1. UIT EEN STAMBOOM
Oom pater Dr. Albert De Rop, missionaris van het Heilig Hart maakte in 1978 een heuse stamboom van de familie De Rop. Albert was de broer van Margerite, Blondine, Jozef, Alice, Frans en Jan De Rop. Uit het gezin van Jan de Rop (°Mazenzele 20/1/1904 - +St.-J.-Molenbeek 2/11/1949) en Josephine Mestdag (°Asse 4/8/1900 - +Asse 7/8/1983) werden vijf kinde-ren geboren: Frans - Julien, Joanna - Hendrica, Pierre - Albert, Marcel en … Renaat - Frans De Rop. René werd op 24 maart 1932 in de omgeving van het station en in het Kasteel van de Belvédčre geboren. De zusters 'masseuren van Gijsegem' woonden daar. Moeder Finne 'va Pollekes' was er conciërge en vader Jan werkte in Molenbeek-Brussel. René's peter was Frans De Rop, de tweelingbroer van Jan. René's meter was Marie Mestdag, de zuster van Finne.
2. UIT HET LEVEN GEGREPEN
Waar is de tijd? Toen waren er nog 'miensen'. Dat waren niet alleen mensen maar … figuren. Geburen of bekenden van 'den omtrek'. Te veel om op te noemen. De masseuren. Maurice en Jeanneken van den Anker. Louiwieken Bondt. Piëken Sterckx. De Kummel. Georges Louis. Willy den heuffer. Mageren Tuur. Blaken en z'n duiven. Meester De Valck. Van Man-ne-wel. Vincent en Juliette (De Ridder), Jeanken van verbot (De Smedt), Jean en Lucie (De Smedt), Marie Van Belle, Carlos Michiels, Lieze en Jef van Pep (Amerij-ckx), Louis en Maria Van Brempt, d'ouders van dikke Julienne (Vermeir), Louis en Door van de schoďlle (Baekens), Jang va Karre (De Ridder), Rieke va Zanne (Van der Zanden), Madame De Wit, Georgsken van den tram met zijn moeder, Noë Vertommen en Clocheret, Bairken Demarrie, Angele en Esther van den tram met schits en … Jean va Moër, Louis 'n Hovenier, de familie Spinoy, Vital, Modest en zijn piërren die daar passeerden, de Luë en zijn pieit, Rieke Flčk op zijn faaifel, Zjorsken en zijn kabas, Ballekes en Lik va de Schaiper. Ja … ik kende er zelfs zot Jeanken die zei dat hij zot was! Waar is de tijd!
3. UIT EEN KINDERMOND
Een van de 'masseuren van den Belvédčre' heette Zuster Renée (vandaar de naam). Zij was zijn symbolische meter! Tezamen met Zuster Marie-Louise gaf ze er les. En als op een dinsdag moeder Finne een uurtje naar de markt ging … zat kleine René bij zuster Renée … op de houten open schoolbanken van de Belvédčre te tekenen tussen de 'maskes' van 14 en 18 jaar ! Wanneer de familie eens naast het kasteel het kleine cafeeken 'In den Anker' bij Jeanneken en dikke Pouilart (de Morris genoemd) bezocht, stond René regelmatig te zingen op een stoel. Hij zong soms iets uit 'Het Witte Paard' en van: "Adieu die kleine garde officier adieu adieu en vergeet me niet als ge …(re)'nee'ken' ziet". Hij ging altijd op een stoel staan zingen of gewoon toneel spelen in't school. In de Broederschool aan de Nieuwstraat speelde hij van kleinsaf toneel. Op de lagere school en in het twee studiejaar, in de klas van 'Jef Sigaar' (Jozef Bronselaer, vader van Herman) speelde hij 'Smidje Smee'. Later zong hij een liedje met vrije lichtelijke tekst, een parodie op een familielid Pol Durnez:'Pol da es ne pee … pol dat is ne pottepee … en ieder lacht er mee mee zoene potte pee'. In 1938 verhuisde het gezin naar de Lindendries (later het Lindepark genoemd). Op tienjarige leeftijd stak hij zelfs voor de kinderen van de straat …een circusprogramma ineen. De nonkel van de juffrouwen Van Buggenhout (pater Pië genoemd) hadden naast hun huis aan de Steenweg naar Brussel een 'houille-magazaďn' staan. René presenteerde het cursus-programma. De 'Jeng' deed de acrobatie! René zong. René speelde toneel. René ging aan de kas zitten. René ging het inkomgeld tellen. Toen was hij reeds een 'commercant'. Later zong hij kerstliedjes in het kinderkoor van As. Hij ging tijdens de oorlog 'Engelse chikken' verkopen in de Cinema Elisabeth.
