Koppen van bij ons:
Zuster Regis en de Belvédčre
door zuster Lutgardis
(uit tijdschrift Ascania 1963-2)
Wie herinnert zich de verrassing niet, toen in 1928 plots verteld werd dat de Zusters van Gijzegem het "goed van Madame Dekens" hadden gekocht? De Zusters van "'t College" stonden er zélf versteld van. Wat was er gebeurd ?
Het is waar dat 30 ŕ 40 jaar geleden de hogere leergangen van de gemeentelijke meisjesschool druk werden bezocht. Sommige meisjes bleven er tot hun 15 ŕ 16 jaar. Het zijn deze oudere leerlingen die het verlangen uitdrukten naar iets, erg in de mode toen, namelijk een Franse klas. Zuster Fideline, onderwijzeres van het hoogste leerjaar, werd door Zuster Regis naar het Gemeentehuis gezonden om er de zaak voor te leggen. De toenmalige schepen van onderwijs, Dr. Leon Goossens, raadde aan het goed van Cantoni in de Stationsstraat aan te kopen. Zuster Regis ging te Gijzegem het geval bespreken. Er werd een vertrouwensman aangesproken en op 15 oktober 1928 werden de nodige bescheiden ondertekend. Het lijkt allemaal van een leien dakje gelopen. In werkelijkheid moesten er heelwat knopen doorgehakt. De verantwoordelijke in de zaak was Zuster Regis geweest; zij zou ook de verdere zorgen te dragen krijgen. Deken Andriessens, van alles op de hoogte, kwam Zr. Regis persoonlijk danken zodra hij vernam dat de koop gesloten was. Hij kon niet genoeg zijn tevredenheid uitdrukken over "die weldaad voor Asse" zoals hij het noemde.
Wie heeft Zuster Regis niet gekend: klein, zwijgzaam, schijnbaar bedeesd, maar alles opmerkend en verwerkend van boven haar klein brilletje, ouderwets model.
Zuster Regis, al van in 1899 te Asse werkzaam, had er - eerst als toegewijde Zuster-onderwijzeres, vanaf 1908 als degelijke bestuurster der scholen van Asse en Walfergem - reeds reuzenwerk verricht. Nadat ze deze scholen tot volle bloei had gebracht, werd ze, in 1912, ook Overste van de kommuniteit der Zusters. Zij was het die, in 1924, de aankoop door Gijzegem had bewerkt van het bouwvallige complex dat aan het Gasthuis paalde, die er vier lagere klassen liet bijbouwen en kleuterklassen. Zij was het ook die zó stout durfde dromen dat ze, om de meisjes van Asse uit Brussel weg te houden, TE ASSE ZELF EEN MIDDELBARE SCHOOL VOOR MEISJES wou. En die school kwam er, lang vóór de officiële instanties hadden gedacht aan voortgezet meisjesonderwijs op grote schaal.
Iedereen is kind van zijn tijd ; ook Zr. Regis was kind van de hare. Zr. Regis wou een Franse school. Die kwam er. Reeds in 1928 startte de vrije "Ecole Notre-Dame" met 48 leerlingen, over twee leerjaren verdeeld met, als eerste leraressen, Zr. Herman-Marie en Zr. Gisčle. Van meet af aan werd biezondere aandacht besteed aan de huishoudelijke vorming en aan de naad. In afwachting van aangepaste lokalen werden de lessen gegeven op het Kasteeltje. Zuster Regis droomde van een gans nieuwe school. Ze liet al een voorplan opmaken. Maar de Algemeen Overste van Gijzegem, Moeder Marie de Sales, vond dat het nu welletjes was en gaf geen verdere toelatingen meer. Zuster Regis mocht haar plan op zak steken. Op de plaats der vroegere stallingen en bergplaatsen werd een voorlopige school opgericht. Zuster Regis zelf beschouwde ze als zéér voorlopig. Want ze droomde ver en groots voor de Belvédčre. Ze wou zelfs nog gronden opkopen in de Neerstraat (toen weiland) maar mocht niet meer. Ze liet een nieuw plan in voorontwerp uitwerken door architekt Ch. Van der Beken, te Asse. Die plannen zijn gedateerd 21.1.1934. De uitvoering ervan werd echter op de lange baan geschoven en ten slotte door de oorlog verijdeld.
In de verdere inrichting van het vrij verwaarloosde buitengoed in de Stationsstraat heeft Zr. Regis haar zin voor organizatie dan kunnen botvieren.
