Dialectofoon‎ > ‎

Dialectofoon 151-200


001-050 • 051-100 • 101-150 • 151-200 • 201-250 • 251-300 • 301-350 • 351-400 • 401-450 • 451-500

aflevering 154 - 17 juli 1994

URL van de gadget-specificatie kan niet worden gevonden

aflevering 155 - 4 september 1994
URL van de gadget-specificatie kan niet worden gevonden

Vandaag grijpen we in de Taalkamer van het Asses terug naar uitzending 155 van Dialectofoon van 4 september 1994 met Lode Pletinckx en René De Rop.

Een uitzending die ook heemkundigen en ‘liefhebbers’ van de Tweede Wereldoorlog zal interesseren, want het was de dag na de viering rond 50 jaar bevrijding in Asse. René haalt enkele oorlogsverhalen uit Asse naar boven, waaronder dat van de 
Sunrise Serenade.

Dat was een B17 bommenwerper - een ‘vliegend fort’ in de volksmond – die op 1 mei 1944 werd neergeschoten en te pletter stortte in het domein van graaf De Ghellinck Vaernewyck op de grens van Asse met Ternat en Sint-Ulriks-Kapelle. In zijn doodsstrijd dook de ‘flying fortress’ recht op het dorp van Asse af, tot het alsnog een zwenking - 'ne koerp', zegt René op z'n Asses - maakte, boven Bekkerzeel zijn staartstuk verloor en te pletter sloeg op een paar honderd meter van het kasteel Nieuwermolen (foto).

Piloot Francis Smedley verongelukte als enige van de tien bemanningsleden. Hij ligt begraven in Neuville-en-Condroz. Assese historici geloven dat Smedley zich opofferde om een crash op het dorp te vermijden. Die stelling wordt ook verdedigd door Jerry Penry die het heldhaftige verhaal van de Sunrise Serenade in een boek goot.

Het wrak bleef tot 2001 diep in de grond steken op het domein van de graaf. Verslagen van die opgraving vind je hier en hier terug.


aflevering 156 - 11 september 1994
URL van de gadget-specificatie kan niet worden gevonden

aflevering 157 - 18 september 1994
URL van de gadget-specificatie kan niet worden gevonden

Van een vrouw die (weer) zwanger was zei de Assenaar wel eens ‘Z’és venêr azoeë'. Het was destijds een manier van de volwassenen om over een zwangerschap te praten zonder dat de kinderen verstonden waar het over ging.

In deze aflevering 157 van Dialectofoon van 18 september 1994 gaat het verder onder meer over een ‘krêizeken’ en een ‘plat kind’, maar ook de boerenstiel komt ruim aan zijn trekken. Zo wordt door de medewerkers van Lode Pletinckx en René De Rop een hele boom opgezet over ‘een schuur uitdassen’.


aflevering 165 - 20 november 1994
URL van de gadget-specificatie kan niet worden gevonden

Deze week nemen we U met de Taalkamer van het Asses terug naar 20 november 1994, met aflevering 165 van Dialectofoon met Lode Pletinckx en René De Rop.

BunzingEen van de onderwerpen waarover in deze uitzending wordt uitgewijd is de ‘fis’, de volkse benaming voor een bunzing, een wild dier dat destijds veel voorkwam in de streek en waarop intensief werd gestroopt voor zijn pels. Fis was ook wel ‘de pels van de gewone man’. Van alle marterachtigen was (is) de fis de meest gevreesde, vanwege zijn stinkklieren. Marterachtigen worden onderling nogal eens verward. Een fret is de albinovorm van de bunzing. Een fret is echter tam en komt niet in het wild voor. Hermelijnen en wezels (muishond) zijn ook marterachtigen, maar ze verschillen wezenlijk van een bunzing.

Een reeks andere Assese woordjes die je in deze uitzending terughoort:

  • Afslaager: de bijzitter op een maaimachine (graan) die de maaibalk bediende. Hij moest precisiewerk afleveren, want hij moest het maaisel kunnen schatten die nodig was voor een bussel.
  • Tierlink – tierlingen: tien schoven graan bij elkaar gezet om te drogen
  • Slieëf: sloof  (houten band om een steel)– in Asse ook gekend als de omgeslagen rand van een kledingstuk.
  • Kârderong: kwartronde profiellijst bestaande uit een verbinding van twee vlakken door middel van een convex of bolrond.
  • Konzjeeke: technische term: verbinding van twee vlakken door middel van een concaaf of halfrond oppervlak.
  • Slèkâizjer: slak, strook metaal om verbindingen te maken.
  • Bal-a-lêr: neutrale bal tijdens een balspel.
  • Mâternést(je): plaats waar men fruit (ver)stopte om het mouter te laten worden, ook een plaats waar men spaarcenten verborgen hield
  • Hè heit der zoeveul verstand van a(l)s een koêi van solfraan eetn: hij kent er niets van (solfraan is dialect voor saffraan, verhaspeld onder invloed van solfer)
  • ‘k hém dânn daa(r) aan ma gaaren g’ad: ik werd door iemand aangeklampt en geraakte er niet meer van weg

aflevering 167 - 4 december 1994

URL van de gadget-specificatie kan niet worden gevonden

De Taalkamer van het Asses is deze week Dialectofoon aflevering 167, uitgezonden opzondag 4 december 1994.

  • Van a âige vloeën gebeeten wèrn: door eigen familie- of kennissenkring in narigheden worden gebracht.
  • Dùsmeuln: dorsmolen
  • Pikkendoenker: in het pikdonker (met pik wordt pek bedoeld, kleverige stof uit naaldbomen zoals gebruikt door schoenmakers om naden waterdicht te maken)
  • Een litsj afriemen: een dikke boterham afsnijden (lits is een lus of een lintje).
  • Alooverhand: om beurten, beurtelings, oorspronkelijk de ene hand boven de andere houden bij handeling die beurtelings door twee personen werd verricht.