Click to enlarge image...
Zeer eenvoudig en diep christelijk. Klein van gestalte en met een gebrek aan de rug. De puntbaard verhoogde de voornaamheid. De grote blauwe ogen stonden diep; hun doffe glans verraadde weemoed. Nu en dan bracht een zachte in-goede glimlach een lichte tevredenheid aan deze doorgaans melancholische verschijning. Hij wandelde op zijn eentje in 't dorp en langs de velden. Hij had immers niemand nodig: hij verstond de taal van de bloemen, en het kruid was hem beleefd. Hij ontdekte de altoos evenwichtige kleurenharmonie in de natuur. Hij was zeer verstandig en kende de volle betekenis van de schoonheid. Hij zocht die overal op, genoot er overvloedig van en wist ze heel subtiel te appreciëren. Men kon met hem niet kameraadschappelijk omgaan; er lag een te hoge distinctie in dat wezen. Ikzelf kende hem goed, ook hij zocht mij vaak op, maar nooit heb ik hem anders aangesproken dan "Mijnheer Cyriel"... Maar hoe paradoxaal het ook mag klinken, was deze fysisch en ook psychisch subtiele man totaal anders wanneer hij op reis was. Jaarlijks ondernam hij, samen met zijn vriend Frans De Smedt, een buitenlandse vakantiereis. Dan kon hij meedoen en ook een pintje verzetten; dan scheen hij optimisme te verkopen.
 
Hij was diep christelijk in de volste betekenis: iedere dag naar d'eerste Mis en ter Heilige Tafel. En zo van de kerk naar de tramhalte. Te Brussel was zijn bureel. Al zijn vrije uren heeft hij besteed aan tekenen en waterverfschilderen. En hiervoor had. hij geen grote hoeveelheid werkmateriaal nodig; een schetsboek, waarvan de langste zijde amper de twintig centimeter overschreed, een doodgewoon potlood, 'n waterverfdoosje en een bussel kleine penseeltjes. En slechts met schetsboek en dat goed aangescherpt potlood, trok hij dorp en veld in. De eerste indruk kon hem niet bekoren noch misleiden, want meermaals bezocht hij zijn doel éér hij aanpakte. Hij bestudeerde zorgvuldig de beste planverdeling, begon de hem eigen evenwichtige schetstekening en liet die uitgroeien tot een in detail afgewerkt beeld. Deze pot-loodtekening was heel licht gemerkt op het tekenpapier. Dan bracht hij er een ganse reeks lettertekens op, die de kleur over het ganse vlak aanduidden. Thuis maakte hij onmiddellijk een aquarel daarvan. Er dient terloops genoteerd dat Cyriel Bogaert nooit kleuren gebruikte ter plaats zelf, zodat de techniek vermoeilijkte om kleurenperspectief of atmosfeer te bereiken. En nochtans heeft het essentieel element steeds de passende waarde gekregen. Eigenaardig en ook origineel valt het op, dat altijd en met opzet de langste zijde van het schetsboek steeds vertikaal is gebruikt, zelfs wanneer het over een breed panoramisch landschap ging. Heeft hij hierdoor een. meer geconcentreerde per-spectief willen bekomen of de estetiek beter willen dienen?
 
Met die gegevens van geest en materiaal - tevens begaafd met het geduld van de monnik - heeft deze kunstenaar ruim driehonderd aquarellen geschilderd over Asse en omgeving: alle landschappen en dorpsgezichten. Hij is voor ons de beeldende heemkundige en folklorist geworden.
 
In zijn werk liet hij de mens totaal afwezig. Zelfs karakterkoppen, die men elders onmogelijk kan verplanten, die met onze vettige grond vergroeid zijn, - heeft hij niet gezien en werden ook door hem niet nagekeken. Maar Cyriel Bogaert was nu eenmaal geen figuurschilder. Uitsluitend heeft hij van de natuur gehouden, de zondagse natuur van Asse, wanneer de boer in de herberg zijn kaartje legt en de boerin mooie zandmotieven rond de kachel heeft geborsteld. De wind, die plant en boom buigend doet schrikken, dreigende hemels, knotwilgen in de morgennevel gehuld, de zilveren zonsopgang en de gure winteravond: dat waren voor hem verborgen werkelijkheden van de natuur. Nooit heeft hij van 'n schaterlach gehouden, nooit had hij koppijn van kermisoverdaad of zag hij de boer bij spel en drank; nooit kwam hij na 't sluitingsuur in de herberg en nooit of nooit is zijn wijsheid in de kan geraakt. Zijn tenger lichaam kon de masten niet uitsteken om de stormen uit te nodigen... Steeds stille vrome stemming. Steeds zondag in zijn werk, dag van zon: zo'n naďeve speelsheid van innerlijk genot. Men ziet de kalmte in zijn beelden en hoort er de stilte. De groene kleur bleef fris in zijn landschappen en zijn zonneken speelde warm op zijn dorpsgezichten tot de laatste akwarel.
 
Stel u voor, op zo'n velletje papier van amper vijf vierkante decimeter, moest het gegeven ontstaan en altijd raak. - In het krioelende lijnenspel van de St-Martinuskerk, in de meest gecompliceerde perspectiefmotieven is er steeds een wonderbare harmonie en 'n verrassend evenwicht in de samenstelling. Onze eigen bodem was dus hoofdzakelijk zijn werkterrein. Het is die eigenheid die onze bewondering hoger tilt en de liefde tot zijn heem, tot ons heem, ruimschoots beklemtoont. Hij toont onze streek, het Asse van vroeger en nu, laat ons rijkelijk van verdwenen hoekjes genieten, waaraan tientallen anekdoten verbonden zijn. Met weemoed en echte innerlijke vreugde beleven we nu opnieuw onze kindertijd, onze jeugdjaren.
 
