Activiteiten‎ > ‎

2007 - uitstap naar Luik


12 mei 2007
Bezoek aan Luik en omgeving
Koninklijke Heemkring Ascania Asse voor de 11de keer op uitstap
 
door René & Irène Van Mulders - d'Hoe
(uit tijdschrift Ascania 2007-4)
 
Zoals gewoonlijk vertrekken we aan het Boekfosplein in Asse. Het is geen zomerse dag, iedereen is warm gekleed en heeft paraplu mee. Toch hopen we op wat voorjaarszon! Rond 9 uur komen we aan op de Sint-Lambertusplaats in Luik. Luik ligt aan de Maas en heel de geschiedenis van de stad is nog af te lezen tussen de stroom en de voet van de heuvels. Tijdens een gezellig ontbijt in "le Théatre du Pain", bewonderen we het smaakvol ingerichte interieur. De bestuursleden doen hierbij zeker ideeën op voor tentoonstellingen in de nieuwe lokalen van de heemkring.
 
Terug op de Place Saint Lambert, hier begint een historische wandeling in de stad onder leiding van twee gidsen. De moord op Sint Lambertus, bisschop van Tongeren-Maastricht en het overbrengen van zijn relikwieën omstreeks 715, naar de plaats van zijn martelaarschap staan aan de oorsprong van de stad Luik.
Tot de Franse Revolutie, wanneer de Luikenaren in opstand kwamen tegen hun prins-bisschop stond hier één van de grootste kathedralen van Europa. De metalen pilaren herinneren aan de buitenmuren van de voormalige kathedraal en wijzen op de omvang hiervan.
 
Het is hier druk en de bussen rijden op en aan. We krijgen uitleg over het grote gotische burgerlijke gebouw: het Prinsbisschoppelijk Paleis, het huidige justitiepaleis en de zetel van de provinciale overheid.
 
Je ziet ons hier op de binnenplaats van het paleis waarvan het plan ontleend is aan de Italiaanse Renaissance, terwijl de meeste elementen gotisch zijn.
 
De gids vertelt ook over de Luikse folklore over de marionetten: Jefke-le-flamand, over Thantches, ongetwijfeld een echte mythe, geboren in 760 tussen twee straatstenen van Djus-de'la-Moûse ( de volkswijk Outremeuse).
 
Een kwajongen met flink wat streken, een vriend met veel noten op zijn zang. En Nanesse zijn prima vrouw, ook goed van de tongriem gesneden, ze laat zich niets wijsmaken door haar man. Gekende marionetten: Tchantches, Nanesse en Jefke-le-flamand We stappen voorbij het stadhuis (uit 1718) waar, zoals elke zaterdag, verschillende paartjes in het huwelijk treden en komen aan het Perron, symbool van de stedelijke vrijheden, op de Place du Marché.
 
Een maaswerk van kleine straatjes en middeleeuwse steegjes en ook mooie gevels uit de 17de en 18de eeuw verfraaien deze historische route. De Sint Antoniuskerk is een voormalige kloosterkerk van de Minderbroeders met een mooie Barokgevel uit het midden van de 17 de eeuw. Dit gebouw wordt nu gebruikt voor tentoonstellingen en recepties.
 
In het klooster van de Minderbroeders is het huidige museum van het Waalse Leven. De raamconstructies van het museum waren niet in hout maar in steen vandaar komt de uitdrukking: steenrijk. We komen ook langs een mooi pleintje waar het vroegere begijnhof was en nu nog de school van de Ursulinen. Wie hierboven woont heeft een prachtig zicht, maar het valt zeker niet mee om dagelijks naar boven te "klimmen".
 
Hier staat de groep aan de voet van de 374 trappen die in 1880 gebouwd werden om de hoger gelegen kazernewoningen te bereiken. Actieve sportlui vinden hier een gedroomd trainingsparcours.
 
Nu wandelen we naar de Place Tikal, voorheen Place des Brasseurs, waar er vroeger een opslagplaats was van een brouwerij en er nu mooie sociale woningen en appartementen zijn. In de Sint Bartholomeuskerk staat een meesterwerk van de romaanse kunst, dat wordt beschouwd als een van de zeven wonderen van België: de geelkoperen doopvont (1107-1118) van de Notre Dame aux-Fonts, de doopkerk van de stad, vernield tijdens de Luikse revolutie.

Na de middag vertrekken we naar de cisterciënzerabdij van Val-Dieu (Aubel) 13de eeuw, waar Jaak Ockeley ons in de basiliek een overzicht gaf van de wisselende geschiedenis van deze abdij, beschermd monument vanaf 22.4.1921. De kloostergemeenschap werd enkele jaren geleden opgeheven. Nu wordt er hier weer binnen de muren van de oude kloostergebouwen bier gebrouwd.

 
Langs een zeer mooi parcours rijden wij naar het Fort van Aubin-Neufchateau, gebouwd in 1935 tot 1940. In het kader van de Versterkte Positie van Luik 1 moest het de toegang Aken-Visé-Luik en de omliggende valleien verhinderen. Het kon de opmars van de Duitse legers vertragen, waardoor de herinscheping in Duinkerken van de Britse troepen mogelijk werd gemaakt. Van de Ascania groep ging niet iedereen mee om het Fort te bezoeken; de 6 km ondergrondse tocht met min of meer 130 trappen leken voor sommigen een te grote inspanning. Intussen bezochten anderen het nabijgelegen burgerkerkhof. Verschillende grote graftomben trokken onze aandacht zoals dit, waar 29 familieleden samen hun laatste rustplaats vonden. Nu genieten we van een vooravondrondrit in de Voerstreek: langs 's Gravenvoeren, Moelingen, Sint-Pieters-Voeren en Sint-Martens-Voeren.
 
Hier stappen hier even af om te kijken naar de kerktoren en meerdere oude grafkruisen. Het oudste dateert uit de 16 de eeuw. Links onder de kerktoren is het zo dikwijls besmeurde en vernielde graf van pastoor Veltmans 1866-1954, die een belangrijke rol speelde in het behoud van de Nederlandse taal in de Voerstreek. Vooral in het gehucht Veurs zijn de voor deze streek zo typische huizen in vakwerk en silex (vuursteen) nog bewaard gebleven.

Langs Remersdaal en Teuven rijden we naar het Gasthof Blanckthuys in 's Gravenvoeren om er te genieten van een lekker en gezellig avondmaal. De terugrit verliep vlot, we hadden een lange en toch nog zonnige dag, met interessante beziens- en wetenswaardigheden.
 
René en Irène Van Mulders-D'Hoe

Comments