Was het inderdaad niet gedurfd vooruitstrevend in 1928 centrale verwarming te laten aanleggen en voor een badkamer en stromend water, koud en warm, te zorgen tot op de bovenverdieping ? De "Belvédčre" was voortaan het troetelkind van Zr. Regis, en niets was haar te veel als het maar voor de Belvédčre was. Wat hebben de Zusters van de Steenweg er gewerkt, in huis, in de hovingen! En hoe zuinig hebben ze geleefd om de grootse dromen van Zr. Regis te kunnen helpen verwezenlijken. Soms vond Zr. Regis zelf dat het allemaal te schoon was. Wellicht is het door haar toedoen dat de eerste Zusters niet op de Belvédčre woonden, maar, tot in 1938, deel uitmaakten van de Kommuniteit der Zusters van de Steenweg en van daaruit naar hun werkterrein vertrokken, zoals de Zusters van Walfergem en Krokegem nu nóg doen. Intussen werd het Kasteeltje bewoond door mevr. Josephine De Rop-Mestdag, die er huisbewaarster was.
Van in "de Kollege" leefde Zr. Regis het wel en wee van de Belvédčre mee.
Vooral na 1933, toen ze als Bestuurster van de lagere school werd opgevolgd door Zr. Emma, beschikte ze over meer tijd om zich met de Belvédčre bezig te houden. De leiding van de school liet ze aan anderen over, maar het huis richtte ze zelf verder in. Ook nog toen de Zusters, na 1938, tot afzonderlijke kommuniteit waren ingericht, kwam Zr. Regis er gaarne op bezoek. Toen ze reeds over de tachtig was en niet goed meer te been, kwam ze af en toe nog eens langs. Ze kende en koesterde de plaats van elke stoel, van ieder meubel. Alhoewel haar gezicht op angstwekkende wijze verzwakte, bemerkte ze het wanneer ergens iets was verplaatst. Ze was gerust in de school, maar hoorde er nog zo gaarne wat nieuws over, goed nieuws vooral. Na de proefwerken verwachtte ze verslag over de vooruitgang van de meisjes te Asse. Ze interesseerde zich aan ieder afzonderlijk, zonder hen nog te kennen; ze had immers de ouders gekend, de grootouders. En al wat ze voor de Belvédčre had gedaan, dat had ze voor de meisjes uit Asse gewild.
Als Zuster Regis bijna stervend was (en dat is meer dan ééns gebeurd) is het ook meer dan ééns voorgevallen dat zij, die geen teken van leven meer gaf, opeens weer reageerde als Zr. Paule-Joseph van de Belvédčre, haar kwam opzoeken. Ze was over de negentig toen er eindelijk ernstig sprake was van bouwen op de Belvédčre. Ze heeft het nog goed verwezenlijkt. Ze zei : ... "Je suis contente; 't is goed". Dat op 30 oktober 1958 het huis Pouliart en de groentetuin verkocht waren geweest, en op 17 december 1958 nog twee woonhuizen in de Stationsstraat, heeft ze nooit geweten. Toen ze op 15 juni 1961 op 95-jarige leeftijd zachtjes in de Heer ontsliep, hebben de leerlingen van de Belvédčre haar onder een stralende zon, in groot uniform, uitgeleide gedaan tot op het kerkhof. En met reden! Want om hen voor Asse te bewaren had ze jarenlang grote offers gebracht. Voor het vrije middelbaar meisjesonderwijs in eigen streek had zij effen wegen gebaand. De uitgroei van de Belvédčre tot Huma-niora heeft ze niet meer meegemaakt. Maar zij is de zaaister geweest, bewust van haar taak. Het beroemde vers van Adriaan Roland Holst heeft ze wellicht nooit gelezen. Maar ze heeft het beleefd. En gaarne leggen wij haar, in dankbare hulde, de mooie woorden van de dichter in de mond:
"Ik zal de halmen niet meer zien
noch binden ooit de volle schoven,
maar doe mij in de oogst geloven
waarvoor ik dien"
Zr. Lutgardis
Zuster François-Regis, juffrouw Celine Malfliet, werd geboren te Hamme op 1 juli 1866. Als kind maakte ze de schoolstrijd mee. Toen ze elf jaar oud was, werd ze op kostschool geplaatst te Gij-zegem. 15 oktober 1889 trad ze daar in het klooster. In 1890 behaalde ze het diploma van onderwijzeres. Van 1890 tot '91 onderwees ze te Hofstade, van 1891 tot '99 te Hoeilaart. Van 1899 tot 1961 was ze werkzaam te Asse: van 1899 tot 1908 als Zuster-onderwijzeres ; van 1908 tot 1933 als Zuster-bestuurster ; van 1912 tot '41 en van 1947 tot '53 was ze tevens Overste.
Ze overleed te Asse op 15 juni 1961, 95 jaar oud. De naam van zuster Regis zal voor immer verbonden blijven aan de Belvédčre, waarvan zij de stichtster was.
De Belvédčre
Wat gebeurde er met de vrije "Ecole Notre Dame" die door Zr. Regis in 1929 werd gesticht ?