4. UIT DE JEUGDJAREN
Na de Broedersschool ging Rene de kunsttoer op. Of liever zijn smaak ging naar de boekdrukkunst. Op leercontract ging hij leren - werken bij wijlen Odilon en zoon Adolf Van Geertruyen aan de Nieuwstraat. Hij leerde er de typografie en het handzetten. Het drukken. Het inbinden. En later volgde de linotypie. Het machinaal zetten. Ondertussen op zestienjarige leeftijd ging hij bij de KAJotters van Asse. Hij ging naar 't Kelderken onder 't patronaat. Hij maakte er kennis met ene Jozef Catoir. Hij ging de schilderswinkel bezoeken en kwam ene mooie lang-zwartharige Laura tegen. Het was hem echter om het 'kajotten' en om de 'Jef' te doen. Voor je 't weet stond de legerdienst klaar en werd hij man. Het werden toen 21 maanden. Hij kreeg zelfs eerst een blauw kostuum. Ging in St. Niklaas, Melsbroek en zelfs later boven Antwerpen liggen. Toen kreeg hij van de 'genie' een 'kaki' kostuum.
5. UIT EEN DAGBOEK
Toen was Asse nog 'As'! Het drukkersleven van een vakman kreeg een vervolg in Brussel en bij de gekende drukkerijuitgeverij 'De Bouwkroniek' waar hij de linotypie ter hand nam. Bij dit alles geleerd en gezien te hebben begon hij te dromen van een … eigen drukkerij! Grote broer Frans, die in de Cote d'Or werkte en de pralines, zelfs het werk van de olifant doorgaf aan broer Albert … startte in feite als eerste met de drukkerijactiviteiten. Op lage schaal. René werkte maar 's avonds mee in de drukkerij. Het prille begin, anno 1953 bracht echter nog niet het zout op de patatten. Laat staan de peper op de molen. De echte start was in 1955. De zelfstandige gebroeders Frans en René-Frans de Rop begonnen een drukkerscarričre die nog tot op heden een vervolg kent in zijn opvolgers. Zelfs broer Marcel kreeg de stiel te pakken en ging ook handzetten en drukken in Brussel. Maar de public-relation-vrouw was … moeder Finne! De voorste plaats werd omgetoverd als ontvangstruimte. Door de lange gang werd het papier naar een achter aangebouwde werkplaats gebracht waar de stoof soms stond te branden dat alles onder 'den doemp' stond. In een 'hoeksken' was er een 'cabenet' gemaakt. Van 'den eersten minister'. Maar kom de stank van al dienen inkt overtrof al die drukactiviteiten. Er stonden in dat 'attelierken' enkele let-terkasten er één 'pedalleken'. Een handinleg genoemd. Terwijl René zette, drukte Frans. Het was een 'drukmachien' dat telkens als je met uw rech-tervoet op de pedaal bleef drukken … openging en je vlug de tijd moest nemen om dat visitekaartje er in te leggen … het 'pedalleken' ging toe…het 'pedalleken' ging open … en je moest rap zijn om dat gedrukte exem-plaar met uw hand te verwijderen. Je kon er uw hand bij verliezen. Ook de latere grote pers (voor de affiches) werd eerst met de hand bediend. René legde het papier in. Frans draaide aan het wiel. Het papier draaide tussen de rollen en Frans ving de stukken op … of het gedrukte exemplaar. Later werden die manuele situaties omgevormd tot een elektrisch gegeven. Met een 'moteurken' ging men aan het drukken. Ik mocht meerijden in de zwarte Taunus met wereldbol, om in het verre Maldegem aan de Hollandse grens een linotype (of zetmachine) voor René te gaan kopen. Asse in 1964!
