Dialectofoon‎ > ‎

Dialectofoon 201-250


001-050
 • 051-100 • 101-150 • 151-200 • 201-250 • 251-300 • 301-350 • 351-400 • 401-450 • 451-500

aflevering 219 - 25 februari 1996

URL van de gadget-specificatie kan niet worden gevonden

Bierboom

In aflevering 219 van Dialectofoon van 25 februari 1996 stond Lode Pletinckx er alleen voor, maar dat belette niet dat er weer een mooie lading Assese woorden viel te rapen. Er wordt onder meer uitleg gevraagd bij enkele tekeningen die destijds in Goeiedag verschenen.

Het voorwerp op tekening 1 heet in het Asses een bieboeëm (bierboom) Het juk diende om biervaten en -bakken aan te dragen. Het gebruik van dergelijke draagboom vergde, zeker bij het afdalen van trappen, wel wat behendigheid van de tweede drager. Door het trekken aan de kettingen moest hij verhinderen dat de last tegen de rug van de eerste drager zou terecht komen. In de samenstelling 'bierboom', evenals in het grond woord 'bier' spreekt de Assenaar de 'r' niet uit. Dat is ook het geval in een paar andere zelfstandige naamwoorden als 'deur' en 'vier', variant 'vuur'. In het meervoud wordt die 'r' dan weer hersteld: 'deuren', 'bieren'.

Stakenhuis

Het kegelvormig huis van hopstaken op tekening 2, dat destijds 's winters in de streek van Asse overal te zien was, heette een staakhaaisj (staakenhaaisj) of 'staakhuis'. De hopstaken die met de punt te gen elkaar werden geplaatst, vormden een 'huis' dat gesloten ('een gesloten staakhuis') of open ('een open staakhuis') kon zijn. In het ronde staakhuis werden vaak fazanten en andere vogels gevan gen. Het kon ook gebruikt worden als droogplaats voor het onderste van de hopranken dat als 'ovenheet' (materiaal om de oven te heten) dienstig was. Daarnaast kent het Asses ook de staakhoeëp (staakhoop), de oude staken van het hopveld die voor iets anders werden gebruikt.

Enkele andere woordjes die in deze Taalkamer van het Asses passeren:

  • konsèl – keuringsraad voor toekomstige miliciens, voorloper van de ‘drie dagen’ in ‘t Klein Kasteeltje. De konsèl (buiten Asse uitgesproken als konsul, afgeleid van het Franse consulter) bestond tot 1951. Voor 1940 had je de loting.
  • Nen bil – dialect voor een dwarsligger voor spoorwegen (biel), maar ook een kogellager
  • Konterfoeille – achterste, achterwerk, een product van een contaminatie en volksetymologie: contre + foelie (feuille).

aflevering 221 - 10 maart 1996
URL van de gadget-specificatie kan niet worden gevonden
  • Kooternhaak: pook (van een kachel)
  • trawieël: truweel
  • Pjêrnoeëg: spiegelei (paardenoog)
  • Pjêrebloem: paardenbloem, wordt nu algemeen de pissebloem genoemd, maar de tweede naam is recenter en afgeleid uit het Frans.. Het wegblazen van de zaadpluisjes was een bekend kinderspel, ook een zogenaamd orakelspel, waarmee een aantal dingen uit de toekomst konden worden afgeleid. De bloemstengel geeft veel melksap.
  • Saaikerâ: blaadjes van de jonge paardenbloem, ook molsla genoemd en destijds in het voorjaar, voor er een bloem opstaat, gebruikt als konijneneten (konâineetn). Het woord ‘saaikerâ’ is eigenlijk een volksetymologische verhaspeling van cichorei (het Franse chicorée)
  • Zêinblôrn en zêinkraaid: roomkruid, kruid dat als konijneneten werd gebruikt.
  • Fikfakken: stoeien, ook zjèstn verkopen,
  • Fikfakkerâ: franjes, nutteloze bezigheid, zou teruggaan naar een pestspel
  • Tieënesnâr: ingebeeld wezen, meestal boosaardige akkergeest, waarmee kinderen die blootsvoets liepen schrik werden aangejaagd. Verwant met de Klein-Brabantse ‘bloedpater’. Dit soort ingebeelde wezens werd gebruikt om kinderen uit de korenvelden te houden. Kinderen die een voet in het koren durfden te zetten werden zogezegd meegesleurd door de tieënesnâr en hun tenen afgesneden of afgetrapt.
  • Zenn hiel stékt deu(r) zèn kâs: gezegd van wie achteraan kaal werd.

aflevering 229 - 5 mei 1996
URL van de gadget-specificatie kan niet worden gevonden

aflevering 230 - 12 mei 1996
URL van de gadget-specificatie kan niet worden gevonden

KruiwagenMet aflevering 230 van Dialectofoon gaan we in onze wekelijkse Taalkamer van het Asses terug naar (moederdag) 12 mei 1996. Lode Pletinckx kondigt die in het begin weliswaar aan als aflevering 229, maar hij vergist zich een nummertje. Er passeren in die uitzending nogal wat oude, mooie gezegden, al zijn het zeker niet allemaal per definitie puur Assese gezegden. Een mooie: ‘Oud geld willen ze wel, maar oude mensen niet’.

In het programma wordt verder verwezen naar tekeningen van oude gebruiksvoorwerpen die in het huis-aan-huismagazine Goeiedag verschenen. Zo is de tekening onder het nummer 21 een werktuig dat door de wagenmaker werd gebruikt. Het gelijkt sterk op een hopboor, maar het is iets anders. Waartoe het dan wel precies diende, wordt niet echt opgelost.

Tekening nummer 22 toont een kruiwagen. De luisteraars moesten alle onderdelen benoemen op z’n Asses en dat lukt aardig: (a) de armen of de "treemels", (b) het hoofd ("oeëd"), (c) de zijborden (de "beres"), (d) de schoot ("schoeët"), (e) de steunen ("steun'n") en (f) de poten("poeët'n"). Als met de kruiwagen aardappelen werden vervoerd, werd vooraan in de bak een plank geschoven ("'t schof"). Toen de kleine boer nog alles met de kruiwagen moest vervoeren, zorgde hij ervoor dat het laadvlak kon worden vergroot. Daartoe werden aan het hoofdbord (b) gaten gemaakt waarin in de "stekken" (stokken) werden gestoken waartegen een "lattewerk" kwam te liggen waardoor hoger kon worden gestapeld. Aan het hoofdbord waren ook haken voorzien zodat de trekhond kon worden ingespannen.


aflevering 231 - 19 mei 1996
URL van de gadget-specificatie kan niet worden gevonden