Koppen van bij ons:
Zuster Leocadie
door zuster Lutgardis
(uit tijdschrift Ascania 1965-4)
Door de band moet men óf dood zijn óf bewijzen gegeven hebben van Bruegheliaanse manieren om te mogen figureren in de Ascaniareeks : Koppen van bij ons. Dit is niet het geval in deze bladzijde die Zuster Leocadie voorstelt.
Zuster Leocadie. Wie kent ze niet? In mei ll. werd ze tachtig! Zuster Leocadie is de matigheid zelf. Ze is ook de goedheid en de gedienstigheid zelf.
Met haar een plaats te gunnen in de Ascania-portrettengalerij krijgt ze, op haar manier, het ereburgerschap van onze gemeente en lost men tegenover haar een plicht in van welverdiende hulde. "Asse, ook de stillen werken aan u"... Want Zr. Leocadie, die reeds 56 jaar te Asse woont, bidt en werkt, is werkelijk VAN Asse, beter nog: van Walfergem en Tenberg. Zo wij daar rondgingen om getuigenissen, ze vulden een boekdeel. Zr. Leocadie was er 46 jaar lang de grote vriend van iedereen, omdat iedereen "haar" grote vriend was. Alle getuigenissen zouden vast en zeker hierop neerkomen: ze was de goedheid zelf, de moederlijkheid zelf, de eenvoud zelf. En: we hebben haar nooit anders dan vriendelijk gezien.
Zo is het. Daarmee is feitelijk alles gezegd. Toch willen wij er even op ingaan en, aan de hand van enkele anekdootjes, Zr. Leocadie in het flitslicht plaatsen en blij zijn om de stille glans rond haar persoon en om die deugddoende warmte van haar eenvoudige doening.
Zr. Leocadie, in de wereld Cornelie Van Tichelen, werd op 17 mei 1885 te St.-Lenaarts in de Antwerpse Kempen geboren, in een boerengezin met acht kinderen. Op 7 juni 1907 trad ze binnen bij de Zusters van Gijzegem, deed daar op 8 december 1908 haar professie en reeds de 1ste oktober 1909 zien we haar te Walfergem aan het werk (1).
U ziet, in die tijd was er van lang en moeilijk studeren geen spraak. Maar Zr. Leocadie had een hart. Dit hart zou haar steeds de beste methode ingeven om de kleintjes aan te pakken, met nimmer falend succes.
Hoe ging Zr. Leocadie met de kindjes om? Ze sprak ermee. Ze liet ze praten. Ze leerde ze praten, met eigen woorden, zelfs tegen God en de heiligen (zoals de nieuwste catechestische methode het nu voorschrijft). Als de kindjes binnenkwamen was het niet alleen van : "Dag Zuster Locadie" (zo), maar ook: "Dag Lievevrouwke, dag kindje Jezus, dag os, dag ezel".
Maar éérst moesten de jongetjes en meisjes op school gewennen. Daar vond Zr. Leocadie wat op. Ze had een hele kast vol dieren, opgevulde, uit karton, uit rubber...; liefst dieren die ook geluid maakten. Daar was een hond bij die kon blaffen, en haar grote diensten bewees. Wou een schreeuwerke naar huis, dan werd de hond aan de deur gezet en blafte. Resultaat: de kindjes bleven binnen. Mr. de Inspecteur kwam daar eens op uit. "Wat doet die hond hier, Zuster ?". "Die waakt over de kinderen, Mr. de Inspecteur", De Inspecteur had het door. Lang nadien nog vroeg hij: "Zr. Leocadie, hoe is 't met uw hond?"
Hoeveel kinderen kon Zr. Leocadie zo aan het lijntje houden? Ze wou er véél. Ze had er nooit genoeg. Pater Eysermans kwam eens op schoolbezoek. "Hoeveel kinderen hebt gij hier eigenlijk, Zr. Leocadie?". "Negenennegentig, Pater". "Dat moeten er honderd worden". 's Anderendaags kwam het honderdste toe, en het gewende zich lijk de 99 anderen.
In de zaak van 't leerlingenaantal kon Zr. Leocadie met de vernieuwingen niet mee. Geleidelijk aan werd door de wet het leerlingenaantal per klas beperkt. Dat was voor Zr. Leocadie een reden tot bezorgdheid, maar voor de zusters bestuursters ook. Want Zr. Leocadie wou méér kinderen in haar klas dan de wet toeliet. Dit leidde soms tot lichte "aanpassingen" van lijsten, ten voordele van het steeds uitzettende moederhart van Zr. Leocadie. En dan nog, met die "aangepaste" lijsten was Zr. Leocadie een unicum. Luister maar: In die tijd behoorde Asse nog tot het schoolkanton Laken en het personeel van Asse moest er soms naar de conferentie gaan. Daar werd door de Brusselse dames en juffertjes geklaagd over het te groot aantal kinderen in de klassen. "Qu'est-ce que Vous pensez, Monsieur l'Inspecteur, avec tant d'enfants!". Er werd heen en weer gepraat en, ten einde raad, richtte de inspecteur zich opeens, over de koppen heen, tot Zr. Leocadie: "Zuster Van Tichelen, hoeveel kinderen hebt gij in uw klas?". "Vijfenzeventig, Mr. de Inspecteur..." "En hebt ge er te veel?" "Geen enkel, Mr. de inspecteur...". Oh... daar gilden die dametjes van.