6. HET GEDRUKTE WOORD
Beroep: drukker? Drukkerijtaferelen waren er genoeg aan de Lindendries 418, Lindepark 5. Om 16uur 30 in de namiddag stond er altijd een zot te roepen van 'kommen eten'. Meestal was het een boterham met confituur van jetbezen van den hof. En ze waren gelukt. Albert, 't is hier mijn broer had een 'root of 25 gezet'. 'Bekkerken' (Frans De Baerdemaeker) had 'brain brood' gebracht. En was het niet Jef (Buyens) de melkboer, dan was het Zjeun die aan de deur stond. Diane, de fox-hond blafte. Ik heb gene schrik van zone keffer: zei Leon (Vermoesen) den houillenmarchang van de Meulestraat. Voor hij 't wist hing hij aan zijn schort. Hij beet niet maar hapte toe. Was de niet de Hert-ale, Kob of Heyva die langskwam dan stond Louis en Jean de Bondt te bellen met 'moede gaillen iet hebben? De paters van Walfergem liepen in en uit met hun palmaressen. Ja … René zelf stak zijn hand tussen 't drukmachien. Dr. Lievens naaide en viel flauw. Den dokter? Je weet hoe dat gaat … voor de 'commerze' wordt een mens lid van verenigingen zoals bijvoorbeeld de vogelclub uit Asse. Maar de sport op zichzelf was niet aan René besteed. Voetballen. Neen. Wielrennen. Neen. Autorijden. Neen. Barkrukzitten. Een beetje. Café-spelen. Pintjes-bak. Soms eentjen. Of een glas wijn.
7. HET WOORD VAN DE FAMILIE
Moeder - meter Finne va Pollekes zei van René dat 'm '… nen druuge stoppel' was? Enfin … Het bleef niet bij het kajotten. Het bleef niet bij het drukken, want René ging schilderen op de Steenweg 10 en 8. Hij drukte Laura, Dorothea, Franscisca Catoir tegen zijn 'jillé'. Zij zaa: a-zet-a-hie en ze trouwen op 29 mei 1959. En de 'Jef' kost maar zeggen dant goed was. Tante Laurence en tante Jeanne knikten! Het begon allemaal met dat fameus feestdessert. Men verwisselde de suiker en de 'jetbezen' werden opgediend met zout. Een paar maanden later liet René 'ne scheet'. Tante Laurence zei dat hij nu thuis was. Op een 'root' verschenen vier kinderen. Drie meisjes en één jongen. En nu zijn er een resem kleinkinderen. Er volgen er nog. En hij hoeft geen 'scheet' meer te laten! De grootste rol die René speelde was deze van 'brave huisvader'. En wat doet een gezonde mens als hij van zijn werk komt. Hem mispakken van klink … deur! Ja, bij Louis van 't Groot Hotel naar de koers gaan zien. Naar Eddy Merckx. En 'leusteren' naar Maria. Want d'Harmonie heeft vannacht bal gehouden. Lamot stond maar te blazen op zijne saxofoon. Perooken (Van Mulders) en Jul van de flaďt (Vastersavondts) bliezen om het hardst. En daarbij Jef van Tit op z'n grosse-caisse. Wat een lawaait! En ge hoorde den bokser (Frans Van den Cruyce) lachen … zodanig zelfs dat René en Laura in hun bed aan 't waggelen waren. Enfin … moeke vroeg niet vanwaar hij kwam … maar zag dat het goed was. Een slagzin die het altijd deed toen de kinderen klein waren was deze: kin-deren, wat doe je als het koud is en er veel wind is? Wel, je houd uw een handje voor uw mondje en uw ander handje steek je in je zakje.
