Pië is een flinke medewerker. Voor het doek "De verteller", met onze boer weer als eerste akteur, moeten drie jeugdige knapen van de partij zijn: Long, Lodeken en Jee. Long poseert rechtstaand met de rechterarm op de stoofroei leunend. Hij moet aandachtig naar de verteller luisteren en hij speelt zijn rol uitstekend. Ineens zakt Long als een klot ineen, helemaal van zichzelf, tussen stoof en grootva. "Da's van slapte", zegt Pie kalm, en met de azijnfles onder de neus komt de knaap zachtjes bij. En verbaasd dat die kijkt over die eigenaardige belangstelling om hem.
 
De boerenwoning dient nu uitsluitend voor atelier. Geen Waarbekenaar is nog vreemd aan onze werkzaamheden. Pië vertelt uit zijn verleden, over gestorven boerenvrienden, landelijke gebruiken, over zijn werkwijze op de akker, zijn zienswijze op anderen, reizen en over hulpvaardigheid, 't Is eigenaardig, maar elke boer houdt veel van Pië van Ossel. In gans Waarbeek wordt geen enkel kalf geboren, zonder zijn raad of hulp. In moeilijke gevallen verkiezen de boeren hem ver boven de veearts. Deze boer kent al de stallen en elke dag vertelt hij mij een anekdote over zijn nachtelijke belevenissen.
 
Hierover is hij fier.
 
Nu komt een doek van groot formaat. Elkeen hoopt hierop te mogen figureren. Ieder figurant kent weldra zijn rol. Het schilderij zal "Allerheiligen in het boerenhuis" heten. Aan de schapraai, voor de gelegenheid versierd met kruisbeeld en brandende kaarsen, bidt een kindje en grootvader kan zijn tevredenheid over deze huiselijke vroomheid niet verbergen. Deze twee figuren vormen de leeftijdsgrenzen in het gezin. Zij zijn dan ook het essentieel element van het doek. Samen met de rijkversierde schapraai worden zij overvloedig met licht bedeeld. In de schaduw zitten het vrouwvolk en de kinderen rond de kachel en de mannen leunen achterover tegen de grote schouw met gevouwen handen. Iedereen is thuis en bidt. Zo ging het vroeger overal bij de landman.
 
Daarna wordt de koeienstal voor atelier genomen. Daar wordt "De stal" afgewerkt. Mijn vrouw is melkster en de koeien Bles en Lis de elementen die de aandacht vragen.
 
Voor "Het melkmeisje" komt een gezonde boerenmeid uit de stal met twee boordevol gemolken emmers. En voor "Alle baten helpen", moet Pië poseren terwijl hij voortdurend de klein kommissie moet doen.
Nu opnieuw naar 't binnenhuis. Eerst komt "Op de uitkijk" met de boer (Pië van Ossel ) die door 't venster het weder bestudeert voor morgen. "De kamer" volgt hierop; in de spinde botert Pië het karnvat af naast de beddebank, waarop de boter-melkteilen en de kaastobbe al klaar staan. Voor "De kookpot" en de "Aardappelschilster" wordt beroep gedaan op boerinnen uit de buurt.
 
Het groot schilderij "Hoppepluk in 't woonhuis" wordt natuurlijk in september aangevat. De nodige ranken worden bereidwillig door Bernard de hopboer in bruikleen gegeven. De lichtwiek in de lambelzen is hoog opgedraaid. De volle lading klaarte krijgt Pië en zijn omgeving. Men zit, kruipt, raapt bellen, babbelt en zingt en achter de dikke walmen pijpenrook zijn de lampen vaak onzichtbaar. Kinderen plukken staande of liggen tussen de malse hoppeblaren. Lievevrouwbeestjes spartelen achterover of vallen kiksdood uit de walmvanger. Om het uur doet de huisvrouw de ronde met de lambikpot.
Hierop volgt "In de afspanning", ook een groot werk. De boerenwoning wordt herschapen in herberg. In winterstemming komen en gaan de voermannen, warmen handen en voeten. De herbergmeid heeft de handen vol met borrels te schenken.
 