Zr. Leocadie leerde de kinderen liedjes aan, en fabeltjes. Ze vond de methode van de belangstellingspunten uit, lang vóór de leerplannen die voorschreven. En of ze de kinderen met haar verhalen betoverde, illustreert volgend feitje. Het was even na Kerstmis. Zr. Leocadie had op hartroerende manier over de armoe van Maria verteld, die zelfs geen doekjes had om het kindje in te wikkelen. Nu was er thuis, bij één van de jongetjes uit de klas, juist een kindje geboren. Er waren luiers in overvloed. Gevolg: 's middags kreeg men de kleine maar niet naar school. "Wat is er toch, manneke?". Wat er was ? Toen het ventje even alleen in de kamer was werden vlug enkele luiers gegapt en vliegensvlug naar Zr. Leocadie gedragen "Voor 't kindeke Jezus". De goede Zuster bezorgde de doeken natuurlijk aan de rechtmatige eigenaar terug.
Zr. Leocadie leerde de kleinen ook breien ; zelfs de jongens weerden zich dapper. Hoeveel latere Paters Missionarissen van het H. Hart heeft ze daarin onderwezen ! Paters De Schepper, Van den Eynde, Van den Cruyce, Van den Broeck, L. en H. Van der Slagmolen, Frater de Koker... Vraagt het hun maar. En als - jaren nadien .- die Paters hun Eerste Mis deden, hoe weerde ze zich dan bij de voorbereiding van de feestelijkheden. Ze heeft bergen papieren rozen gemaakt, doch niet alléén: ze wist er de hele communiteit van de "College" in te betrekken. Ze wist van Zr. Regis (2) gedaan te krijgen dat de Zusters mee naar Walfergem mochten, met werkgerief en knapzak bij. En Zr. Regis, die aan Zr. Leocadie niets kon weigeren, stemde toe.
Van de College naar de school te Walfergem is een heel eind, zo maar eventjes twee km. Zr. Leocadie heeft die weg 46 jaar lang te voet afgelegd, twee keer per dag, door alle weer en wind. De witte kap was goed tegen de zon, en de zwarte erover beschermde tegen regen en storm. Reken nu even uit : 4 km per dag, dit ongeveer 250 keer per jaar, 46 jaar lang... Dat wil zeggen dat Zr. Leocadie ongeveer 46.000 km heeft afgelegd voor onze kinderen. Wellicht zult u zeggen: waarom geen fiets genomen? Of de tram? Over een fiets was Zr. Leocadie niet aan te spreken, en tegen het gedender van die vuile zwarte tram daar kon ze echt niet tegen. En later was ze het teveel gewoon. Zo bleef het dan. Daarbij, hoe dikwijls werd Zr. Leocadie op straat niet tegengehouden door moeders die even hun hart wensten te luchten. En steeds vonden die begrip voor hun leed en voor hun vreugd. "Zie ze daar eens zitten, met die vriendelijke ogen in dat altijd even vriendelijk gezicht" zei Pater Eysermans eens op een schoolfeest ; en heel Walfergem en Tenberg juichte toe als één man.
Die afstand tot Walfergem schiep nog een ander probleem: dat van het eten. Zr. Leocadie nam 's morgens haar voorraad mee. Geen boterhammen, neen, maar aardappelen, wat groenten. een ei... Ze kookte te Walfergem haar potje wel. Natuurlijk had ze zakken en tassen om haar gerief mee te sleuren. Dit heeft haar eens, in de oorlog 1914-'18, een onaangenaam avontuur bezorgd. Er logeerden Duitsers in "het goed" van Madame Dekens (nu Belvédère (3)). Zr. Leocadie die dagelijks geladen voorbijtrok werd aangehouden als spion. Ze moest voor de vierschaar verschijnen, in het Kasteeltje, beschuldigd geheime documenten bij te hebben. De boodschappentassen werden doorsnuffeld; ook haar zakken moesten eraan. "Laat dat a.u.b. toch zitten", smeekte ze. Vruchteloos. Het laatste moest te voorschijn komen en dat laatste bestond in... twee rauwe eieren-Ze overleefden heelhuids het avontuur, en Zr. Leocadie ook.