8. HET GESCHREVEN WOORD: AUTEUR
Ontelbare teksten verschenen van zijn hand. Speatchen. Aankondigingen. Rijmen. Gedichten. Bedankingen. In 'De Asschenaar'. In 'Gildeleven' en als gewezen bestuurslid van de heemkundige kring 'Ascania' verschenen bijdragen. Hij was vriend van wijlen Karel De Bauw, de schrijver van de koppen. In 1965 startte hij als de verantwoordelijke uitgever, opsteller en drukker van het tweemaandelijkse tijdschrift 'Gildeleven'. Ook de boeken volgden. Kinderspelen te Asse, vroeger en nu - Jaar van het Dorp - Manke Fiel Merci en zijn Museum astablieft - 24 volkse figuren van Asse - 100 jaar Katholieke Gilde te Asse - Hop, hop, hoera. Toen hij wat ouder werd ging hij met de 'merbelen' spelen. Zeg he, knikker je mee. Hij had dan ook een 'bieken' op zak: Laura. En stond 's avonds of tussen in wat in de kledingwinkel op de Steenweg. Te verkopen. Avion-ondergoed. Poepemies allerhande. Avion. Kinderkleding. Avion-ondergoed. Dames-kleding. Avion-ondergoed. En veel speelgoed. En Avion-ondergoed. Mar-chandies. En de vlieger ging op! Ge kunt denken dat hij dikwijls niet met een 'kartasj-ken' speelde … maar met kilo's glazen knikkers die aan de muur hingen … om te verkopen.
9. HET GESPROKEN WOORD: PRESENTATOR
In 1952 tijdens het Gildefeest in de tuin van Dr. Leon Goossens werd met groot gevoel een gelegenheidsgedicht van Frans Tirry voorgelezen door René. René bedankte de acteurs voor hun puike prestatie tijdens het koffiefeest van 1976 en dankte de dames voor hun aanwezigheid. Ook maakte hij reclame en wat propaganda voor de bakschieting en voor de stoelenactie 'Kom, zet uw stoeltje bij'. Ondervoorzitter René hield in 1977 tijdens 90 jaar Gilde een korte toe-spraak waarin hij het verleden van de Gilde en van haar eerste voorzitters toelichtte. Was het niet zonder micro, dan was het naast of zelfs voor de micro dat hij ging plaats nemen. In 1982 werd hij medewerker aan de plaatselijke radio 24. Daarna volgde Viva en Mango. Hij verzorgde er een 30tal folkloristische programma's en een 'zoeklicht op'. In 1983 tezamen met Lode Pletinckx gingen ze de dialectische en Assese toer op. Zo ontstond het populaire Assese programma 'Dialectofoon'. Zijn 'paarden-memorie' gaat verder dan één praatschouw en wettetoekkwis. In 1984 zat Rene 'Rond de kiosk' in een BRT 1 radioprogramma van Luc De Smedt.