En nochtans zijn er mensen - o wees gerust, 't aantal is klein, - die sceptisch staan tegenover deze stille ongekunstelde vertolker van onze bodem. Zij hebben de schone rol niet begrepen, die Cyriel Bogaert moest spelen. Er volgden uitdrukkingen, geleerde en banale: dat het gekleurde tekeningen zijn. dat het geen kunst is, dat hij bepaalde trukjes gebruikte om zijn werk te vergemakkelijken, dat hij aan de lopende band werkte, dat hij van olieverfschilderen geen verstand had, dat hij geen groter formaat aandierf...
 
Lag er in het atelier van P.P. Rubens ook geen trucagemateriaal? En om zijn clair-obscur te bekomen, gebruikte de grote Rembrandt immers ook zijn kaarsentrukjes, Zijn tijdgenoten noemden dat eenvoudig en gemakkelijk. Het ei van Columbus was dat ook. En de grote dierenschilder Snijders, werkte die niet met opgevulde beesten?
 
Elk kunstnaar heeft zijn eigen middelen, materiële zowel als geestelijke. Daaruit groeit toch de zelfstandigheid. Alleen 't resultaat geldt bij het kunstwerk, en daarover zijn al meningen genoeg. Trouwens éénzelfde opinie, zelfs over het grootste meesterwerk, vindt men nooit: vergeet niet dat de mens bestaat!... Werd Hendrik Conscience niet aangevallen? En toch leerde hij zijn volk lezen. Claes en Timmermans zijn meesters van eigen bodem geworden. Hendrik De Braeckeler is, ondanks al de dwarsliggers, een grootheid van het Antwerps interieur geworden. Maurice Utrillo, die zijn heem Montmartre heeft bewerkt. is door Frankrijk op de troon der grote kunst geplaatst, ondanks het feit dat de schilder zich altijd van prentkaarten bediende.
 
In hoever de kunst van Cyriel Bogaert groot of klein mag genoemd worden, kan niet bepaald worden. Hij is de vertolker van ons heem, en meteen de folklorist bij uitmuntendheid van Asse geworden. Hij leerde ons Asse kennen: hij leerde ons wandelen en zien. En als hij deze titel mag dragen, heeft zijn werk vanzelf waarde en grote verdienste.
 
Ik wil de lof van onze aquarellist niet luidkeels zingen. Laat ons oprecht oordelen en ons niet laten leiden of misleiden door een stroming van welk tijdstip ook. Een echt kunstenaar volgt geen mode, geen stroming, geen isme. Het "isme" waarin men hem zal klasseren, zal een vondst zijn. Hij die voelt dat hij de naam kunstenaar als titel dragen kan, werkt slechts op bevel van binnenuit. Het verborgen temperament en de gemoedsatmosfeer komen naar buiten op het doek: dat zal de persoonlijkheid van de artiest zijn. Het karakter van mensen en dingen wordt geďnterpreteerd door de eigen aard van de kunstenaar.
 
Men herkent Bogaert in al zijn werkjes: alle zijn haast "zelfportretten", die getuigen van kalmte, liefde, stilte en getrouwheid. Trouw tegenover zichzelf, trouw tegenover Asse. - Geen schonere dienst kon hij ons bewijzen in zijn nagelaten werk. De bekendheid en de culturele bloei van onze gemeente zullen er toe bijdragen, dat deze kunstenaar zijn evenredig deel krijgt.
 
De natuur is de kunst van God. Alles is er in perfecte harmonie. Volgens die normen heeft Cyriel Bogaert zich als kunstenaar gedragen. Zijn lichamelijk gebrek heeft hem wellicht van het H. Priesterschap doen afzien; maar wereldlijk priester is hij tot aan de dood gebleven.
 
Laten wij begrijpend zijn en beroep doen op allen die beseffen, dat een Cyriel Bogaert slechts éénmaal aan Asse wordt geschonken; beroep doen op allen, die steeds het goede in de kunstenaar durven waarderen. Kom dan en murmel samen met mij:
 
Dank, Mijnheer Cyriel!
 
Karel de Bauw
 
 
Klik hier voor een selectie van de aquarellen van Cyriel Bogaert

 

Koppen van bij ons:
Cyriel Bogaert
Aquarellist
(15 april 1891 - 4 november 1955)
 
door Karel de Bauw
(uit tijdschrift Ascania 1959-31)
 
 
De vierde avond van de Slachtmaand in 't jaar 1955 is Cyriel Bogaert gestorven.
 
Toen Juul Bogaert, de toenmalige voorzitter van het Davidsfonds, op diezelfde dag zijn regelmatig bezoek bij de zieke Cyriel wou brengen, ontmoette hij de Pastoor op de Markt... Beide priesterhanden kwamen op de schouders van de voorzitter terecht: Cyriel Bogaert was juist overleden. En dat bezoek, waarvan zoveel verwacht werd en inzonderheid de goede bestemming van al de aquarellen zou bepalen, zou nooit meer doorgaan... Helaas!
 
Twee jaar later liet Juul Bogaert, zelf op het lijdensbed in de kliniek gekluisterd, mij tot zich roepen: ik beloofde dat ik de voordracht over de waterverfschilder Cyriel Bogaert, - te organizeren door het Davidsfonds, - zou houden.
 
Op 3 maart 1958, in de zaal van het gemeentehuis, is die avond doorgegaan, rijkelijk aangevuld met mooie kleurlichtbeelden. Wie was die man én als kunstenaar én als mens?