Van dezelfde grootte wordt nu met "Laat gezelschap" van wal gestoken. Op de bierton liggen nog teerlingspel en omgestoten glazen te baden in uitgestorte oude lambiek. Het gezelschap is dronken en ligt of staat zowat overal. De boerenwoning is nu omgezet in een kroeg in volle uitspattingsroes. Voor dit werk heeft Pië van Ossel niet geposeerd.
 
Op de schilderijen "De spinde", "De schoonmaak", "Zonnestraal" en "De ast", komen geen figuren voor. Hier zou de materie van voorwerp en huisraad spreken met de hulp van wat zon en liefde.
Na al dat werk in Waarbeek gegroeid, begon ik een reeks studiekoppen met Pië als enig model.
Ernstig, fier, bereidwillig en vooral begrijpend heeft Pië van Ossel mij gedurende twee jaren bijgestaan; met liefde beleefde hij de groei van elk werk. Hij kon zelfs zijn droefheid niet verbergen, toen ik met het materieel verhuisde.
 
'n Goeie maand later stopte op het middaguur een kar, volgeladen met boeren en boerinnen, aan mijn deur: al de Waarbeekse vedetten van de schilderijen. De doeken waren nu allen ingelijst, en de schouwing begon, met begeleiding van duizend anekdoten. Er werd gefeest tot laat in de avond. Warke Job hield de afscheidstoespraak. Wanneer hij op de grote vreugde wees gedurende de ontwikkeling van ieder werk en die steeds maar vermeerderde, onderbrak Pië beslist; da durf ik u "roetten"!
("Roetten", betekent "bevestigen" en is door de grootvader van Pié van Ossel uitgedacht, tijdens de aanleg van de spoorweg, die hier de naam route kreeg.)
 
Toen die schone boer, neergeveld door een langgerokken kwaal, op zijn sterfbed lag, was daar nog die eeuwig-ingoede glimlach. Zelfs hier kon die hem niet verlaten.
 
Karel de Bauw
 

 
Click to enlarge image...
Click to enlarge image...
Kijk, hij staat daar. Onder het uiteinde van 't schouwkleed. Hij laat traagjes de wijsvinger glijden over de grote landkaart, die aan de witgekalkte muur gespijkerd hangt. Tegelijk met de vrije hand en het hoofd, wenkt hij u naar de kaart toe. Sebastopol duidt de wijsvinger aan.
 
Enkele minuten geleden heeft de briefdrager de krant gebracht. Op de eerste bladzijde leest men in grote druk: SEBASTOPOL GEVALLEN. Nu ligt het werk op de boerderij 'n half uur stil; zoveel tijd heeft de boer ruim nodig om nauwkeurig de krijgs-verrichtingen te volgen op de kaart... al stond een koe op 't kalven, of een vat half geboterd... in oorlogstijd. Ook Pië liet zijn sluiktobbe staan in de spinde. Wat 'n onvoorzichtigheid bij klare dag!
 
Reeds enkele dagen kom ik hier... zoeken, kennis maken met allen en alles. De verkenspot kookt dampend op de oude Leuvense stoof. De warme geur komt u weldoend tegen en 't schouwkleed met z'n lange vouwtjes beweegt zachtjes. Men denkt meteen aan groenkolen en pellepatatten. De hangklok tikt traag en naar links toe piept de slinger kortjes. Gebiesde stoelen op de rode afgesleten tichelvloer verhogen de stemming in dit boereninterieur. Pië borstelt zelf de zandmotieven rond de kachel. De pelargoniums bloeien weelderig vóór de vensters Van de familie der ooievaarsbekachtigen... Pië geeft mij al een staaltje van zijn bevoegdheid in de bloemenkwekerij.
 
Te tien uur spelen twee zonnestralen tot ver in huis. Pië heeft nu eindelijk Europa en Azië verlaten en ik, ik heb ontdekt dat ik morgen met "de strateeg" zal beginnen. De boer weet waarover het gaat. Gisteravond hebben wij ondereen hierover breedvoerig gepraat. 'n Akkoord over alles en Pië zal morgen voor de eerste keer poseren, en mijn zorgen van dagen tevoren zijn totaal verdwenen.
Pië speelt zijn rol als een stielman. Hij gaat er in op. Aandachtig wordt Sebastopol in 't oog gehouden en beide handen steunen hiervoor op tafel. De nieuwe krijgsverrichtingen uit de krant schijnen op de kaart ontdekt. Na die eerste poseerdag is Pië uiterst opgewekt. Hij volgt het werk met belangstelling en doet passende opmerkingen. Blijkbaar is hij gelukkig voor zijn bijdrage. Mijn atelier is nu volledig naar hier verplaatst en de volgende dagen verbetert onze samenwerking nog. Iedere namiddag te één uur stipt wordt aangevangen en rond de vieren is 't schafttijd. Pië eet zijn eigen lekker korenbaksel en ik rantsoenbrood. Als drank: gebrande rogge.
 
