Activiteiten‎ > ‎

2006 - uitstap naar Compiègne


13 mei 2006
Op reis met Ascania naar Compiègne, Noyon en
Kamerijk (Cambrai)
 
door René & Irène Van Mulders - d'Hoe
(uit Ascania-tijdschrift 2006-3)
 
Voor de 10de reis van de Koninklijke Heemkring Ascania koos het bestuur voor een uitstap naar Compiègne in de omgeving van Parijs, alsook Noyon en Kamerijk in het Noorden van Frankrijk. Een jubileumuitstap die heel vroeg start, om 6.30 uur op het plein aan de Boekfos in Asse. Veertig deelnemers, goed uitgerust met regenjas en paraplu, zijn vol hoop op zonnig weer en blij met het weerzien en samenzijn met vrienden.
 
Natuurlijk spreekt het interessante programma ieder van ons sterk aan. Aan het ontbijt in de Aire d'Assevillers-Ouest worden de eerste nieuwtjes verteld. Onderweg krijgen we van de reisleider Jaak Ockeley al wat informatie over ons bezoek aan Compiègne. We rijden door de weidse akkerlanden en naderen de door het bos omringde stad. Compiègne ligt aan de linkeroever van de Oise en aan één van de mooiste bossen van Europa. Het is de stad met een merkwaardig oorlogsverleden. Hier werd Jeanne d'Arc in 1430 aangehouden en gevangen genomen. Op 11 november 1918 en ook bij het begin van de Tweede Wereldoorlog op 22 juni 1940 werd in het bos van Compiègne in dezelfde spoorwegwagon de Wapenstilstand getekend.. Sinds 1977 is Compiègne de startplaats van de wielerklassieker Parijs-Roubaix.
 
Rond 10.30 uur zijn we aan het keizerlijk paleis van Napoleon III ( *** in de groene Michelin-gids). De zon schijnt en aan de Cour d'Honneur nemen we eerst een groepsfoto met de dubbele rij dorische zuilen op de achtergrond. De oorsprong van de residentie in Compiègne gaat terug tot de dynastie van de Merovingers, maar het is Karel V die in 1374 beslist om een nieuw kasteel te bouwen, dicht bij de vestingen die hij kocht van de religieuzen van de abdij van Saint Corneille. Het huidige paleis werd in classicistische stijl in de jaren 1759 - 1789 opgetrokken door architect A.J.Gabriel op last van Lodewijk XV en beslaat een oppervlakte van ca 2 ha. De decoratie dateert deels uit de 18 de eeuw en vooral uit het Eerste Keizerrijk. Onder de Franse monarchie wordt het kasteel, samen met Versailles en Fontainebleau, één van de drie residenties waar naartoe de koning zich verplaatst met zijn Raad en er ook regeert.

In het bos van Compiègne (14.500 ha, met vooral beuken, eiken en haagbeuk) ontmoette Lodewijk XVI voor het eerst Marie-Antoinette. Napoleon vierde in het paleis zijn huwelijk met Marie-Louise van Oostenrijk en op 9 augustus 1832 huwt hier onze koning Leopold I met Louise-Marie d'Orléans. Compiègne was de geliefde residentie van Napoleon III en keizerin Eugénie. Na de val van het keizerrijk in 1870 werd het kasteel van Compiègne een museum. In 1917-18 was hier het hoofdkwartier van generaal Petain gevestigd.
 
Bezoek aan de balzaal, spijtig dat er geen Valse de l'Empereur gespeeld werd!

Twee gidsen leiden ons rond in de rechtervleugel van het paleis , in de 'appartements historiques'. We zien o.a. de slaapkamer van de jonge koning van Rome, Napoleon II, de eetkamer, de kaartenkamer, het salon, de slaapkamer, de bibliotheek, de raadzaal van de keizers Napoleon I en III en de koningen Louis XV en Louis XVI en tenslotte de appartementen van koningin Marie-Antoinette, en de keizerinnen Marie-Louise en Eugénie (balzaal, eetzaal, muzieksalon, slaapkamer enz…).

Tijdens de middag sluit het museum, zo hebben we geen kans om in de linkervleugel van het paleis het museum van het Tweede Keizerrijk en het museum van het Rijtuig te bezoeken. Hier hadden we ook wel willen rondwandelen om er de kunstvoorwerpen, alsook de eerste fietsen en andere oude rijtuigen te bewonderen.

 
We verlaten deze zonnige en keizerlijke stad langs de wondermooie Avenue Royale om in Le Carré Breton te Longuil-Annel te genieten van een belegde franse baguette. We zitten aan tafel met vroegere buren van mijn man René. Sommigen nemen hun broodje buiten in 't zonnetje.
 