De strekkingen in het onderwijs, ook in het meisjesonderwijs, evolueerden snel in de dertiger jaren. Zo is het begrijpelijk dat de Franse "Ecole Notre-Dame" moest wijken voor een Be-roepsschool, waarin het Frans geleidelijk moest plaats maken voor de moedertaal als voertaal. Het heeft Zr. Regis iets gedaan: wij mogen haar dat niet kwalijk nemen. Dat ze zich gewonnen gaf, pleit voor haar meegaandheid. Bij koninklijk besluit van 15.8.1935 werd de Beroepsschool door de Staat erkend in de kategorie C2 (later, op 31.3.1951 geherklasseerd tot C1, om vanaf 1 september 1961 geleidelijk overgeschakeld te worden naar C3).
Op de bovenverdieping van de herberg De Smedt, op de Markt (nu Kredietbank) werden sinds 1922 coupe-lessen gegeven ééns in de week, gedurende 8 u., voor meisjes vanaf 15 j. Dit schooltje, dat de ronkende naam droeg van "Snij- en naaischool voor kleermaaksters" was in 1922 door onderpastoor de Lantsheere gesticht geweest, onder het beheer van een schoolkomitee. De eerste lerares was juf f. Van Lierde ; ze werd geholpen door Marie De Valck. In 1926 was door onderpastoor Pissens een tweede lerares aangeworven, juffr. Margr. Van den Cruyce (mevr. Van Driessche). Ook deze leergangen werden door de Zusters overgenomen, naar de "voorlopige school" van de Belvédčre overgebracht, en op 10.5.1935 door de Staat aanvaard in de kategorie C4, onder de benaming "Beroepsleergangen in snit en konfektie", (Deze lessen, over 4 leerjaren verdeeld, door de bevolking kortweg "Coupe" genoemd, stierven geleidelijk uit, om op 30 juni 1961 te verdwijnen) .
In 1942 was op de Belvédčre, door Zuster Paule-Joseph, een vijfde jaar begonnen, de zogenaamde vrije handelsklas. Na vier jaar beroepsschool en vrije steno- en daktylo-lessen, leidde dit vervolmakingsjaar desgewenst tot het diploma van hulpboekhoudster, om alzo ook carričre te kunnen maken op kantoren. Het is als Beroepsschool met vrije handelsafdeling dat de school twee decennia goed was bekend.
Maar de laatste jaren veranderde er echter heel wat aan de onderwijshemel. De strekking tot verder doorgezet onderwijs en tot grondiger verstandelijk onderricht, ook voor meisjes, zette de Zusters aan een afdeling moderne humaniora te beginnen. Schooljaar 1959-'60 stak de "zesde klasse" van wal, met 24 leerlingen. In 1960-'61 volgde de "vijfde klasse" en in 1961-'62 de "vierde". Op 25 januari 1962 werden vijfde en zesde klasse door de Staat erkend; op 27 juni 1962 de vierde klasse. In september e.k. zal op de Belvédčre de "hogere humaniora-cyclus wetenschappelijke B" aanvang nemen, zodat, over drie jaar, Asse een volwaardig middelbaar instituut voor meisjes zal rijker zijn.
Iets wat reeds jaren niet alleen nuttig doch ook nodig werd geacht, was thans onontbeerlijk geworden: de bouw namelijk van nieuwe klaslokalen, met degelijke technische uitrusting. -Geen halve meter bleef nog vrij om het steeds groeiend leerlingenaantal onder te brengen. Het voorontwerp voor een gans nieuwe school, humaniora + beroepsschool, werd door architekt Adrien Bressers, uit Gent, op 11 augustus 1959 ondertekend. Het definitieve plan is gedateerd 29.3.1961. Het werd de 23.9.1961 door het gemeentebestuur goedgekeurd. Gijzegem belastte de Firma Peynsaert en Zonen, uit Aalst, met de uitvoering ervan. De heer Guy Peynsaert kreeg de bouwwerf - Belvédčre voor zijn aktief. Einde grote vakantie werd de boomgaard gerooid en werd aan de funderingen begonnen voor de vleugel beroepsschool: in de volgende lente werd opdracht gegeven ook de verbindingsklassen met de humaniora te bouwen. Het zijn deze lokalen welke, begin schooljaar 1962-'63 in gebruik genomen, op 26 mei e.k. zullen ingewijd worden door Mgr. Pierre Goossens, een Assenaar. Ondertussen werd reeds aanvang gemaakt met de bouw van de definitieve humaniora-vleugel. De weerslag van dit alles liet zich voelen. Het leerlingenaantal voor de middelbare afdeling is reeds gestegen tot 73, de totale schoolbevolking tot 168. En hoogstwaarschijnlijk zal dit cijfer de volgende jaren merkbaar de hoogte ingaan.
Neen, de laatste bladzijde over de Belvédčre is nog niet geschreven !
C.P.