Een boogscheut van hier staat de wip, met daarnevens de herberg "In de Wip". Door 't geboomte van 't goed ziet men de witte gevel. Daar is Pië geboren.
 
Na deze eerste werkdag breng ik een kruikje jenever mee als verkwikkend middel bij de pauze. Maar welke teleurstelling! ... Pië proeft noch drinkt. Dat het van de beste is en van vóór de oorlog, dat baat allemaal niets. "Geef gij onze Lewie fleus 'n druppel", en hij duwt de ontstopte kruik van onder de neus weg. Nee, nooit heeft Pië van Ossel jenever geproefd. Maar... de grootste ontgoocheling moest nog komen, toen ik ook met de beste geuze van Rikskes geen sukses behalen kon. Ook nooit bier geproefd. Nergens heb ik ooit een boer ontmoet als deze, die dan op de koop toe ook nooit gerookt had. Stel u hem maar gerust voor: een kloeke gezonde boerenzoon, gewonnen en geboren in een drukbezochte lambiek-herberg... Gelukkig hebben zijn zonen deze voorbeeldige kwaliteiten niet overgeërfd, want Lewie likkebaardt dubbel. Pië lest zijn dorst met zuurbollekens. Hij koopt ze met de kilo bij Karot, heeft er altijd een doosje van op zak en daar komt geen druppeltje zweet van.
 
Na "De Strateeg" wordt "De voorlezing" opgezet. Een buurmeisje poseert als voorleesster, terwijl Pië, Jef van Boontje, en de huisvrouw (voor dewelke mijn vrouw poseert) aandachtig luisteren. Dit huiselijk toneeltje toont als achtergrond de grote open schouw.
 
Dan volgt "De teerlingspelers". Gezien hiervoor jonge mannen nodig zijn, die binst de dag niet vrij zijn, wordt er van nu af bij kunstlicht geschilderd tot een stuk in de nacht. Dit werk en de reeks die volgt hebben alle een rembrandtiek licht-en-scha-duw-karakter. Op het groot werk "De kaartspelers" zal Pië opnieuw als hoofdvertolker afgebeeld worden, terwijl modellen als Warke Job, Jef Boon. Lewie, peter Kot en al 't vrouwvolk bereidwillig aanschuiven en wachten op hun beurt.
 
Koppen van bij ons:
Pië van Ossel
 
door Karel de Bauw
(uit tijdschrift Ascania 1960-2)
 
 
De doening van Warke Job ligt links. Langsheen 't goed van Innis volgt men de Mollemsebaan nog zowat tweehonderd meter, Aan 't hovenierspoortje van 't kasteel draait de baan kortweg en loopt recht op de schuur toe. Een hoog plomp nieuwerwets gedrocht, met zielloze baksteen opgetrokken. En dan nog vlak aan de baan en vóór het mooiste boerenhuis van Waarbeek. Scheer je weg! Dat wenst men. Aan de noordermuur hangt de ijzeren hoevepoort, die schuur en boerenhuis verbindt. Slechts met geweld laat ze zich openduwen. Ze kreunt vreselijk, want ook hier is gebrek aan vetstof in dit jaar 1942. De halfdeur van de stal staat open en in 't voederijpoortje is pas een kruiwagen klaver neergezet. De huisdeur van de boerenwoning staat altijd wagenwijd open. Men gaat de vloer in. Links de stal en rechts de woning. In deze vloer onder de aloude zoldertrap, staan altijd van die aarden tobben. Een ervan is nu boordevol gevuld met... botermelk. Het ruikt hier melkachtig of naar kokende verkenspot, want stal- en woningdeur staan steeds tegelijk open. Voor koffiegeur hier... alleen in de vroege morgen; dan is de staldeur nog dicht.
 
Hier woont Pië van Ossel.