10. HET GESPEELDE WOORD: ACTEUR
Toneel spelen zat in zijn genen. Als hij kind was wou hij de grote spelen. Later toen hij groot was werd hij niet alleen secretaris maar was hij spe-lend lid van de toneelkring 'Uit Houe Trouwe'. Speelde op het toneel altijd iets anders dan hij in feite was. Hij speelde eigenaardige rollen: zegt Frans. En die kont weten! Frans was ook lid van 'Uit Houe Trouwe', en moeder Josephine zong ooit in het koor van de zangafdeling van 'Uit Houe Trouwe'. Zij konden het weten dat Renéken van op zijne stoel op de scčne sprong. In 1955 stond hij voor de eerste maal op de planken in 'Ons Huis'. Hij speelde de rol van een blinde orgeldraaier in het stuk 'Leontientje van F. Timmermans' en Cleant, de zoon van 'De Vrek van Moličre'. In 1956 speelde hij in 'Hij, zij en Hottentot', de Jockey en ook in 'Het staat in de krant van Luc Vilsen'. In 1957 kreeg hij een figurantenrol en speelde accor-deon in 'Waar de sterre bleef stillestaan', maar ook was er de opgemerkte rol als de Jood Stuifzand in 'De opgaande zon van Heiermans'.In 1958 speelde hij de titelrol in 'De tante van Charley'. Een zangspel met dans door Lydia Chagoll. In 1959 volgde het detectivestuk van Agatha Christie 'De muizenval' en speelde er de zwakzinnige Christopher Rhein en met het 'Rederijkerskamer St.-Barbara (eerste prijs op het provinciaal toneel-tornooi van Brabant) volgde het stuk 'Montserrat van Emmanuel Robles'. Hij speelde de Indiaanse pottenbakker, de eerste gijzelaar. In 1960 volgde de 'Knecht van twee meesters van Carlo Goldoni'. Hij speelde de glansrol van dokter Lombardi in een echte comedia del arte stijl. Zo volgde in dat jaar ook het openluchtspel aan de St.-Martinuskerk 'De gecroonde Leersse van Michiel De Swaen' (in rijmen) en de glansrol van Kosen, de dikke, domme knecht van schoenlapper Antheunis. In 1961 speelde hij een achttal rollen als de gewone man die het stuk 'Een man van alle getijden van Robert Bolt (het leven van Thomas Morus) aan elkaar praatte. Er volgde een figurantenrol in het stuk 'De ingebeelde zieke van Moličre'. In 1962 werd een eerste maal deelgenomen aan 'Het Koninklijk Landjuweel' in St.-Niklaas onder regie van Dré Poppe. Ook in dat jaar volgde 'Jeugd', een studentikoos stukje onder regie van Herman Bogaert. In 1963 volgde een tweede deelname aan 'Het Koninklijk Landjuweel', ditmaal in Kortrijk. Hij speelde de rol van getuige Fabricius in 'De open-bare aanklager van Fritz Hochwalder', onder regie van Dré Poppe. In 1964 volgde de derde deelname aan 'Het Koninklijk Landjuweel', ditmaal in Brussel; met het stuk 'Juarez van Em. Robles, in regie van zijn vriend Cyriel Van Gent. In 1965 viel het doek over 'Uit Houe Trouw - Rederijkerskamer St.-Barbara Asse'. In het laatste toneelstuk 'Ninotschka van Melchior Lengyel' speelde hij andermaal de komische rol van één van de drie Russen, naast Jan Van Achter en Pol Stabel. Hij speelde met Mandus De Vos, Jan Van Achter, Louis van den Neuker, Agnes Rogiers, Jef De Vis, Romain Schoonjans, Herman Bogaert, Aimeé De Smedt, Herman Larcher en zovele anderen. En regisseurs genoeg om op te noemen: vriend Cyriel van Gent, Dré Poppe, Nand Buyl, Jo Van Eetvelde. Men ging zelfs figureren op het Fla-geyplein en bij de BRT. Tussendoor speelde hij de rol van huisvader, en daarna speelde of regis-seerde hij ook vele toneelstukjes voor de Gilde, de Breughel …
11. UIT HET BREUGHELLEVEN