Zo ging dat, jaar in, jaar uit. Zr. Leocadie werd 60 jaar, 65 jaar, ze mocht doorgaan met klasgeven van Mr. de Inspecteur; ze deed het zo goed! Walfergem was intussen uitgegroeid tot een voorname wijk. Daar pasten andere, betere klassen. Het gemeentebestuur zorgde ervoor. Op l oogst 1952 werden ze door Dom Franco de Weyls, abt van Affligem, ingewijd, onder grote feestelijkheden. Zr. Leocadie en haar jongere medezuster, Zr. Norbertine, werden deugdelijk in de bloemen gezet. In bijzijn van burgerlijke en geestelijke overheid zei één van de kinderen in naam van allen: "...Vooral Zr. Leocadie is onze trots en onze fierheid. Zij is als een tweede moeder voor ons... Al de mensen van Walfergem en Tenberg houden veel van Zr, Leocadie, maar wij nog het meest van al". Op 19 oktober 1952 werden Zr. Leocadie en Zr. Norbertine door Mgr. Suenens (toen nog Vicaris-Generaal van het Aartsbisdom) gedecoreerd met het zilveren Sint-Rumolduskruis.
Maar Zr. Leocadie legde zich niet ter ruste met haar decoratie op. Ze ging verder te voet naar Walfergem... bij haar kleintjes. In 1955 was ze echter 70. Nu moest ze wel aftreden. Sindsdien woont Zr. Leocadie op de College.
Al schijnt Zr. Leocadie een ijzersterke gezondheid te bezitten, toch is dit niet altijd het geval geweest. Wij citeren hier wat in het parochieblad van Walfergem en Tenberg daarover verscheen, zondag 26 oktober 1952: "Het was in de jaren 1919. Moeder overste van de Zusters van de College maakte zich zorgen. Ze merkte dat Zr. Leocadie sukkelde, er afgemat uitzag, regelmatig ongesteld was. Ze kwam er ten slotte op uit dat de goede Zuster sedert weken niet meer slapen kon. Daar moest de dokter bijkomen en zo gauw Dr. Schockaert uit Leuven nog eens in het gasthuis kwam - de kliniek bestond toen nog niet - werd Zr. Leocadie uit haar klas te Walfergem gehaald. De dokter fronste zijn wenkbrauwen. "Moeder overste, ernstig - zeer ernstig - dadelijk opereren".
In de namiddag moest Zr. Leocadie reeds op de operatietafel. Daar wachtte Moeder overste nog een groter zorg, want bij de operatietafel stelde de dokter een zware inwendige, bijna ongeneeslijke ziekte vast. De dokter deed kopschuddend zijn werk. "Och arme, wat moet dat mens afgezien hebben". Negen dagen later was Zr. Leocadie terug in haar klooster. Een dokter die helemaal geen kwezel was, schudde zijn hoofd: "Dat is een wonder". Dr Schockaert die later hoorde dat de Zuster genezen was, mompelde: "Ongelooflijk". Zr. Leocadie had echter een groot vertrouwen in de pas gestorven eerste missiebisschop van de Missionarissen van het H. Hart : Mgr. Verius. Ze had het leven van die heldhaftige heilige gelezen, tot hem gebeden, zijn beeltenis onder haar hoofdkussen bewaard... Die twee, Mgr. Verius en Dr. Schockaert, hebben ons Zr. Leocadie behouden. Dat gebeurde in 1919... We zijn nu in 1952. En nog staat Zr, Leocadie moederlijk tussen onze kinderen... Ze zal het glimlachend zeggen: "Ge ziet wel, hé, piepende wagens rollen het langst". Tot daar het parochieblad van Walfergem-Tenberg.
Zr. Leocadie is nog van vóór 't concilie. Nu treedt een andere generatie van kloosterzusters aan; ze rijden niet alleen per fiets, maar per brommer en zelfs met een wagentje. En dat en veel andere dingen zijn goed. Maar zusters als Zr. Leocadie kunnen wij nog niet missen. Dat is geen folklore, geen infantilisme, maar stralende eenvoud van een hart dat, voor altijd gegeven, zich toewijdt aan de anderen. En dit met een vanzelfsprekendheid die ontwapent en geneest.
Kunnen wij het hartelijker zeggen dan onze burgemeester die haar "een lange, welverdiende rust" toewenste, "en nog vele jaren!"? Ja, 95 moet ze worden, als Zr. Regis. Of, waarom
geen 100 ?...
Zr. Lutgardis
(1) Om te voldoen aan het verlangen der inwoners van Walfergem werd daar, in 1905, een klas voor lager- en een voor bewaarschoolonderwijs opgetrokken.
(2) Voor Zr. Regis, zie het speciaal Belvédère-nr. van Ascania, lente 1963.
(3) Zie Belvédère-nummer van Ascania - lente 1963.