En nu, zegt Jaak, rijden we met "onze duifjes" naar Noyon! Hoeveel Assese "daiven" zouden hier met veel stress naar hun geliefde thuisbasis in Asse en omgeving vertrokken zijn? Nu we de stad naderen denk ik aan mijn grootvaders, Eduard D'Hoe 1877-1960 in Ternat en in Asse, aan mijn peter Romain Van Houdenhove 1893-1980, ook aan nonkel Arthur 1897-1987 en mijn nonkel Florent, alle vier grote duivenliefhebbers. Bij 't binnenrijden van Noyon denken velen: "Waar zouden hier ergens de duifjes gelost worden?" Als we een mooi plaatsje zien… denken we, is het hier...en worden hier aanstaande weekend weer zovele lieve trouwe beestjes naar toe gebracht en gelost? Maar we zijn hier gekomen om deze zeer oude Gallo-Romeinse en religieuze stad te bezoeken. Noyon, wordt gedomineerd door zijn kathedraal. In 3 groepen gaan we naar het museum, de kathedraal en de bibliotheek van het kapittel.
 
Het Musée du Noyonnais is ondergebracht in het bisschoppelijk paleis (deels uit de 12de , de 16de en de 17de eeuw). Het herbergt sinds 1948 (heringericht in 1996) in acht zalen met voorwerpen uit de Gallo-Romeinse periode en de middeleeuwen. Verder zien we ook foto's en schilderijen uit de 19de en begin 20ste eeuw. Opgravingen vanaf 1921 brachten een schat aan voorwerpen boven, voornamelijk gevonden binnen het castrum (=ca 2,5 ha): grafstèles, metalen voorwerpen, beeldjes en poterie in aardewerk, een muntschat (1147 munten uit de 2de -3de eeuw) die ons een beeld geven van het dagelijkse leven uit de hoogtijd van het Romeinse keizerrijk.
 
Merkwaardig zijn de 2 pijpaarden beeldjes - in Asse werden er meer dan 20 dergelijke beeldjes gevonden - die herinneren aan de verering van de Gallo-Romeinse godin Epona, aangeroepen tegen paardenziekten.
 
In 531 werd Noyon bisschopstad. De meest gekende bisschop uit die tijd was Sint Elooi ( + 660), gekend als patroon van de smeden. Naast liturgisch linnen zijn merkwaardig de houten koffers met ijzeren beslag uit de 12de - 13de eeuw, één van de zeldzaamste verzamelingen van West-Europa.
 
En nu naar de bibliotheek… . Maar plots komt de regen en donder als spelbreker. De afstand van het ene bezoek naar het andere wordt in sneltempo en tussen de regendruppels afgelegd en zeggen dat in de autocar zoveel regenjassen en paraplu's liggen. De bibliotheek van het kapittel is maar één dag per jaar open, wij hebben geluk. Ze werd ondergebracht in een houten gebouw op palen dat dateert uit 1506. Men bewaart er 3300 werken over theologie en moraalwetenschap, met naast oude drukken o.a. een evangelarium van Morienval uit de 9de eeuw en een werk 'L'Enfer' dat op de index staat.

De bibliotheek van het kapittel

Terwijl we even wachten voor de regen vragen we aan de gids waar de duifjes gelost worden. Zij weet niets over de duivensport, dus kent ze ook de losplaatsen niet. in Noyon We hebben haar over de duivenwedstrijden een compacte uitleg gegeven en ze ging er meer informatie over verzamelen. Nu naar de Onze-Lieve-Vrouw-kathedraal. Langs buiten zien we hoe zij door de oorlog in 1918, bij de beschieting van de stad zwaar werd getroffen, ook alle 13de eeuwse glasramen werden toen vernietigd. In een middeleeuwse kathedraal werden de muren beschilderd met fresco's. De kruisiging in de kapel van Sinte Godeberte is daarvan een mooi voorbeeld. Andere fresco's zien we in het Schip en de zijbeuken. Na deze drie bezoeken in Noyon is het al tijd om verder te rijden. Het regent al wat minder.
 
We zijn op weg naar Kamerijk of Cambrai op de rechteroever van de Schelde. De stad behoorde een tijdlang tot het graafschap Vlaanderen. In de 12de eeuw werd de kathedraal gebouwd, die in 1472 voltooid werd. Zij stond bekend als het Wonder der Nederlanden. Cambrai is o.a. gekend voor zijn fijn linnen en ook voor de lekkere snoep! De slag bij Cambrai van 20 november tot 3 december 1917, een veldslag in de Eerste Wereldoorlog, werd bij deze stad uitgevochten. Het was het eerste succesvolle gebruik van tanks. We rijden door deze oude stad, bekijken vanuit de autocar, het oude houten Spaanse Huis uit de 16de eeuw en de kathedraal.
 
Onze reisleider doet ons nu al watertanden als hij ons het menu en de plaats van het diner voorleest: in Cambrai, in een park van 8 ha ligt het 19de eeuwse kasteel de la Motte Fenelon. Hier in de salle Richelieu zijn 4 grote ronde tafels voor ons gedekt en wordt ons een lekker viergangen menu opgediend. We genieten van het mooie interieur, de gezellige sfeer en de lieve mensen rondom ons. Het is een mooie afsluiting van deze dag. Het bestuur had de uitstap goed voorbereid, maar toch was er tijd tekort; zij hadden ons nog veel meer willen laten zien. En er was inderdaad nog veel moois! Misschien gaan we nog eens terug? Zeker Compiègne is een
uitstap waard!
 
René & Irène Van Mulders-D'Hoe

Comments