Folklore boven. Naast heemkundige en folklorist Eugeen Van den Broeck was René er van 1952 tot 1979 lid en 13 jaar ondervoorzitter bij de 'Walfergemse Breughelfanfare'. René speelde er, ook met enkele broers, muziek. Het volk- en vrienden-muziek uit Walfergem en hun 'hoor de muzikanten spelen in de straat' speelden de pannen van 't dak zodoende dat de gerariums aan 't waggelen gingen. Ze speelden op hun 'mirletons'. Tutuut en den tram vertrok. Eerst met roze kepie en later volgde een heus breughelkostuum op maat met aangepaste doedelzak. Alleen de pijpen marcheerden niet. Wel de tutuut. Ze kwamen uit dat schilderij 'boerenkermis' gestapt. Pieter Eugeen Breughel met palet en met roze Kwieters voorop, Louis en Pierre De Smedt, de Bosmannekes, Abel van Clippele, Kamiel en andere Gijssens, Franske Pep, Alfons, Jozef Buyens, de Van der Vekens, Karel Janssens met drie seus, Maurice Eenens, Trenson en compagnie. Een geluk dat Yvonne van 't Kanon achter haar toog bleef staan. René speelde niet alleen op zijnen 'mirleton' of op zijnen accordeon. Hij regisseerde ook tal van toneelavonden. En speelde zelfs in 1954 in 'De keizer komt van Bernardo', de rol van Wolmans, die herbergier was. En achter den toog. In het tweede deel van de toneelavond bracht hij enkele sketches ten tonele, zijnde Isidoor en later de twee bedelaars met Maurice Eenens. In 1955 was hij doezel, de bedelaar in het stuk 'De verliefde schoorsteen-veger van J. Ballings' en nam telkens de algemene leiding op zich. In 1956 tijdens de feestavond van den Breughel speelde hij Kobe, de knecht van Amedee Bouly, die rentenier was in het stuk 'Angčle van Mark Anders'. Vooraf speelde ze sketches als bij het kampvuur, een cowboy-nummer, de verhuizers, op het politiebureel, de bloempotten. In 'Ohee, vaar met ons mee' was hij matroos Rikus, een muzikant en in 'Jool in Tirool' speelde hij …en accordeon en trompet tezamen met Roger Ringoot, Karel Walschap, Marcel De Rop, Ghislain Leys en Louis Keymo-len. Tijdens die tijd vormde zich ook een muzikaal trio met Chislain Leys, slag-werk, Karel Walschap, banjo en René. Zo ontstond er ook het vermaarde duo: Petit en Petat. Zeggen dat ze bijna in de VRT-finale geraakten met dit nummer. Toen bestond Sergio at the ladies nog niet! Ze traden overal op. Bij diverse fees-ten. Zelfs in 'Ons Huis' tijdens de kinderfeesten van de Gilde van 1966 tot 1972. Het liedje klonk zo: Ik ben Petit (René) en ik Petat (Karel Walschap). Wij brengen U nen goeiendag. Met wat kleur en wat lach …Ik ben Petit en ik Petat !
12. UIT GILDE-LEVEN
Muziek. In de kelder. Of boven. Op de 'mansarde' Vader Jan De Rop gaf René in 1945 een oude cor. Van dan af was hij muzikant. Zijn ander grootvader Henri Mestdag gaf hem wat notenleer en samen speelden ze in de processie. Later volgde de rest. Toen Dr. José Goossens, voorzitter was van de 'Koninklijke Harmonie De Katholieke Gilde Asse' vroeg hij aan René om ondervoorzitter te worden in 1969. De volgende voorzitter Marcel De Clippele gaf het voorzitterschap door op 12 maart 1982 en toen werd René voorzitter. Voordien zelfs was hij al directeur. In 1977 was het circus Boemlala in het Gildehof te gast. De uitgedoste circusdirecteur Renato Ropke stelde en het programma en zijn artiesten voor. Gilde-annecdoten genoeg. Tijdens een historische 'airekens-nacht van 1968 zorgde René voor een verrassing door naar een idee en gegevens over de te bezoeken bestuursle-den in samenwerking met Eugeen