval 42 tanks en 24 carriers (open rupswagen met machinegeweer).''
 
Wie redde George Sargent?
 
Jef Vermeiren correspondeert en telefoneert regelmatig met George Sargent, een 81-jarige Engelse oudstrijder, wonend in Bristol. De kans bestaat zelfs dat hij van 16 tot 20 mei bij de jaarlijkse Engelse herdenking nog eens een bezoek brengt aan Asse, het dorp waar hij destijds oorlogsinvalide werd.
,,Hij is ooit maar één dag in Asse geweest, dus het was voor hem niet gemakkelijk om te lokaliseren waar hij precies geweest is en waar hij gewond raakte'', vertelt Jef. ,,Maar aan de hand van zijn beschrijvingen en de militaire verslagen van de Hussars ben ik vrij zeker dat het in de omgeving van de Lindendries moet gebeurd zijn. Zijn squadron was op terugtocht naar de Dender en werd door Duits anti-tankgeschut onder vuur genomen. George was een dispatch rider, de man die met de motor de berichten overbracht. Bij een eerste salvo werd hij van zijn motor geblazen, maar hij had zelf geen schrammetje.''
,,Majoor C.C. Frith (die later zou omkomen en begraven ligt op het kerkhof van Asse) beval hem op een tank mee te rijden, maar die werd even later ook geraakt. Sargent kreeg granaatsplinters in zijn been en was gewond aan de voet. Hij kroop verder tot aan enkele aaneengebouwde huizen, vermoedelijk de huisnummers drie of vier in het Lindenpark. Bij een oudere man, die in het deurgat kwam kijken, is Sargent binnengestrompeld, maar toen verloor hij het bewustzijn. Hij is pas wakker geworden in een soort veldhospitaal.''
,,Nadien verbleef hij vermoedelijk een tijdje in het oud-gasthuis. Wijlen zuster Maria-Alice Fieremans heeft mij dat verhaal nog bevestigd, maar de patiëntenlijsten zijn nooit teruggevonden. Zelf herinnert hij zich nog een verpleegster met de naam Van de Caveye of Van de Casteye, maar ook daar bleef de zoektocht voorlopig zonder resultaat. Sargent moest daarna als krijgsgevangene naar Duitsland. George zou graag weten of er nog familie of nakomelingen zijn van mensen die hem destijds opgevangen hebben.''
Wie denkt te kunnen helpen kan terecht bij heemkring Ascania: 02-452.72.60 (Flor Desmedt) of 02-452.84.66 (Jef Vermeiren). (RDS)
 
Het Nieuwsblad - 10-03-2001

Documenten

Comments