Van den Broeck een serie gedichten af te leveren. In het begin trad muzikant René op tijdens een 'bonte avond' als commentator bij de muziekuitvoering. Hij voorzag de muziekwerken van commentaar. Hij verwelkomde het publiek, dankte voor de talrijke opkomst en kondigde de muziekstukken aan. Dr. José Goossens dankte daarop niet alleen de chef René Boom maar ook René. Hij zei: 'René is als de wijn … hij wordt beter met ouder te worden. Wat hij er niet bij zegde dat je moet oppassen voor het 'bischken'. In 1960 werd er van start gegaan met 'Die Bayerische Blasekapelle onder leiding van Herr Rhuppe', tijdens 'Clippele-kermis' in Asbeek. Tot 1980 dirigeerde René en reikte hij menige dirigeerdiploma's uit. De gelegen-heidsdirigent kreeg zo'n diplome en René en de blasekapel dronk mee! Het was de tijd van de heuse zeg maar bier- en wijnfeesten met de Isca voorop. Terwijl de postkoets weerklonk werd de reis naar Tirool ondernomen en vlogen de mosselen met kilo's de tent uit. Koffiefeest, Een T-Dansant, Café-Chantant, Halfvasten-concert, Nacht van de Proms, Zomerfeest, Jeugdconcert, Hobbytentoonstelling, Cecilaviering, Pensenkermis, Processie, Bruiloften, Overlijden, Kinderfeest … Overal zat René er met 'zijnen dikken teen' tussen. Uitstappen … Deelnamen aan 'tornooien' met de jeugdharmonie en met het groot muziek, de kampioentitels niet te vergeten en René had zoals men schreef, bij de proclamatie handen te kort om de trofeeën, diploma's en bekers in ontvangst te nemen. Van Anderlecht tot Leuven en verder … Van trommelkorps tot jeugdharmonie. Ze werd laureaat in de Brabantse T.V.-uitzending 'De vijf provincies'. Er was het Pausbezoek in Ieper. Er kwam een bezoek bij de koning der Belgen in Laken. René ging mee. Hij was in de weer voor 'de Gilde in uniform', waarvoor de muzikanten een spaar- en steunactie hadden ingericht in 1973. In 1974 verdedigde hij het idee om speciale muzieklessen te geven en zelf in 1976 op zoek te gaan naar een eigen muzieklokaal het Gildehof was geboren. Hij werd afgevaar-digde bestuurder. Ook in de Gilde was René acteur en regisseur in kleine toneelstukken: zoals de verliefde schoorsteenveger en de keizer komt. Bekkerke, Jef de melkboer, Marcel Engels, Jos De Baerdemaeker, Marcel en René speelden een rol. Ook Louieken Van Dalleken (Quisthoudt) had de moeilijkste tekst met: 'de keizer … aha … komt'. Tussen de honderden papieren, boeken en knipsels hangt echter deze mooie bedrukte tekst aan de muur, waarop te lezen staat: "Je mooiste melo-die spelen in harmonie met je medemens dat is de kunst"
WIE IS HIJ? OMSCHREVEN IN 70 WOORDEN OF BETER KLANKEN. GEACTEERD. GESCHREVEN. GEDRUKT.
Te beginnen met … Familie. Finne va Pollekes. Laura. Kinderen. Kleinkinderen. Masseuren. Zingen. Kajotters. Drukkerij. Linotypist. Bouwkroniek. Van Geertruyen. Jetbezen. Auteur. Schrijven. Spreken. 24. Viva. Opstellen. Boeken. Volkse figuren. Kinderspelen. Manke Fiel. Acteur. Toneel. Houe Trouwe. Lombardi. Winkel. De met. Voorzitten. Achterzitten. Toog. Kas. Muziek. Gilde. Breughel. Cor. Accordeon. Gildehof. Blasekapelle. Fontaine. Mosselen. Bischken. Micro. Pierrenmemore. Organiseren. Ideeën uitwer-ken. Gewikt. Gewogen. Verkoper. Geld. Individualist. Groepwerker. Leider. Zelfstandig. Enthousiast. Puntjes op de i. Melancholisch. Weemoedig. Klein hartje. Lach. Traan. Kostuum. Wijn. Commissies. Hoed. Cyriel. Karel. Zovele anderen. Leustert.
Jean-Pierre COPpieters